Bang? Nog voor geen sikkepitje!

Bij een antiquariaat tikte ik vandaag een schitterend boekje op de kop: Verhalen uit de levens van God’s lieve heiligen. Uitgegeven door Van Munster te Amsterdam in 1925, “onder goedkeuring van den Keurraad voor Roomsche Jeugdlectuur”. Zoals de titel al wel aangeeft, is het een boekje met heiligenlevens, toegesneden op een jeugdig lezerspubliek. Al vanaf de openingszin was ik dol op dit boekje.

“Bang? Nog voor geen sikkepitje. Ze durfde alles: in bomen klimmen, slootje springen en veel meer nog.”

Dit gaat over St. Reinilda. Of wat te denken van St. Hubertus:

“Die was niks heilig in ’t begin. O nee! ’t Leek er niet op. Veel plezier maken kon hij en feest vieren en slapen en eten en vooral veel op jacht gaan.”

Ik moet de neiging onderdrukken om het hele boekje te citeren, want het staat vol met dergelijke heerlijke archaïsche frasen. Maar denk nu niet dat ik dit boekje heb gekocht om vanuit een moderne zelfgenoegzaamheid te gniffelen om zo veel ouderwetse stichtelijkheid en brave kneuterigheid. Ik vind dit oprecht mooi – geen kitsch of camp of wat dan ook.

Overigens was ik eigenlijk naar dat antiquariaat toegegaan om een heel ander boek te zoeken: namelijk Pinokkio. Ik wil dat verhaal namelijk nog eens wat diepgaander analyseren – ik stip het reeds oppervlakkig aan in mijn nieuwe boek, en las er onlangs ook wat interessante gedachten over in De bedoeling van verbeelding van Willem Jan Otten, die mij nieuwsgierig maakten naar meer. Afijn, ook Pinokkio heb ik vandaag op de kop kunnen tikken.

Nu vraag je je misschien af: waarom moet je daarvoor naar een antiquariaat, dat boek is toch zo bekend dat het nog alom verkrijgbaar is? Nou, dat valt dus tegen: bijna alle versies die je in reguliere boekhandels vindt zijn hervertellingen. Het origineel van Carlo Collodi wordt blijkbaar tegenwoordig wat al te barok en grimmig gevonden voor moderne oren; het is een stuk minder vrolijk en lieflijk dan de Disney-versie. En dan te bedenken dat Collodi het zelf al wat had gekuist: in zijn allereerste versie liet hij Pinokkio een gruwelijke dood sterven als straf voor zijn wandaden.

Op het eerste gezicht lijken mijn beide aankopen tegenpolen van elkaar te zijn – het zoetsappige moralisme van de heiligenlevens versus het inktzwarte moralisme van Pinokkio. Maar toen ik de beide boekjes doorbladerde, viel me juist een diepe verwantschap op. De vrolijk-stichtelijke toon, de ondubbelzinnige moraal, de weinig verhullende wijze waarop ook moeilijkere thema’s als lijden en dood ter sprake worden gebracht – onze eigen tijd is daar te preuts voor geworden. Het is niet voor niets dat beide boeken antiquarische curiosa zijn geworden; onze tijd weet zich geen raad met de vroomheid van deze verhalen.

Het tegenwoordig met allerlei negatieve connotaties beladen woordje ‘vroom’, is verwant aan ‘vorm’ en ‘vorming’.  Ook dat zijn noties die in hedendaagse kinderliteratuur over het algemeen uit de gratie zijn geraakt. Kinderen moeten vermaakt worden, bezig gehouden, en het is mooi meegenomen als ze daar soms ook nog iets van opsteken – maar dat een kinderziel gevormd moet worden, van ruw stuk hout tot mens van vlees en bloed? Getver, wat een ouderwetse gedachte!

Kinderboeken die nog wel vormend durven te zijn – zoals de Harry Potter-boeken – worden door de goegemeente van snobistische critici steevast afgedaan als ‘simplistisch’, ‘moralistisch’ en ‘betuttelend’; terwijl kinderen er juist dol op zijn. Ik hoop van harte dat er kinderboekenschrijvers blijven opstaan die zulke goede, vermakelijke én vormende literatuur durven schrijven als Pinokkio of Verhalen uit de levens van God’s lieve heiligen. Moeten zij bang zijn voor de snobs? Nog voor geen sikkepitje!

3 gedachten over “Bang? Nog voor geen sikkepitje!

  1. Herkenbaar! Als klein kind was ik bij m’n oma en ze hadden door mijn opa ingebonden jaargangen van een heel katholiek kinderblaadje uit de jaren ’20 en ’30, inclusief zeer stichtelijke eenvoudige heiligenlevens en gebedjes.
    Ik smulde ervan, heeeel anders dan de jippo’s en taptoe’s. Niet dat ik als kind niet ook toegang had tot andere vormende lectuur… verhalen van de kleine kapitein, oude ‘kijk’s uit 65-75 (zonder foto’s, handgemaakte illustrates), trigie etc. Ik vraag me dan wel eens af wat er in de hedendaagse tijd voorhanden is voor ons kleintje… afgaande op wat erop TV is voor kinderen kan dit zich in ieder geval niet meten aan waar ik mee ben opgegroeid (Carolientje, Barbapappa’s, Karst van der Meulen, Thomas en Senior)… vroeger was alles beter…?

    Gelukkig zijn er ook de klassieke sprookjes nog die nog steeds aan generaties kinderen worden voorgelezen, Gebroeders Grimm, Hans Christian Andersen, het Tinnen Soldaatje (1838). Project Gutenberg heeft gratis de originele Pinocchio versie. Het verhaal is ook op een modere manier op in de vorm van Dr. Sung en de androide Data en zijn “broer” (met een vingerwijzing naar Cain en Abel).
    Verhalen doen het goed naar gelang ze een diepere laag in de mens of het kind raken.

  2. Ik ben 15 jaar beeldhouwer geweest en werkte hoofdzakelijk met hout. Pinokkio’s zijn het nooit geworden. Er zat zelfs geen leven in mijn creaties. Maar verschillende van mijn beelden stierven net als het mannetje een gruwelijke dood. In het openhaardvuur.

    En het kan verbeelding zijn geweest, maar ik meende dat sommigen al brandend een lange neus naar me maakten. Er was er zelfs één die zijn vurige tong uitstak! Allemaal frustratie. Omdat ze zo graag op een sokkel hadden willen eindigen. Tja, het zijn net mensen…

    Gr. Henk

  3. Pingback:De ware superheld | Anton de Wit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *