Pleonastische plaatjes
oktober 6, 2010 in Fantasie & fantasieloosheid, Grappigheden
‘De Grote Tekententoonstelling’ – dat is het thema van de Kinderboekenweek die vandaag van start gaat. Voor het Jeugdjournaal aanleiding om de volgende stelling voor te leggen aan zijn kijkertjes: “Boeken zonder tekeningen vind ik saai.” In de uitzending vanochtend mochten alvast twee kinderen reageren op deze stelling. Ze waren het er beiden roerend mee eens. Hun redenen vond ik komisch en diepzinnig. “Omdat je anders de plaatjes niet kunt zien”, zei de één. Heel waar natuurlijk; een tekening onthult een plaatje dat er toch wel is… iedereen die een creatief beroep beoefent weet: scheppen is zo vaak ook simpelweg ‘zichtbaar maken’.
Het tweede kind zei: “Het ligt eraan wat voor boek, maar een prentenboek daar hoort wel een plaatje bij.”
Een bijkomend voordeel: plaatjes kunnen geen pleonasmen bevatten.
Gerelateerde artikelen:

Vandaag is het precies honderd jaar geleden dat de Franse vliegenier en schrijver
Even zomaar wat informatie over een jonge Engelse vrouw die jij en ik niet kennen, maar met wie wij dankzij internet toch maar mooi kennis kunnen maken. Maddie Chambers is moeder van een tweeling, die behalve aan haar huishouden haar handen vol heeft aan vele hobby’s, zoals gitaar spelen, kickboksen, haar honden uitlaten, lezen, films kijken. Welnu, toen deze Maddie tien jaar oud was, las zij voor het eerst The Hobbit, het sprookje van J.R.R. Tolkien dat voorafging aan diens Lord of the Rings. Ze was er meteen aan verknocht. Toen zij studeerde besloot ze – voor een vak dat, heel poëtisch, ‘the importance of play’ heet – een schaalmodel te bouwen van Bag End, het hobbithuis waarin de beide genoemde Tolkien-avonturen aanvingen. Dat studieproject liep uit de hand; na de buitenkant ging zij door met het interieur, dat zij met bewonderenswaardige precisie tot in de priegelige details nabouwde. Inmiddels is de miniatuur praktisch voltooid, en is zij verder gegaan met The Prancing Pony, een kroeg in Midden-Aarde.
Laat ik de schokkende waarheid maar opbiechten: ik mag graag naar misdaadseries kijken op tv. Zo, dat is er uit — de onverwachte ontknoping, de boef ontmaskert zichzelf. Dit totnogtoe geheel in het verborgene uitgeleefde pleziertje verbaast mijzelf niet het minst. Want ik heb nooit een hoge dunk gehad van het hele detectivegenre. Wat bezielt me toch? Of, laat ik in stijl blijven: wat is toch mijn motief om me tot deze misdaad te verlagen?
