Je snuffelt nu in het archief van Fantasie & fantasieloosheid.

Pleonastische plaatjes

oktober 6, 2010 in Fantasie & fantasieloosheid, Grappigheden

‘De Grote Tekententoonstelling’ – dat is het thema van de Kinderboekenweek die vandaag van start gaat. Voor het Jeugdjournaal aanleiding om de volgende stelling voor te leggen aan zijn kijkertjes: “Boeken zonder tekeningen vind ik saai.” In de uitzending vanochtend mochten alvast twee kinderen reageren op deze stelling. Ze waren het er beiden roerend mee eens. Hun redenen vond ik komisch en diepzinnig. “Omdat je anders de plaatjes niet kunt zien”, zei de één. Heel waar natuurlijk; een tekening onthult een plaatje dat er toch wel is… iedereen die een creatief beroep beoefent weet: scheppen is zo vaak ook simpelweg ‘zichtbaar maken’.

Het tweede kind zei: “Het ligt eraan wat voor boek, maar een prentenboek daar hoort wel een plaatje bij.”

Een bijkomend voordeel: plaatjes kunnen geen pleonasmen bevatten.

Gerelateerde artikelen:

Een pilaarheilige in propellervliegtuig

juni 29, 2010 in Bronnen, Fantasie & fantasieloosheid, Mooi

“Zeker, de Sahara biedt, zover het oog reikt, niets dan eenvormig zand, of preciezer gezegd, want duinen zijn er zeldzaam, een zandbank met kiezelstenen. Je baadt er permanent in de grootst mogelijke verveling. En ondertussen bouwen onzichtbare goddelijkheden er een terrein voor op dat richtingen, heuvels en tekens kent, een geheime en levende musculatuur. Er is geen eenvormigheid meer. Alles oriënteert zich. Zelfs de ene stilte lijkt er niet op de andere…
Alles polariseert. Elke ster legt een echte richting vast. Het zijn allemaal sterren voor magiërs. Ze dienen ieder hun eigen God. De ene wijst in de richting van een verre waterput, die moeilijk te bereiken is. En de vlakte die je van die put scheidt, is zo ongenaakbaar als een zwaar bolwerk. De andere ster wijst in de richting van een opgedroogde bron. En de ster zelf lijkt al droog. En de vlakte die je van de opgedroogde bron scheidt vertoont geen enkele helling. Weer een andere ster dient tot gids van een onbekende oase waarvan de nomaden je een lied hebben gezongen, maar die je eigenwijsheid je onthoudt. En het zand dat je van de oase scheidt is de speelweide van sprookjesfeeën. Weer een andere geeft de richting aan van een blanke stad in het Zuiden, even verlokkend, zo lijkt het, als een vrucht waar je je tanden in zou willen zetten. Een andere weer wijst naar de zee.
Tenslotte werken bijna onwerkelijke polen van verre als magneten op de woestijn: een huis uit je kindertijd, dat levendig in de herinnering blijft. Een vriend waar men niets van weet, behalve dat hij bestaat…”
- Antoine de Saint-Exupéry, Lettre à un ottage, 1941.

Vandaag is het precies honderd jaar geleden dat de Franse vliegenier en schrijver Antoine de Saint-Exupéry geboren werd. Toen wij een mooie passage uit zijn beroemde sprookje De Kleine Prins opnamen in het Bronnenboek Christendom, kregen we daar aardig wat kritiek op. Wat deed Saint-Exupéry nou weer tussen al die veelal wat ernstigere theologische en mystieke teksten? Mag je hem überhaupt wel een christelijke auteur noemen? Nog altijd sta ik echter voor de volle honderd procent achter onze keuze. Natuurlijk is hij geen systematisch theoloog, maar zijn boeken zijn toch doorwasemd van christelijke thema’s als menswording, verlossing, opoffering, trouw. En zijn vele prachtige beschrijvingen van de woestijn, zoals die hierboven, raken onmiskenbaar aan die laag in de werkelijkheid die we met een vaak misbruikt woord ‘mystiek’ mogen noemen. Saint-Exupéry is in mijn optiek een moderne woestijnheilige, een asceet met een propellervliegtuig als pilaar. Journalist Tom Wolfe heeft dat ook goed begrepen als hij deze Fransman liefdevol typeert in zijn boek The Right Stuff:

“A saint in short, true to his name, flying up here at the right hand of God. The good Saint-Ex! And he was not the only one. He was merely the one who put it into words most beautifully and anointed himself before the altar of the right stuff.”

Vergeten verhalen

juni 15, 2010 in Fantasie & fantasieloosheid, Grappigheden, Mooi

De geest is te beperkt om zichzelf te bevatten, wist de Heilige Augustinus reeds, en “verbazing bevangt mij daarover, diepe verbazing; verbijstering grijpt mij aan”. Want hoe is het toch mogelijk, zo vroeg hij zich af in het tiende boek van zijn Belijdenissen, dat men herinneringen kan vergeten, en men zich desalniettemin herinneren kan dat men iets vergeten is?

Read the rest of this entry →

We’re dumbing it down

juni 11, 2010 in Fantasie & fantasieloosheid


De anekdote die father Robert Barron aan het einde van deze fantastische toespraak deelt, illustreert een pijnlijke waarheid. In een tijd die toch al lijdt aan oversimplificatie, versimpelen wij het fenomeen religie om er vat op te krijgen. En dan heb ik het niet alleen over de atheïst die eindeloos cliché’s herkauwt, of de populist die een godsdienst louter van zijn lelijkste kant wil bekijken. Nee, ook – misschien zelfs: juist – de lieden die steeds maar weer op de grote waarde van religie wijzen, versimpelen het fenomeen. De journalist of schrijver die braaf de culturele verdiensten van religies beziet. De moderne godsdienstleraar met zijn slappe relativistische praatjes. De religiewetenschapper met zijn dorre academische gemeenplaatsen. De politicus met zijn wollig geklets over religie als sociaal bindmiddel. Juist in hun eindeloze nuances vervangen ze feitelijk slechts de ene karikatuur voor de andere, en maken ze een eendimensionaal gedrocht van de godsdienst. Kant-en-klaar en tandeloos, een magnetronmaaltijd in hapklare brokken, op de hurken uitgelegd aan een voor debiel gehouden volkje.

En dat terwijl onze traditie inderdaad zo rijk en veelzijdig is, peilloos diep en eindeloos uitgestrekt als de oceaan. Die oceaan wordt met een paar simpele blauwe golflijntjes in de fantasieloze prentenboekjes van de agogen afgebeeld. Dumb, dumb, we’re dumbing it down… Dit aanstekelijke Moloko-deuntje zeurt me onwillekeurig door de kop. En het antwoord op die gruwelijke simplificaties zit expliciet in het liedje, en impliciet in het betoog van father Barron: Be proud to be profound.

Betreft hobbits

juni 1, 2010 in Fantasie & fantasieloosheid, Mooi

Even zomaar wat informatie over een jonge Engelse vrouw die jij en ik niet kennen, maar met wie wij dankzij internet toch maar mooi kennis kunnen maken. Maddie Chambers is moeder van een tweeling, die behalve aan haar huishouden haar handen vol heeft aan vele hobby’s, zoals gitaar spelen, kickboksen, haar honden uitlaten, lezen, films kijken. Welnu, toen deze Maddie tien jaar oud was, las zij voor het eerst The Hobbit, het sprookje van J.R.R. Tolkien dat voorafging aan diens Lord of the Rings. Ze was er meteen aan verknocht. Toen zij studeerde besloot ze – voor een vak dat, heel poëtisch, ‘the importance of play’ heet – een schaalmodel te bouwen van Bag End, het hobbithuis waarin de beide genoemde Tolkien-avonturen aanvingen. Dat studieproject liep uit de hand; na de buitenkant ging zij door met het interieur, dat zij met bewonderenswaardige precisie tot in de priegelige details nabouwde. Inmiddels is de miniatuur praktisch voltooid, en is zij verder gegaan met The Prancing Pony, een kroeg in Midden-Aarde.

Nou ja, haar hele verhaal plus een reeks prachtige foto’s van dit monnikenwerkje is op haar weblog te vinden. Het is, voor de liefhebber van deze verhalen, zeer de moeite van het bezoeken waard – zeker nu blijkt dat de langverwachte verfilming van The Hobbit op nog lossere schroeven is komen te staan met het vertrek van regisseur Guillermo del Torro. Wat een aanfluiting, wat een gepruts… En wat een veelzeggend feit dat Hollywood er met miljoenenbudgetten, immense decors en al het computertechnisch vernuft van de wereld niet in slaagt om te doen wat een eenvoudige Engelse huisvrouw wel eventjes doet, tussen de bedrijven van haar drukke bestaan door: het liefdevol tot leven wekken van de sprookjeswereld van The Hobbit.

Bang? Nog voor geen sikkepitje!

mei 1, 2010 in Fantasie & fantasieloosheid, Mooi

Bij een antiquariaat tikte ik vandaag een schitterend boekje op de kop: Verhalen uit de levens van God’s lieve heiligen. Uitgegeven door Van Munster te Amsterdam in 1925, “onder goedkeuring van den Keurraad voor Roomsche Jeugdlectuur”. Zoals de titel al wel aangeeft, is het een boekje met heiligenlevens, toegesneden op een jeugdig lezerspubliek. Al vanaf de openingszin was ik dol op dit boekje.

“Bang? Nog voor geen sikkepitje. Ze durfde alles: in bomen klimmen, slootje springen en veel meer nog.”

Dit gaat over St. Reinilda. Of wat te denken van St. Hubertus:

“Die was niks heilig in ‘t begin. O nee! ‘t Leek er niet op. Veel plezier maken kon hij en feest vieren en slapen en eten en vooral veel op jacht gaan.”

Ik moet de neiging onderdrukken om het hele boekje te citeren, want het staat vol met dergelijke heerlijke archaïsche frasen. Maar denk nu niet dat ik dit boekje heb gekocht om vanuit een moderne zelfgenoegzaamheid te gniffelen om zo veel ouderwetse stichtelijkheid en brave kneuterigheid. Ik vind dit oprecht mooi – geen kitsch of camp of wat dan ook.

Read the rest of this entry →

Een kleine theologie van de detective

februari 15, 2010 in Bedenksels, Fantasie & fantasieloosheid, Mooi

Laat ik de schokkende waarheid maar opbiechten: ik mag graag naar misdaadseries kijken op tv. Zo, dat is er uit — de onverwachte ontknoping, de boef ontmaskert zichzelf. Dit totnogtoe geheel in het verborgene uitgeleefde pleziertje verbaast mijzelf niet het minst. Want ik heb nooit een hoge dunk gehad van het hele detectivegenre. Wat bezielt me toch? Of, laat ik in stijl blijven: wat is toch mijn motief om me tot deze misdaad te verlagen?

Read the rest of this entry →