De bruiloft van Bomans

Afgelopen zondag besteedde het RKK-radioprogramma Wat blijft… aandacht aan Godfried Bomans (1913-1971). Heel fijn, want zijn jubileum (hij zou dit jaar honderd jaar zijn geworden) is wat verloren gegaan in al het jubileumgeweld (Verdi, Wagner, Kierkegaard, Couperus, Stravinsky’s Sacre du Printemps… ze vieren allemaal met iets meer bombarie hun eeuwfeest, anderhalve-eeuwfeest of twee-eeuwfeest). Pompende opera’s, woeste balletten en ernstige boeken vol spleen en weltschmerz kunnen wij waarderen. Maar Bomans excelleerde vooral als sprookjesverteller, en ons land is niet fijnzinnig genoeg om sprookjes op hun werkelijke waarde te schatten. Afijn, ik mocht in het genoemde radioprogramma een poging doen om uit te leggen waarom ook Bomans’ jubileum het herdenken waard is. Ik vind dat de makers er, mede door de prachtige historische audiofragmenten, echt iets moois van gemaakt hebben – maar luister en oordeel vooral zelf. Voor wie het interesseert wil ik nog iets meer vertellen over de ‘marginale Boman-plek’ waar het gesprek werd opgenomen, de kerk waar Bomans bijna getrouwd is (en ikzelf helemaal getrouwd ben).

Daar zit namelijk een hoogst merkwaardig verhaal achter, dat mij heeft geïnspireerd tot een hoofdstuk in mijn e-roman De honderdjarige. Er is – o schande – in boekvorm slechts één gedetailleerde biografie van Bomans verschenen, en die beslaat nog slechts zijn halve leven ook: het in 1982 verschenen boek Godfried. Het leven van de jonge Bomans, 1913-1945 door Michel van der Plas. Omdat ik als gezegd zelf trouwde in die kerk, werd mijn aandacht gewekt door een vrij terloopse passage op pagina 318 van dat boek:

“Midden in deze bewogen en onzekere periode [winter 1943-’44 – AdW] kondigen mevrouw de wed. mr. L. Verscheure-Zehe te Nijmegen en mevrouw de wed. mr. J. Bomans-Reynart te Heemstede aan dat hun dochter en zoon op zaterdag 15 april 1944 in het huwelijk hopen te treden (een eerder vastgestelde datum, 12 februari 1944, is inmiddels al ongeschikt bevonden, en de brief-annonce is een gecorrigeerde). Het huwelijk zal te 10.30 uur worden ingezegend in de parochiekerk van de H. Petrus Canisius aan het Keizer Karelplein te Nijmegen.”

De Petrus Canisiuskerk in de Molenstraat (links) en de Titus Brandsma Gedachteniskerk - voorheen Sint-Jozefkerk - aan het Keizer Karelplein in Nijmegen (rechts).
De Petrus Canisiuskerk in de Molenstraat (links) en de Titus Brandsma Gedachteniskerk – voorheen Sint-Jozefkerk – aan het Keizer Karelplein in Nijmegen (rechts).

Hoe zakelijk ook genoteerd, de hier beschreven feiten rammelen aan alle kanten. Allereerst is er de locatie van de kerk. De Canisiuskerk ligt helemaal niet aan het Keizer Karelplein, maar aan de Molenstraat, een paar honderd meter verderop. De kerk die aan het Keizer-Karelplein ligt heet vandaag de dag de Titus Brandsma Gedachteniskerk, maar destijds – de karmeliet Titus Brandsma, van wie Bomans overigens nog les heeft gehad, was toen immers nog maar net door de nazi’s vermoord – heette die nog de Sint-Jozefkerk. Dus ofwel Van der Plas vergiste zich in de naam van de kerk, ofwel in het adres van de kerk. Dat laatste lijkt me het waarschijnlijkst.

Maar wat nog vreemder is, zijn de genoemde data. Waar Van der Plas volkomen aan voorbij gaat, is het feit dat de binnenstad van Nijmegen op 22 februari 1944 volledig werd verwoest door geallieerde bombardementen. Ook de Canisiuskerk lag in puin – alleen het priesterkoor stond nog overeind. Op 12 februari had het huwelijk daar dus nog plaats kunnen vinden, maar op 15 april met geen mogelijkheid. De wederopbouw van de kerk ving pas na de oorlog aan. Toch zou er de 15e april getrouwd worden in de Canisiuskerk, zo meldt de biografie; althans, dat was tot op het allerlaatste moment de bedoeling. Alleen: vlak na de voltrekking van het burgerlijk huwelijk een dag eerder…

“…voelt Godfried zich overvallen door een verantwoordelijkheid waar hij innerlijk nog niet aan toe is. Hij durft de beslissende stap – voor katholieken geldt alleen het kerkelijk huwelijk als doorslaggevend – niet aan en trekt zich in extremis terug.” (Van der Plas, Godfried, p. 318-319)

De familie wordt door een pater op de hoogte gebracht. Niet alle vrienden worden echter tijdig bereikt: zo kon het gebeuren dat de jonge Paul Brand (de latere directeur van Uitgeverij Paul Brand) op 15 april – althans, volgens Van der Plas – gewoon naar Nijmegen afreisde.

“Hij betreedt tegen half elf argeloos de Petrus Canisiuskerk. Die is leeg. Hij ziet nog net hoe op het priesterkoor twee kaarsen worden gedoofd. Is hij te laat? Te vroeg? Hij begeeft zich naar de pastorie. Daar verneemt hij dat de Heilige Mis geen doorgang zal vinden.” (Idem, p. 319)

Molenstraatkerk in 1944
De Canisiuskerk na het bombardement van februari 1944. Hier kon in april ’44 dus onmogelijk getrouwd worden.

Een sfeervol beschreven scène (die, in wat gewijzigde vorm, ook mijn roman gehaald heeft), maar hij kan niet plaatsgevonden hebben. Niet op die datum tenminste, want dan had Brand zich een weg door de brokstukken moeten banen. Zou het tóch op 12 februari geweest zijn, tien dagen vóór het bombardement, zoals de annonce oorspronkelijk gemeld had? Maar hoe komt Van der Plas dan bij 15 april? Hoe kan het dat hij zulke joekels van bommenkraters over het hoofd heeft gezien?

Uiteindelijk zou Bomans ruim een jaar later alsnog kerkelijk in het huwelijk treden. Dat staat niet in deze biografie, maar in een ander boek over Bomans dat reeds tien jaar eerder, in 1972, onder redactie van Michel van der Plas tot stand kwam: Herinneringen aan Godfried Bomans. Dat boek begint met een beknopte biografische kalender, waarin ook al 14 april 1944 genoemd wordt als dag dat het burgerlijk huwelijk gesloten werd, en waarin vervolgens staat dat op 17 augustus 1945 het kerkelijk huwelijk werd gesloten in café De Bonte Os, dat als noodkerk was ingericht. Impliciet wordt daarin dus wél rekenschap gegeven van de bombardementen. De Bonte Os, in de oorlog een belangrijke ontmoetingsplaats van het verzet, ligt op een steenworp van de Canisiuskerk. De naam is nog steeds te lezen op de gevel, al is er inmiddels een pizzeria in het pand gevestigd.

Het verhaal van de bruiloft van Bomans is een historische puzzel, waarvan de stukjes net niet helemaal in elkaar passen. In De honderdjarige ben ik daarom tamelijk vrij omgesprongen met de feiten. De waarheid van de datum heb ik in het midden gelaten – of beter gezegd: midden tussen de twee in de biografie genoemde data geplaatst, en wel op 22 februari 1944. Juist, op de dag van het bombardement zelf. Dat geeft natuurlijk een dramatische lading aan het op de valreep niet doorgaan van het huwelijk. Is het daarom ook ongeloofwaardig? Nou, dat is het gekke: toen ik het schreef ontdekte ik dat de puzzelstukjes zo verrassend goed in elkaar vielen. Ik heb gespeeld met de data en enkele feiten, maar de bouwstenen als zodanig zijn tot in de kleinste details feitelijk. De koudwatervrees van Bomans. De in de biografie niet bij naam genoemde pater die de familie inlicht is in mijn verhaal een jezuïet die echt bestaan heeft, en met wie Bomans inderdaad een hechte band had. De bombardementen, de verwoesting van de Canisiuskerk en het kleine, wrange eucharistische wonder daarbij: inderdaad meldt de geschiedschrijving dat de monstrans met de hostie nog ongeschonden op het altaar stond. De vriend die het bericht van het afgelaste huwelijk niet krijgt en daarom gewoon naar de kerk gaat – in mijn versie met fatale afloop, en met een andere vriend van Bomans als leidend voorwerp… maar die vriend is dan ookdaadwerkelijk tijdens het Nijmeegse bombardement om het leven gekomen. In mijn verhaal is er verder een uitvoering door Nijmeegse scholieren van het toneelstuk Bloed en liefde van Bomans: zelfs dat is historisch; precies op de dag van het bombardement vond die uitvoering inderdaad plaats. De school en bijbehorende kapel brandden inderdaad af, zij het niet tijdens de bombardementen zoals ik beweer, maar een halve eeuw later… Maar het is dan weer wél waar dat precies op die plaats vandaag de dag een nieuwe straat ligt: de Godfried-Bomansstraat…

Godfried Bomans
Godfried Bomans

Het verhaal zoals ik het verteld heb in De honderdjarige is grotesker dan de werkelijkheid, dat geef ik ogenblikkelijk toe. Maar in zekere zin ‘klopt’ alles veel beter dan in de ‘feitelijke’ biografie. Alles valt op een rare manier beter op z’n plaats, ook binnen het gehele levensverhaal van Bomans – dat in mijn versie van dergelijke bewuste verdichtingen aan elkaar hangt, zoals ik eerder al toegaf. Ik beroep me daarbij in alle bescheidenheid nogmaals op een waarheid, die ik van de meester zelf leerde:

“Ik meen dat een goede verteller een nieuwe waarheid schept, waarnaast de feitelijke toedracht tot de grootte van een erwt verschrompelt.” (Godfried Bomans, De man met de witte das, 1971)

1 gedachte over “De bruiloft van Bomans

  1. Pingback:De 10 mooiste stukjes die jij niet gelezen hebt in 2013 | Anton de Wit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *