De geest van virtuele vriendschap

webcam1webcam2weblog3

weblog4weblog5webcam7

Ik ben te vinden op Hyves, op MySpace, op LinkedIn, op Facebook, op Twitter, en misschien nog wel op een aantal andere sociale netwerksites waarvan ik het bestaan en/of mijn wachtwoord vergeten ben. Daarnaast heb ik MSN op mijn computer, maar dat gebruik ik zelden tot nooit, en sinds kort ook Skype – dat had ik toevallig voor mijn werk nodig, maar ik vermoed dat ik dat verder ook niet vaak gebruiken zal. Verbetert dit alles de kwaliteit van mijn leven? Nou en of! En de wetenschap kan dat van ganser harte beamen…

Binnenkort promoveert communicatiewetenschapper Marjolijn Antheunis aan de UvA op een onderzoek naar online en offline vriendschappen. Ze heeft vooral de dynamiek van vriendschappen via Hyves onderzocht. Ik vind de resultaten van het onderzoek, voor zover die nu in de berichtgeving gepresenteerd worden, erg boeiend.

In elk geval logenstraft het onderzoek een al te gemakkelijk pessimisme – laat ik die visie als volgt samenvatten: dergelijke netwerksites bevorderen slechts narcisme, escapisme en schaamteloos exhibitionisme, en corrumperen daarmee de mogelijkheid om echte vriendschappen aan te gaan. Het voelde heerlijk om die zin neer te pennen – niets is immers zo plezierig en stimulerend als pessimisme – maar het is dus niet waar. Als Antheunis gelijk heeft – en mijn intuïtie en gezonde verstand zeggen dat zij best wel eens gelijk kan hebben – dan maakt het voor de kwaliteit van een vriendschap niets uit of die online of offline begonnen is, en kan die online variant zelfs een stimulans zijn om elkaar op een fundamenteler niveau te leren kennen.

Het is ook zo, ik merk het zelf ook: zelfs over vrienden die ik al jaren ken leer ik telkens wat nieuws als ik hun Hyves-profiel bekijk; al is het maar dat ze graag boterhammen met pindakaas en chocoladepasta eten, of dat ze Titanic stiekem best een goede film vinden.  Zo leer je nog eens wat. De communicatie via internet is kortom directer, je komt meteen veel fundamentelere zaken te weten. Je kunt jarenlang een collega op je werk hebben met wie je dagelijks praat, en met wie je het prima kunt vinden, zonder dat jullie van elkaar weten dat jullie eigenlijk Titanic stiekem een goede film vinden. (Nogal wiedes, zoiets hou je liever voor je.) Via Hyves kom je er zo achter.

Maar wat het onderzoek ook laat zien, is dat louter virtuele vriendschappen niet standhouden. Ik citeer uit een van de gelinkte artikelen:

Puur virtuele vriendschappen, die er trouwens maar heel weinig zijn, worden makkelijker afgebroken of verwaarloosd. Online voelen mensen zich vrijer om te doen wat ze voelen, en spelen fatsoensnormen een kleinere rol.

Je zou kunnen zeggen: mensen zijn op internet eerlijker. Als jij iemand die je alleen via internet kent eigenlijk maar een saaie drol vindt, zal je die persoon makkelijker laten vallen dan wanneer je die persoon ook in levende lijve kent, en je dus door conventies en goed fatsoen verplicht wordt om het toch met die saaie drol uit te houden. Persoonlijk vind ik ‘eerlijker’ dan trouwens niet het juiste woord. Want je kunt je afvragen of die conventies en dat fatsoen niet juist veel eerlijker zijn, of in elk geval rechtvaardiger, omdat zij ervoor zorgen dat je die persoon die jij toevallig niet zo mag toch correct blijft behandelen. Beter zou het dus zijn te zeggen: mensen voelen zich op internet ongebondener, tot minder verplicht, minder verantwoordelijk. Zo bezien rechtvaardigt dit onderzoek dus toch wel een milde vorm van pessimisme.

Maar ik ontwaar nog een diepzinniger punt in deze observatie. Zoals gezegd kunnen online vriendschappen juist een verdieping van de vriendschap veroorzaken. Je leert immers meteen dingen van iemand die je in het normale sociale verkeer niet zo snel zou leren. Je komt eerder to the point, je laat paradoxaal genoeg achter die digitale façade van de virtuele wereld makkelijker de façades die je in het werkelijke leven hebt opgetrokken vallen. Maar, en nu komt het diepzinnigere punt: blijkbaar heeft dat diepere, zogenaamd eerlijkere contact in een virtuele omgeving geen enkele stabiliteit of duurzaamheid of blijvende betekenis, wanneer dat contact niet óók een vervolg krijgt in de fysieke wereld. In zekere zin ontmaskert dit onderzoek het idee van wat wel de ‘platoonse vriendschap’ genoemd wordt – en waarvan de virtuele vriendschap theoretisch gezien het summum zou zijn – als een onhoudbaar waanidee. Door technologie bemiddeld contact streeft altijd naar onbemiddeld, onmiddelijk contact. Het louter geestelijke kan niet bestaan zonder het materiële. Het woord wil vlees worden. Concreet: je hebt er geen klap aan om te weten dat die collega net als jij stiekem van Titanic houdt, als je niet ook een keertje samen Titanic gaat kijken, thuis op de bank, met een grote bak chips.

Tot slot nog iets dat me opviel. Nogmaals een citaat:

Daarbij [bij het verdiepen van virtuele contact, AdW] maakt het niet uit of mensen elkaar kunnen zien via een webcam. Dat is opmerkelijk, want de meeste wetenschappers menen dat het juist wél veel uitmaakt of je iemand ziet.

Met in het achterhoofd wat ik eerder zei over bemiddeling en onmiddelijkheid is het natuurlijk helemaal niet zo opmerkelijk. Die zichtbaarheid vergroot alleen maar het bewustzijn dat het contact bemiddeld is. De bedrijven die webcams verkopen proberen dat feit overigens op slinkse wijze te verdoezelen. Want wat zie je steevast op de dozen waarin die webcams verpakt zijn? Blije gezichten die elkaar recht aankijken, alsof het beeldscherm van de pc niet meer dan een glasplaat is. In werkelijkheid staat die webcam natuurlijk iets boven of naast je beeldscherm. Waardoor je het effect krijgt dat ik op de screenshots boven dit stukje heb vastgelegd: die ander kijkt jou niet recht aan, maar kijkt iets omlaag, naar zijn beeldscherm, waar hij jou ook omlaag ziet kijken naar je beeldscherm. Een webcam maakt dus dat je elkaar alleen maar kunt zien door elkaar niet recht in de ogen te kijken. Een tamelijk eenzame aangelegenheid.

Cammen, chatten, krabbelen – het is leuk, en het kan vriendschappen verdiepen. Maar ze zullen nooit een substituut zijn van daadwerkelijk samen zijn, samen een film kijken, samen een boterham met pindakaas en chocoladepasta eten, bijkletsen in de kroeg, elkaar in de ogen kijken.

4 gedachten over “De geest van virtuele vriendschap

  1. Volgens mij kan skype onze telefoonkosten omlaag brengen…kreeg net weer een rekening. Maar je kent het spreekwoord: een vriend is pas een vriend als de KPN er aan verdient 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *