De Gulden Spieghel


Iedereen kent vast het verhaal van het schip ‘de Gulden Spieghel’. Ik weet dat het echt gebeurd is, en dat het niet eens zo lang geleden was – maar hoe ik dat weet, dat weet ik niet. De Gulden Spieghel was een kloeke driemaster, naar historisch voorbeeld gebouwd, maar afgewerkt met de modernste technologieën op het gebied van navigatie. Om haar maritieme superioriteit te tonen, zou de Gulden Spieghel de hele wereld rondvaren. Een team van 13 uiterst kundige en ervaren zeelui zou die klus gaan klaren. Een uitzinnige menigte en de huilende vrouwen van de zeelui zwaaiden het schip uit in Den Helder, op een koude februariochtend.

Op haar zeereis maakten de Gulden Spieghel en haar bemanning allerlei spannende dingen mee, maar het ontbreekt mij aan tijd en ruimte om daar nu over te verhalen. Bovendien vallen die avonturen enigszins in het niet bij de gebeurtenissen in die beruchte, stormachtige nacht van 4 april. De wind brulde en de zwarte golven torenden dreigend boven de toch zeker niet kleine masten uit. IJverig maar vol goede moed – want ze wisten zeker dat de Gulden Spieghel tegen dergelijk noodweer bestand was – waren de mannen in touw om het schip op koers te houden. Maar toen sloeg het noodlot toe: net toen de kapitein het dek inspecteerde, beukte er een grote golf recht tegen de stoere voorsteven van het schip. De kapitein knikkerde van het dek af in de donkere oceaan, en nog voor zijn bemanning hem een reddingsboei kon toewerpen, werd hij opgesmikkeld door een haai.

Maar het ergste moest nog komen. Nota bene toen de storm net leek te gaan liggen, gebeurde er iets waar niemand op gerekend had. Van het plafond van de waterdicht afgesloten machinekamer viel een druppel naar beneden. Een druppel regen, condens of zeewater – wie zal het zeggen? Het doet er ook niet zo toe. De druppel viel precies op de manshoge batterij die de hypermoderne navigatieapparatuur draaiende hield. Pets! Kortsluiting maakte een voortijdig einde aan  de verwachte levensduur van dit kekke snufje.

De Gulden Spieghel zelf had de storm opmerkelijk goed overleefd. Maar de kapitein was dood, en het navigatiesysteem ook. Verslagen zaten de overgebleven zeelui bij het ochtendgloren in het ruim. Alleen de techneut van het gezelschap was nog in de machinekamer, driftig op zoek naar een oplossing voor het technisch falen. Hij kon het mankement bevatten noch accepteren, en er wordt gefluisterd dat hij op die ochtend zijn verstand verloor.

De overige bemanningsleden verkeerden in een niet veel betere toestand. Al snel begonnen zij te kibbelen over van alles, maar vooral over wie nu kapitein zou worden en hoe zij de Gulden Spieghel op koers konden houden. Wat dat laatste betreft, ontstonden al snel twee kampen. De storm was weliswaar gaan liggen, zo moet je weten, maar de zee was nog altijd onrustig en de golven hoog, waardoor het schip hevig heen en weer deinde. Eén deel van de zeelui kwam daardoor tot de stellige conclusie, dat zij allemaal aan de bakboordzijde van het schip moesten zitten, opdat zij niet zouden kapseizen. Het andere deel kwam evenwel tot de niet minder stellige conclusie, dat zij allen aan de stuurboordzijde moesten gaan zitten.

Daar bleef het niet bij. In de twee kampen ontstond ook onderlinge verdeeldheid over hoe ver men dan precies naar stuurboord of bakboord moest gaan zitten. Die vond dat die niet bakboord genoeg zat, die vond weer dat die veel te ver stuurboord zat. Iedereen schreeuwde door elkaar, niemand kon een ander verstaan – wat op zich niet zo erg was, want niemand was toch van zins naar een ander te luisteren. Toen ook nog eens de vraag opgeworpen werd wie de kapiteinspet mocht gaan dragen, was de chaos compleet. Er brak nog net geen vechtpartij uit; maar ook alleen maar omdat niemand durfde op te staan en verder naar stuurboord of bakboord te lopen dan hij wilde. In plaats van fysiek te matten, verloor men zich toen in verbaal geweld. Allerlei twijfelachtige beschuldigingen vlogen heen en weer door het ruim: die zou het met de vrouw van die gedaan hebben, die zou eens in de tuin van die gepoept hebben, die was een alcoholist, die een kattenvergiftiger, die een singer-songwriter, en weer een ander zou heimelijke sympathieën hebben met lieden die veel verder stuurboord zaten dan hijzelf.

Eén van de mannen echter hield zich afzijdig. Hij heette ongetwijfeld Jan of Piet, maar hij werd door iedereen ‘de Stille’ genoemd, omdat hij bijna nooit wat zei. De Stille was niet de jongste en niet de oudste van het stel, niet de meest ervaren zeeman, maar ook niet de minst ervarene, niet de slimste en niet de domste. Toen hij plots begon te spreken met zachte stem, verstomde prompt het gekrakeel – niet omdat iemand bijster benieuwd was wat de Stille in te brengen had, maar vooral omdat zij verbaasd waren over het feit dat de Stille überhaupt kon praten.

“Ik denk dat dit alles onzinnig is”, zei de Stille kalm maar zelfverzekerd. “We kunnen de Gulden Spieghel niet besturen door stuurboord of bakboord te gaan zitten.”

“Heb jij een beter plan dan?”, vroeg iemand met nauwelijks verholen hoon in de stem.

“Ik denk het wel. We moeten dit bedompte ruim uit, naar het dek. En als de nacht straks valt, moeten we naar boven kijken, naar de sterren. Vroeger navigeerden zeelieden ook zo, weet je.”

Sommigen begonnen hard te lachen, anderen werden boos. “Wat hopeloos ouderwets!”, briesten zij. En toen sneerde iemand: “Ha! Naar de sterren kijken? En dan op het eerste de beste koraalrif vastlopen zeker?” En toen moest iedereen hard lachen, en de snerende zeeman werd onder luid gejuich en gejoel tot nieuwe kapitein benoemd. Maar al snel brak er weer ruzie uit over de vraag of diegene die in de ander z’n tuin had gepoept, zijn billen wel had afgeveegd. En de Stille? Die verliet stilletjes het ruim, maar niemand weet waar hij heen ging – laten we hopen dat hij zijn weg naar de stuurhut gevonden heeft, en zijn blik op de sterren boven en de koralen voor hem heeft gericht.

Wat er daarna precies met de Gulden Spieghel gebeurd is, weet vast niemand. Ik althans weet het niet – en waarom ik het niet weet, dat weet ik niet.

7 gedachten over “De Gulden Spieghel

  1. Pingback:Tweets die vermelden De Gulden Spieghel | Anton de Wit -- Topsy.com

  2. Beste Anton,

    Blijven of vertrekken is een bijna eeuwig dilemma. Er zijn mensen die blijven en beter konden vertrekken en er zijn mensen die zijn gegaan en die beter konden blijven. We zien het op alle maatschappelijke en ook kerkelijke terreinen. Jezus gaf aan dat je het stof van je voeten moest schudden als men niet wil luisteren. De H. Benedictus vertrok uit het klooster toen zij hem de gifbeker aanreikte. Mozes is gebleven als middelaar voor het volk maar hij heeft het wel geweten. De tekst van Jeremia (Jer. 20,9)geeft precies aan waar ik en zovelen mee bezig zijn in de katholieke kerk: ” Soms denk ik: Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in zijn Naam. Maar dan laait er een vuur op in mijn hart, het brand in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden maar het lukt niet”.Laten we hopen dat de stille de juiste keus maakte, want ook hij zal voor het dilemma hebben gestaan.

  3. Pingback:Tweets die vermelden De Gulden Spieghel | Anton de Wit -- Topsy.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *