De GVR: 3 betekenisvolle verschillen tussen boek en film

Ik bewaar bijzondere herinneringen aan het lezen van De GVR van Roald Dahl. Het was het eerste echte leesboek dat ik als kind – op een druilerige zomermiddag, een jaar of dertig geleden – in één ruk uitlas. Een prestatie waar ik, dat herinner ik mij levendig, best trots op was. Maar ik herinner mij ook nog goed waarom ik het verslond. Het verhaal sprankelde. Het tintelde en bruiste als fropskottel. Dergelijke speelse neologismen van de titelheld waren daar voor een belangrijk deel debet aan. Snoskommer, mensbaksel, flitspopper. Het wekte bij mij een bestendige liefde op voor de taal, voor sprookjes en fantastische vertellingen.

Vol verwachting bezocht ik daarom laatst, wederom op een druilerige zomermiddag, de verfilming van deze klassieker door Steven Spielberg. Ik werd niet teleurgesteld; ik vond het een even sprankelende film, speels en geestig, gemaakt met zichtbare liefde voor het oorspronkelijke verhaal en de iconische illustraties van Quentin Blake. Nog dezelfde avond herlas ik het boek, en zag mijn vermoeden bevestigd dat de verfilming inderdaad opvallend trouw is aan het boek. Toch vielen mij, in de grote lijnen, drie verschillen op, die misschien wel significanter zijn dan zij op het eerste gezicht lijken…

 (Ten overvloede: bevat spoilers. Maar hé, dat doet het boek ook.)

1. De afwezigheid van een morele spiegel

Hoe eigentijds-tegendraads de verhalen van Roald Dahl ook zijn, ze zijn in de regel ook klassiek sprookjesachtig in die zin dat ze schaamteloos moralistisch zijn. De moraal van het verhaal wordt nog nét niet zo dik aangezet als in bijvoorbeeld De Sprookjes van Moeder de Gans, waarin de wijze les aan het einde van elk verhaal in een aparte alinea wordt uitgespeld. Toch is Dahl vaak met een vilein genoegen heel expliciet over de achterliggende boodschap. Het duidelijkste is dat wellicht in dat andere beroemde verhaal, Sjakie en de Chocoladefabriek, waarin de aanklachten tegen vraatzucht, verwendheid en hebzucht in sardonische rijmen door de Oempa Loempa’s uitgezongen worden.

Scène uit The BFG: De Grote Vriendelijke Reus, met de nog grotere, minder vriendelijke reuzen.
Scène uit The BFG: De Grote Vriendelijke Reus, met de nog grotere, minder vriendelijke reuzen.

Maar ook in De GVR zit een dergelijke, niet mis te verstane boodschap. Althans, in het boek. De andere reuzen zijn afgrijselijke, kinderetende monsters – hun namen spreken boekdelen: de Bloedbottelaar, de Schrokschranzer, de Meisjesstamper, enzovoort. Dit tot afgrijzen van de Grote Vriendelijke Reus. Toch, als Sofie zich beklaagt over hun bruutheid, houdt Dahl de lezer bij monde van de goedmoedige reus een spiegel voor; de mensen zijn nog vele malen gewelddadiger, ze bekogelen elkaar met bommen, moorden elkaar uit – en dat doen de reuzen niet, die meppen elkaar alleen maar in elkaar. En dat de reuzen mensen eten – ach, de mensen eten toch ook andere soorten?

Deze morele spiegel ontbrak volledig in de film (of ik was net even popcorn halen, maar dan zat het er toch in elk geval niet heel duidelijk in). Waarom? Vinden we dergelijk moralisme ouderwets? Of willen we het gewoon niet weten?

“Mensbaksels is allemaal niksweters en blufpiepers”, om met de GVR te spreken.

2. De aanwezigheid van psychologische verklaarzucht

Van spiegels zijn moderne mensbaksels niet gediend, maar van de spiegelogie des te meer. Psychologiseren is het nieuwe moraliseren. De vertelkracht van Dahl bestond er nu net in, dat hij volkomen wars was van zulke obligate verklaringen van het gedrag van zijn personages – ook in dat opzicht is hij klassiek, want ook de sprookjes van vóór Freud en Jung hebben lak aan zulke navelstaarderij. Het is volmaakt oninteressant om te weten waarom meneer en mevrouw Griezel elkaar het leven zuur maken, voor de genialiteit van het boek De Griezels (één van mijn andere Dahl-favorieten) is het voldoende te weten dat (en hoe) ze elkaar het leven zuur maken.

Sofie - met psychologisch significant rood jasje - en de GVR.
Sofie – met psychologisch significant rood jasje – en de GVR.

Voor ‘Hollywood’ – om het even te generaliseren – is dat blijkbaar niet voldoende. Bij de laatste Sjakie-verfilming, die met een tenenkrommende Johnny Depp, was dat ook al een grote domper. Willy Wonka moest daarin plots een getroebleerde jeugd hebben, als zoon van een grimmige tandarts, om zijn merkwaardige gedrag te kunnen verklaren. Ook De GVR lijdt aan zulke nodeloze verklaarzucht. Veelzeggend is het al meteen in het begin, dat Sofie niet gewoon toevallig wakker is op een nacht, zoals in het boek, maar dat we haar de zelfdiagnose van insomnia horen stellen. En dan is er nog een slecht uitgewerkte, en welbeschouwd volmaakt overbodige verhaallijn over een jongetje dat de GVR eerder niet had kunnen redden van de andere reuzen, wat dan zijn toch evidente bezorgdheid om Sofie moet verklaren.

Wat is dat toch, anders dan makkelijke filmopvulling en sentimenteel effectbejag? Ik houd het op een vermoeiende moderne scepsis, die niet kan accepteren zonder te rationaliseren, en ons er zo van weerhoudt om kinderlijk onbevangen van een verhaal te genieten.

3. Het andere einde

Hoewel het stramien in grove lijnen hetzelfde blijft, zijn er enkele in het oog springende verschillen aan het einde van het verhaal. In het boek worden de gevangengenomen reuzen terug naar Engeland gebracht, en daar in een diepe kuil gevangengezet. Sofie en de GVR krijgen ieder een huis naast het paleis van de koningin. In de film worden de reuzen gedumpt op een klein onbewoond eiland ver van de beschaafde wereld. Sofie gaat bij de koningin wonen, maar de GVR gaat terug naar zijn huis in Reuzenland.

De GVR op bezoek in Buckingham Palace.
De GVR op bezoek in Buckingham Palace.

Ik vind in dit geval de filmversie niet per se slechter dan de boekversie, misschien zelfs beter. In zekere zin is de film ‘geloofwaardiger’ – voor zover je bij een fantasieverhaal kunt spreken van geloofwaardig, en voor zover je dat ook moet willen. Ook die eis van geloofwaardigheid is een vorm van moderne scepsis. Toch: mij trof het filmeinde als fraaier, subtieler, tegenover het meer robuuste boekeinde. Bij herlezing stoorde me daarin namelijk iets, waar ik me als kind overigens niet aan had gestoord: namelijk dat de GVR in feite wordt gedomesticeerd; hij krijgt een keurig huisje in Londen, wordt schrijver, en wat nog het ergste is: hij krijgt taalles waardoor hij zijn wonderlijke koldertaal afleert. Maar dan is hij toch de GVR niet meer, die krompratende dromenblazer uit een mysterieus nergensland? In de film blijft de mythe wél in stand…

Maar er is een andere manier om ernaar te kijken, zo besefte ik wat later. Het verschil van het einde is niets meer of minder dan de consequentie van die twee andere verschillen die ik noemde. Dat de slechte reuzen in het boek in een kuil midden in de bewoonde wereld worden gesmeten, is ook een bevestiging van de morele lading. Anders dan in de film blijven de mensen met die monsters, die hen als gezegd een spiegel voorhouden, geconfronteerd worden. Of nog anders gezegd: het kwaad wordt niet buiten ons geplaatst, maar onder ons.

En dan verdient ook het goede een plekje midden onder ons. Niet als mythe ergens ver weg, niet als abstract psychologisch fenomeen. Maar concreet en nabij, als de Grote Vriendelijke Reus…

Print Friendly
2

Wat denk jij ervan?

Loading Facebook Comments ...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>