De honderdjarige Bomans

Vandaag – 2 maart 2013 – viert de beroemde schrijver Godfried Bomans zijn honderdste verjaardag. Dat doet hij in alle stilte, teruggetrokken in een klooster in Italië. Dat weet ik, want ik was er bij: je kunt er alles over lezen in mijn nieuwe boek, De honderdjarige

De ‘ware’ Godfried Bomans leer je slechts kennen door de fabels heen. De fabels die anderen over hem vertellen allereerst; er is al veel over de in 1971 overleden schrijver geschreven, maar gek genoeg nog niet één volledige en feitelijke biografie. Zijn vriend en collega Michel van der Plas schreef tien jaar na Bomans’ dood een halve biografie, slechts over zijn jonge jaren, en die bevat nog aantoonbare onjuistheden en hiaten ook. Gé Vaartjes liet twintig jaar daarna weten nog eens een poging te wagen, maar sindsdien is er van zijn voorgenomen Bomans-biografie nooit meer wat van vernomen. We hebben het te doen met gekleurde essays, literaire afrekeningen, halve hagiografieën, internetvergaarbakken met eindeloze weetjes. Bomans, intussen, blijft in nevelen gehuld.

godfriedbomansDat is niet in de laatste plaats aan Bomans zelf te wijten: want zelf heeft hij ook de nodige fabels over zijn leven en persoon verspreid. Hij vertelde de meest wonderlijke verhalen, vaak tegenstrijdig, altijd kostelijk, en het meeste waarschijnlijk onwaar. Zijn neiging tot fabuleren was een karaktertrek die hij van zijn vader had geërfd, met wie hij een moeizame verhouding had, waarschijnlijk precies omdat hij zo veel op hem leek. In De man met de witte das beschreef Godfried Bomans die trek van zijn vader (en dus ook van zichzelf) in rake bewoording. Zijn zulke fabels ‘leugens’? Technisch gezien wel, erkent Bomans, maar: “Ik meen echter dat een goede verteller een nieuwe waarheid schept, waarnaast de feitelijke toedracht tot de grootte van een erwt verschrompelt.” Iemand die tegen de verteller zegt: “zo is het niet gebeurd”, heeft gelijk, spreekt ook de waarheid. “Maar de waarheid van de een ligt op een hoger niveau dan de waarheid van de ander en wie van fantaseren spreekt, miskent die hiërarchie”, aldus Bomans.

Zelf werd ik gegrepen door het mysterie Bomans, toen ik het boek In de kou ontdekte. Ik kende en waardeerde zijn werk al wel, maar dit boek was wat mij betreft van een andere orde. In de kou (1969) is een diepgravend tweegesprek tussen Bomans en Michel van der Plas over de kerkelijke actualiteit van die dagen. Hun analyses waren verhelderend en ontnuchterend, maar toch maar weinig hoopgevend. Kort gezegd: de paternalistische Kerk van vroeger bestaat niet meer, en dat is maar goed ook, maar de Kerk die we er na het Concilie voor in de plaats hebben gekregen weet ons ook niet te inspireren.

Al lezend voelde ik me door de auteurs werkelijk in de kou gezet. En bemerkte bij mezelf tevens de merkwaardige neiging om hen in de rede te vallen, tegen te spreken, soms ook bij te vallen – kortom, om het gesprek dat die twee katholieke schrijvers daar voerden voort te zetten. Met Bomans was dat uiteraard onmogelijk, maar ik wist dat Van der Plas nog leefde. Ik besloot hem een brief te schrijven met het verzoek hem te interviewen. Tot op heden heb ik geen reactie van hem ontvangen.

Na enige weken groeide bij mij echter een nieuw stoutmoedig plan: waarom zou ik niet tóch gewoon Bomans interviewen? Het feit dat hij al dik veertig jaar dood is, zag ik als een hinderlijke maar niet onoverkomelijke bijkomstigheid. Bomans zelf was ook een kei in het uit de duim zuigen van vraaggesprekken; beroemd is zijn hilarische interview met een honderdjarige (“’Is vader thuis?’, vroeg ik aan het oude mannetje dat opendeed.”). Nu Bomans zelf honderd jaar wordt, achtte ik het de hoogste tijd om zelf als junior-verslaggever bij hem op bezoek te gaan.

Over welke vorm mijn project zou krijgen – een artikel? een boek? – maakt ik me toen nog niet druk. Ik begon, zoals ieder interview, met een grondige voorbereiding. Ik las en herlas veel van en over Bomans, steeds met de vragen in het achterhoofd die In de kou bij mij hadden opgeroepen: Vanwaar toch die ambivalentie over het geloof bij Bomans? Wat is zijn echte religieuze inspiratie? Wat drijft hem, wie is hij nu echt, en wat heeft hij ons nog te vertellen vandaag? Wat zou hij mij antwoorden als ik hem vroeg hoe hij tegen kerkelijke en maatschappelijke problemen anno nu aankijkt?

Door alle fabels heen – fabels van hem, fabels over hem – leerde ik gaandeweg een heel andere Bomans kennen. Niet enkel de geestige verteller, de woordkunstenaar, de grappenmaker, maar ook de filosoof, de theoloog en zelfs de mysticus Bomans. Als twintiger was hij een tijdlang vast van plan om kloosterling te worden (ook iets dat in de familie zat; een broer en een zus van Godfried zijn daadwerkelijk ingetreden). Het gaf mij alvast een literair vertrekpunt; wat nu als Bomans niet gestorven is in ’71, maar in werkelijkheid zijn dood in scène zette om zich terug te trekken in het klooster waar hij destijds al wilde intreden, de Italiaanse benedictijner abdij van Monte Oliveto Maggiore? Wat nu als ik hem daar bij toeval ontmoette en lange gesprekken met hem voerde?

De honderdjarigeGaandeweg ontdekte ik, dat ik bezig was een roman te schrijven – voor het eerst; ik schrijf doorgaans uitsluitend non-fictie. Het gekke was: hoe meer ik fabuleerde over Bomans, hoe meer de dingen op hun plek begonnen te vallen. Zijn levenslange geworstel met het geloof, zijn getob over al zijn levenskeuzes (zijn schrijverschap, zijn huwelijk), zijn relatie met zijn vader; alles viel naadloos in elkaar. Ik heb gebeurtenissen verzonnen, welbewust een loopje genomen met historische gegevens, me laten meevoeren op de golfslag van mijn verbeelding. Maar nu het boek af is moet ik concluderen: ik heb Godfried Bomans echt ontmoet, ik heb de honderdjarige daadwerkelijk geïnterviewd.

Een fabel? Jazeker. Ik vermoed niet dat veel mensen me zullen geloven. Bomans-dwepers zullen er de neus voor ophalen, kenners zullen me tegenspreken. Een uitgeverij die aanvankelijk geïnteresseerd was in de roman, haakte op het laatste moment af. Te grillig, te grotesk. Te ongeloofwaardig. Het zij zo. Ik geef het verhaal nu maar zelf uit, voorlopig slechts als e-book, via mijn site. Titel: De honderdjarige. Is het waar gebeurd? Nee, maar zo zeg ik met Bomans: daarom niet minder waar.

Meer informatie en bestellen: http://www.antondewit.nl/downloads/de-honderdjarige/

1 gedachte over “De honderdjarige Bomans

Laat een reactie achter op Michiel van Hout Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *