De humor van religie

Pasen is een vrolijk feest. Na de strenge soberheid van de vastenperiode, na de noodlottige ernst van de goede week, mag je gerust over een ontlading spreken. De Heer is waarlijk opgestaan… wie de diepte van die woorden wil begrijpen moet bovenal de grap er van inzien. Wij hebben onszelf en onze naaste geketend met de zwaarste metalen ketenen, met vervaarlijk en complex ogende hangsloten, en we hebben de sleutel met een pathetisch gebaar ingeslikt. En daar komt een simpele man uit een of ander joods gehucht, die zonder vals pathos of ceremonieel vertoon uit die ketenen stapt, omdat de sloten al die tijd los bleken te zitten. Het is om je te bescheuren. The joke is weliswaar on us, zo leert het Paasverhaal ons, maar het is toch een goede grap, en we mogen schuddebuiken van het lachen.

Ik heb dat dan ook volop gedaan de afgelopen twee paasdagen. We hebben vrienden op bezoek gehad, met z’n allen gegeten aan een rijk gedekte tafel, goede flessen wijn ontkurkt, we hebben geproost en gelachen. Tweede Paasdag brachten we door in Museumpark Orientalis (voorheen het Bijbels Openluchtmuseum), waar ons nog meer vrolijkheid beloofd werd: de tentoonstelling Religie & Humor, Nederland anno 2009.

Het bleek, helaas, een domper op de feestvreugde. Wat een ongeïnspireerde en gemakzuchtige expositie, zeg! Een allegaartje van gerecyclede krantencartoons, uitgekauwde pastoorsmoppen en beeldfragmenten van cabaretiers die zich vrolijk maken over de gekkigheden van joden, christenen en moslims. Het ontbreekt de samenstellers van deze tentoonstelling volstrekt aan een visie op de werkelijke relatie tussen religie en humor. Het blijft steken op het niveau van de dominee en de rabbijn die samen een bar binnenlopen. Een gemiste kans in een openluchtmuseum dat überhaupt van gemiste kansen aan elkaar hangt.

Het doel van deze expositie is, denk ik, het gespannen religiedebat wat verluchtigen, en laten zien dat je met en om religieuze mensen van alle gezindten prima kunt lachen en ze desalniettemin in hun waarde kunt laten. Of zoiets. Op zichzelf is dit uitgangspunt al helemaal niet humoristisch. Het is zo humorloos als de nerveuze lach van iemand die het niet aankan wanneer de spanning te snijden is. Maar dan nog: het mist ook het genoemde doel. Allereerst omdat het een debat relativeren wil dat al lijdt aan een teveel aan relativeringen. Een debat waarin simpele karikaturen het probleem vormen maak je niet minder gespannen door nog meer karikaturen te tonen. Een debat dat vooral via cartoons en slogans gevoerd wordt, relativeer je niet met nog meer cartoons en slogans.

Een tweede reden waarom het doel niet bereikt wordt, is omdat de nadruk ligt op het lachen om andere mensen. We moeten toch een beetje om elkaar kunnen lachen, is de dominante boodschap. De zelfspot, het om jezelf kunnen lachen, is weliswaar niet geheel afwezig, maar lijkt toch van ondergeschikt belang. De expositie toont vooral grappen van christenen, joden en moslims over elkaar, en – in veruit de meeste gevallen – grappen van niet-gelovigen over christenen, joden en moslims.

Maar door te lachen om anderen komen wij het wezen van religie niet op het spoor, en sterker nog, we komen daardoor evenmin het wezen van humor op het spoor. Iemand uitlachen heeft sowieso niets met humor te maken. Want wat is humor eigenlijk? Ik vermoed dat het iets te maken heeft met het leggen van onvermoede verbanden, waarbij je ook jezelf steeds op het spel zet. Humor is niet lachen om hoe een aap er uitziet, maar om hoezeer die aap er als ons uitziet. The joke moet linksom of rechtsom on us zijn, wil het überhaupt een grap zijn. Humor verbindt dingen waaraan wij zelf ook verbonden zijn. En dan worden wij reeds herinnerd aan de herkomst van het woord religie, dat volgens een gangbare verklaring van re-ligare afstamt, ‘opnieuw verbinden’. Want wat is religie eigenlijk? Ik vermoed dat het iets te maken heeft met het leggen van onvermoede verbanden, waarbij je ook jezelf steeds op het spel zet…

De samenstellers van de expositie Religie & Humor hebben dus één grote grap over het hoofd gezien: dat humor een grondtrek van het werkelijk religieuze is, en dat humor zelf ook een onmiskenbare religieuze dimensie heeft. Wij hebben, om te voorkomen dat deze humorloze expositie de vrolijke vreugde van Pasen zou bederven, maar een nieuwe fles wijn ontkurkt, gegeten en gelachen met vrienden, en geproost op de heilige grappenmaker die zich bevrijd heeft van de ketenen van dodelijke ernst.

3 gedachten over “De humor van religie

  1. Het Christendom is bij uitstek de godsdienst (voor atheïsten: levensovertuiging) van de humor, of in ieder geval de paradox. Meer dan bijvoorbeeld het atheïsme (de eerste atheïst met zelfspot moet nog geboren worden). Je kan geen grappen maken in een seculier-wetenschappelijke wereld, want niets is meer grappig, want niets is meer heilig.

    Wat ik altijd een bijzonder grappige paradox heb gevonden van het Christendom, is het volgende. In vrijwel alle godsdienstige of levensbeschouwelijke tradities zijn profeten, zieners e.d. (voor atheïsten: ideologen) mensen van bijzonder grote statuur. Mohammed was bijv. een groot legerleider en Boeddha was een prins (en Dawkins een professor), alvorens zij de goddelijke vonk ontvingen (althans, zouden hebben ontvangen).

    Daarentegen werd Christus geboren in een kribbe in een stal. Als Hans Teeuwen of Pat Condell zoiets bedacht zou hebben, zou menig atheïst het beschouwen als een geniale blasfemische grap. Voor ons is het echter ook nog eens een dogma, dat onze Koning werd geboren in een Kribbe.

  2. Pingback:De religie van de humor « Geloof jij het?

  3. Pingback:Sint Gilbertus? « Geloof jij het?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *