De innerlijke weg van de treinreiziger

Het is een moderne geestelijke oefening, zo bar en zwaar als de zelftuchtiging van de oude asceten: zonder boek of mp3-speler of ander instrument van escapisme met de trein reizen. Gewoon, tweede klas. En dan ook niet wezenloos met je mobieltje gaan spelen, of een sudoku gaan maken in de Sp!ts. Nee, ga gewoon eens rechtop zitten, doe niets, probeer je aandacht bij je omgeving te houden. Kijk, luister. Ecce homo

Hoor de gesprekken eens aan. Die had dit gezegd tegen die. Zus had zo gedaan. En had je dat al gehoord van dinges?

Het materiële escapisme – iPod, gsm, krantje – heb je overwonnen. Maar vervolgens liggen er venijniger vormen van escapisme op de loer: vormen van geestelijk escapisme. Je vlucht van de akelige stilte in jezelf, van de verveling, door je aandacht op diverse wijzen te verstrooien. 

Drie cirkels van geestelijke verstrooiing heb je te doorlopen. In de eerste cirkel moet je je eigen nieuwsgierigheid bevechten. Je voyeurisme, je aandacht voor zaken die jouw aandacht niet behoeven. Je gaat met rode oortjes naar gesprekken luisteren die je niet aangaan. Tussen reizigers onderling, of – vaker nog – tussen een reiziger en zijn of haar mobiele telefoon. Natuurlijk, de gesprekken zijn vaak vermakelijk, smeuiig. Moeilijk te negeren ook. Maar wat brengen ze jou? Wat leren ze jou? Niets. Ze verstoren slechts je innerlijke kalmte.

Luister naar de gesprekken alsof je naar zachte muziek luistert. Of naar bezwerende poëzie. Die had dit gezegd tegen die. Zus had zo gedaan. En had je dat al gehoord van dinges?

Maar pas op, want vervolgens kom je gemakkelijk in de tweede cirkel van verstrooiing terecht, die een reactie is op de eerste. Je eigen cynisme moet je hier bevechten, je ergernis, je misantropie. Hou toch allemaal je koppen dicht! Dom en zinloos geklets! Zet die kolereherrie zachter, bespaar me de luide, schaamteloze telefoongesprekken! Voor mensen die niet uit de tweede cirkel komen zijn stiltecoupés uitgevonden, en de eerste-klascoupé. Uiteraard helpen dergelijke coupés niet, want er blijven mensen zitten die soms praten, bellen, of iets anders ergeniswekkends doen. Dus je komt niet uit de tweede cirkel door een dergelijke coupé op te zoeken.

Bedenk liever dit: ergernis probeert zijn eigen bron te worden, en je moet je daartegen verzetten. Ik bedoel: zelfs als de bron van ergernis is verdwenen, blijft het sentiment van ergernis in je lijf aanwezig, knagend, etterend, sluw wachtend tot iets anders zich aandient dat zich gemakkelijk tot bron van ergernis laat maken. Het gevoel van ergernis zélf is dan de bron van ergernis geworden.

Ergernis laat zich het beste verdrijven met een aanhoudende innerlijke glimlach. Open jezelf in deemoed voor alles in je omgeving, stel je oordeel uit, begroet ieder gesprek dat als muziek door de coupé vliegt met een hartelijke, zwijgende glimlach. Die had dit gezegd tegen die. Zus had zo gedaan. En had je dat al gehoord van dinges? 

Maar vervolgens wacht je de derde en zwaarste cirkel van geestelijke verstrooiing: die waarin de melancholie heerst. Je hebt het gevoel los te staan van je omgeving, alsof je steeds verder en verder boven de coupé zweeft, totdat de mensen nog slechts krioelende mieren lijken, met kleine tu-tu-tuutgesprekken en kleine tu-tu-tuutzorgen. Die had dit gezegd tegen die. Zus had zo gedaan. En had je dat al gehoord van dinges? Alles lijkt ijdel, alles onmetelijk klein – te klein zelfs om je aan te ergeren; je voelt eerder medelijden, een diep, somber medelijden. 

Velen die in deze cirkel terecht komen, komen er niet meer uit. Ze voelen zich verheven, niet zoals de cynicus zich verheven voelt, of de voyeurist, maar verheven op een verlichte manier. Maar deze cirkel is de verlichting niet – eerder de verduistering.  Natuurlijk, het perspectief lijkt hoog te zijn, zo hoog als je menselijkerwijs kunt komen. Je denkt dat je overzicht hebt, een helikopterview, een goddelijk perspectief. Maar dat laatste is het nu precies niet.

Het allerhoogste perspectief, het perspectief van de Allerhoogste, wordt niet melancholisch wanneer Hij de mierenhoop aanschouwt; Hij volgt de beweging van iedere mier, hoe zinloos die bewegingen ons ook mogen lijken. Die had dit gezegd tegen die. Zus had zo gedaan. En had je dat al gehoord van dinges? Hij hoort het aan, zonder valse nieuwsgierigheid, zonder kil cynisme, zonder hartverscheurende melancholie.

Kunnen we daar komen, in die volsrekt vrije toestand? Voorbij de drie cirkels, los van alle verstrooiing, los van ieder escapisme? Waar zelfs de kleinste handeling overladen wordt met liefdevolle betekenis?

Ik vrees dat er in ons land geen spoorlijn lang genoeg is om die toestand te bereiken…

1 gedachte over “De innerlijke weg van de treinreiziger

  1. Pingback:De fantasieloosheid van fantasy « Geloof jij het?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *