De naadloze Hobbit

Dik een week lang heb ik de vraag wat ik van The Hobbit: An Unexpected Journey vond, gepareerd met een schouderophalend: “Ja, mooi, te gekke film.” Degenen die me die vraag stelden, keken dan doorgaans ietwat teleurgesteld. Ik weet niet waaraan ik de reputatie verdiend heb, maar blijkbaar verwachtte men intelligentere meningen van mij, of zelfs allerlei diepzinnige bespiegelingen. De waarheid is: als verklaard liefhebber van de verhalen van J.R.R. Tolkien én van de filmversies van Peter Jackson, heb ik op de eerste plaats gewoon een 3D-brilletje op de snufferd gezet en ongecompliceerd genoten van dit eerste deel van The Hobbit-trilogie. Mijn meningen over hoe geslaagd de film was zijn weinig spectaculair en ga ik dus ook niet delen. Maar inmiddels is er toch een bescheiden bespiegelingetje gegroeid, waarmee ik de teleurstelling van de belangstellenden enigszins hoop te kunnen verzachten.


Dat bespiegelingetje van mij gaat meer over de vorm dan over de inhoud. Er is al het nodige over geschreven: de makers van de film The Hobbit beroemen zich erop dat zij van een revolutionaire nieuwe filmtechniek gebruik maken, waarbij de camera 48 beelden per seconde registreert, in plaats van de gangbare 24. Daardoor oogt het allemaal nog scherper en mooier. En inderdaad; het verschil is tamelijk spectaculair, kijk zelf maar:

Een hele verbetering natuurlijk. Wat mij echter opviel, was dat die scherpte juist doordat alles zo levensecht was, de ‘nepheid’ van de film extra accentueerde. Meer nog dan bij The Lord of the Rings had ik bij The Hobbit voortdurend het idee: ik zit naar acteurs in malle kostuumpjes te kijken, die voor een blauw scherm met rekwisieten staan te zwaaien. Begrijp me goed: dat vind ik niet erg. Sterker nog, dat vind ik uiterst charmant. Waarom? Is dat een particuliere voorliefde voor koddigheid of kitsch? Ik denk dat er meer achter steekt. Ik heb er een week over na moeten denken, maar dan heb je ook wat – een inzicht dat zo fundamenteel is, dat ik het met witregels aan beide zijden omklemmen moet:

Ik geloof dat de kracht van het verhalen vertellen niet schuilt in de wijze waarop de verteller zijn publiek doet vergeten dat het een verhaal is, maar juist in de wijze waarop de verteller zijn publiek eraan herinnert dat het een verhaal is.

Zo. Dat mocht ook wel eens keer gezegd worden. Kijk, het is tot op zekere hoogte heus wel waar dat wij in een verhaal (of dat nu een boek is of een film of een andersoortige vertelling) meegezogen, meegesleept willen worden, zoals dat dan heet; wij willen er in op gaan, het gevoel hebben dat we er zelf bij zijn. Schrijvers beschikken al over een goed gevulde trukendoos om dat te bewerkstelligen, en filmmakers voegen er nog een heel assortiment technische foefjes aan toe: dolby surround die maakt dat het geluid je omringt, 3D voor de visuele diepte, CGI, 48 frames per seconde, enzovoort… Steeds meer wordt een bioscoopbezoek zo een ‘totaalervaring’, we worden met al onze zintuigen ondergedompeld in het verhaal. De naden tussen het verhaal en onze werkelijkheid worden met groot vernuft weggepoetst.

Dat is allemaal waar, en prachtig bovendien, maar uiteindelijk ben ik er van overtuigd dat het volledig ‘naadloze’ verhaal niet bestaat. Bovenal omdat we het niet willen. Onze wil om ondergedompeld te worden is niet zonder voorbehoud. We klampen ons toch altijd nog met één hand vast aan de kant van dit zwembad van zintuiglijke overweldiging. Daar hebben we zo onze rituelen voor; we nestelen ons in een comfortabele bioscoopstoel, hebben onze bekende versnaperingen binnen handbereik (een beugeltje Grolsch en een zakje M&M’s met pinda’s, in mijn geval – ik ben nergens zo merkvast als in de bioscoop), we controleren ten overvloede of onze telefoon uit of op stil staat, we zetten dat altijd onprettig zittende 3D-brilletje op onze snufferd. Dat alles hoort er onlosmakelijk bij, we willen dat. We willen dat 3D-brilletje voelen schuren wanneer er een draak op ons afvliegt, we willen de zachte stoel onder onze billen voelen wanneer wij de wolven onder de bomen zien sluipen.

Waarom? Omdat we bang zijn van die draak en die wolven? Omdat we ons ervan willen vergewissen dat het allemaal ‘niet echt’ en ‘maar een verhaal’ is? Mogelijk, zo kunnen we dat ervaren. Maar ik denk dat er een diepere laag onder die ervaring schuilt. We willen de stoel en de bril en het beugeltje bier voelen om ons te herinneren aan de werkelijkheid, waar dit verhaal zich aan spiegelen kan. Wij willen door het verhaal veranderd worden, anders leren kijken, onszelf beter leren begrijpen, wat dan ook – maar daarvoor moeten we weten dat het een verhaal is. Zouden filmmakers er ooit in slagen om een verhaal écht naadloos in onze werkelijkheid te laten overlopen, dan houdt het op dat moment op een verhaal te zijn. Dan zouden we nietsvermoedend over straat lopen en denken: “Jemig, waar komen al die orks plots vandaan?” Noch het verhaal, noch onze alledaagse werkelijkheid is bij een dergelijke vermenging gediend.

Een goede verhalenverteller weet dat, en laat de naden dus zien. Subtiel, onnadrukkelijk, met een knipoog, maar toch: hij toont de naden van het verhaal, hij toont het verhaal-zijn van het verhaal, de onvervreemdbare verhaalheid van het verhaal, in het belang van zijn verhaal en van zijn publiek. Tolkien had dat begrepen, en Jackson begrijpt dat ook, wanneer hij ver aan het begin van de film Bilbo zijn pen in blinkend zwarte inkt laat dopen en aan het opschrijven van zijn verhaal laat beginnen, terwijl hij in voice-over zegt: “It began… well, it began as you might expect.

Een goed verhaal brengt ons There and Back Again, zoals de oorspronkelijke ondertitel van Tolkiens boek The Hobbit luidt. We reizen naar een andere wereld, een onbekende wereld vol avontuur, en een pot met goud als beloning. Maar we moeten ook weer terug naar de Gouw, terug naar huis, naar onze eigen werkelijkheid, onze bekende wereld. Pas daar kunnen we het gevonden goud echt uitgeven.

3 gedachten over “De naadloze Hobbit

    1. Nee, want dan ben ik me precies op dat moment bewust van de naad, de rafelrand tussen verhaal en werkelijkheid. Het woord ‘vermenging’ wekt wellicht verwarring, ik bedoelde daarmee het naadloos overlopen van de twee.

  1. Hoi Anton,

    Leuk artikel, interessante theorie. Niet dat je filmrecensent bent oid (daar weten we nog wel ene M.K. voor), maar mocht je tijd hebben, kijk of lees dan eens Life of Pi. Ben benieuwd wat je ervan vindt. Gr. Lee

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *