De taal van de stilte

Fascinerend: zelfs in het zwijgen kun je taalverschillen ontwaren. Iedere taal, zo ontdekte de linguïst Michael Handford, kent een eigen tolerantiegrens voor ongemakkelijke stiltes. Spaans sprekende mensen vinden een stilte al na één à twee seconden ongemakkelijk worden, in het Engels is dat drie à vier seconden, en in het Japans zelfs vijf tot zes seconden. Zoiets bemoeilijkt de interculturele communicatie natuurlijk danig. Stel, een Japanner spreekt vloeiend Spaans; nog steeds zal zijn Spaanse gesprekspartner ongemakkelijk op zijn stoel beginnen te draaien wanneer deze Japanner niet ook de Spaanse stiltes spreekt.

Maar misschien zeg ik iets te snel dat deze ongemakkelijkheid de communicatie bemoeilijkt. Professor Handford zegt in het geciteerde interview nog meer interessante dingen: dat het bij taal niet op de eerste plaats om correct taalgebruik gaat, maar vooral om het overbrengen van bedoelingen. Natuurlijk, spelling en grammatica zijn belangrijk, maar toch altijd dienend aan de levende taal met al z’n eigenaardigheden;  ik heb daar in een andere context al eens over geschreven.

Toch wil ik een nuancering aanbrengen: ook het sec overbrengen van een bedoeling lijkt mij helemaal niet het primaire doel van een taal. Ben je wel eens in je eentje in een vreemde stad geweest, waar een jou vreemde taal wordt gesproken? Met je toeristentaalgidsje kun je de meeste van je bedoelingen wel overbrengen aan de inboorlingen aldaar.

Dov’è l’ufficio oggetti smarriti? – doove loefietsjo oodzjèttie zmaarietie?

Zo kun je je meestal best verstaanbaar maken, en krijgen wat je wilt. Maar toch kun je je verloren gaan voelen. Laat ik voor mezelf spreken: ik voel me altijd vreselijk verloren in zulke situaties – en waarom? Omdat ik de taal niet voldoende beheers om echt contact te maken met iemand. Ik voel me niet echt thuis in de taal. Zelfs in het Engels, een taal die ik toch echt heel aardig beheers, vind ik het ontzettend moeilijk om wat dieper gaande gesprekken te voeren. Mijn woordenschat en kennis van de grammatica zijn ruimschoots toereikend, dat is het probleem niet, maar ik voel me gewoon niet zo op m’n gemak in die taal.

Nu weet ik dat ik tamelijk overgevoelig ben voor dat soort dingen, hoor. Er zijn mensen die dergelijk ongemak niet ervaren en gewoon ongegeneerd beginnen te kletsen, en dan ook een heel eind komen. Maar mijn overgevoeligheid leert me wel iets: dat het in taal niet alleen om bedoeling gaat. Het gaat om contact. Het gaat om je veilig voelen, om gezien en erkend worden, positief bevestigd in wie je bent – en we zijn nu eenmaal allemaal meer dan een stotterende toerist die de weg naar het bureau gevonden voorwerpen wil weten.

En dan kom ik terug bij die ongemakkelijke stiltes… Ik weet dus niet of die de communicatie per se bemoeilijken. Ja, als je communicatie alleen ziet als het overbrengen van je bedoelingen, dan wel. Maar misschien gaan we taal dan te veel begrijpen aan de hand van, zeg, een programmeertaal. De computerprogrammeur die een of ander computerprogramma programmeert, kan zich geen enkele verkeerd geplaatste spatie of vergeten haakje permitteren, want dan functioneert het programma niet naar behoren. Maar onze menselijke taal, zo stelde ik net al, is helemaal niet zo functionalistisch. Taal bemiddelt contact – echt contact en wederzijds begrip, iets wat je met een computer nooit zal hebben (al zullen sommige programmeurs anders beweren).

En voor dat contact zijn stiltes wezenlijk – zelfs ongemakkelijke stiltes! Ik heb dat ook in mijn werk als journalist door schade en schande geleerd. Toen ik nog maar net begon, was mijn tolerantiegrens voor ongemakkelijke stiltes bij interviews erg Spaans. Als ik een vraag stelde, en de geïnterviewde begon naar mijn zin niet snel genoeg met antwoorden, ging ik direct mijn vraag herformuleren of verder toelichten – bang als ik was dat ik een domme of onduidelijke vraag had gesteld. Gaandeweg heb ik die neiging echter afgeleerd. Als ik die ongemakkelijke stilte toelaat en uithoud, zo ontdekte ik, komen er namelijk vaak veel eerlijkere en diepzinnigere antwoorden. De geïnterviewde zélf voelt de ongemakkelijkheid van de stilte immers ook, en wil er ook iets aan doen… En dan is jezelf openstellen, echt contact maken met de ander, vaak de enige optie. Hier begint echte communicatie dus pas… In de stilte begint de taal.

Ik heb in mijn laatste boek, Een kleine theologie van gewone dingen, een hoofdstuk gewijd aan de spatie, waarin we God kunnen ontmoeten, en ook een hoofdstuk over het voorstelrondje, waarin we de ander kunnen ontmoeten. In de taal van de ongemakkelijke stilte komen deze twee zaken volgens mij bij elkaar.

2 gedachten over “De taal van de stilte

  1. Pingback:Tweets die vermelden De taal van de stilte | Anton de Wit -- Topsy.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *