De toekomst van de traditie

Hieronder, in licht verkorte en bewerkte vorm, de lezing die ik gisterenavond heb gegeven in de schitterende neo-gotische Sint-Willibrordkerk in Utrecht. Ik vond het een geslaagde avond, vooral vanwege de leuke ontmoetingen na afloop van mijn lezing met enkele mensen die ook op dit blog meelezen en -praten. Overigens zullen zij en andere lezers enkele thema’s herkennen, want ze zijn ook op dit blog al eerder aan de orde gekomen. Ik zal ook wat linkjes toevoegen.

Interieur van de Sint-Willibrordkerk
Interieur van de Sint-Willibrordkerk

Twee weken geleden bezocht ik deze Sint-Willibrordkerk voor het eerst. Er was hier toen een symposium over ‘Religie in het publieke domein’. Ook een toepasselijk onderwerp om te behandelen in een Godshuis in het hartje van het publieke domein, de binnenstad van Utrecht, op een steenworp van de winkelstraten, grachten, terrassen, musea, bioscopen, enzovoort. En toen ik daar in de banken waar u nu zit zat te luisteren naar de lezingen, dwaalde mijn aandacht zo nu en dan af naar het interieur van deze prachtige kerk. Dat kwam niet doordat de lezingen saai waren, want dat waren ze allerminst. Nee, ik denk dat velen van u de ervaring zullen delen dat je hier in de St. Willibrordkerk nogal gemakkelijk overweldigd raakt, door de prachtige schilderingen op de muren en pilaren, de kleurrijke beelden, het glas-in-lood, die imposante crucifix hierboven, de rij van iconen. Dus als uw aandacht tijdens mijn lezing afdwaalt naar al dat moois, dan neem ik u dat ook niet kwalijk.

Kleurrijk
Ik denk dat deze kerk ons veel kan leren over de traditie waar ik het vandaag over wil hebben. Terwijl na het Tweede Vaticaanse Concilie in veel kerken de witte roller over de muren en pilaren werd gehaald, bleef hier zichtbaar iets bewaard van een traditie die letterlijk en figuurlijk kleurrijk en veelkleurig is. Dat is zichtbaar in uiterlijk en in de liturgie. Niets ten nadele van de nieuwe sobere kerken – ook soberheid heeft immers een belangrijke plek binnen die traditie, laten we wel wezen – maar dat hier iets van die kleurigheid bewaard is gebleven vind ik mooi. Ik zal straks nog nader ingaan op wat ik onder traditie versta, maar het is toch redelijk veilig om te stellen dat traditie iets met bewaren te maken heeft. Een traditie bewaart iets – iets van waarde, iets van waarheid.

Maar dat bewaren gebeurt wel op een bijzondere manier. Dat wordt duidelijk als we het vergelijken met een meer alledaagse vorm van bewaren. Wij bewaren thuis allemaal etenswaren. Ik geef toe, dit is echt iets van een heel andere orde. U bewaart uw kipfiletje en tuinboontjes om te beginnen geen tweeduizend jaar lang. Ik hoop het althans niet voor u en voor uw buren. Maar het is me om de wijze van bewaren te doen. Hoe bewaart u kipfilet en tuinboontjes? Juist, u stopt ze in de koelkast of diepvries. We hebben een paar beproefde methoden voor het bewaren van eten: invriezen, inblikken of er allerlei conserveermiddelen bij stoppen.

Lichaamstemperatuur
En ik denk dat het verschil met de traditie voor de hand ligt. Een traditie bewaart iets van waarde en waarheid, zei ik net, maar dat doet zij niet door die waarden of waarheden in te vriezen of in te blikken of met allerlei chemische troep te bewerken. Wij noemen onze waarheid een levende Waarheid – Christus, de herrezene, de levende. Levende insecten stoppen we nog wel eens in een leeg bonenblikje, maar zelfs dat kunnen we beter niet doen, want het is ronduit wreed, ook als je gaatjes in het deksel prikt. En ook de waarden waar we het over hebben zijn levende waarden – ze zeggen immers iets over hoe wij het hier op aarde een beetje aangenaam houden voor elkaar en voor onszelf, het zijn waarden die te maken hebben met samenleven, met naastenliefde. Het zijn warme waarden kun je zeggen, waarden op lichaamstemperatuur. Het lijkt me funest om die waarden in te vriezen.

Waar een kipfiletje zou bederven door zuurstof en zonlicht, hebben de waarden waar we het hier over hebben juist zuurstof en zonlicht nodig. Ze moeten voortdurend doorgegeven worden, daardoor blijven ze bewaard. Traditie komt van het Latijnse tradere, wat zoiets als ‘handelen’ betekent. Denk ook aan het Engelse werkwoord ‘to trade’, dat komt ook van tradere. De traditie bewaart iets door het te verhandelen, door het van hand tot hand te laten gaan. Traditie is een handeling, een activiteit. Als ik nog even terug mag keren naar de vergelijking met etenswaren: de manier van bewaren van de traditie laat zich niet vergelijken met het bewaren van één enkel kipfiletje of potje tuinbonen, maar eerder met het houden van kippen of het planten van tuinbonen. Je behoudt het, door het te onderhouden. Zodat je je er steeds opnieuw mee kunt voeden.

Verleden
En dat is wezenlijk voor traditie, althans voor de wijze waarop ik dat begrip begrijp. Kijk, ik denk dat traditie in veel hedendaagse oren een nogal zware bijklank heeft. Het wordt gezien als iets statisch, als een in marmer gehouwen pakket van eisen en bindende voorschriften van je voorouders. Wij associëren het begrip dus automatisch met het verleden, en natuurlijk niet geheel ten onrechte, want we zagen al dat traditie in ieder geval iets te maken heeft met het bewaren van dingen uit het verleden. Maar waarom doen we dat? Niet voor dat verleden an sich, het verleden heeft onze aandacht niet nodig om verleden te zijn. Het verleden heeft onze aandacht wel nodig om heden te zijn, levende actualiteit, toekomst ook. Dat is het eigenlijke object van de traditie, het heden, en vervolgens de toekomst. De waarden en waarheden zijn van wezenlijk belang voor ons leven vandaag. En we dragen ze ook weer over op onze kinderen en kleinkinderen, omdat we hen het beste toewensen. De traditie is dus geen eisenpakket van je grootouders, maar een belofte aan je kleinkinderen.

Wat behelst die belofte? Tenminste dit: dat we zeggen tegen onze kinderen en kleinkinderen: Je staat er niet alleen voor. Je gaat tegen mooie en minder mooie dingen aanlopen in het leven, je zult daarin je eigen afwegingen moeten maken naar eer en geweten, je zult je vaak genoeg alleen voelen, maar je bent niet alleen. Wij, en onze ouders en grootouders voor ons, hebben met dezelfde dingen te maken gehad. Met leven en dood, gezondheid en ziekte, met liefde en strijd, vriendschap en vijandschap, ga zo maar door, al die dingen die onlosmakelijk met het leven verbonden zijn. Je loopt niet alleen. Wij kunnen de keuzes niet voor jou maken, je hebt het recht op je eigen afwegingen, je eigen keuzes en zelfs op je eigen fouten, maar wij kunnen jou wel vertellen hoe wij het hebben aangepakt. Ik gebruikte al de formulering ‘naar eer en geweten’, wij kunnen jou tonen wat die begrippen volgens ons betekenen. Dat is het wezen van de handeling die traditie is.

Stem
We moeten het belang daarvan niet onderschatten. Ik denk dat veel jongvolwassenen van vandaag – een generatie die volgens mij heel open-minded is – als ze mij zo horen praten zullen zeggen: akkoord, heel mooi en aardig, en ik ben best bereid te luisteren naar al die opgebouwde levenswijsheid door de eeuwen heen. Maar goed, het is maar een stem temidden van vele stemmen die mij iets kunnen leren, en niet eens de meest gezaghebbende stem, want laten we wel wezen: wat weten mijn voorouders nu van de wereld van vandaag? Ze hadden geen mobieltjes of internet, ze hoefden niet naar de stembus voor het Europarlement, ze hoefden niets te vinden van de islam of van secularisering of van globalisering of van de kredietcrisis of de Mexicaanse griep. Vooruit, ze hebben natuurlijk ook te maken gehad met de economische of sociale of politieke problemen van hun tijd, en het kan best leerzaam zijn om te kijken hoe zij daar mee omgingen, maar de situatie nu is toch altijd weer anders. Dus waarom zou ik De Stad van God van Augustinus lezen om iets over politiek te leren, terwijl iedere schrijver en cabaretier en columnist en zelfs popster me met verstand van de huidige situatie een actuele mening over de politiek kan geven? Waarom zou ik de pauselijke encycliek Rerum Novarum uit 1891 erop naslaan om iets over armoede en onrecht te leren, terwijl een televisiedocumentaire mij direct het actuele leed over de hele wereld toont?

Dat zijn best goede en zinnige vragen, als je het mij vraagt. Maar ik heb er wel een antwoord op. Ik denk dat de traditie niet zomaar een stem is temidden van alle stemmen, geen wegwijzer in een woud van wegwijzers, maar iets van een wezenlijk andere orde. Om dat te illustreren wil ik geen beroep doen op De Civitate Dei of Rerum Novarum, maar op iets lichtere kost uit onze traditie. Namelijk het sprookje van de wolf en de zeven geitjes. Dit soort volksverhalen bevatten vaak onvermoede diepere lagen, dieper nog dan de oppervlakkige moraal van ‘wees braaf’ en ‘laat geen vreemden binnen in je huis’. Ten diepste vertelt dit sprookjes iets over de waarde van de traditie.

Dat het verhaal doordrongen is van christelijke symboliek blijkt al aan het begin. De moedergeit, zo vertelt het verhaal, is een oude en buitengewoon wijze geit. Maar zij gaat weg om voedsel te halen voor haar kinderen. Wanneer in een verhaal de wijze oude mentor er voor onbepaalde tijd tussenuit piept, dan weten we eigenlijk meteen dat we met een christelijke allegorie te maken hebben. De evangelische echo is onmiskenbaar: een kleine maand geleden hebben we het feest van Hemelvaart gevierd, waarbij wij lazen hoe de leerlingen Jezus ter hemele zagen varen, en we leven in de verwachting van Zijn wederkomst. Het christendom leert ons dat wij als mensen in een tussenperiode bevinden, een periode van onzekerheid. Net als de geitjes staan we er alleen voor, en moeten we het in zekere zin zelf maar uitzoeken.

En dan komt die wolf ten tonele. Hij klopt aan en zegt dat hij hun moeder is. Maar de kleine geitjes zijn ook niet van gisteren, die horen meteen aan zijn zware stem dat het de wolf is. Dus de wolf gaat naar het dorp om krijt te eten, waardoor zijn stem zachter wordt. De geitjes vertrouwen het nog steeds niet, en vragen of hij zijn poot wil laten zien. Ze zien een harige zwarte poot, waardoor hij voor een tweede keer door de mand valt. Dan gaat hij naar een bakker en doopt daar zijn poot in het deeg, waardoor die wit wordt. Dan trappen de geitjes erin en doen de deur open. Ze stuiven nog weg om zich overal te verstoppen, onder de bank, onder het bed, maar de wolf vindt ze allemaal en eet ze op.

Behalve… het kleinste geitje, dat überhaupt de meest sceptische was van het hele stel. Die had zich namelijk in grootvaders antieke klok verstopt. Afijn, u weet verder vast wel hoe het afloopt, het gaat me maar even om de grote lijnen.

Ziet u de symboliek? De wolf doet zich voor als de moeder. De moeder, zo zagen we net al, kunnen we zien als metafoor voor Christus. Dus de wolf geeft zich uit voor Christus om het vertrouwen van de geitjes te winnen. Hij geeft zich uit voor iemand die wijs en betrouwbaar is, iemand die verlossing komt brengen, voedsel voor de geest.

En uitgerekend de jongste heeft hem door, uitgerekend de jongste vindt de ene schuilplek waar hij veilig is. Grootvaders klok. Klok, symbool van de tijd, grootvaders klok, zinnebeeld van de traditie. Voilà. Grootvaders klok, van een onmiskenbare kwaliteit zoals ze ze alleen vroeger maakte, maar die desalniettemin precies de tijd van nu aangeeft, die dus in het heden staat, stevig en zelfverzekerd in het hier en nu, dat is de enige toevlucht. De wolf is de waan van de dag, de talk of the town, de man van het moment, die zich voordoet als verlosser, als oud en wijs iemand die jou de weg wel kan wijzen.

Verlossing
We vinden dergelijke wolven in allerlei soorten en maten tegenwoordig, zeker in de wereld van het geestelijke. Ik heb een boek geschreven, dat sinds eerder dit jaar in de winkels ligt, met de titel Het Mysterie. Ik benoem in dat boek één zo’n hedendaagse wolf, die zich voordoet als redder in nood, namelijk de goeroes van de spirituele zelfhulp. De titel en voorkant van mijn boek zijn een dikke knipoog naar zo’n zelfhulpmethode die de afgelopen jaren razend populair was, en die The Secret heet. Daarin wordt je uitgelegd hoe jij en jij alleen alles kan bereiken wat je maar wil, als je hun methode maar koopt, hun boeken, dvd’s, workshops. Ze beloven dus een soort van verlossing van al je problemen, en het ergste is: ze halen nog allemaal citaten uit de Bijbel om hun punt kracht bij te zetten – maar in mijn optiek hebben ze slechts krijt gegeten en hun klauw in de bakkersmeel gedoopt.

Goed, dit is maar een voorbeeld, zo zijn er tal van vormen van verdwazing, of het nu in de vorm van een spirituele hype of een politieke ideologie of een andere modegril is. Mijn boek heeft als ondertitel ‘De echte weg naar wijsheid en geluk’, wat u een beetje met een korrel zout moet nemen. Het is een verwijzing naar de manier waarop dergelijke zelfhulpboeken zichzelf als dé weg naar wijsheid en geluk presenteren. Maar toch, die ondertitel geeft wel aan dat ik een alternatief presenteer voor, laten we zeggen, al die wolven in schaapskleren. En dat alternatief is precies die traditie. Of orthodoxie, die ik beschrijf als evenwichtskunst: de evenwichtige, mild wantrouwige maar toch ook openhartige levenshouding van het jongste geitje. En ik denk wel echt – in zoverre is de ondertitel toch wel ernstig te nemen – dat dat de ware weg naar wijsheid en geluk is. Of we er ook komen is punt twee, dat hangt van veel omstandigheden af, maar die weg van de traditie, van de orthodoxie, is volgens mij de weg van nuchterheid, gezond verstand, geestelijke gezondheid. Het zoeken naar die delicate balans tussen vertrouwen en wantrouwen, tussen jouw individuele afwegingen en je sociale en historische inbedding, die evenwichtskunst, hoedt ons voor ideologische verdwazing, voor het meewaaien met alle winden.

Ja maar, zal de scherpe criticus zeggen, binnen de traditie van het christendom zijn toch ook voldoende fouten gemaakt, er zijn toch ook waanideeën verkondigd, dwaalwegen bewandeld. Ja. Maar dat is precies waarom wij de traditie nodig hebben, in elk geval totdat de moedergeit is teruggekeerd. En waarom? Nou, dan kom ik terug bij de opmerkingen waarmee ik begon, over de kleurigheid in deze kerk waarin wij nu samen zijn. De traditie van het christendom – en het is juist het katholieke christendom dat daar altijd oog voor heeft gehad – is wezenlijk veelkleurig. Dat is niet zomaar een toevallige verscheidenheid, voor ieder wat wils, zoals de ijsboer voor ieder een eigen smaakje heeft. Nee, de veelkleurigheid bepaalt de vitaliteit van het christendom. Samen houden zij ‘Gods volk onderweg’ op koers – wanneer men wat te veel naar links helt, is er wel weer een tegenbeweging die de boel naar rechts trekt en vice versa. Nieuwe geluiden maken op die weg weldegelijk een kans, maar ze worden met argwaan bezien. Critici zeggen dan: zie je nou wel, de kerk is conservatief en tegen vernieuwing. Nou ja, tot op zekere hoogte, en dat is maar goed ook. De kerk, als voornaamste hoedster van de traditie, is voorzichtig, precies zo voorzichtig als het jonge geitje.

Argwaan
Kent u het verhaal van het eerste bezoek van Franciscus van Assisi aan de paus? Het is dit jaar precies 800 jaar geleden. In z’n ouwe kloffie trok hij Rome binnen, vergezeld door een paar al even armoedig uitziende broeders, en daar meldde hij zich bij paus Innocentius III om toestemming te krijgen voor zijn nieuwe kloosterbeweging. Hij predikte radicale armoede, en een zuivere evangelische geest. Maar hij werd in het rijke Rome met de grootst mogelijke argwaan ontvangen. En vind je het gek? Wie zegt dat hij geen wolf was, niet de zoveelste nieuwe hype? Maar toch, Innocentius zag iets in hem en tegen alle verwachtingen in, werd zijn kloosterregel goedgekeurd. Inmiddels beschouwen wij de franciscanen als een oude en eerbiedwaardige telg in de katholieke traditie. Orthodoxie is dus ook geen conservatisme zonder meer, het is niet per definitie afkerig van vernieuwing. Sterker nog, de parels van de traditie, die met liefde en zorgvuldigheid gekoesterd en bewaard worden, zijn niet zelden zelf het resultaat van de een of andere vernieuwingsbeweging. Ook bijvoorbeeld de oude Latijnse ritus die in deze kerk gevierd wordt! Die ontstond in de contrareformatie, toen de Kerk onder felle kritiek van de reformatoren stond en zij zich genoodzaakt zag één lijn te trekken in een tot dan toe nogal diffuus veld van verschillende gebruiken, verschillende riten. De Tridentijnse ritus was een hoogst noodzakelijke vernieuwing. Het gevaar daarvan, is dat de oude veelkleurigheid tijdelijk verdwijnt. Er is even geen plek meer voor frivoliteiten. Dat zag je na Vaticanum II ook gebeuren – de witkwast waar ik het aan het begin over had. En langzaam ontspannen de verhoudingen zich weer, en ziet de kerk weer in dat diversiteit de eenheid niet bedreigt, maar eerder bewaart.

Steeds opnieuw moet de traditie het gesprek aangaan met de actualiteit. Wie dus zegt dat het christendom haaks op de moderniteit staat, heeft slechts in zoverre gelijk dat het zich niet gek laat maken door de waan van de dag, door de wolven van nu. Maar een gesprek met de moderniteit is permanent nodig. De Stad van God was ook de neerslag van het kritisch-constructieve gesprek dat Augustinus voerde met zijn eigen tijd, de beweging van Franciscus was een kritisch-constructief gesprek met de kerk van Rome, de contrareformatie was een antwoord op de vragen van die tijd, de encycliek Rerum Novarum was een dialoog met de actualiteit van de 19e eeuw, Vaticanum II was een hoogst nodige dialoog met de naoorlogse twintigste eeuwse actualiteit. En ook nu moeten wij de dialoog aangaan met onze tijd. Zonder de wolven te geloven, maar ook zonder smetvrees te hebben voor alles wat modern is. Wij kunnen ons niet terugtrekken op een eilandje, wij hebben iets te maken met de moderniteit. Niet alleen dit mooie Godshuis, maar ook de terrassen, winkelstraten, musea, bioscopen en pleinen vormen ons domein.

Jonge mensen
Daar gaat traditie over, beste mensen. Over onze actualiteit. Over onze toekomst. Ik denk dat het een stem is die gehoord mag worden, en die ook al gehoord wordt. Ik heb me laten vertellen dat deze parochie, in deze kerk waarin die veelkleurige traditie zichtbaar aanwezig is, nog steeds groeit. En opmerkelijk genoeg zijn het juist veelal jonge mensen die zich weer oriënteren op de gezaghebbende stem van de traditie. Zoals het ook het jongste geitje was dat in grootvaders klok kroop.

De wolven moeten we zeker buiten de deur houden, maar ik wil tot slot wel opmerken dat we de deuren van onze kerken open moeten houden. Niet enkel op één avondje in het jaar, tijdens zo’n mooi initiatief als de Kerkennacht. Maar altijd. Letterlijk en figuurlijk. Een open kerk, een open, uitnodigende traditie, die het gesprek aandurft met de moderniteit zonder in een reactionaire kramp te schieten, die traditie gaat een hoopvolle toekomst tegemoet.

4 gedachten over “De toekomst van de traditie

  1. Pingback:Het gezonde evenwicht van de traditie « Kattekliek

  2. Pingback:Nogmaals: tegen de interreligie « Geloof jij het?

  3. Pingback:Onenigheid tussen katholieken en ChristenUnie? « Geloof jij het?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *