De uitgeklede Kerk

Stel je een jonge man voor, knap, modieus gekleed, in goeden doen. Zijn vader is een succesvolle zakenman, de jongen heeft alles in huis om in vaders voetsporen te treden. Hij heeft een goede neus voor lucratieve handeltjes. En hij heeft de middelen om ze na te jagen; een mooie auto, peperdure laptop, de nieuwste iPhone – allemaal van papa gekregen.

Maar dan ontmoet hij op een dag een bedelaar; ernstig ziek, onverzorgd, in lompen gehuld. De ontmoeting raakt de ambitieuze jongen op een wijze die zich maar moeilijk laat beschrijven. In ieder geval voelt hij aan dat hij op het verkeerde spoor zit met zijn leven. Hij wil arm zijn met de armen, en verkoopt zijn auto en zijn dure gadgets. Hij weet er, zakenman als hij is, een leuk prijsje voor te krijgen.

Zijn vader reageert woedend. Vloekend en tierend eist hij het geld op dat zijn zoon heeft verdiend met het verkopen van zijn spullen. Dat geld heeft echter al een andere bestemming gekregen. De vader laat het er niet bij zitten: hij sleept zijn zoon voor de rechter, vastberaden en plein public zijn gelijk te halen. Voor de rechter verrast de jongeman vriend en vijand: hij belooft niet alleen dat zijn vader het geld terugkrijgt, maar trekt ook nog eens zijn modieuze maatpak uit en geeft dat aan zijn vader. Daar staat hij, poedelnaakt, en hij verklaart plechtig dat hij zijn aardse vader nu niets meer verschuldigd is, en slechts nog zijn hemelse Vader zal gehoorzamen.

Assisi

Paus Franciscus in AssisiTijdens zijn pastorale bezoek aan Assisi – 4 oktober 2013 – heeft paus Franciscus ons aan dit verhaal herinnerd. Want het is een waar gebeurd verhaal, en het gebeurde precies in datzelfde Italiaanse provincieplaatsje. De jongeman heette Franciscus en deze scène speelde zich af in de vroege 13e eeuw – vervang auto en iPhone en maatpak dus even voor de middeleeuwse equivalenten daarvan; en de rechter was een bisschop, want die ging indertijd ook over zulke aangelegenheden.

De paus kwam naar Assisi op de feestdag van de heilige Franciscus, op uitnodiging van de plaatselijke aartsbisschop, mgr. Domenico Sorrentino. Die vertelde tegen de Vatican Insider dat hij de paus bij een persoonlijk onderhoud herinnerd had aan het verhaal van hoe Franciscus zich ten overstaan van zijn vader en het bisschoppelijk gerecht uitkleedde. Sorrentino merkte dat het verhaal de paus raakte. “Daarom nam ik de vrijheid om tegen hem te zeggen: ‘Dus, Vader, het zou toch prachtig zijn wanneer u tussen uw vele andere verplichtingen door naar Assisi kwam om op z’n minst het Onze Vader met ons te bidden, zoals Franciscus dat achthonderd jaar geleden deed.’ Het antwoord van de paus overrompelde me. Hij zei: ‘Het Onze Vader? Ik kom liever om te praten over hoe de Kerk zich zou moeten uitkleden, en dat gebaar van Franciscus zou kunnen herhalen.’”

De paus heeft woord gehouden. Hoewel hij zijn officiële tekst heel karakteristiek links liet liggen, heeft hij een krachtig pleidooi gehouden voor een ‘uitgeklede Kerk’. We moeten ons ontdoen van de wereldse geest van ijdelheid, arrogantie, hebzucht, aldus de paus.

Patisseriechristendom

Nieuw is dit pleidooi zeker niet: de paus heeft bijvoorbeeld eerder al kritiek geuit op priesters en religieuzen die in dure auto’s rondrijden; hij viel zelf al direct na zijn verkiezing op door een soberdere aankleding. Maar het ‘uitkleden’ heeft een diepere betekenis dan slechts dit uiterlijke niveau. Dat blijkt ook als we het oorspronkelijke verhaal van Franciscus erbij nemen.

Een aantal dingen valt daarin op. Allereerst klinkt er een sterke notie van boetvaardigheid in door: onder zijn modieuze kleren blijkt Franciscus een ruw boetekleed te dragen. Voor zover ik uit de verschillende verslagen heb kunnen opmaken, heeft de paus niet expliciet naar dit detail van het verhaal verwezen. Maar de geest ervan waart door al zijn woorden. De paus waarschuwde – in zijn homilie bij de openluchtmis in Assisi – dat we van Franciscus geen “suikerzoete” heilige of verkapte pantheïst moeten maken. Hij is juist een veeleisende figuur die ons radicaal aan de liefde van Christus herinnert. Eerder op de dag, tijdens zijn geïmproviseerde toespraak in de ruimte waar Sint Franciscus zich ontkleedde, hekelde paus Franciscus hen “die het christendom een beetje humaner willen maken”, door het Kruis – dat wil zeggen: ons besef van zonde, lijden, het kwaad – eruit weg te poetsen. Dan krijg je een soort van “patisseriechristendom” – weer een prachtig pauselijk neologisme – waarin alles fijn en mooi en zoet is als een taartje. “Dat is niet het ware christendom”, onderstreepte de paus.

De bouwvallige Kerk

Terug naar het verhaal van de zich ontkledende Franciscus. In de beschrijving daarvan door de vroege Franciscus-biograaf Bonaventura valt ook het optreden van de bisschop op. Die is onder de indruk van de geste van de heilige, en hij is de eerste die hem opnieuw bekleedt; hij slaat zijn eigen bisschopsmantel om de naakte Franciscus heen. De aardse vader, zo meldt een andere hagiografie, druipt intussen verbitterd af met de kleren van zijn zoon onder de arm, uitgejouwd door de omstanders vanwege zijn hardvochtigheid – de publieke vernedering die hij zijn zoon had toebedacht, valt hem zelf ten deel.

Franciscus’ keuze voor evangelische armoede is dus tegelijkertijd een keuze voor de Kerk. Precies op het moment dat hij zijn modieuze kleding afdoet, slaat de Kerk letterlijk en figuurlijk haar mantel om hem heen. Deze dimensie is belangrijk, omdat het optreden van Franciscus van Assisi niet zelden wordt geduid als een soort tegenbeweging, ja een opstand tegen de ‘rijke’ Kerk, een beeldenstorm avant la lettre – en ook het optreden van de eerste paus die zijn naam draagt wordt vaak zo geduid. Nu is het waar dat beide Franciscussen de Kerk eraan herinneren dat het haar niet om wereldse macht en bezit an sich moet gaan. Maar dat is iets anders dan de kerkelijke bezittingen – in de ruimste zin; materiële bezittingen, maar bijvoorbeeld ook structuren, regels – aan de straat te zetten. Het gaat er nu net om die te gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn, namelijk voor het present stellen van Christus hier en nu.

Daarbij: wie zijn de armen voor wie Sint Franciscus opkomt? Dat zijn niet, zoals je misschien zou verwachten, alleen de bedelaars en melaatsen; het is bovenal ook de Kerk zélf. Het uitkleden van Franciscus gaat paradoxaal genoeg gepaard met het aankleden van de Kerk. Bonaventura meldt in zijn levensbeschrijving, dat Franciscus arme priesters hielp bij het kopen van liturgische voorwerpen, zodat zij fatsoenlijk de eredienst konden vieren. Hij hielp eigenhandig met het herstel van drie bouwvallige kerken – voor dat doel verkocht hij zo gewiekst de spullen van zijn vader. De beroemdste van die kerken is natuurlijk die van San Damiano, die de paus ook bezocht heeft, en waar de heilige de stem van de Heer hoorde: “Franciscus, ga mijn huis herstellen! Je ziet toch dat het geheel aan het vervallen is.” Franciscus was niet naïef, hij wist best – zo merkt ook Bonaventura op – dat God doelde op de gehele Kerk. Toch begon hij met het letterlijk herstellen van dat ene kerkje, omdat hij wist dat grote veranderingen beginnen bij kleine daden, en niet bij vruchteloos gepieker over de teloorgang van het christendom als zodanig. Ook in de woorden van onze paus klinkt dat besef steeds weer door.

Modegrillen

De oproep tot evangelische armoede van Franciscus (zowel de heilige als de paus) is dus geen pleidooi voor het opgeven van kerkelijk eigendom, voor het omsmelten van liturgisch zilver en goud om er de hongerigen mee te voeden – het ondoordachte mantra dat al eeuwenlang herhaald wordt door dolle beeldenstormers van divers pluimage. Nee, het is een pleidooi voor inkeer, om de wereldse ijdelheid te verzaken, om geen slaaf te zijn van materiële en ideële modegrillen. Het is een pleidooi om de Kerk weer op te bouwen, zonder morren, van onderop, en de schatten van onze traditie te gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn. Zodat wij, net als Franciscus zo’n achthonderd jaar geleden, kunnen zeggen: “Onze Vader, die in de hemel zijt, in wiens handen ik mijn hele rijkdom heb gelegd en op wie ik heel mijn hoopvol vertrouwen heb gesteld.”

Een eerdere versie van dit artikel verscheen in Katholiek Nieuwsblad van 4 oktober 2013.

1 gedachte over “De uitgeklede Kerk

  1. Il Sacramento ha efficacia ex opere operato: anche laddove il nubendo sia del tutto indfnierefte alla religione e acceda al matrimonio senza fede (Concilio Trento, 3 marzo 1547, sess. VII.).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *