De ziel van Brabant

Het afgelopen decennium heb ik geleefd als zelfgekozen banneling, weg uit de provincie waar ik geboren en getogen ben. Een reserve-Brabander noem ik mij wel eens, en de stad waar ik nu woon (Nijmegen) de pukkel op het achterwerk van Brabant. Ik hou van Noord-Brabant, en toch hoef ik er niet per se te wonen. Ik voel me eigenlijk vooral een Brabander als ik buiten Brabant ben. Daar pas merk ik dat er inderdaad zoiets bestaat als Brabantse gemoedelijkheid, Brabantse eigenzinnigheid, Brabantse humor, Brabants relativeringsvermogen. Omdat ik dat alles buiten Brabant mis. (Niet gemoedelijkheid, humor of relativeringsvermogen an sich, maar de typisch Brabantse variant ervan.) Hoe problematisch en ongrijpbaar ook, er is zoiets als een ‘Brabantse ziel’. Toen de redactie van het maandblad Volzin mij vroeg in een reportage naar die ziel op zoek te gaan, heb ik dan ook graag ja gezegd.

Meer specifiek heb ik die ziel van Brabant gezocht in haar religieuze bezieling – in het aloude volkskatholicisme waar ik zelf ook door gevormd ben, maar ook in de brede waaier van ‘nieuwe’ religiositeit die je er aantreft sinds dat eerste zijn vanzelfsprekendheid verloor. Over die hedendaagse religieuze verscheidenheid verscheen onlangs een indrukwekkend boek van de journalisten Marieke Boerefijn en Paul Spapens, Zin in Brabant geheten. Daarin is een vijftigtal portretten opgenomen van gelovigen van zeer divers pluimage: usual suspects zoals christenen, moslims en boeddhisten, maar ook nog een hele serie meer exotische smaken, zoals heksen, hare krisjna’s, sjamanen, enzovoort.

Voor mijn artikel had ik een levendig gesprek met Spapens en Boerefijn. Zij willen zich met hun project vooral keren tegen het onbegrip en het dedain waarmee vandaag de dag vaak over religie gesproken wordt. Boerefijn:

“Ik hoop dat dit boek kan bijdragen aan een beter begrip voor elkaar. Wij laten zien wat mensen beweegt, zonder te oordelen, en ook zonder ze in een rariteitenkabinet te willen plaatsen.”

Spapens wees daarbij ook op een positief effect van het secularisatieproces van de voorbije halve eeuw:

“De ontkerkelijking heeft de mensen in religieus opzicht een tabula rasa gemaakt, vrij om te kiezen wat ze willen. En kijk eens wat voor kleurenpracht aan religiositeit er dan ontstaat!”

Toch relativeert hij het beeld van de tabula rasa ook direct. Want dat zou suggereren dat er van dat oude katholieke Brabant niets meer over is – het tegendeel is waar. De volksdevotie is alive and kicking, er zijn nu bijvoorbeeld méér Mariakapelletjes dan ooit in de provincie, Spapens wist me te melden dat er elk jaar drie van zulke Mariakapellen bijkomen. Die worden ook druk bezocht, voegde de Tilburgse cultuurhistoricus Arnoud-Jan Bijsterveld, die ik ook interviewde voor dit artikel, daar aan toe:

“In Tilburg heb je bijvoorbeeld de Hasseltse Kapel. In de meimaand trekt die wel 40.000 bezoekers. En heus niet allemaal katholieke kerkgangers: zelfs moslims zie je daar een kaarsje opsteken.”

Alle mensen die ik interviewde plaatsten dus ernstige vraagtekens en kanttekeningen bij het populaire beeld van de ontkerkelijking, die je zelfs in kerkelijke kring veel tegenkomt: het wordt allemaal minder, het oude religieuze leven is op sterven na dood, de kerken lopen leeg, enzovoort. Het meest uitgesproken werd de relativering van dat sentiment verwoord door Ramon Mangold, die zich als fotograaf de voorbije tien jaar heeft vastgebeten in het katholieke leven in Brabant.

“Natuurlijk, er zitten op zondag minder mensen in de kerk dan vroeger. Maar bij elkaar opgeteld zijn er toch heel wat, en bovendien: we moeten niet alleen bezig zijn met hoofden tellen op zondagochtend. Er gebeurt zo veel meer. Nieuwe dingen, oude dingen die nieuw leven zijn ingeblazen, dingen die al duizend jaar zo gaan. Er zijn plekken van strakke, verzorgde liturgie, maar ook carnavalsmissen. Pas nog was ik bij een Oktoberfestviering. Een mis in een tent, tussen de mensen in lederhosen, met een collecte in bierpullen. Dat is kerkzijn met een knipoog. Maar tussen alle vrolijkheid waren er wel degelijk ook momenten van bezinning, van dankbaarheid.”

De ziel van Brabant blijft onlosmakelijk met het katholicisme verbonden, de tabula is niet rasa, er is geen witkwast aan te pas gekomen; eerder voegen nieuwe vormen van spiritualiteit losjes hun eigen kleuren toe aan het veelkleurige schilderij van Brabantse religiositeit. Want dat is toch één van mijn belangrijkste bevindingen, voor mijzelf ook wel verrassend: er spreekt ook uit de verhalen die Spapens en Boerefijn optekenden nauwelijks tot geen wrok jegens het katholieke verleden, geen complexen, geen afzetten tegen – iets dat in protestantse delen van ons land vaak wel anders is, getuige de vele rancuneuze afrekeningen van zure domineeszoons en -dochters die onze Nederlandse literatuur rijk is.

Dit alles en meer is te lezen in mijn reportage voor het nieuwste nummer van Volzin (november/december 2015); een heerlijk lang en schaamteloos genuanceerd artikel, dat ik met bijzonder veel plezier en bezieling heb mogen maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *