Drie lessen van De Correspondent

Toen oud-nrc.next-hoofdredacteur Rob Wijnberg in maart zijn plannen voor het nieuwe online medium De Correspondent ontvouwde, heb ik me zonder aarzelen aangemeld als abonnee (of ‘lid’, of ‘vriend’, of ‘participant’, of weet ik veel hoe je zoiets noemt bij een experimenteel journalistiek project dat de hele klassieke tweedeling tussen zender en ontvanger op de helling zet – afijn, vast geen abonnee). Niet dat ik helemaal geen scepsis kende, maar daar wilde ik me niet door laten weerhouden. Scepsis is een put met stront waarin menig goed idee een voortijdige verstikkingsdood sterft. Daarbij vind ik de basisgedachte van De Correspondent – kort gezegd: degelijke journalistieke achtergronden bieden die de waan van de dag ontstijgen – gewoon uitermate sympathiek; meer dan dat, ik herken er mijn eigen journalistieke grondhouding in. Dan moet je verder niet zeuren, en zulke initiatieven ondersteunen, vind ik. Deze week is De Correspondent dan eindelijk officieel van start gegaan. Mijn eerste indruk? Ik heb zeker geen spijt van mijn abonne… eh, dinges. De site staat natuurlijk nog in de kinderschoenen, de inhoud en het spectrum aan onderwerpen is nog beperkt, en de navigatie vind ik (nog) onhelder en onhandig. Maar toch, de start is alleszins veelbelovend. En wel omdat het de ‘oude’ en ‘nieuwe’ journalistiek drie belangrijke lessen leert.

Beeld van de site van De CorrespondentLes 1: Tekst doet nog mee

Laat ik eerst iets zeggen over de presentatie. De vormgeving is prachtig. De stevige foto’s over de volle breedte, de fraaie typografie, de streamers en tussenkoppen en andere tekstuele foefjes die lange lappen tekst prettig leesbaar houden… Zeer goed, veel journalistieke sites (en gedrukte media) kunnen er een dikke punt aan zuigen. Maar het belangrijkste wat mij daarbij opvalt: het is geen vormgeving omwille van de vormgeving. De vormgeving staat ten dienste van de tekst, en zo hoort het, want goede verhalen vertel je nog altijd met woorden, niet met vormgeving.

Kijk, vormgevers hebben van oudsher geen hoog aanzien in het journalistieke bedrijf. En terecht, want het is een dubieus volkje; ze zijn schuw, bleek en wereldvreemd, ze ruiken naar schraal zweet en tandbederf en ze spreken een onuitstaanbaar soort geheimtaal met elkaar, met veel raspende keelklanken. Je zet ze het beste aan een aparte tafel in de kantine, en als journalist wissel je er liefst zo min mogelijk woorden mee – behalve dan natuurlijk: “Hé, jij daar, ga eens koffie voor me halen.”

Toch is er de laatste jaren wat aan het schuiven. Met name kranten zijn bevangen door een collectieve angst dat ze niet hip genoeg meer zijn. Ze hebben zich daarbij door dubieuze marketinggoeroes en frauderende wetenschappers laten aanpraten dat we in een beeldcultuur leven, dat mensen visueel zijn ingesteld, dat hun aandachtsspanne, bla bla, jij bent nu volgens die goeroes allang afgehaakt. Kortom: dat vormgeving Heel Belangrijk is. En dat is ook zo, heus, maar je moet het ook niet overdrijven. Plots werden grafisch vormgevers van hun afgeschreven keukenkrukje in het kopieerhok gehaald, ze mochten aanschuiven bij redactievergaderingen, sommigen kregen een arbo-verantwoorde bureaustoel en naar ik mij heb laten vertellen zelfs salaris. Die herwaardering van de vormgever heeft desastreuze gevolgen gehad. Want wat gaan vormgevers doen als je ze de vrije hand geeft? Juist, ze gaan naar hartenlust infographics maken, en leuk doen met foto’s, en meer van dat soort ellende. Het gevolg is natuurlijk dat de krantenoplages verder kelderen, en de besturen nog panischer hip willen doen.

Voor je het weet gaan ze allemaal snowfallen, het tragische dieptepunt van de journalistieke vertelkunst. Snowfallen, voor wie de online journalistieke trends niet bijhoudt, is zo min mogelijk zeggen over de meest onnozele onderwerpen, met zo veel mogelijk grafische poespas. The New York Times begon ermee, niet veel later volgden The Guardian, NRC en de Bredase Gezinsbode.

Helemaal vrij van dit soort malligheid is De Correspondent niet: de promotionele voorpagina doet wel wat aan aan een snowfall denken, en de eerste infographic ben ik ook al tegengekomen – een staafdiagram met euromuntjes; aargh, get back thee Satan! Maar goed, zulke opmaakelementen kunnen natuurlijk op zich best gebruikt worden, zolang ze niet overheersen, zolang ze geen doel op zich zijn, maar dienstbaar aan de inhoud. En wat dat betreft is mijn eerste indruk van de site zeer positief. Er spreekt een liefde voor het geschreven woord uit, en er hebben duidelijk vormgevers aan gewerkt met wie wél te praten valt. En aan wie je gewoon netjes vraagt of ze even koffie voor je willen halen.

Les 2: Korter is niet per se beter

De nadruk ligt bij De Correspondent op tekst, en het deed me deugd te zien dat daar ook niet te zuinig mee gedaan wordt. Diezelfde dubieuze goeroes en wetenschappers waar ik het net al over had, die jou en mij zo hardnekkig betichten van het hebben van een korte aandachtsspanne, roepen nu al jaren dat je op internet niet kort genoeg kunt schrijven. Zelfs de 140 tekens van een tweet kunnen slechts met de grootst mogelijke moeite behapt worden door ons zappende brein, we haken af na de eerste de beste komma in de zin en anders wel bij de derde lettergreep van een moeilijk woord. Wij scannen en zappen – een headline op Nu.nl hier, een statusupdate op Facebook daar, een leuk filmpje op YouTube dat zeker niet langer dan vijftien tellen duren mag… En als je tussen al het gezap en gescan en getwitter gehoord wil worden, dan zorg je ervoor dat je je boodschap zo kort en krachtig mogelijk verwoordt. Hoe korter, hoe beter.

Ik heb altijd zo mijn bedenkingen gehad bij deze redeneertrant. Allereerst omdat die door mijn eigen bescheiden ervaringen gelogenstraft worden. Ik heb voor diverse internetsites geschreven, blog hier op deze site sinds 2008, en mij valt nu juist op dat langere berichten doorgaans veel beter gelezen, gedeeld en becommentarieerd worden dan korte berichten. Een leuk tussendoortje, een enkele aardige gedachte; geen haan die er naar kraait. Schrijf ik echter een doorwrocht betoog van duizend woorden of meer – de kort-korter-kortst-goeroes gorgelen nu als een vampier die in een knoflookbroodje bijt – dan is de respons doorgaans juist veel groter en van betere kwaliteit. Ik denk kortom dat we de aandachtsboog van mensen niet moeten onderschatten. Mijn stellige indruk is dat mensen best bereid zijn een lange lap tekst te lezen – hooguit scannen en zappen we wat sneller om te bepalen óf we het de moeite van het lezen waard vinden – en dat mensen stevige kost uiteindelijk verkiezen boven een snelle hap. Onderschat de lezer niet, we willen uiteindelijk allemaal substantie. Geen mens wil enkel leukigheden en (v)luchtigheden lezen, zoals geen mens iedere dag magnetronmaaltijden of afhaalnasi wil eten, hoezeer zijn tijd ook beperkt is. Gemakzucht is heus niet zo gemakkelijk vol te houden.

Daarbij: zelfs áls het zo is dat mensen hun informatie in steeds kleinere hapklare brokken tot zich willen nemen, dan komt dat voor een belangrijk deel ook omdat media menen dat ze die moeten bieden. Ik bedoel: een mens eet ook simpelweg wat hem voorgeschoteld wordt, wat voorhanden is. Journalisten en andere professionele doorgeefluiken van informatie (tv- en film-makers, schrijvers, maar bijvoorbeeld ook leraren) hebben daar kortom ook een ‘opvoedende’ taak in. Door wat zij bieden, en hoe zij het bieden, beïnvloeden zij de ontwikkeling van onze aandachtsboog immers ook actief. De Correspondent lijkt zich van die verantwoordelijkheid bewust, en plaatst gewoon schaamteloos lange artikelen, wat de goeroes er ook van vinden.

Les 3: Wij hebben bovenal behoefte aan duiding

Dat brengt mij bij de laatste en misschien belangrijkste les: wat de belangstelling voor de lange achtergrondverhalen van De Correspondent ook laat zien, is dat er grote behoefte is aan journalistieke duiding. Dit wordt een beetje mijn ceterum censeo, sorry (ik heb het hier al vaker geschreven en heb de analyse ook in mijn boek Van klokken en klepels uitgewerkt), maar ik vind dit echt een belangrijk punt. De onveranderlijke taak van de journalistiek is 1) (nieuws-)feiten selecteren en presenteren, 2) contexten verschaffen waarbinnen die feiten betekenis krijgen, en 3) geïnformeerde meningsvorming mogelijk maken op basis van die feiten en contexten. Aan die drie taken komen media klassiek tegemoet door nieuws, achtergronden en opinies te presenteren. De opkomst van nieuwe media heeft echter gezorgd voor een stortvloed van losse feiten enerzijds (zeg maar het model Nu.nl) en een stortvloed van meningen anderzijds (blogs, reaguursels, tweets, enzovoort). Die tweede categorie is in de verdrukking geraakt. Zonder achtergronden worden feiten betekenisloos, en meningen ongeïnformeerd en gratuit. (En gratuite meningen zijn doorgaans het hardnekkigst en besmettelijkst. Je krijgt er uitslag van en jeukende vlekken. Een mening is een tekstueel overdraagbare aandoening.)

Oude media, immer geplaagd door zwetende angstdromen van overbodigheid en oubolligheid, zijn te veel meegegaan in die tendens. Met alle mensonterende uitwassen van dien – zoals online polls, straatinterviews en Maurice de Hond. De makkelijke-meningenjournalistiek is moreel en professioneel failliet. Buurvrouw of bakker kunnen mij zelf wel vertellen wat ‘de man op straat’ van de bezuinigingsplannen van het kabinet vindt; daar hoeft geen cameraploeg van de NOS tussen te staan. Ik heb dan liever dat een tv-programma gewoon een econoom uitnodigt die de cijfers netjes op een rijtje zet en doorrekent – zijn mening mag hij houden. Waar we nu mee zitten (goede uitzonderingen niet te na gesproken) is een journalistiek die aan de waterval van gratuite meningen nog haar eigen emmertje ellende toevoegt. En het ergste is, wanneer de meningen zelf als nieuwe feiten worden ingebracht; dat serieuze nieuwsmedia de resultaten van een online poll met droge ogen melden alsof het werkelijk iets betekent, is een blamage voor onze beroepsgroep.

De eerste alinea van het (verder niet zo heel inspirerende) manifest waarmee De Correspondent werd gelanceerd, vond ik daarom veelbelovend:

De Correspondent wil wel actueel zijn, maar niet meedeinen op de waan van de dag. Het laatste nieuws is overal en altijd gratis toegankelijk: daar heb je geen betaald medium meer voor nodig. De Correspondent wil juist de dieperliggende structuren en ontwikkelingen achter het nieuws in beeld brengen. De artikelen moeten de lezer nieuwe inzichten bieden in hoe de wereld werkt. Doelstelling van De Correspondent is, kortom, om de begrippen ‘nieuws’ en ‘actueel’ te herdefiniëren: van datgene wat de meeste aandacht trekt naar datgene wat het meeste inzicht biedt.

De site is nog jong, de inhoud is daardoor nog beperkt. Of De Correspondent de ambities en verwachtingen waar kan maken, zal nog moeten blijken. Of het commerciële model levensvatbaar is eveneens. Ik zal het met grote belangstelling en welwillendheid volgen.

1 gedachte over “Drie lessen van De Correspondent

  1. Prima synthese!

    Wat in de weg zit is m.i. dat journalisten bezeten zijn (worden) van het idee dat het over henzelf gaat. De ster, the anchor man; met verslaggeving als middel dan. Er is nog nauwelijks verschil tussen politieke analyses en columns. Bij human interest programma’s op TV staat niet meer het onderwerp op de voorgrond, maar de reporter. Soms erg letterlijk zelfs.
    Hetzelfde fenomeen zie je ook elders: bijv. de gevierde zanger die muziek enkel als middel gebruikt om zijn persoon te vereeuwigen.
    En de lomtegenwoordige marketing als collectief bedrog: hoe val je ueberhaupt nog op tussen die galaxie aan prikkels, tenware je NOG harderof origineler schijnt. Branding en zo, al betwist ik niet het nut van marketing om mensen te informeren.

    En toch klinkt angst door, angst om de bal mis te slaan. Zo moet het niet verbazen dat alle mediamensen nagenoeg continu mekaars dingen lezen. En daardoor onder een glazen stolp zijn beland, die weinig meer met de publieke opinie te maken heeft, maar alles met hun collectieve navel.
    Eerste remedie voor elke redactie: lees een maand geen (andere) kranten meer, kijk geen TV, doe je eigen ding.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *