Een clowneske paus op het katholieke narrenschip

In de Volkskrant stelde fotoredacteur Frank Schallmaier zich kort geleden een intrigerende vraag, ruimschoots geïllustreerd met kleurrijk beeldmateriaal à charge: waarom laat paus Franciscus zich toch zo vaak op de foto zetten met clowns, en is hij zelfs niet te beroerd soms zélf een rode neus op te zetten? Voer voor vaticanisten, schreef Schallmaier – en hoewel ik mijzelf niet tot die beroepsgroep reken, wil ik toch een poging tot nadere verklaring wagen.

Het makkelijke en prozaïsche antwoord zal zijn, dat de slordige 1,2 miljard katholieken op deze wereld een bont gezelschap vormen, en dat daar vanzelfsprekend ook circusartiesten tussen zitten. Een paus ontmoet elke dag vele mensen, de meesten vast zonder clownsneus, maar degenen mét leveren nu eenmaal een mooier plaatje op voor de krant.

Uitbundig

Hoe waar ook, dit prozaïsche antwoord bevredigt de nieuwsgierigheid nauwelijks – en wie het fenomeen van de religie echt wil begrijpen, heeft nu eenmaal een meer poëtische geest nodig. De fotoselectie van Schallmaier laat meer zien; dat het katholicisme een vrolijk en uitbundig geloof is allereerst, wars van de calvinistische ernst en muffigheid die het onderwerp religie in onze streken steevast omgeven (bij het seculiere deel van de bevolking misschien nog méér dan bij het gelovige protestantse deel, opvallend genoeg; want Nederlanders zijn juist in hun ongeloof uitermate calvinistisch, op het puriteinse af).

Heilige dwaasheid

Jheronimus Bosch, Het Narrenschip, ca. 1494.
Jheronimus Bosch, Het Narrenschip, ca. 1494.

Maar het raadsel steekt dieper. Het katholicisme zélf is een clown geworden tegenwoordig. We zien het klunzig bewegen, struikelen over de eigen te grote schoenen, dwaasheden begaan. Misschien vinden we het soms koddig en komisch, maar vaker vinden we het eng – als de psychopathische clowns die de horrorfilms bevolken. Wij leven in coulrofobe tijden. Wie begrijpt de heilige dwaasheid van dit geloof nog? Seksgoeroe Goedele Liekens zei pas nog in het Volkskrant Magazine, dat zij het katholieke geloof van haar jeugd niet meer kon rijmen met haar verstand. Een typerende, voor velen vast herkenbare uitspraak. Het getuigt niet zozeer van een smal geloof, maar van een smal verstand. Door het rationalistische wereldbeeld zijn we niet méér, maar juist minder gaan begrijpen van de wereld om ons heen. Alles wat niet in onze benauwde rationele kaders past vinden we raar, eng. Het clowneske katholicisme is een levende herinnering aan die eeuwige waarheid.

De paus is het boegbeeld van het narrenschip dat de katholieke kerk is. Zien we op het beroemde vijftiende-eeuwse schilderij van Jheronimus Bosch niet ook een franciscaner monnik en een non vrolijk zingen op dat schip? Bosch en andere middeleeuwse kunstenaars die de metafoor van het narrenschip gebruikten, bedoelden dat overigens niet complimenteus. Logisch: lang niet alle dwaasheden van Gods grondpersoneel verdienen onze lof. Maar in een diepere zin is het goed dat de kerk een nar is, een idioot als die van Dostojevski, een goedmoedige paljas. De clown is in wezen steeds een spiegel van de menselijke dwaasheid, en de nar in het bijzonder is de spiegel van de wereldse machthebbers. Iemand met een status aparte aan het hof van de absolute heerser, iemand die als enige de koning de waarheid mag zeggen via spotternijen, maar die toch steeds ook moet vrezen voor zijn kop.

Geweten

De paus is in een heel reële zin zo’n nar. Niet alleen deze paus, maar heel het pausschap, zeker sinds 19e eeuw. De Europese mogendheden confisqueerden toen systematisch al het grondgebied van de katholieke kerk tot slechts het schertsstaatje Vaticaanstad overbleef. De paus was niet langer een grootgrondbezitter, geen staatshoofd tussen de staatshoofden, maar ontwikkelde zich tot het geweten – ja, zeg maar gerust de nar – van de machthebbers. Een figuur die in wereldse termen weinig in te brengen had, maar de gemoederen toch wist te bedaren toen de grootmachten de nucleaire degens kruisten (paus Johannes XXIII) en beslissend bij kon dragen aan de implosie van het communisme (paus Johannes Paulus II).

De ernstige cultuurcalvinist zal het niet gaarne toegeven, maar daarmee komt het pontificaat steeds dichter bij zijn Bijbelse kern. Christendom is een vorm van narrendom. Een godsdienst die haar mensgeworden God geboren laat worden in een stal tussen de koeienstront. Een God die zijn almacht toont wanneer hij van staatswege wordt geëxecuteerd als een ordinaire misdadiger, een spotvorst met doornenkroon, hulpeloos bungelend aan een kruis. De christelijke godsdienst is altijd een omkering van waarden geweest, een bijzonder wrange grap – een grap die de machthebbers van alle tijden ongemakkelijk hebben gevonden.

Lachspiegel

Dit alles moeten we in het achterhoofd houden, als we paus Franciscus de clown zien uithangen. Als hij een rode neus opzet op het Sint-Pieterplein. Als hij zich laat interviewen door een straatkrantverkoper terwijl hij de BBC’s en CNN’s van deze wereld op afstand houdt. Als hij het opneemt voor vluchtelingen wanneer hij in het Europarlement als hofnar mag optreden, of voor het milieu in de Amerikaanse senaat. De vorsten reageren korzelig – waar bemoeit zo’n man zich mee? – en de meesten van ons zullen in die gevallen nog applaudisseren voor zijn strapatsen. Maar wat als hij ook ons een lachspiegel voorhoudt? Zijn we nog zo tolerant wanneer hij bijvoorbeeld onze opvattingen over seksuele moraal of medische ethiek op de korrel neemt, zoals hij óók gedaan heeft? Niets is zo wispelturig als de populariteit van de nar. Wee de mens die niet meer om hem lachen kan – die neemt zichzelf te serieus, en de nar niet serieus genoeg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *