Een kleine historie van ons laagland

Ooit, in een duistere en irrationele tijd, werd ons land bestierd door benepen wetsgeleerden. Die benepen wetsgeleerden hadden een Heilige Oekaze uitgevaardigd waarin stond dat Nederland een geheel vlak land moest worden. Jij weet het misschien niet meer, maar vroeger hadden we hier heuvels, bergen en dalen, moerassen en oerbossen, woest meanderende rivieren. Daar moest rap een einde aan komen, meenden de wetsgeleerden. Want het kon toch niet zo zijn dat een Nederlander in pak ‘em beet Eindhoven (vroeger een pittoresk Alpendorp) de frisse berglucht mocht snuiven, terwijl iemand in Amsterdam (toen reeds een paaldorp op zompige moerasgrond) half verstikt werd door de zwaveldampen.

Gelijkheid was het nieuwe dogma, en dat betekende in de praktijk: de bulldozer over alle bergen en heuvels. Met de grond die daarmee gewonnen werd konden meren, rivieren en zelfs zeeën gedempt worden, want het was natuurlijk ook niet eerlijk dat iemand in Egmond naar de zee kon turen terwijl iemand in Enschede slechts naar Duitsland kijken kon. De wetsgeleerden zochten er een passende bijbeltekst bij en begonnen daarna met vrome ijver te ploegen en te effenen, beginnend in Groningen, en dan alsmaar zuidwaarts. Het werk verliep gestaag en voorspoedig. De Friese bergpieken werden gebruikt om de Hollandse moerassen te slechten, de heuvels van Drenthe en Overijssel werden linea recta in de Zuiderzee geplempt, de Gelderse en Zeeuwse wouden werden gekapt. Zonder noemenswaardige problemen kwam men vervolgens in Brabant uit.

Met deze graafmachine, door de wetsgeleerden 'De Effenaar' gedoopt, werd Eindhoven afgegraven. Een poppodium in die stad herinnert nu nog aan deze heuglijke gebeurtenis.

En toen ging het mis. De Brabanders, een bescheiden maar eigenzinnig volkje, waren namelijk helemaal niet gecharmeerd van al die graafwerkzaamheden. Ze waren te beleefd om de benepen wetsgeleerden direct tegen te houden, maar toen ze Eindhoven langzaam richting zeeniveau zagen zakken, begonnen ze toch te morren. “Wij houden van die bergen!”, riepen ze de wetsgeleerden nors toe. Vanaf dat moment noemden de wetsgeleerden de Brabanders schertsend ‘ultramontaan’, wat zoiets betekent als: ‘iemand die al te sterk aan bergen gehecht is’… afijn, de nuances van de woordspeling ontgaan ons nu goeddeels, maar in die duistere en irrationele tijd werd het erg grappig gevonden.

In de noordelijke provincies gingen steeds wildere verhalen de ronde doen over de zuidelijke ultramontanen. Zij bedreven de een of andere schimmige primitieve afgoderij, met een grote goeroe die in een paleis aan de Middellandse Zee verbleef, en een maagdelijke Oermoeder die van bloemen en kaarsjes hield, en met allerlei plaatselijke sjamanen die het – godbetert! – verdomden te trouwen. De wetsgeleerden kwamen woorden tekort om hun minachting over zulks uit te spreken.

Vandaag de dag, nu de tijden (goddank) zo verlicht en verstandig zijn, weten we wie er als overwinnaars van deze historische strijd uit de bus zijn gekomen: de wetsgeleerden. Slechts in het uiterste puntje van Limburg wisten de ultramontanen een paar miezerige heuveltjes te redden. Eindhoven lijkt definitief verloren; al weer een tijdje ligt dit dorp op hetzelfde niveau als de rest van het land. De gezonde berglucht is er verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor fijnstof en roet. Het zal geen toeval zijn dat juist daar de nazaten van de ultramontanen zich af beginnen te zetten tegen hun  erfenis. Een oude sjamaan besloot zelfs te trouwen. En een scribent die zich ‘ex-ultramontaan’ noemt nam het in het Brabants Dagblad voor deze sjamaan en zijn eega op; hoe dúrven de aanhangers van die primitieve afgodendienst hun sjamanen immers te verplichten om niet te trouwen? Daarmee zondigt men tegen Artikel 1 van de Heilige Oekaze…

Ik heb slecht nieuws voor u, pleitbezorgers van de benepen wetsgeleerdheid; de ultramontanen zijn nog niet allemaal weggejaagd, zij zijn nog altijd in uw midden. Ze gehoorzamen er uw tijdelijke aardse wetten, geven aan uw keizer wat aan uw keizer toekomt. Maar ze laten zich ten diepste leiden door een oudere, een eeuwige wet; ze dienen in werkelijkheid een andere Vorst. Voor die Vorst, en die Vorst alleen, effenen zij graag de bergen en de dalen. Niet voor uw duistere en irrationele onzin over dat zogenaamd ongrondwettelijke karakter van het celibaat.

5 gedachten over “Een kleine historie van ons laagland

  1. Pingback:Rekenwonders | Anton de Wit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *