Een kleine theologie van de detective

Laat ik de schokkende waarheid maar opbiechten: ik mag graag naar misdaadseries kijken op tv. Zo, dat is er uit — de onverwachte ontknoping, de boef ontmaskert zichzelf. Dit totnogtoe geheel in het verborgene uitgeleefde pleziertje verbaast mijzelf niet het minst. Want ik heb nooit een hoge dunk gehad van het hele detectivegenre. Wat bezielt me toch? Of, laat ik in stijl blijven: wat is toch mijn motief om me tot deze misdaad te verlagen?

Als het gaat om detectiveromans, heb ik altijd de stelling gehuldigd dat ze je reinste tijdverspilling zijn. Een pientere auteur draait een pienter raadseltje in elkaar, en de pientere lezer mag het pientere raadseltje oplossen — daar pas ik dus heel pienter voor. Maar misschien komt het doordat ik televisiekijken toch al tijdverspilling vind, dat ik er minder problemen mee heb om in die zeldzame gevallen dat ik de beeldbuis toch aan heb staan ook maar meteen te blijven haken bij Criminal Minds, CSI, Cold Case en soortgelijke onzinnige, maar vermakelijke series. Voor een klassieke Poirot-film wil ik de buis zelfs nog wel eens aanzetten. En onlangs heb ik voor het eerst een complete detectiveserie op DVD gekocht: Father Brown, de Britse serie uit het begin van de jaren ’70 met wijlen Kenneth More in de titelrol. (De schade viel overigens mee: ik vond de de box met dertien afleveringen op vier schijfjes voor net iets meer dan een tientje bij het Kruidvat — een aanrader dus.)

Nu is het ook weer niet zo heel verbazingwekkend dat ik deze DVD-box heb gekocht, aangezien de auteur van de oorspronkelijke verhalen G.K. Chesterton heet, een schrijver die ik, zoals de trouwe lezer van dit weblog zal weten, zeer waardeer.  Maar geloof het of niet: de Father Brown-boeken heb ik nooit gelezen (hoewel ik een incomplete omnibus in de kast heb staan — ook al voor een schijntje op de kop getikt, bij de Slegte), vanwege mijn al genoemde weerzin tegen detectives. Maar misschien kom ik daar toch nog eens van terug, want ik heb de tv-serie met bijzonder veel genoegen bekeken.

Voor wie de serie noch de verhalen kent: Father Brown is een schrandere jezuïet die je liever niet wil ontmoeten, want dan ben je er zeker van dat er binnen afzienbare tijd een moord gepleegd gaat worden waarvan jij ofwel het slachtoffer ofwel de dader bent. En in dat laatste geval kun je er zeker van zijn dat de eerwaarde pater John Brown SJ jou door heeft, hoe slim jij je sporen ook weggepoetst dacht te hebben. En daarbij vertrouwt de priester niet op de forensische foefjes of de dieptepsychologische profielen waar de meer eigentijdse fictieve speurders zich op verlaten, nee, hij gebruikt slechts zijn nuchtere boerenverstand.

Het levert ouderwets vermakelijke televisie op. En, zo moet ik toegeven, eveneens vermakelijk ouderwetse televisie — met een knullige, cliché geworden vormgeving, trage dialogen en voor het theater geschoolde acteurs die zich bezondigen aan vettige overacting. Je moet er van houden, maar persoonlijk vind ik het heerlijk, werkelijk heerlijk. Knus, ja, dat is het goede woord, zo knus als haardvuur en hoogpolig tapijt en vanillezoete pijprook. Zelfs zoiets ongezelligs als een moord wordt uitermate gezellig in een Father Brown-episode.

Moderne Amerikaanse misdaadseries zijn wat dat betreft vele malen realistischer, en je kunt dat als iets positiefs zien. Een moord is in zo’n serie geen gezellige aangelegenheid; het wordt daarentegen bloedig en gewelddadig en deprimerend in beeld gebracht. En terecht natuurlijk: zo is immers de realiteit. En hoewel je ook die moderne series het verwijt kunt maken dat ze het werk van de speurder wat erg romantiseren en spannender maken dan het in werkelijkheid is, zal het algehele beeld toch nog altijd realistischer zijn dan dat van de koddige priester met paraplu die rondscharrelt de plaats delict en de verdachten gewiekste vragen stelt.

Toch geef ik de voorkeur aan de klassieke gezellige whodunit à la Father Brown boven het moderne quasi-realisme à la CSI of NCIS. En dat heeft niets te maken met nostalgische sentimenten, of vreemde opvattingen als zou die klassieke televisie ‘echtere’ of meer gedegen televisie zijn dan de gelikte hedendaagse programma’s… dat zou ronduit onzinnig zijn, want vanuit een professioneel oogpunt zijn de Amerikaanse series van nu gewoon zeer degelijk, met goed geconstrueerde verhaallijnen, kundige montage en overtuigend acteerwerk — daar kan Father Brown echt niet aan tippen. Waarom ik die laatste toch verkies boven de eerste? Nou, ik heb er reeds op gezinspeeld: omdat priester annex detective eigenlijk louter het nuchtere verstand als opsporingsmethode gebruikt. Geen hoogtechnologische of dieppsychologische poeha.

En dat mag toch op z’n minst opmerkelijk heten. Father Brown is een priester, een vertegenwoordiger van een religie waarvan de communis opinio stug volhoudt dat zij zich baseert op irrationele aannames, onbewijsbare speculaties of zelfs naïef bijgeloof. Maar Father Brown is nergens naïef, allerminst bijgelovig, hij speculeert zo min mogelijk en beargumenteert alles heel zorgvuldig. Als je aan de andere kant eerlijk gaat kijken naar moderne ‘seculiere’ misdaadseries, valt het juist op dat de oplossing van een misdrijf zich zelden langs rationele lijnen ontvouwt. De speurders lossen amper iets op met behulp van logische redenaties, meestal dient de ontknoping zich gewoon aan, door blind toeval of dom geluk. En waar de detective nog zelf iets oplost, komt dat veelal door een gut feeling, een irrationeel onderbuikgevoel, een professionele intuïtie, waar hij zich eigenwijs aan vastklampt. Echt hoor, let er maar eens op, je zult merken dat ik gelijk heb.

In onze tijd, die zichzelf zo nuchter en rationeel lijkt te vinden, is juist in de misdaadseries dus maar weinig nuchterheid en rationaliteit te vinden. Er is zelfs een heel subgenre ontstaan van paranormale thrillers, waarin de moordenaars en de speurders vrijelijk over een handjevol extra zintuigen kunnen beschikken. Maar ook de series die zich van een strikt wetenschappelijk vocabulaire bedienen staan vaak bol van bijgeloof en irrationalisme. Neem nu Numb3rs, een serie over een wiskundig hoogbegaafde nerd die zijn stoere FBI-broer helpt bij het oplossen van allerlei misdaden. Kostelijk programma, daar niet van. Ik kijk er graag naar. Maar het draait er meestal op uit dat die wiskundekwibus op een blackboard allemaal ingewikkelde formules staat te krabbelen, waarna hij met aan de zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vaststelt dat de gestoorde seriemoordenaar vanavond nog zal toeslaan in het oostelijk havengebied. De redenaties zijn als leek niet navolgbaar (ik vermoed trouwens als deskundige evenmin), de mathematiek wordt met de esthetische mist van mystieke bezweringen omhult, en uiteindelijk zijn de oplossingen gebaseerd op kansberekening en andere vormen van wilde speculatie.

“Voor zover de religie verdwenen is, is de rede bezig te verdwijnen”, schreef G.K. Chesterton ooit in een heel andere context. In elk geval op het gebied van de misdaadverhalen, die hij zelf ook met zo veel plezier schreef, heeft hij gelijk gekregen. De huidige generatie detectives wordt niet meer bevolkt door priesters, en prompt zijn ze irrationeler geworden. Natuurlijk, in één bepaald opzicht zijn ze realistischer geworden: ze laten duidelijker zien dat moord en misdaad gruwelijk zijn. Maar in tal van andere opzichten zijn ze ook minder realistisch geworden. Ze zijn volslagen irrealistisch in de geïmpliceerde aanname dat we er met ons verstand niet bij kunnen, bij die gruwelijke wereld van de misdaad. Wat Father Brown en andere klassieke detectives laat zien, is dat de redelijkheid ook in die duistere wereld een licht kan opsteken.

Gespiegelde heiligenlevens, dat zijn misdaadverhalen in zekere zin. Dat heb ik niet zelf bedacht, het was Father Brown die me dat inzicht aan de hand deed. In één van de verhalen die ook op mijn DVD-reeks te vinden is, The Man with Two Beards, vergelijkt hij de criminologie met de hagiologie, ofwel de studie van heiligen.

“Zie je, in de Duistere Middeleeuwen probeerde men een wetenschap van goede mensen te maken. Maar onze eigen humane en Verlichte tijd is enkel geïnteresseerd in een wetenschap van de slechteriken.”

5 gedachten over “Een kleine theologie van de detective

  1. Dear Anton de Wit,
    I love crime novels.
    When I visited London way back in 1960 I even went to see a crime play by the famous AGATHA CHRISTIE in the centre of London, in Soho Square. Lovely.
    BCK
    When I stayed in SAN MATIAS (Bolivia) with a Franciscan Father in 1965 I found quite a lot of “Krimis”, which made interested reading.
    BCK

  2. Leuke beschrijving van deze serie; ik kende Father Brown nog niet, maar zal m’n ogen eens goed de kost geven als ik in het Kruidvat ben!

    Een andere nuchtere geestelijke, die met vasthoudendheid de nodige misdaden opgelost heeft, is natuurlijk broeder Cadfael. Ben benieuwd wat je van die serie vindt (zo je ‘m al opgezocht hebt) 🙂

  3. Leuk! Ik kende eigenlijk alleen Father Dowling, een katholieke priester in Chcago die samen met de stoere sister ‘Steve’ allerlei zaken oploste, zo eind jaren 80.

    http://www.youtube.com/watch?v=RKikUl4slJ4

    Ik ben dol op plotjes raden en verafschuw daarom CSI en trouwens ook de nieuwe Sherlock Holmes (al doet Robert Downey Jr. het leuk): zij geven je geen puzzelstukjes maar slechts een sfeerschets en een handjevol data en dan plots de kant en klare oplossing. Niet gededuceerd maar tegenaan gelopen via toeval of gut-feeling, heb je idd helemaal gelijk in. “Ik voelde dat ik dat ene onnozele stukje stof nog maar eens moest onderzoeken”. Pfff. Een soort deus ex machina in het scriptschrijven. CSI gaat bovendien zo snel qua montage dat je niet eens de kans krijgt om mee te puzzelen. Dan nog liever Miss Marple of Murder She Wrote.

  4. @ Marloes: Father Dowling, verrek ja, nu je het zegt (en ik de intro bekijk), daar keek ik ook altijd naar. Helemaal vergeten!

    @ Kattekliek: Ik heb Cadfael nog steeds niet opgesnord, maar bedankt voor de reminder, dat ga ik nog doen! (Een vergelijkend-warenonderzoek van fictieve geestelijken annex speurneuzen houden jullie van me tegoed. ;-))

  5. Vond gister toevallig een verzamelboek van Father Brown ,ooit gefrustreerd door superslechte vertaling onder m,n bed gemeten.Had ooit gelezen dat het Lewis, grote voorbeeld was.
    Maar wel gekke schrijver hoor;soms wordt je als door de bliksem getroffen door uitspraken van die maffe priester!
    Het gaat ook om de botsing wetenschap/religie,toch?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *