Een kleine theologie van het woord ‘ja’

In het laatste nummer van het tijdschrift Onze Taal staat een fascinerend essay van taalkundige Marc van Oostendorp over het woordje ‘ja’. Ja, daar valt nog best veel over te zeggen ja…

Wist je bijvoorbeeld dat ‘ja’ het meest gebruikte woord is in onze spreektaal? We zeggen dus vaker ‘ja’ dan we ‘en’ of ‘de’ of ‘euh’ zeggen. Als je dat even tot je door laat dringen is dat een tamelijk verbijsterend gegeven. Als je mij zou vragen welk woord ik het meest gebruik in mijn dagelijkse taalgebruik, zou ‘ja’ niet eens in me opkomen. Het is dus een woord dat in veel gevallen buiten ons taalbewustzijn valt. In onze schrijftaal komt het dan ook lang niet zo vaak voor. Een zin als “Ja, maar ja, dat is ook weer zo ja” is helemaal niet vreemd in een gesprek, maar wel in een geschreven tekst. Wanneer we dezelfde boodschap in een e-mail zouden neerpennen vergeten we onwillekeurig alle ja’s: “Dat is zo.”

‘Ja’ is dus een soort stopwoord, te pas en te onpas gebruikt, goeddeels aan ons bewuste taalgebruik onttrokken – totdat je er op gaat letten natuurlijk, want dan hoor je “ieder ja alsof twee grote cimbalen tegen elkaar [worden] geslagen”, zoals Van Oostendorp schrijft. Maar tot die tijd zenden en ontvangen wij allemaal massa’s ja’s, ja’s in alle soorten en maten, korte ja’s en lange ja’s, zangerige en hoekige ja’s, subtiele ja’s en lompe ja’s, erotische en cynische en vrolijke ja’s, ja’s die dan weer zelfverzekerdheid uitdrukken en dan weer twijfel, ja’s die soms zelfs nee betekenen. Och ja, er is sprake van ja-verloedering, ja-inflatie, ja-verruwing… Mja, misschien roepen deze ontwikkelingen wel om een nieuw ja-elan, een ja-purisme. Ja. Ja!

Maar de ja-puristen zullen snel op problemen stuiten, zo blijkt ook wel uit het mooie artikel van Van Oostendorp. Want is er wel zoiets als een zuiver ja? Nee! De oude talen die aan de basis van onze Europese beschaving liggen – het Latijn, het Grieks – kennen niet eens een woord voor ja. Voor ons is het zo lastig in te denken als een numeriek systeem zonder cijfer nul. Net als dat cijfer was het woord er gewoon opeens; en de geleerden verschillen van mening waar ze precies vandaan komen. Over het cijfer nul bestaan nog wel enkele plausibele theorieën, maar de herkomst van het woord ‘ja’ is werkelijk volstrekt onduidelijk; wie er het etymologisch woordenboek op naslaat vindt slechts onbevredigende gissingen.

Ik durf de hypothese wel aan dat het woord ‘ja’ gewoon op een mooie wolkeloze lentedag uit de hemel is komen vallen. Ja, het is een godsgeschenk, het ja-zeggen zélf is een godservaring – ik denk dat dat klassiek uitgedrukt in deze passage van de 20e-eeuwse diplomaat en mysticus Dag Hammarskjöld:

“Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde. Ik weet niet, wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja, tegen iemand, of iets. Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven een doel heeft….”

Hammarskjöld pende dit neer in zijn dagboek in 1961, precies op Pinksteren – feest van de Heilige Geest, en ook het feest van de taal: iedereen in Jeruzalem hoorde de apostelen immers spreken in zijn eigen taal of dialect. Hoe onbewust we het woordje ‘ja’ vaak ook uitspreken, en hoe talrijk de betekenissen ook kunnen zijn; we begrijpen toch altijd wat er mee bedoeld wordt. In het etymologisch woordenboek lees ik er niks over, maar is het een gekke gedachte om te veronderstellen dat ons woord ‘ja’ verwant is aan de Godsnaam van het Oude Testament, YHWH – Yahweh, Yah? Ik vind het in elk geval een spannende gedachte – God in het ja; zo makkelijk vergeten in bewust neergeschreven woorden, maar half-bewust zo alomtegenwoordig in onze spreektaal…

Het essay van Marc van Oostendorp is hier te downloaden als PDF.

2 gedachten over “Een kleine theologie van het woord ‘ja’

  1. Ik zocht zelf op het woord “ja” omdat ik net op een wiki pagina zat over rastafari.. zij gebruiken “jah” te pas en te onpas waar het hetzelfde betekend als hier.. maar ook weer niet. En in de oorspronkelijke tekst komt jhwh nogal vaak voor met allerlei verschillende interpunctietekens. Letterlijk maar misschien ook figuurlijk “de toon”? Grappig dat je de vergelijking ook maakt met jah. Maar ik ben nog steeds benieuwd waar ja vandaan komt!
    En komt “nee” dan ook van “weh”? 😉

    Laat het weten als je er achter bent. 😀

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *