Er is er één jarig, hoera, hoera…

…dat kun je wel zien, dat is Arvo Pärt! Tachtig lentes jong wordt de Estse grootmeester van de mystieke minimal music. Hier zijn vijf redenen waarom dat een feestje waard is.

1. Hij maakt helemaal geen kitsch, potverdriedubbeltjes!

Ja, ik weet dat ‘ze’ dat vaak zeggen. ‘Ze’, dat zijn omhooggevallen types die menen dat ze een zeer geraffineerde muzikale smaak hebben. Pärt, mwah, da’s toch een beetje plat, makkelijk scoren met vage engelenkoortjes, formulemystiek, spiriwiri-kitsch. Ik vermoed dat dit snobisme te maken heeft met een pathologische weerzin jegens religieuze motieven in de kunst, die doorgaans leidt tot het wegrelativeren ervan – door Willem Jan Otten ooit terecht een “nationale ziekte” genoemd. Bij Arvo Pärt is het religieuze echter niet meer af te doen als bijverschijnsel, niet te verdonkeremanen met de sleetse smoes “ik word geraakt door de muziek, niet door de inhoud”; hij is zo authentiek en onverschrokken christelijk, dat zelfs veel christenen zich er ongemakkelijk bij voelen – verpest als zij zijn door ruggengraatloos, quasi-verontschuldigend cultuurcalvinisme.

2. Hij is beter dan B.. Bw.. Bwwwaaach!

Ik krijg het bijna niet uit mijn strot. Het B-woord. Johan Sebastian. De grote sloper van de religieuze muziek; de aanstichter van een eeuwenlang muzikaal verval dat momenteel ergens bij The Passion en Opwekkingsliederen zijn voorlopige dieptepunt heeft gevonden.

Arvo Pärt is de grootste en meest toonaangevende exponent van een beweging, die dat verval effectief bestrijdt, door het hele muzikale idioom van de Barok tot en met de Romantiek los te laten – of er hooguit verveeld en selectief aan te nibbelen als een all-in-toerist aan zijn ontbijtbuffet.

3. Hij is de redder van een oudere sacrale traditie

Als je al die klassieke vormen overboord gooit, kom je uit bij een veel oudere traditie, waarin de echo’s weerklinken van exotische klaagzangen in het Hebreeuws en Aramees, van vreemde oriëntaalse toonladders, van psalmen in synagoges, van de lofliederen die Plinius – stadhouder van Bithynië – de christenslaven in de tweede eeuw in beurtzang hoorde zingen in de vroege morgen aan de oevers van de Zwarte Zee. We ruiken zand en zweet en paardenmest, wierook en kaarsvet; we horen eeltige vingers ritselen door vloeidunne bladeren van vergeelde liedbundels, koorbanken kraken, ruw geweven gewaden wapperen; we zien de eerste zonnestralen door kleine dakramen in de catacomben vallen, statige beelden van steen en hout; we horen Gods lof gezongen worden in het dialect van de gevallen overweldigers van Rome. Net als de keizer heeft de tijd hier geen macht; hier regeert een andere vorst, nunc et semper.

Wie oren heeft, hoort het.

4. Hij wordt nog véél te weinig uitgevoerd in een liturgische setting

Jammer hoor. De kerken zouden ogenblikkelijk weer vol zitten. Wat nou ontkerkelijking.

5. Tot slot: eh, nou ja, luister nou maar gewoon naar Pärt!

Dus. Lang zal hij leven, veel muziek zal hij nog geven. Op de website van Radio 4 is nog een heleboel Pärt te beluisteren, en Cappella Amsterdam gaat op tournee met een speciaal verjaardagsconcert. Geniet er nou maar gewoon van.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *