Gerard Brom, wie maalt erom?

Sommige boeken zijn zozeer het tegenovergestelde van ‘light reading‘, dat het lezen ervan voelt als zelfkastijding. Penitentie voor begane zonden. Daarin kan een zeker masochistisch genoegen schuilen – of gáán schuilen, wanneer je de zelftuchtiging maar lang genoeg volhoudt. Pets, klinkt de karwats, pets, pets – doe mij nog maar een bladzijde, en nog één, en nog één, pets, pets… Een dergelijke ervaring had ik bij het lezen van Heraut van de katholieke herleving, een onlangs verschenen, baksteenzware biografie van de letterkundige en cultuurhistoricus Gerard Brom (1882-1959), door Paul Luykx.

Saaiheid

De ongeduldige lezer zal het een saai boek over een saaie man vinden. De geduldige lezer trouwens ook. Maar die zal op den duur wel reliëf gaan zien. Gerard Brom – één van de drijvende krachten achter de emancipatie van het katholieke volksdeel in de eerste helft van de vorige eeuw – was een bevlogen man, met een indrukwekkende werklust, idealistisch, volhardend, erudiet. Tegen de laat-negentiende-eeuwse enggeestigheid van vele geloofsgenoten in, spant hij zich onvermoeibaar in voor de bevordering van cultuur en wetenschap in katholieke kringen. Maar behalve bewondering roept hij ook ergernis op (dat was bij zijn tijdgenoten niet anders). Hij komt steil over, humorloos (zijn humor was vooral bitter sarcasme), niet zelden ook drammerig, geëxalteerd en pretentieus. Een polemist met de Waarheid-met-hoofdletter in pacht. Hij herinnert daarin wel wat aan (min of meer) tijdgenoten als Léon Bloy of Giovanni Papini, bij wie je ook een aforisme als deze had kunnen vinden: “Een bede aan de moderne mens: versterk uw slappe knieën knielend”. Al is Brom onmiskenbaar noordser, stoffiger, minder flamboyant dan dergelijke Zuid- en Midden-Europese geestverwanten. Hij heeft een biografie gekregen die bij hem past; grondig, degelijk, academisch, zeer uitvoerig en breedsprakig – alleen drammerig, dweperig of bekeerdriftig is het boek absoluut niet.

Omslag Heraut van de katholieke herlevingBegrijp me goed: ik zeg dit alles met diepe achting voor het imposante werk dat Luykx, als historicus gespecialiseerd in de recente geschiedenis van het Nederlands katholicisme, geleverd heeft. Het is goed dat dergelijke boeken nog geschreven en uitgegeven worden – zo wars van sensatie- of behaagzucht, zo onverschillig voor slinkende aandachtsbogen van lezers.

Dit is pas wat je noemt een longread, en dan nog zonder enige vorm van verluchtiging tijdens het lezen of beloning voor het uitlezen ervan: je bent aan het einde niet veel wijzer geworden, hebt weinig inzichten opgedaan die je ‘mee kunt nemen’ (brrr!), en je voelt ook maar nauwelijks de aandrang om de antiquariaten af te struinen op zoek naar eigen werk van de geportretteerde. (Ik niet althans. Wel wekte het mijn belangstelling voor het nogal obscure De Kerk van Christus bij de Keerpunten der Geschiedenis van Godefroid Kurth, dat kort aangestipt wordt omdat een broer van Gerard Brom destijds een voorwoord bij de Nederlandse vertaling schreef. Ik heb het inmiddels antiquarisch weten te bemachtigen, maar moet het nog lezen – ik moet enkel nog even een zonde begaan die zwaar genoeg is om een dergelijke penitentie rechtvaardigen.)

Ontnuchterend

Waarom heb ik Heraut van de katholieke herleving ondanks dit alles gelezen, waarom vind ik het bovendien ook de moeite waard om er hier woorden aan te wijden die op een vreemde manier wel degelijk als aanbeveling bedoeld zijn? Ten eerste omdat het boek ontnuchterend en bescheiden makend is, en ten tweede omdat er een intrigerend historisch raadsel mee gemoeid is.

Ontnuchterend is het boek bovenal voor iedereen die zich inspant voor moedertje de Kerk – en dat bedoel ik heel breed; ik denk niet enkel aan hen die wij plechtige gebaren zien maken op het liturgische toneel, maar vooral ook al die vele mensen achter de schermen. De vrijwilliger die zijn taaie koekje doopt in te slappe koffie tijdens een langdradige vergadering van een parochiële werkgroep. De onzichtbare receptioniste die zwijgend de intercom van het statige bisschoppelijk paleis bedient, de oude houten deur met een klik en zoem open laat zwaaien. Maar ook de kantoormedewerker van één van die talloze organisaties in de marges van het kerkbedrijf; zij die ooit trots ‘middenveld’ heetten, en nu een zieltogend bestaan leiden in de een of andere provinciestad, in anonieme kantoorpanden met systeemplafonds en stellingkasten waarin lange rijen archiefmappen staan, en kartonnen dozen met stapels folders van de eigen organisatie, die nog door een duur reclamebureau bedacht zijn maar die desalniettemin geen hond lezen wil. Een naambordje aan de gevel met een afkorting met een k erin. Een logo dat heel fris en modern was in de jaren ’90. Een ronkend mission statement vol wollige termen – ‘verbindend’, ‘bruggen bouwen’, ‘netwerk’, ‘eigentijds’, ‘vanuit een katholiek-christelijke inspiratie’. Denk niet dat ik die wereld nu vanaf een afstand minzaam beschrijf: ik ken die al te goed, maak er deel van uit, ik hou van die mensen – stuk voor stuk alleraardigste en gedreven lieden.

Mierennest

Gerard Brom in 1921. Foto: Geheugen van NederlandDit is de wereld die Gerard Brom mede gemaakt heeft. Hij is één van de architecten van de oude katholieke zuil – al halen zowel Brom als Luykx de neus op voor die term; een sociologenverzinsel, te bedacht… maar toch, wat in de boektitel ‘katholieke herleving’ heet, daar mag de minder kieskeurige geest gerust ‘verzuiling’ lezen. De restanten ervan bestaan nog steeds; en hebben ook wel degelijk bestaansreden – ik zal de laatste zijn om dit geslonken middenveld weg te wuiven als relict of ruïne. Maar het is moeilijk om al lezend in dit boek niet gedeprimeerd te raken om de grote hoeveelheid energie die gestoken is in ogenschijnlijke futiliteiten; het bestuurlijk gekonkel in oudejongensnetwerken, het heen-en-weergeschrijf, ophef om kwesties die zo nauwelijks de moeite waard lijken, roomse ruzies, binnenkerkelijk geneuzel en getouwtrek, de vele lezingen en publicaties waar geen haan meer naar kraait… Ik ervoer het lezen van dit boek ook als een middag lang kijken naar de bedrijvigheid in een mierennest, in de wetenschap dat het in de avond door een fikse regenbui zal worden weggespoeld. Om me vervolgens te realiseren, dat ik geen buitenstaander ben, maar zelf woon in wat rest van het vernuftige gangenstelsel… de ochtend breekt weer aan, en nu is het aan mij, aan ons allemaal om als werkmieren aan de wederopbouw te beginnen. Mieren hebben geen geheugen, mieren lezen geen dikke boeken over hun jongste geschiedenis; maar wij, kunnen wij de motivatie nog opbrengen?

Ik klamp me nog vast aan een observatie van Karl Rahner, waar jezuïet Jan Stuyt een tijdje terug op Ignis Webmagazine aan herinnerde, en die ook hier van toepassing is:

“Het is als het winnen van het element Radium. Je moet een ton uraniumerts verwerken om 0,14 gram Radium te vinden. Al het kerkelijk gedoe van besturen, overleggen, theologiseren, les geven, en het apparaat dat daarbij hoort, dat is als de tonnen erts die nodig zijn opdat in onze harten een klein beetje geloof, hoop en liefde ontstaat. Dat is het enige waar het om gaat.”

Dus nee, zinloos is het allemaal niet, maar het maakt je toch minstens bescheiden als je ziet, hoe snel een levenswerk verwaait, een leven verwaait, afgevoerd wordt tussen de tonnen uraniumafval. Gerard Brom, wie kent hem nog? Gerard Brom, wie maalt erom?

Werdegang

Dat brengt me bij het tweede punt: het historische raadsel dat het boek opwerpt. Luykx windt er zelf in zijn concluderende hoofdstuk ook geen doekjes om: hoewel Brom bij leven gold als een toonaangevende katholiek in het publieke debat, is hij vrijwel gelijk na zijn overlijden in 1959 in de vergetelheid geraakt. Dat is op zichzelf niet zo raadselachtig – sic transit gloria mundi – maar dit vergeten heeft volgens mij een diepere significantie. Het zegt iets over de tumultueuze Werdegang van het katholicisme in onze streken de voorbij eeuw. Brom stierf vlak voor het Tweede Vaticaanse Concilie (slechts de aankondiging ervan door paus Johannes XXIII moet hij nog meegekregen hebben; uit de biografie maken we niet op of hij daar bijzondere gedachten of verwachtingen bij had – in die tijd was hij vooral nog druk met het zoveelste vruchteloze achterhoedegevecht; de zaligverklaring van Alfons Ariëns). Ik behoor niet tot de vurige voor- of tegenstanders van die historische kerkvergadering die menen dat die een breuk met de traditie in gang zette ten goede of ten kwade, maar feit is wel dat het binnenkerkelijke discours in de nasleep van dat concilie een geheel andere toon kreeg. De Kerk raakte gepolariseerd langs partijpolitieke lijnen, tussen ‘links’ en ‘rechts’, ‘progressief’ en ‘conservatief’. Categorieën – het kan niet vaak genoeg gezegd worden – die de Kerk tekort doen, die te smal zijn om de religieuze werkelijkheid mee te beschrijven.

Hier blijkt meteen waarom: een persoon als Brom valt niet binnen deze kaders te duiden. Hij was in maatschappelijk en politiek opzicht progressief te noemen, maar was in moreel en liturgisch opzicht juist uitermate behoudend, verzette zich tegen wat hij zag als moderne dwalingen – en die waren talrijk. Zijn laatste, postuum uitgegeven pamflet Het enige nodige lijkt – aldus Luykx – een voorbode van de “geprofileerde, behoudende groepsvorming op de rechterflank van het Nederlands katholicisme” uit latere decennia. Anderzijds: hij was afkerig van de protserige neogotiek en het wettische neothomisme waar die latere beweging weer wel dol op leek te zijn, had een gezworen hekel aan klerikalisme, maakte zich sterk voor de herwaardering van de leek. Hij zal, vermoed ik, meer op hebben gehad met de mystiek, versobering en herbronning van de Nouvelle Théologie dan met het hedendaagse traditionalisme met z’n hang naar tridentijns triomfantalisme. Diverse vruchten van Vaticanum II zal hij ongetwijfeld toegejuicht hebben, andere wellicht betreurd. Dus in welk veel te nauw hokje paste hij? In geen enkele, en dat zal hebben bijgedragen aan z’n snelle verdwijnen uit het katholieke geheugen. Welbeschouwd geldt dat voor veel grote katholieke schrijvers uit die tijd; de conservatieven lusten ze niet omdat ze te vrijzinnig lijken, de vrijzinnigen lusten ze niet omdat ze te conservatief lijken. Het ligt niet aan die schrijvers, het ligt aan de afstomping van de katholieke smaakpapillen, tot de tong er nog maar twee globale waar kan nemen; een moderne kwaal waar velen helaas nog steeds aan lijden.

Kulturkampf

De patstelling van de Kulturkampf, verbeeld in een spotprent uit 1878: Paus Leo XIII en Otto von Bismarck nodigen elkaar uit om de schoenen te kussen. (Dit begroetingsgebaar was gebruikelijk bij pausen tot het werd afgeschaft door paus Paulus VI.)
De patstelling van de Kulturkampf, verbeeld in een spotprent uit 1878: Paus Leo XIII en Otto von Bismarck nodigen elkaar uit om de schoen te kussen. (Het kussen van de schoen van de paus was gebruikelijk tot het werd afgeschaft door paus Paulus VI.)

Sta me toe dit punt nog iets verder uit te diepen (light reading was ook dit blogje immers toch al niet; ik wil niet weten wat voor zonden jij begaan hebt dat je het nog steeds leest). Luykx plaatst het optreden van Brom namelijk nog in een breder, internationaal perspectief, namelijk dat van de culture war of Kulturkampf. Het Duitse woord associëren de historici heel specifiek met een periode in de jaren 1870, toen de Pruisische papenvreter Otto von Bismarck een ware kruistocht voerde tegen alles wat katholiek was in zijn land. Maar in bredere zin is het een conflict met een eeuwenlange voorgeschiedenis en nasleep (die nog steeds niet tot de voltooid verleden tijd behoort), namelijk van botsende wereldbeelden van liberalisme (in breedste zin; het omvat behalve het politieke liberalisme ook bijvoorbeeld socialisme en protestantisme) enerzijds en katholicisme anderzijds. Dat leidde tot een grote historische vertekening, waarbij het katholicisme in al z’n institutionele en culturele verschijningsvormen werd weggeschreven uit de Europese cultuurgeschiedenis, werd neergezet als vreemd, barbaars, achterlijk, obscurantistisch. Dat termen als ‘Verlichting’ en ‘donkere middeleeuwen’ nog steeds courant zijn in brede kring, wijst erop dat deze liberale geschiedsvervalsing uitermate succesvol is geweest.

Katholieke intellectuelen van de late 19e en vroege 20e eeuw sloegen ook terug; het was een tijd van felle apologetische polemieken. En behalve de verdediging, kozen ze ook de tegenaanval. Terloops merkt Luykx op:

“Ook katholieken waren niet op hun mondje gevallen en droegen het hunne bij tot de ‘culture wars’ met alle daarmee verbonden propaganda en vertekeningen bij.”

Brom was, aldus Luykx, “de representant bij uitstek van het katholieke kamp in de Nederlandse cultuuroorlog”. De tragiek was echter, dat die cultuuroorlog in ons polderlandje nooit zo fel is geweest als in bijvoorbeeld Duitsland of de Angelsaksische wereld – en zeker in de tijd van Brom niet meer. Het “oude liberalisme”, aldus Luykx, was “inmiddels zo ver versleten, het socialisme zodanig gedemocratiseerd en het protestantisme zo ver verdeeld geraakt, dat de scherpe kanten van de twee ‘oorlogspartijen’ allang afgesleten waren.” Dat gaf de felle polemieken van Brom iets potsierlijks, iets donquichotterigs. Ook dat zal aan het snelle vergaan van zijn faam hebben bijgedragen.

Verkramping

Maar het gaat me nogmaals niet zozeer om Brom, maar om een groter raadsel: dat van de snelle teloorgang van die ‘katholieke herleving’ waar hij de heraut van was – voor mij was dat de eigenlijke reden om dit boek te gaan lezen. Tegen de horizon van de Kulturkampf, kunnen we ook de recentere problemen van het katholicisme – de genoemde polarisatie, de befaamde leegloop van kerken – wellicht wat beter begrijpen. Er is, voorzichtig gezegd, weinig reden om onverdeeld trots te zijn op de wijze waarop de Kerk zich opgesteld heeft in die cultuuroorlog. Zeker, er zijn ook goede dingen uit voortgekomen; grote katholieke denkers als Newman en Chesterton, nieuwe monastieke en lekenbewegingen, het katholiek sociaal denken, een pausschap dat zich minder als werelds heerser en meer als geweten van de wereldse heersers ging opstellen. Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn over de keerzijden: isolationisme, enorme theologische krampachtigheid, interne verdeeldheid en wantrouwen.

Die verdeeldheid was een voorafspiegeling van de polarisatie die zich in de jaren ’70 en ’80 aftekende, en waarvan we nog steeds de zure vruchten plukken. Of misschien moeten we het scherper stellen: die polarisatie tussen een ‘linkse’ en een ‘rechtse’ flank in de Kerk is de terugslag, de verinnerlijking van de Kulturkampf in eigen kring. Dat begon ook al decennia eerder, toen de Kerk een haast paranoïde angst ontwikkelde voor verraders in eigen gelederen, en die ging bevechten onder de tamelijk diffuse verzamelnaam ‘modernisme’ – een onverkwikkelijk staaltje woest schaduwboksen dat onvermijdelijk tot een zichzelf knock-out slaan moest leiden. Zo we een kwade genius mogen vermoeden achter de Kulturkampf, dan zien we die tevreden in zijn handen wrijven. Zeker wanneer dat innerlijke conflict vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw ook nog eens geduid wordt in politieke categorieën van progressief versus conservatief, links versus recht – de terminologie van de tegenstander, o historische ironie! Nu zijn het de progressieve katholieken die de Kerk obscurantisme verwijten, terwijl de conservatieven zeggen dat zij veel te liberaal is. We hebben die oude liberale vijand niet meer nodig, met zulke vrienden.

Besluit

Gerard Brom
Gerard Brom, geportretteerd in 1940 door F.M.Th. Houbolt.

Het waren geen vrolijke gedachten, die de biografie van Brom in mij wakker maakte. Wijzer ben ik er niet van geworden, ik heb geen inzichten opgedaan om ‘mee te nemen’ (brr!). Of het moet het inzicht zijn, dat nieuwe idealen steevast op oud papier worden neergeschreven, en dan belanden in antiquariaten en archiefkasten; het inzicht dat werken voor de eeuwigheid en werken voor de vergetelheid griezelig dicht bij elkaar liggen. De zelfkastijding die in die gedachten schuilt, is nuttig voor de idealist die de voeten op de grond wil houden. Ook een boek als dit, een leven als dit, behoort wellicht tot de ton urianiumerts die nodig is voor 0,14 gram geloof, hoop en liefde.

Boekgegevens

Paul Luykx, Heraut van de katholieke herleving. Gerard Brom 1882-1959, uitgeverij Van Tilt, Nijmegen, ISBN 9789460042003, 956 pagina’s, € 39,95. Meer informatie/bestellen: website uitgeverij Van Tilt.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *