Hamertje Tik

Voor zijn vierde verjaardag had onze zoon Hamertje Tik cadeau gekregen. Het bracht meteen warme herinneringen bij me boven: ook mijn broers en ik hebben in onze prille jaren verwoed kleurige triplexplankjes met voorgeboorde gaatjes op stukjes kurk getimmerd, met spijkertjes die meer op punaises leken en een hamertje dat ook geen echte spijkers verdragen zou. Alleen bij mijn jonge broertje heeft dit speelgoed overigens een gunstig effect gehad; hij is daadwerkelijk timmerman geworden, een solide en eerbiedwaardig beroep met Bijbelse bijklank. Mijn ouders moesten lijdzaam toezien hoe mijn oudere broer en ikzelf afgleden naar de intellectuele arbeid – nou ja, iedere familie heeft zo z’n zwarte schapen.

Afijn, onze zoon had dus Hamertje Tik gekregen. Nu hadden wij in het Arcadië van onze jeugd bij mijn weten alleen rondjes, vierkantjes en driehoekjes tot onze beschikking. Maar ook in Hamertje Tik-land heeft de verfoeilijke modernisering toegeslagen: tegenwoordig treft men ook bloem- en hartvormige stukjes triplex aan in de dozen, en rondjes waar een lachend gezichtje op geschilderd is. Mijn zoon trok zich van deze nieuwlichterij hoegenaamd niets aan, en sloeg verwoed aan het timmeren.

Trots liet hij me even later het resultaat zien. Met wat langwerpige houtjes en een gezichtje had hij een heel herkenbaar harkpoppetje aan het kurk genageld. Het poppetje stak zijn triplex arm uit naar een bloem. Hij legde me uit dat hij het zelf was, terwijl hij een bloem aan het plukken was voor zijn kleine zusje van bijna twee. Een zwevend hartje naast zijn hoofd was de stille getuige van zijn liefdevolle bedoelingen. Er zweefde ook nog een lachend gezichtje boven het lieflijke tafereeltje. “Is dat de zon?”, vroeg ik. “Nee, dat is God”, antwoordde mijn zoon.

Misschien vraag je je af wat ik mijn kinderen allemaal wijs maak over God. Nou, eigenlijk niet zo veel. Natuurlijk, ik vertel ze de verhalen van ons geloof, lees voor uit prachtig geïllustreerde boekjes over de Ark van Noach of David en Goliath. Afgelopen kerst heb ik ze bij de kerststal in onze parochiekerk voorgelicht over de wederwaardigheden te Bethlehem. In de komende paastijd zal ik zelfs pogen te vertellen over de grimmige gebeurtenissen rond Jeruzalem. Maar, om Meister Eckhart te parafraseren, over God wil ik toch liever zwijgen. Ik heb zelf genoeg geworsteld met al te kinderlijke godsbeelden, en wil mijn kinderen daar niet mee opzadelen.

Helaas trok onze zoon zich niets aan van dit goedbedoelde voornemen. “Wie is God eigenlijk?” Hij kon me geen moeilijkere vraag stellen – echt, ik denk dat ik lang niet zoveel zal blozen wanneer hij straks de onvermijdelijke vraag stelt waar de baby’tjes vandaan komen. Ik stamelde dat we niet precies weten wie of wat God is, en kraamde vervolgens een vaag verhaal uit over dat Hij alles gemaakt heeft, ook de mensen, en dat wij op Hem lijken, maar dat Hij toch zelf geen mens is…

Mijn zoon keek me bedenkelijk aan, dacht even na, en begon toen te lachen. “Echt niet, jokkiebrokkie”, zei hij, ons theologisch meningsverschil in zijn voordeel beslechtend. Hij had gelijk ook. Zijn timmerwerkje bevatte meer waarheid dan mijn gestamel. Daar stond ik dan met mijn intellectuele voorzichtigheid. Was ik maar timmerman geworden.

(Eerder verschenen op KatholiekNederland.nl; hier vind je een overzicht van mijn vierwekelijkse columns voor die site.)

8 gedachten over “Hamertje Tik

  1. Ik ken dat gevoel. Ik kreeg op jeugdige leeftijd iets dergelijks, met figuurzaagje. Het eerste waa ik toen gemaakt heb uit dankbaarheid voor de weldoener, was een steletje beestjes uit triplex zagen. De triplex had ik gebedeld bij huizenbouw bij ons in de buurt. We zaten toen in de crisistijd (dertiger jaren, en financieel was er niet veel ruimte. Vandaar.

  2. By the way, veel kindertjes vragen helemaal niet spontaan waar de kindertjes vandaan komen, hoor! Dus laat het woord “onvermijdelijk” maar zitten.
    Ik vroeg het me indertijd niet eenmaal af (daarvoor was mijn geloof in wonderen wellicht te groot: God schiep kinderen voor getrouwde mensen, dat vond ik op zichzelf al een volstrekt bevredigende verklaring) en mijn dochter evenmin. Op haar vijfde ben ik er zelf over begonnen, want op die leeftijd zijn ze nog min of meer onbevangen. Dus misschien kun je over een jaar beter zelf het initiatief nemen tot uitleg…

    Maar als je het eenmaal hebt verteld, vragen ze soms wel waar ze waren vóórdat ze er waren. Mijn antwoord: “Bij God”.

  3. Wat een heerlijke toon. De blik en de ruimte die je je jezelf, je zoontje en je ideeen geeft.
    Lees voor het eerst, deel niet overal je visie maar je stijl vangt me!

    groeten Lien

    (via uitpunt nieuwsbrief)

  4. Wat jammer, ik vond het altijd zulke aardige stukjes.
    Trouwens practisch alles wat van je hand komt, hoewel ik vrijwel niet meer reageer. Weet er te weinig van.

    Zalig Pasen.

  5. Beste Anton,

    “Wij mogen nu niet zwijgen”. Bedankt voor het heldere en mooie artikel in het KN d.d. 25-3-2010.

    Bovendien De Heer zegt: wat voor verschrikkingen u ook
    te wachten staan, wanneer alles gaat wankelen en ten onder gaat, dan ben Ik er nog met het woord dat Ik hier en nu tot u richt.

    Ik vond het ooit ergens in een Vlaams tijdschrift, heb het uitgeknipt en heb het altijd dicht bij me.

    Respectvolle en hartelijke groeten,

    Justine.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *