Hardnekkige en grootschalige vertekeningen

Bas Heijne pareert in zijn NRC-column kardinaal Parolin met een onvervalste jij-bak: dat deze Staatssecretaris van het Vaticaan het gewaagd had het homohuwelijk te bekritiseren, gaf volgens Heijne geen pas na alle onthullingen “van seksueel misbruik van kinderen op zo’n onthutsend grote schaal, zo hardnekkig ook, dat je niet langer van een misstand kunt spreken. De enige geloofwaardige conclusie moet wel zijn dat dit soort excessen uit de verkrampte aard van het religieuze instituut zelf voortkomen.”

Kardinaal Pietro Parolin
Kardinaal Pietro Parolin.

De columnist mag het vinden. Vreemd is het wel. Als er één instituut is dat de laatste jaren gepoogd heeft openheid van zaken te geven, moeilijke maar nodige gesprekken aan te gaan met slachtoffers, schadevergoedingen te betalen, maar ook structurele veranderingen aan te brengen om dit soort zaken te voorkomen, een ‘zero tolerance’-beleid te voeren, programma’s op te zetten voor de signalering en preventie van misbruik, enzovoort, dan is het wel de katholieke kerk.

Zij-bak

Je kunt nog van alles vinden van de uitwerking, je kunt het allemaal te weinig vinden, te langzaam gaan, te stroef, maar het punt is: er gebeurt iets. Dat is meer dan je van heel veel andere instituten kunt zeggen, religieus of anderszins. Vergeef me de zij-bak: de boeddhisten haalden laatst de schouders op toen de NOS diverse oude en nieuwe misbruikzaken ontdekte, en begonnen in hun verklaring doodleuk met een laconiek ‘ach, in de katholieke kerk gebeurt het óók’ (ik zal daar deze week in mijn KN-column uitgebreider op ingaan). Eerder verdween het rapport-Samson over misbruik in de jeugdhulp tamelijk geruisloos in de la op het moment dat we niet uitgetrompetterd raakten over het rapport-Deetman. En dat terwijl Samson feitelijk een veel grootschaliger en actueler probleem aankaartte over instellingen die nog bestaan, terwijl Deetman zich boog over zaken van meestal een halve eeuw oud in internaten die allang opgeheven zijn.

Dat brengt me bij één van de opmerkelijkste beweringen van Heijne: namelijk dat het misbruik in de katholieke kerk “hardnekkig” is en “op een onthutsend grote schaal” plaatsvindt. Op welke informatie baseert hij dat? Die hardnekkigheid is onwaarschijnlijk, al is het maar omdat paters en zusters vandaag de dag nog nauwelijks betrokken zijn bij het onderwijs van en de zorg voor kinderen. In landen waar dat nog wel iets vaker het geval is, zijn er de genoemde preventieprogramma’s en andere maatregelen. Natuurlijk zullen er viespeuken blijven die zich aan kinderen vergrijpen, in die zin is kindermisbruik inderdaad hardnekkig. Maar er is geen enkele aanwijzing dat het probleem in katholieke kring grootschaliger is dan elders, eerder integendeel. Want ondanks het populaire fabeltje dat het misbruik aan het ‘tegennatuurlijke’ celibaat te wijten is – ook Heijne zinspeelt erop als hij zegt dat “ontkenning van de menselijke natuur (…) dit soort excessen in de hand heeft gewerkt” – zegt elk serieus empirisch onderzoek nog steeds dat pedofilie onder niet-celibatairen significant vaker voorkomt dan onder celibatairen.

Zwartmaken

Waar dit eigenlijk om gaat. Kardinaal Pietro Parolin noemde het Ierse ‘ja’ tegen het homohuwelijk in weinig diplomatieke bewoordingen “een nederlaag voor de mensheid”. Van de achterliggende redenatie kun je van alles vinden, maar niet dat die niet consistent of redelijk is. De katholieke kerk is praktisch de enige instelling ter wereld met een zeker moreel gezag (voor een niet onaanzienlijk deel van de mensheid althans), die zich nog – met argumenten en zonder geweld – teweer stelt tegen wat zij ziet als de afschaffing van het huwelijk. Het geeft te denken dat Heijne en met hem vele andere critici, die argumenten volkomen negeren en in plaats daarvan verwoede pogingen doen het morele gezag van de kerk onderuit te halen. Het zwartmaken begint doorgaans, waar het argumenteren ophoudt. Maar ja: in de spiegel kijken, het blijft moeilijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *