Henk van Ulsen (1927-2009)

Ik las zojuist dat gisteren acteur Henk van Ulsen is overleden. Een groot verlies voor de toneelwereld, als je het mij vraagt. Ik heb Van Ulsen vorig jaar mogen ontmoeten, toen hij op initiatief van de Radboudstichting de solovoorstelling Job. Het proces hernomen speelde. Ik zie hem nog zitten in grand café Bodega Keijzer in Amsterdam, waar ik hem ontmoette voor een interview. Hij viel bijna weg in het statige interieur — deels misschien omdat deze klassieke kunstenaar met zijn alpinopet zo goed thuis leek te zijn in dit etablissement naast het Concertgebouw, deels ook omdat hij een kleine en broze man was, vriendelijk, maar ook ietwat timide. Toen hij enkele weken later het priesterkoor in de Utrechtse Janskerk betrad om het genoemde toneelstuk op te voeren, onderging hij een wonderlijke transformatie. Deze kleine man leek te groeien, toen hij met minimale middelen en volmaakte, dwingende dictie het bijbelverhaal Job tot leven bracht. Moge hij rusten in vrede. Ik zal hieronder het artikel weergeven dat ik schreef naar aanleiding van het interview met hem.


Henk van Ulsen heropent proces van Job tijdens Alfrinklezing
“Ik ben als acteur op de eerste plaats een verteller”

Op 14 maart 2008 vindt in de Janskerk in Utrecht de tweejaarlijkse Alfrinklezing plaats. Net als in 2006 is gekozen voor een afwijkende vorm: een toneelstuk. Acteur Henk van Ulsen voert de solovoorstelling Job. Het proces heropend op, dat wordt ingeleid door Frans Maas, bijzonder hoogleraar van de Radboudstichting aan de Universiteit Utrecht. Een gesprek met de gelauwerde Van Ulsen. “Verwacht van mij geen klinkklare opvattingen over de betekenis van het stuk.”

“Job is een mens van goede wil. Hij duldt alle onrecht die hem wordt aangedaan. Tegen beter weten in. Hij wordt door zijn vrienden gewaarschuwd: reken niet te veel op God, want je zult er bedrogen uitkomen. Maar toch, hij blijft zijn Schepper trouw. Die intense onnatuurlijke loyaliteit, die je een mens maar amper kunt toedichten of zou toewensen, die boeit me aan Job. Soms vind ik hem daarom ook wat irritant, door zijn bijna masochistische deemoed voor een straffende God. Natuurlijk vind ik die vrienden van Job farizeeërs, NSB-ers. Maar misschien hebben ze in zoverre gelijk dat Job veel te ver gaat. Dat die extreme loyaliteit helemaal niet de bedoeling is. Ik weet het niet.”
Al een slordige kwart eeuw houdt toneelspeler Henk van Ulsen het uit met die vreemde oudtestamentische snuiter Job. Voor iemand die blijkens de biografie die onlangs over hem verscheen maar moeilijk vaste relaties aan kan gaan, is dat een heel lange tijd. Goed, hij is niet dagelijks met hem bezig, maar toch. Ontelbare malen voerde hij het toneelstuk op over Job, dat door de jaren heen wel een flinke metamorfose onderging. Aanvankelijk beperkte Van Ulsen zich tot de voordracht van de veelgeprezen vertaling van het boek Job die exegeet Pius Drijvers en dichter Pé Hawinkels maakten. In diezelfde lijn droeg hij ook vertalingen van Prediker en Genesis voor.
Maar Job begon een eigen leven te leiden toen Van Ulsen de novelle Drie rode rozen van Abel Herzberg ontdekte. Aan dit boek ontleende hij de personage van Salomon Zeitscheck, een jood die in de Tweede Wereldoorlog alles en iedereen verloor die hem lief was. Net als Job dus, die als gevolg van een weddenschap tussen God en de duivel zijn gezin en rijkdom kwijtraakte. Zeitscheck meent echter dat Job in zijn weeklachten aan het adres van God niet ver genoeg is gegaan. Hij ‘herneemt’ het ‘proces’ van Job. “Luister, Job, die ze terecht ‘de Dulder’ noemen”, zo laat Van Ulsen Zeitscheck zeggen, “wij moeten durven tot aan het eind van onze gedachten te gaan.”

Strooptocht
“Verwacht van mij geen klinkklare opvattingen over de betekenis van het stuk”, licht Van Ulsen toe. “Ik ben als acteur op de eerste plaats een verteller. Je kunt een rol benaderen door je uitgebreid in te leven in zo’n personage, maar ik ben dat niet gewend en kan dat ook niet. Mijn manier van spelen erg intuïtief. Ik ga me niet verdiepen in ieder detail van het personage. Terwijl je je wel om ieder detail moet bekommeren. Maar dat gebeurt al spelende. Dat vind ik een heerlijke strooptocht om steeds opnieuw te maken. Waarom zegt hij dat nu op dit moment? Waarom gedraagt hij zich zus-of-zo? Ik analyseer het in hoge mate, maar op een heel persoonlijke, eigen manier. Ik kan het haast niet uitleggen.”
Hij ontdekt daardoor steeds nieuwe dingen aan Job en zijn moderne evenknie. “Wat zich vooral ontwikkelt in dit stuk, is mijn aanpak van de taal. Die groeit met je mee. De woorden moeten hun werking heb. Ik heb wat dat betreft ontzettend veel geleerd van Ida Gerhardt. Niet alleen was ze mijn lerares klassieke talen aan het lyceum in Kampen – ik was trouwens een slechte leerling – ik heb haar daarna nog lang meegemaakt en ik ken haar werk door en door. Zij heeft de uitvoering van Job trouwens ook nog een keer meegemaakt en was er erg door van de kaart. Juist omdat het oude bijbelverhaal aan de Tweede Wereldoorlog gekoppeld wordt, wat het verhaal ook voor haar een stuk dichterbij bracht.”
“De taal, zei Gerhardt, slaapt in de syllabe, de kleinste lettergreep, en zoekt grond om in te aarden. Zij beschreef hoe haar vader toen ze vijf was eens naar een vis in de sloot wees en zei: ‘Dat is een grondel’. Dan legt hij dat woord bij haar te vondeling. Op dat moment wordt taal levend. Het heeft te maken met ontroering, met de magie die taal kan bezitten. De blinde admiratie die Job voor zijn Schepper voelt, voel ik zelf voor de taal. Maar de taal moet wel zo simpel mogelijk worden gediend. Je moet er spaarzaam mee omgaan.”

Solist
Een treffend voorbeeld van spaarzaam taalgebruik, zo vindt ook Van Ulsen zelf, is de titel van de monografie die journaliste Ineke Jungschleker vorig jaar over hem schreef: Henk van Ulsen. Solist. “Ik denk dat dat woord ‘solist’ mijn persoonlijkheid heel goed samenvat, ja. Ik heb geleerd dat een acteur per definitie een solist is. Zelfs wanneer je samenspeelt met andere acteurs of een ensemble. Natuurlijk is de interactie met anderen belangrijk, daar word je zelf ook rijker van. Maar het komt er uiteindelijk toch op aan hoe jij als acteur je woorden uitspreekt, hoe je timing is, hoe je de rol speelt.”
“Solisten vallen op. Mijn fascinatie voor solovoorstellingen begon toen ik Charlotte Köhler zag spelen, een beroemde naam. Zij ging gewoon op een kruk zitten, alleen, op een kaal toneel, en deed een heel verhaal waarin zij het decor en andere personages tot leven wist te wekken. Ik was nog maar jong, kwam net uit Kampen in Amsterdam. En daar zat een vrouw zo beeldend te vertellen over de druiven die zij plukte, dat je het sap langs haar mond zag lopen. Dat maakte een geweldige indruk op mij, die verbeeldingskracht wilde ik bij mezelf ook ontwikkelen.”
Hij zou uiteindelijk beroemd worden met solovoorstellingen, en koos daarbij steevast voor ingewikkelde en tragische personages: Job en Prediker dus, maar ook psychologisch complexe figuren uit de Russische literatuur, zoals in Mijn held Tsjitsjikov en Dagboek van een gek. Juist de complexiteit van die karakters, denkt Van Ulsen, maakt dat de speler in zekere zin een dialoog aangaat met zijn personage. “Je voorstellingsvermogen is dan van dusdanige aard dat je wel solo bent, maar niet alleen. Ik verbeeld me die ander. Op de automatische piloot spelen lukt niet in dit vak. En dat verlang ik ook niet. Ik wil iets teweeg brengen bij de ander. De ander zit daar: in het publiek. Zo’n solist ben ik dus misschien toch niet als het er op aan komt.”

Gelovig
Iets teweegbrengen bij het publiek gaat hem goed af. “Als ik Job speel”, zei Van Ulsen eens in een interview met dagblad Trouw, “is mijn overdracht kennelijk zo echt, zo geleefd, dat men na afloop wel eens placht te reageren met: ‘U moet wel zeer gelovig zijn’.” Dergelijke opmerkingen, zo bevestigt hij, storen hem vreselijk. Want hij wil zichzelf niet gelovig of christelijk noemen, en vindt het krenkend wanneer mensen lijken te veronderstellen dat je alleen maar in de huid van Job kunt kruipen als je dat wel doet. “Ik heb zoiets van: het gaat je niets aan”, zegt Van Ulsen fel. “Laat me toch. Pluk er liever de vruchten van dat ik dit doe – heb er wat mee, heb er wat aan. Maar mensen willen je zo graag claimen. Ik weet niet of ik zo gelovig ben. Mijn gelovigheid hoef ik in ieder geval niet te propageren.”
Ja, religie is altijd aanwezig geweest in zijn leven, erkent hij. Hij heeft in zijn jonge jaren zelfs overwogen om theologie te gaan studeren en dominee te worden. “Het leiding geven, het herdertje spelen, dat sprak me erg aan.” Maar het werd toch het acteursvak – wat, zo vermoedt hij, ook een vorm van herderschap met zich meebrengt. En zoals hij eerder al zei ook een vorm van talige religiositeit. “Het is wonderlijk. Steeds kom ik weer terug bij die bewondering voor de taal. Het houdt maar niet op. Misschien dat mijn spel andere mensen daarom verontrust. Maar mij verontrust dat niet. Allerminst.”

Door: Anton de Wit. Bron: Radboud info 75.

1 gedachte over “Henk van Ulsen (1927-2009)

  1. Pingback:In Jobs nabijheid | Anton de Wit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *