Het aswoensdaggeloof van Peter Steele

Het bericht dat Peter Steele, slechts 48 jaar oud, aan hartfalen overleden is verbaasde me op zich niet erg. De voorman van Type O Negative leidde nu eenmaal niet bepaald het leven dat uitzicht biedt op ouderdom: klinische depressies, drugsgebruik, mislukte zelfmoordpogingen, destructief sterrendom…  Recente foto’s toonden dan ook een tamelijk vadsig geworden reus, een verlopen bodybuilder, vergane glorie. Het morbide nihilisme dat het handelsmerk was van zijn band was natuurlijk deels een pose, een consequent volgehouden gimmick, maar kwam toch voort uit een oprecht duistere psyche – de complexe psyche van die dik twee meter lange kleerkast met gitzwart lang haar en ijzig harde blik in de ogen. Ongetwijfeld wás Peter Steele morbide, nihilistisch, zelfdestructief. Het maakt zijn dood niet minder tragisch, maar helaas wel wat minder onverwacht. Wat me des te meer verbaasde, was te lezen dat hij de laatste jaren van zijn leven het geloof van zijn jeugd hervonden had, het rooms-katholicisme…

Peter Steele, katholiek? Veel fans hebben het ongetwijfeld voor de zoveelste smakeloze grap gehouden van deze beroepsprovocateur. Hoe oprecht zijn bekering was, geen mens zal het weten – en ik stel me zo voor dat de milde rechter in het koninkrijk der hemelen op dit moment ook overuren draait om het tot op de bodem uit te zoeken.

Feit is dat hij reeds met zijn vorige band, de uiterst politiek incorrecte thrash metal-band Carnivore, hevig gefulmineerd heeft tegen de christelijke religie in het algemeen en de katholieke Kerk in het bijzonder. “How come what is natural/ has to be a sin?”, brult Steele in het nummer Angry Neurotic Catholics. Met Type O Negative zou hij die aanklacht regelmatig herhalen, zij het vaak wat meer versluierd, bijvoorbeeld in het suggestieve Christian Woman.

Toch is Steeles aanklacht tegen het christendom welbeschouwd altijd tamelijk dubbelhartig geweest. Het al genoemde Angry Neurotic Catholics behandelde toch vooral zijn eigen boosheid en neuroses, waarvan een benepen type katholicisme uit zijn kindertijd hooguit de katalysator was. En vergeleken bij de eendimensionale antichristelijke vuilbekkerij die gemeengoed is in de wereld van de heavy metal, was de heiligschennis van een nummer als Christian Woman uitermate subtiel en ironisch. “Jesus Christ looks like me”, zong Steele vrolijk in dat nummer – je moet een antenne bezitten voor waar het in de christelijke religie om gaat, wil je überhaupt begrijpen hoe blasfemisch deze frase feitelijk is – eindeloos blasfemischer dan het fantasieloze geblaat van menig death en black metalband.

Maar goed, blasfemisch blijft het, en daarom blijft ook de vermeende ommekeer van wijlen de bedenker van deze liedjes een raadsel. Zelf zei hij er het volgende over, in een interview met Decibel Magazine, geciteerd op Wikipedia:

“There are no atheists in foxholes, they say, and I was a foxhole atheist for a long time. But after going through a midlife crisis and having many things change very quickly, it made me realize my mortality. And when you start to think about death, you start to think about what’s after it. And then you start hoping there is a God. For me, it’s a frightening thought to go nowhere. I also can’t believe that people like Stalin and Hitler are gonna go to the same place as Mother Teresa.”

Een geloof in het licht van de dood, de doodsangst… dat is inderdaad een crisis die zich al wel in de muziek van Type O Negative had aangekondigd. Kijk maar eens naar de clip van Everything Dies uit 1999:

[iframe width=”420″ height=”315″ src=”https://www.youtube.com/embed/NJ3aiM8K6D0″ frameborder=”0″ allowfullscreen]

Stof zijt gij, en tot stof zult gij wederkeren. Het geloof van Peter Steele lijkt vooral een aswoensdaggeloof.

En dat is voor velen maar moeilijk te verkroppen. “There are no atheists in foxholes” is een Engelse zegswijze, die zo veel betekent als: als de nood aan de man is, is niemand een atheïst, dan begint iedereen te geloven – een bewering die door atheïsten natuurlijk driftig tegengesproken wordt. Maar ook veel gelovigen zullen zich ergeren aan een dergelijk laat geloof: pas nadat je alles hebt gedaan wat God verboden heeft, pas dan ga je plots vroom lopen doen! Een beetje als de heilige Augustinus, die in zijn wilde jaren gebeden zou hebben: “Geef me kuisheid en matigheid, maar nu nog niet.” Of als Lord Marchmain in Evelyn Waughs roman Brideshead Revisited, die zijn leven lang eerbied heeft voor God noch gebod, die de katholieke devotie van zijn vrouw voortdurend belachelijk maakt, maar die op zijn sterfbed nog vlug een kruisteken slaat en daarom absolutie krijgt van de aanwezige priester. Ja ja, zo kan ik het ook!

Je kunt het hypocriet of onrechtvaardig vinden, maar het katholicisme heeft toch altijd stug volgehouden dat het nooit te laat is om je te bekeren. Ja, het is de kerk van de verloren zonen, van de spijtoptanten, de kerk van de zondaars, de tollenaars. Katholiek worden, dat is: aan den lijve leren ondervinden wat schaamte is. Katholiek worden, dat is: ontdekken hoe idioot je je al die jaren gedragen hebt. Katholiek worden is vreugde en verlichting en vrede vinden in woorden die voor de buitenwereld boos en neurotisch klinken: “Heer, ik ben niet waardig…”

En zo bezien is het helemaal niet zo verwonderlijk dat Peter Steele de weg naar de kerk van zijn moeder hervond. Of het waar is, wie zal het weten? Ik vind het in elk geval niet geheel onwaarschijnlijk. Het zou een wonder zijn, absoluut, maar ik geloof ook van harte in wonderen. En ik geloof van harte dat de engelen sterk genoeg zijn om zelfs deze geknakte kolos op te tillen en naar de hemel te dragen. Moge hij rusten in vrede.

7 gedachten over “Het aswoensdaggeloof van Peter Steele

  1. Het katholiek geloof is vol onverwachte wonderen, en is daarom zo veel “aardiger”, menselijker, positiever dan het kale, lege, dode atheisme.
    Zelfs de allerprimitiefsten geloven dat er meer is dan alleen maar sterven en wegrotten.
    En laten we daarom in deze PAASTIJd de jubelzang herhalen:
    “Hij is werkelijk verrezen, Alleluia”

  2. Beetje laat, maar toch: mooi dat je Peter Steele als onderwerp kiest. Type O was m’n eerste échte band en ik viel als een blok voor de zwarte humor en de scheermesjesromantiek. Als je terug kijkt is het nogal kinderachtig (“origin of the feces” enzo), maar toch: rip Peter Steele.

    Ik werk veel in (gereformeerde) oudheidskamers van musea en daar hangt altijd De Brede en De Smalle Weg, een intrigerende prent: de brede weg is die van het genot en de zonde, vol goktenten, reclame en theater, mooi geplaveid en aanlokkelijk. De smalle weg gaat langs afgronden, is eigenlijk maar een geitenpaadje en kijkt constant uit op al die verleidingen. Het eindpunt van de smalle weg is de hemel, van de brede natuurlijk de vurige krochten van de hel (en een gezellig treintje brengt meer slachtoffers).

    Er zitten bruggetjes tussen de twee wegen, dus je kunt altijd afdwalen. Ook redelijk vlakbij de eindstreep zit nog een bruggetje (al spreekt die de bijbeltekst een beetje tegen), en die gaat natuurlijk beide kanten op: verdoemenis is altijd dichtbij, maar dus ook de redding voor de verloren kinderen, ook na een uitbundig lang leven op de brede weg.

  3. Mooi en intrigerend, inderdaad, die brede en smalle weg! Alleen: welke bijbeltekst spreekt dat beeld van het bruggetje tegen het eind tegen dan? Op zich valt het toch wel te rijmen met bv. de parabel van de verloren zoon die ook noemde…

  4. Handig, google images en e-bijbels (heb er zelf geen, wordt misschien toch eens tijd):
    http://www.dewoesteweg.nl/wp-content/uploads/2009/01/brede-smalle-weg.jpg

    Bij het laatste bruggetje wordt verwezen naar Lukas 16.26: En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die daar zijn, van daar tot ons overkomen.

    Maar eenmaal toch voorbij het bruggetje (burgerlijke ongehoorzaamheid?) wordt verwezen naar Lukas 15.20: En opstaande ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.

  5. Pingback:Muzikale monogamie | Anton de Wit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *