Het blokjesparadijs verloren. Of: Een kleine theologie van het Legoversum

Ouderschap, dat weet iedereen, is gewettigd je eigen jeugd herbeleven. Zo ben ik nu met plezier mijn Lego-fase aan het overdoen.

Lego-creatie: The HobbitMijn oudste (8) is er volop mee bezig. Aanvankelijk was Star Wars-Lego zijn favoriet, maar inmiddels zijn de kleine Obi-Wan-Kenobi’s en R2D2’s verzwolgen in de generieke zee van blokjes, tussen ridders en piraten en autocoureurs. Ze gaan in de handen van mijn zoon de merkwaardigste verbindingen aan. De foto rechts bijvoorbeeld, toont één van zijn eigen creaties; een bont allegaartje met ridder- en brandweerhelmen, servies uit de Lego-Friends-serie van zijn zusje, Lego-Technic-muren, een gevangenisdeur uit mijn eigen oude Lego-politiebureau, en nog zo wat. Ik herkende in de ratjetoe echter meteen het openingstafereel van The Hobbit, nog een speelse liefhebberij die ik met mijn zoon deel. Ik weet het, je kunt tegenwoordig ook The Hobbit-Lego kopen, maar waarom zou je als je Gandalf ook gewoon kunt maken door een Lego-mannetje een witte pion op z’n gele kop te zetten, of Balingshoek met de bogen en bochten uit een oud Lego-kasteel?

Er schuilt hier een interessante spanning in, die iedereen die ooit met Lego heeft gespeeld (iedereen dus) ogenblikkelijk zal herkennen. Hoe charmant en creatief ook, de vermenging van ‘Lego-werelden’ heeft tegelijkertijd iets tragisch, iets onvermijdelijks – nauw samenhangend met de tragiek en onvermijdelijkheid van het zoek raken van steentjes, in onverzadigbare stofzuigermonden, achter massieve banken en kasten, in het spijsverteringskanaal van loslopende huisdieren en peuters. In de chaos valt voldoende te genieten, zeker, maar door die vreugde van het bonte bouwen heen schemert toch steeds de bitterzoete herinnering aan een ander, meer geordend soort vreugde: de vreugde van het uitpakken van een nieuwe doos, van het natellen en rangschikken van de steentjes, het ernstig bestuderen van de getekende handleiding, en het zo precies mogelijk volgen van de instructies tot je het imposante bouwwerk op de doos hebt nagebouwd. Even hoop je dat het resultaat voor altijd heel blijft, even speel je met de gedachte om de hele reeks te kopen zodat je een keurig en samenhangend Legoversum kunt creëren. Maar onherroepelijk gaat dit ongerepte blokjesparadijs weer verloren. Het ruimteschip verpulvert tot  kosmisch puin, het kasteel brokkelt af tot een ruïne, steentje na steentje wordt meegesleept in die eeuwige bodemloze val van alle dingen.

Ik zag onlangs met mijn twee oudste kinderen De Lego Film (The Lego Movie) in de bioscoop, en die ging precies over deze spanning. Sowieso is deze film één van de geestigste, vermakelijkste en meest virtuoze animatiefilms van de voorbije tien jaar, met een scherp oog voor treffende details. (Ik had precies zo’n jaren-’80-ruimtevaarder-poppetje met precies dezelfde beschadiging aan het helmpje!) Dus deze film is zonder meer het kijken waard. Maar vanwege deze thematiek vond ik De Lego Film ook verrassend diepzinnig. (Misschien even een kleine ‘spoiler alert’; ik zal nu een paar dingen zeggen over het verloop van het verhaal – maar volgens mij niets waardoor de film het bekijken niet meer waard zou zijn.) Op het eerste gezicht is het schema weinig origineel: in een utopische Lego-stadstaat waar iedereen vrolijk en tevreden is, ontpopt de alleenheerser Lord Business zich als een moordzuchtige tiran. De eenvoudige werkman Emmet ontdekt per toeval dat hij uitverkoren is om hem te stoppen en sluit zich aan bij een bonte rebellenclub.

[iframe width=”450″ height=”253″ src=”//www.youtube.com/embed/j3sUuJ5EW90″ frameborder=”0″ allowfullscreen]

Toch is de uitwerking niet zo schematisch als in, zeg, een quasi-filosofische flutfilm als The Matrix (waar De Lego Film wel opzichtig naar knipoogt). Lord Business allereerst mag dan een heerlijk karikaturale bad guy zijn, maar welbeschouwd is zijn utopische project zo gek nog niet. Integendeel; het is herkenbaar voor wie de hierboven beschreven vreugde van het ‘ordelijke’ bouwen begrijpt. Hij wil voorkomen dat bouwsels uiteenvallen en zich vermengen met Lego uit andere reeksen, en heeft daarom het plan opgevat om alle steentjes aan elkaar te plakken. Natuurlijk, iedere Lego-liefhebber weet dat dat een dwaling is, maar het is een begrijpelijke, vergeeflijke dwaling. Wie heeft immers, in de roes van tevredenheid en bewondering na het voltooien van een ingewikkelde constructie, nooit met de gedachte gespeeld om die met een tube lijm te vereeuwigen? Meestal zien wij onze legoïstische ketterij gelukkig direct in, maar het achterliggende sentiment is een liefdevol en eerbaar bouwerssentiment. Ketterij is het goede willen doen met de verkeerde middelen.

Tegenover deze eerbare ketter staat de rebellenclub van zogenoemde ‘Meesterbouwers’: een gemêleerd gezelschap van vagebonden en superhelden die tomeloos creatief zijn in het verzinnen van allerlei ingenieuze constructies, en daarbij bovendien dwars door alle Lego-werelden reizen – van de metropool naar het wilde westen, van een jongenswereld met ridders en draken naar een zuurstokroze meisjesfantasie vol kittens, eenhoorns en regenbogen. Zij representeren de vreugde van het ‘chaotische’ bouwen, van het creëren zonder bouwtekening, van dwergen met brandweerhelmpjes en tovenaars met een pionnenmuts.

De simpele geest van Emmet: zijn enige 'originele' idee was een dubbeldekkerbank.
De simpele geest van Emmet: zijn enige ‘originele’ idee was een dubbeldekkerbank.

De film zou simplistisch zijn als het bij deze tegenstelling bleef tussen Lord Business en de Meesterbouwers, tussen totalitaire orde en anarchistische chaos, tussen karikaturaal kwaad en geromantiseerd goed. Ik heb al wel besprekingen gelezen die de film langs deze zwart-witte lijnen duidden, en al naar gelang de eigen ideologische voorkeur prezen of bekritiseerden. Maar deze critici hebben dan buiten de hoofdpersoon Emmet gerekend, die het hele schema nu net doorbreekt. Emmet is een simpele ziel, goeiig, opgewekt en naïef – een onuitstaanbaar brave borst, op wie de beroemde eerste zaligspreking echter wel van toepassing is: zalig de armen van geest… Schitterend is de scène waarin hij in zijn eigen geest belandt, die van een leegte is die het zenboeddhistische verlichtingsideaal benadert. De Meesterbouwers die hem tot de ‘Speciale’ hadden gebombardeerd zijn verbijsterd en teleurgesteld om zijn gebrek aan creativiteit en originaliteit.

Emmet zal zichzelf moeten overwinnen om Lord Business een lesje te leren (ook weer zo’n voorspelbaar schema); en in zekere zin doet hij dat ook wel. Maar interessanter is toch de les die Emmet de Meesterbouwers leert. Die luidt: individuele creativiteit is leuk en aardig, maar leidt tot niets als die zich niet kan voegen in een gezamenlijke, meer geordende creativiteit. Er is een zeker bouwplan nodig. Ergo: er zijn wetten en regels, ja dogma’s nodig. Niet om krampachtig aan vast te klampen, niet als in lijm gegoten idée fixe, zoals bij Lord Business. Maar als richtsnoer om de ware creativiteit te ontplooien, ware vrijheid – vrijheid door in plaats van vrijheid van. Zo ontdek je de duurzame vreugde van het bouwen die zich niet laat ontregelen door vermengde of verloren stukjes, maar die evenmin in particuliere chaos ontaardt. De simpele Emmet belichaamt daarmee een diep religieus instinct; dat wat de joden zo mooi ‘simchat thora’ noemen, ‘de vreugde van de wet’. De Lego Film leert die vreugde begrijpen.

Toevallig kreeg mijn zoon niet lang geleden ook het Grote Lego Ideeënboek cadeau. Een fraaie, rijk geïllustreerde pil met letterlijk honderden bouwideeën voor al die bonte blokjes die uit het paradijs gevallen zijn. Op de kaft staat groot de oproep: “Gebruik je fantasie!” Lord Business zou het een gruwel vinden, en de Meesterbouwer een contradictie: hoe kun je immers je fantasie gebruiken met zo’n boek dat de ideeën voorkauwt? Beiden slaan de plank mis. Ook fantasie vraagt om voeding, leiding, vorming. Mijn zoon koestert het boek heel terecht als een Bijbel, en ik vermoed dat Emmet hetzelfde zou doen.

5 gedachten over “Het blokjesparadijs verloren. Of: Een kleine theologie van het Legoversum

  1. Mooie en lieve beschouwing over het wel en wee van de Rekkelijken en Preciezen in het Utopia van Lego. Johannes Paulus II zei: “vrijheid betekent niet dat we kunnen doen waar we zin in hebben, maar dat we het recht hebben om te doen wat we zouden moeten doen.”

  2. Heerlijk verhaal, herkenbaar in een huis waar lego uit de jaren ’70 met een enkel servies-onderdeel en ziekenhuisbed apart bewaard wordt van diverse lego-kits uit het huidige millenium. Met het opgespaarde verjaardagsgeld is afgelopen donderdag een hijskraan 42009 gekocht van technic lego met anderhalf miljoen kleine onderdelen. Ik overweeg de oude stofzuiger zonder zak weer in gebruik te nemen, daar vis je de onderdelen makkelijk uit. Toch moet de diepere betekenis mij nog duidelijk worden, wellicht ook omdat ik de legofilm niet gezien heb omdat zoonlief al met een vriendje ging kijken. Bij jou reactie op Willie krijg ik het beeld van een trampoline: al te rekkelijk betekent een harde confrontatie met de aarde, al te precies betekent een harde confrontatie met de niet meegevende trampoline, precies rekkelijk genoeg betekent gewoon lekker springen.

  3. I have had better luck with the Cisco Linksys (E4200 v2). I believe there is a newer model out. If you can wait, I would look for routers that support 802.11ac. We are literally a few months away from new updates. Netgear is releasing the R6300 soon, not sure what Cisco will do.Remember faster does not mean better. I personally am willing to sacrifice a little bit of performance for stability and reiboiility.Campanles better start building better products or lose many customers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *