Het infiltratietijdperk

Noem het toeval of synchroniciteit — of noem het gewoon bij z’n naam: teken van een dwaze tijd –, maar de merkwaardige veiligheidsincidenten stapelen zich in korte tijd op in de krantenkolommen. Een boze moslimfundamentalist die slecht op had gelet bij scheikunde, maar die toch de beveiliging van Schiphol te slim af was geweest. Weer een andere boze moslimfundamentalist die met een bijl in het huis van de Deense cartoonist Kurt Westergaard binnendrong. Een Britse journalist die erin slaagde met een injectienaald het vliegtuig in te komen. Een verwarde vrouw die de Vaticaanse veiligheidsmensen te snel af was en de paus deed struikelen. Spaanse hackers die inbraken op een dure EU-website en er een foto van Mister Bean op plaatsten. Een paar lieden die doodleuk aan tafel aanschoven bij Barack Obama zonder dat ze uitgenodigd waren. En dan nu een journaliste die zomaar kon infiltreren bij de PVV… Welkom in het infiltratietijdperk.

Ironisch, nietwaar: nog niet eens zo heel lang geleden maakten we ons vooral boos wanneer iemand ergens niet binnen kwam — een vrouw in de directiekamer, een Afro-Amerikaan in de bus, een PVV-politicus in Engeland. Nu winden we ons vreselijk op over wie waar wél binnen komt. En waarom toch? Natuurlijk, omdat we in een soort collectieve veiligheidspsychose zijn geschoten. Alles moet dichtgetimmerd worden, waterdicht, bulletproof, vuurvast, hermetisch afgesloten, vacuüm verpakt, verzegeld en vergrendeld. Zie daar het summum van vrij verkeer van goederen en personen — goed gedaan, liberalen!

De waanzin van deze spastische veiligheidskramp toont zich duidelijk in dat geval van de HP/De Tijd-journaliste Karen Geurtsen die ‘undercover’ ging bij de PVV. De eerste zinnen van haar verslag:  “Ik had hem kunnen doden. Ik had hem zelfs tientallen keren kunnen doden.” Ik heb smakelijk gelachen toen ik deze potsierlijke woorden las. Ik had mijn buurman ook kunnen doden, zelfs wel tientallen keren, telkens weer als wij elkander nietsvermoedend goedendag zeiden bij het aan de straatkant zetten van de vuilniszakken. De vrouw van Geert Wilders had Geert Wilders ook al tientallen keren kunnen wurgen in zijn slaap, mits wij er even gemakshalve van uitgaan dat er geen gorilla met oortje tussen deze echtelieden in slaapt. Die gorilla met oortje had hem trouwens ook al tientallen keren kunnen vermoorden, gewoon omdat hij daar zin in had of omdat hij beroemd wilde worden. Afijn: iedereen kan iedereen zomaar op ieder moment vermoorden, maar in veruit de meeste gevallen gaat het merkwaardig genoeg op het nippertje toch nog goed.

Nu denk ik dat er in het HP/De Tijd-geval ook gewoon een staaltje journalistieke miscalculatie een rol speelt. Ik bedoel: een hiaat in de beveiliging toon je immers vrij gemakkelijk aan door, bijvoorbeeld, met een naald het vliegtuig in te stappen of ongevraagd een vorkje met Obama mee te prikken. Dat zijn acties die niet veel tijd in beslag nemen. Geurtsen verbleef vier maanden bij de PVV, terwijl ze het belangrijkste ‘nieuwsfeit’ in feite al na één dag had aangetoond. Je verblijft als journalist geen vier maanden ‘undercover’ (alsof het hier gaat over de Russische maffia of een Zuid-Amerikaanse guerillabeweging!) in het gevolg van Geert Wilders, alleen maar om te onthullen dat diens persoonsbeveiliging te wensen overlaat. Nee, als je daar zo lang rondhangt, dan hoop je natuurlijk politiek gevoelige geheimpjes los te peuteren, of Wilders te betrappen op zelfs voor zijn doen al te boude uitspraken. Uit het domme feit dat HP/De Tijd nu zo breed uitpakt met het tamelijk zwakke nieuws over de beveiliging van Wilders, blijkt al dat de verslaggeefster daar niet in geslaagd is. Maar goed, het zegt toch ook wat dat dit desalniettemin als nieuws wordt gepresenteerd, en dat andere media het ook als dusdanig overnemen.

Hét antwoord op dit soort infiltratiewaanzin komt uit christelijke hoek. En dan doel ik niet op dominee Gertjan Goldschmeding, die de ‘infiltratie’ van Goedgelovig-journalisten hardhandig en effectief wist te verijdelen — al denk ik dat Wilders blij zou zijn met zulke nietsontziende bodyguards. Noch doel ik op mgr. Eijk, die al even hardhandig en effectief is in het weren van orthodoxe infiltranten uit zijn Utrechtse atoomschuilkelder.

Nee, ik doel natuurlijk op paus Benedictus XVI. Alle media maakten er al gewag van dat hij na de aanval van die vrouw ‘onverstoord’ verder ging met de nachtmis. Alsof dat zo vreemd is; die berustende onverstoorbaarheid kent een lange traditie in het christendom, die via de heiligen en martelaren terug te voeren is op pak ‘em beet de laatste minuten in Getsemane. Kortom, heel nieuwswaardig lijkt die gelaten reactie van de paus me niet. Het ANP maakte het wel erg bont. “Een dag na de aanval predikt paus vrede”, stond er boven een bericht. Wat had men verwacht? Dat de paus het plots over wraak en vergelding zou hebben? Dat hij de nieuwtestamentische andere wang definitief zou inruilen voor het oudtestamentische oog om oog?

Nee hoor, paus Benedictus heeft met zijn onverstoorbaarheid een impliciete kritiek geleverd op de wetmatigheden van het infiltratietijdperk. Hij laat zien dat volledige veiligheid een illusie is die je beter niet koesteren kan. Hij laat zien dat je je niet uit het veld moet laten slaan door al die gekken die je zomaar kunnen doden, ja wel tientallen keren kunnen doden. Hij laat die mysterieuze menslievendheid zien, die vaak en niet geheel onterecht als naïviteit of regelrechte dwaasheid begrepen wordt, maar die toch het hart van het christendom vormt; de openheid naar je medemensen tegen beter weten in; het paradoxale inzicht dat wie de deuren angstig poogt te sluiten voor de boze buitenwereld, precies daarmee de boosheid van die buitenwereld binnenhaalt.  Want dat is de werkelijke dynamiek van het infiltratietijdperk; we sluiten de deuren voor wie de deuren sluiten, angst wordt met angst beantwoord, wantrouwen met wantrouwen, totdat het ons allemaal duizelt in die gulzige draaikolk van valse onveiligheid. En de infiltranten staan klaar om op de zwakke plekken in de verdedigingslinies wijzen, vaak niet eens om die verdediging te doorbreken, maar juist om ze te verstevigen, en zo de waanzin van het wantrouwen nog verder te voeden.

Het enige antwoord is het kleine gebaar van vertrouwen, dat een grootse daad van verzet is in deze dolgedraaide cultuur. Jezelf niet ingraven of verstoppen, niet omlopen uit angst, niet wegduiken of blikken vermijden, maar onbezorgd en onbevreesd leven, en vrolijk en werkelijk hartelijk zijn. Ik las dat de paus zijn privésecretaris naar de verwarde vrouw heeft gestuurd om haar over te brengen dat hij in haar goede bedoelingen gelooft, en dat hij haar vergeeft. Dat is nu precies het kleine gebaar dat ik bedoel. Even dacht ik: waarom gaat hij niet zelf? Zoals ook zijn voorganger paus Johannes Paulus II Mehmet Ali Ağca, die hem poogde te vermoorden en daar bijna in slaagde, persoonlijk in de gevangenis bezocht? Maar, nog los van het feit dat de huidige paus nu eenmaal een eigen, meer ingetogen stijl heeft, vind ik zijn gebaar eigenlijk welbeschouwd ook mooier en passender. Kleiner, bescheidener, en precies daarom een gezwegen weerwoord op de overspannen poeha rond dit soort mediagebeurtenissen. Hij stuurde, heel discreet, zijn privésecretaris. Hij hoefde niet zo nodig zelf in het leven van deze arme vrouw te infiltreren.

5 gedachten over “Het infiltratietijdperk

  1. Op Bitter Lemon staat net een artikel dat er ook mee te maken heeft: (de veiligheidshysterie)
    http://bitterlemon.eu/pages/post.aspx?ID=e37c0759-d9d8-47a7-ab67-db274095da67

    Ik moet alsmaar denken aan een tekst uit de Bijbel:

    “Terwijl zij zeggen: het is alles vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen. Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou” (1 Thess.5:3-4)

    Voor Christenen is de dreiging er altijd, (voor Germaanse Heidenen ook-> de Reuzen van Uitgaard etc, maar dat terzijde 😉 )en dus verbaast het ons niet.
    Vervolging, haat, oorlog en leugen zijn er en hoeven ons niet van de wijs te brengen.

    Goed stuk, Anton.
    Groet,
    W.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *