Hij verheft zijn stem niet

Vandaag. Vandaag bedank ik de goede God op mijn blote knietjes voor het bestaan van Willem Jan Otten. Ik lees momenteel zijn prachtige essaybundel Onze Lieve Vrouwe van de Schemering. Een feest van herkenning, op meerdere niveaus, en ik zou hier iedere dag wel het een of andere fenomenale inzicht van de virtuele daken willen schreeuwen, ware het niet dat ik dan niets anders zou doen dan Ottens inzichten herhalen, en met veel minder mooie woorden dan die Otten hanteert. Dus dat houdt ook niet over. Ga het boek zelf maar lezen, je zult er geen spijt van krijgen.

Zondag. Zondag spoelden de Bijbelwoorden over mij heen als een wassende Australische rivier; plotseling en razendsnel, overweldigend. Zondag, Doop van de Heer… Johannes de Doper heeft dat effect wel vaker op mij; de Doper, wiens voornaam trouwens ook schuilt in mijn eigen doopnamen, doopt met water en met woorden.

“Ik heb uw doopsel nodig, en Gij komt tot mij?”
– Mt. 3:14

Maar de eerste lezing, uit Jesaja, overweldigde me al. Waar God spreekt over de dienaar die Hij zenden zal en in wie Hij behagen schept:

“Hij roept niet, hij schreeuwt niet
en op straat verheft hij zijn stem niet.
Het geknakte riet zal hij niet breken,
de kwijnende vlaspit niet doven,
in waarheid zal hij de gerechtigheid laten stralen.”
– Jes. 42:2-3

En dat alles nog wel “onvermoeid en ongebroken”, zo gaat de profeet Jesaja verder. Je moet het maar kunnen opbrengen. Ik geef toe dat ik er zelf steeds meer moeite mee heb – precies daarom troffen de woorden me zo. Hoe is het nog mogelijk om in deze tijd te spreken zonder je stem te verheffen, zonder te schreeuwen…? Niemand zal je horen. Maar bovendien: er is zo veel om boos over te worden. Zo veel om vermoeid over te geraken…

Maandag. Maandag bijvoorbeeld: in de Volkskrant schrijft een zekere Thomas Berghuijs een groengiftig opiniestuk waarin hij stelt dat hij ongewild door zijn moeder lid is gemaakt van een “criminele organisatie” – hij doelt uiteraard op de rooms-katholieke kerk – en dat zijn pogingen om zijn “lidmaatschap” op te zeggen totnogtoe vergeefs zijn. Zo veel stompzinnigheid, zo veel blinde haat en verachting… ik weet niet of ik moet lachen of moet huilen, of – meestal mijn provisorische oplossing als ik niet weet of ik moet lachen of moet huilen – maar weer in de pen klimmen. Ik hou me in, de woorden van Jesaja blijven door m’n hoofd spoken. Hij verheft zijn stem niet. Schreeuwt niet. Het geknakte riet zal hij niet breken. De kwijnende vlaspit… Enzovoort.

Dinsdag. Dinsdag dan… Tekenaar Peter van Straaten wint de Inktspotprijs 2010, voor de beste politieke spotprent van het jaar. Een misdienaartje dat in een wulpse pose zit te bidden, met een enorme crucifix in zijn achterste. Eerder verschenen in Vrij Nederland. Ik voel de aandrang om te lachen noch om te huilen. Noch om boos in de pen te klimmen, trouwens. Want je weet hoe dat gaat; dan ben je al snel een religieuze fundamentalist met een te kort lontje en te lange tenen. We moeten er toch om kunnen lachen, nietwaar? We moeten toch tegen een stootje kunnen, nietwaar? En het ís toch ook verschrikkelijk, wat er met die kinderen is gebeurd, nietwaar? Daarbij: Jesaja. Verheft zijn stem niet. Schreeuwt niet. Riet, vlaspit. Nietwaar?

Ik moet ruiterlijk toegeven, dat ik niet goed meer weet hoe het moet. Hoe kun je om zo veel kortzichtigheid nu niet boos worden? Hoe kun je zo’n oliedom stukje van Berghuijs nou lezen en niet uitschreeuwen dat hij een ziekelijke karikatuur maakt van een hele gemeenschap van gelovigen, en door de kerk tot zondebok te maken blind blijft voor een veel dieper probleem? Hoe kun je zo’n perverse spotprent van Van Straaten nu bekijken en niet je stem verheffen om de wijze waarop de tekenaar en zijn applaudiserende publiek zich – letterlijk over de rug van slachtoffers – verkneukelen om de schaamte en schande van de kerk, en zich intussen zelf onder het mom van kerkkritiek verlekkeren aan je reinste kinderporno?

Vandaag. Vandaag schreef Willem Jan Otten een kalm en kwetsbaar opinieartikel in de Volkskrant. Een waardig repliek aan Berghuijs. Waarin Otten woorden van waarheid en gerechtigheid spreekt over de verschrikkingen van seksueel misbruik door geestelijken – “geloofsroof”, noemt hij het. Maar waarin hij ook zonder te schreeuwen uitlegt waarom hij wél in de kerk blijft. “Zij is een kerk van zondaars”, legt Otten uit, “en als ik uit haar stap, ben ik niet van haar af.” Hij sluit af met een indringende vraag, die – zo stel ik me voor – enkel met een zachte en milde stem uitgesproken kan worden, een stem die zich zelfs niet verheft temidden van al het hysterische geschreeuw:

“Als wij haar verlaten – waar zal de kerk dan zijn, als zij, na het langdurige, pijnlijke verzoeningsproces, weer gezocht kan worden door de slachtoffers?”

Dat is dus: de kwijnende vlaspit niet doven. Het geknakte riet niet breken. Zachtmoedigheid is geen weeheid of lafheid; zachtmoedigheid vergt juist moed, en beheersing, geduld. Ik weet dat ik die eigenschappen lang niet altijd bezit – ook ik blijf deel uitmaken van die kerk van zondaars… Maar waar wij de zonden kunnen delen, kunnen wij toch ook de deugden delen; en ik voel me gesterkt door de deugdzame zachtmoedigheid van dat opinieartikel vandaag. En daarom bedank ik, vandaag, de goede God voor Willem Jan Otten.

7 gedachten over “Hij verheft zijn stem niet

  1. Beste Anton, verstild en met respect je mooie bijdrage gelezen.
    Alle pijn en ellende in je Kerk, het doet mij als protestant ook wat.
    Spot en cynisme als reacties zijn uiteindelijke doodlopende wegen; onvoorstelbaar dat er zelfs een prijs aan is toegekend.
    Cynisme en spot zorgen voor een grimgrijns op het ene aangezicht en op het andere verdriet en pijn. Ook doen ze de beeldvorming van vele vrijwilligers en geestelijk leiders die wel met liefde voor het leven bezig zijn in de Wijngaard van de Heer geen goed.
    Ik vond het erg aansprekend hoe je de zachtmoedigheid van Otten laat klinken in je bijdrage.

    Dank je wel!

  2. Pingback:Tweets die vermelden Hij verheft zijn stem niet | Anton de Wit -- Topsy.com

  3. De spot verdragen. Dat is ook een vorm van kruis dragen. Leuk wordt het nooit.
    Mooie gedachten, Anton. Beschaafd en vasthoudend de zaak van liefde, goedheid en gerechtigheid blijven bepleiten – dat staat ons te doen. Niet luidkeels schreeuwend, wel rustig en uitgesproken met een vaste stem.

  4. Anton, bedankt voor de mooie bijdrage vanuit je hart.
    Ik begrijp heel goed wat je bedoelt. Verdragen en beschaafd blijven, inderdaad.

    Wat blijft: onbegrip over zoveel intolerantie van de toleranten en zoveel onwetendheid van de intellectuelen.
    Een beetje boosheid kan geen kwaad op zijn tijd: ook onze Heer kon het af en toe niet laten…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *