Hogere klepelkunde

Je eigen vers verschenen boek in handen hebben geeft altijd een dubbel gevoel. Enerzijds is het prettig de tastbare vrucht van je inspanningen vast te pakken, de nog stroeve pagina’s aan daglicht bloot te stellen, terwijl je tevreden vaststelt dat je het toch maar mooi tot een goed einde hebt gebracht – of nou ja, goed… in elk geval tot een einde: met de laatste punt die je op het toetsenbord indrukte en de laatste komma die je in de drukproef corrigeerde, is het klaar, af, voltooid, basta. Anderzijds is er dat verontrustende gevoel dat het nu pas begint, net nu je er niets meer aan kunt veranderen. Ja, ik weet het, da’s een kwestie van los durven laten, met vertrouwen uit handen geven – klinkt allemaal mooi en makkelijk, maar het is nog knap lastig. Zeker met dit boek, Van klokken en klepels, waarvan ik vandaag het eerste exemplaar ontving.

Ik moet toegeven dat ik het bij dit boek allemaal nog net wat spannender vind dan bij mijn eerdere boeken. Waarom? Simpelweg omdat het een wat spannender boek is. Het raakt aan actuele kwesties, kerkelijke controverses, schandalen, oud en nieuw zeer – dingen die voor veel mensen gevoelig liggen, dingen die voor onze hele samenleving gevoelig liggen. Waarom ik het nodig vond dit boek te schrijven, leg ik uit in de inleiding:

“Ik heb in mijn journalistieke werk en de boeken die ik eerder schreef vooral belangstelling getoond voor de immense rijkdom van de christelijke traditie. Ik ben daar ook oprecht door gefascineerd. Lichtte ik mijn werk echter toe, in een interview of lezing of gewoon een alledaagse conversatie, dan kreeg ik steevast […] vragen op me afgevuurd [als]: hoe denk je dan over condooms, of het celibaat, of wat de paus zegt, of het seksueel misbruik door geestelijken, of over de positie van de vrouw, enzovoort. Nu vind ik het werkelijk geen probleem wanneer een gesprekspartner er andere standpunten op nahoudt dan ik, of kritiek levert op een Kerk die ik van harte liefheb. Het grote probleem vind ik de gezochte karikaturen die er van de Kerk gemaakt worden, het ontstellende gebrek aan feitelijke kennis over haar geschiedenis en actualiteit, de grove generalisaties, de koppige vooroordelen, de uitgekookte of ‘nagepapegaaide’ meninkjes, de kritiekloze acceptatie van ieder beeld dat in de media van de Kerk wordt geschetst. Men hoort wat klokken luiden en prompt waant men zich klepeloloog.”

Waarbij ik meteen moet aantekenen, dat Van klokken van klepels zeker niet pretendeert een antwoord te bieden op alle in dit citaat genoemde vragen. Het gaat er mij niet om het standpunt van het Vaticaan over voorbehoedsmiddelen, euthanasie, homoseksualiteit, celibaat of welk heikel punt ook toe te lichten of te verdedigen. Noch wil ik de keten van kleine schandaaltjes – Regensburg, Pius X, Bossche hostierel, weigerpastoor, ga zo maar door – als een kralensnoer door de vingers laten gaan, en er mijn apologetische bezweringen bij murmelen. Weliswaar luidt de ondertitel Een katholiek antwoord op kerkelijke controverses, maar daarmee zij niet gezegd dat ik álle kritische vragen rond álle controverses wil pareren. Het woordje ‘een’ in de ondertitel is belangrijk; het is dezelfde ‘een’ die ook in de titel van mijn vorige boek figureerde, een ‘een’ die bescheidenheid uitdrukt, dit is niet hét katholieke antwoord, maar een katholiek antwoord, mijn antwoord ja – en in die zin is het boek een persoonlijk essay. Daarbij drukt dit ‘een’ een enkelvoudigheid uit: ik wil één antwoord bieden, een zeker niet volledige of afgeronde, maar toch op z’n minst samenhangende analyse presenteren van een probleem dat onder of achter of boven al die controverses schuilgaat – kort gezegd: de per definitie moeizame verhouding tussen katholicisme en moderniteit.

Dat mag klinken als een theoretisch onderscheid; een abstract meningsverschil tussen ideologische systemen die de meeste mensen toch boven de pet gaan. Maar ik denk dat die spanning ons allemaal raakt. Het raakt ons in onze ziel; en precies daarom zijn discussies over bedoelde kerkelijke kwesties ook zo vaak zo verhit. Alleszins fatsoenlijke en aardige mensen zie je voor je ogen transformeren in schuimbekkende woestelingen als de katholieke Kerk ter sprake komt. Het is die onredelijke reflex, die het publieke debat over kerkelijke controverses zo netelig en chaotisch maakt, die ik in Van klokken en klepels direct en indirect aan de orde wil stellen. En ook daarom vind ik het verschijnen van dit boek extra spannend. Want ik weet dat het ook weer woede op zal roepen. Dat merkte ik al, toen eind vorige week een interview met mij verscheen in VolZin. (Klik op het plaatje hiernaast om het interview te lezen [PDF; 1,4 MB]). Het leverde me al aardig wat verontwaardigde reacties op. Gelukkig ook positieve reacties en redelijk geformuleerde kritiek, hoor. Maar de respons had over het algemeen toch een opvallend hatelijke toon. Mensen die maar half lezen, schreeuwen doorgaans twee keer zo hard.

Van klokken en klepels wordt in het VolZin-artikel een “boos boek” genoemd, en ik snap die typering al te goed. Mijn eigen verontwaardiging laat zich soms ook lastig verbergen. Toch heb ik geen boos boek willen schrijven, geen aanklacht of manifest, geen polemiek. Ik denk ook niet dat Van klokken en klepels dat is. Het is een voorzichtige poging iets van het diepere ‘schandaal’ van de Kerk te begrijpen, en om in de wirwar van verontwaardigde stemmen een mild, vrolijk en bovenal redelijk weerwoord te laten klinken. Dat is zeker lastig, het is dansen op glad ijs. Hogere klepelkunde. Het is dan ook een boek dat me veel hoofdbreken gekost heeft, meer dan enig ander boek hiervoor, maar goed, ik heb het tot een einde gebracht. Een einde, ja – beoordeel zelf maar of het een goed einde was. Officieel is het vanaf vandaag uit, maar het kan nog wat daagjes duren voor het de boekhandels binnendruppelt. Meer informatie vind je op de site van uitgeverij Lannoo.

11 gedachten over “Hogere klepelkunde

  1. “Over grote en verheven zaken moet men niet zwijgen, maar groot en verheven spreken”; en dat valt niet mee in een samenleving die Goed en Kwaad meet langs de triviale en rekkelijke meetlat van het condoom.

    Alle goeds voor jou en je boek en dank voor je inzet.

  2. Een dappere onderwerpskeuze voor het schrijven van een boek. Ik hoop dat het helpt ter nuancering van het beeld over de Kerk, maar ik vrees dat de ‘juiste’ mensen het niet gaan lezen.

    Een voorbeeldje: pedofilie en kindermisbruik. In de publieke opinie is ‘priester’ en ‘pedo’ nagenoeg hetzelfde geworden. Zojuist wat reacties op nujij.nl gelezen bij een bericht over pedofielenvereniging Martijn. Bij de derde reactie al (of pas?) werd de Kerk er aan haar haren bijgesleept. Vervolgens las ik een bijdrage van iemand die stelde dat het percentage kindermisbruikers in de Kerk ‘waarschijnlijk’ wel lager zou liggen dan dat bij vereniging Martijn (waarvan naar schijnt 8 van de 40 leden zijn veroordeeld voor zedendelicten), maar diegene wist het ook niet heel zeker …

    Nee, dit soort mensen gaat jouw boek niet lezen. Maar laten we hopen, dat er journalisten en andere mediamensen met een open oog, oor en hart zijn, die zich niet zo gemakkelijk laten afschepen en die ook wel eens andere input willen dan het gehuil van de wolven in het bos. Zij zijn degenen die door meer nuance aan te brengen in hun artikelen, TV-reportages enz. ook langzaam maar zeker meer nuance in de publieke opinie kunnen geven.

  3. “Het grote probleem vind ik de gezochte karikaturen die er van de Kerk gemaakt worden, het ontstellende gebrek aan feitelijke kennis over haar geschiedenis en actualiteit, de grove generalisaties, de koppige vooroordelen, de uitgekookte of ‘nagepapegaaide’ meninkjes, de kritiekloze acceptatie van ieder beeld dat in de media van de Kerk wordt geschetst.”
    En jij bent zeker de “kenner” en de journalistoloog. Anderen zijn gek, dom, en plat et cetera en Anton de Wit is de “Grote Kenner”. Hoe noemen we zoiets ook weer? Tenminste grootheidswaan en een hartstochtelijk gebrek aan zelfreflectie.
    Het drama van kindmisbruik in de RK is zich nog steeds bezig te ontvouwen. Aangezwengeld door nrc, lang nog gebagatelliseerd door de RK en kerkintimi: “het waren maar enkele paters”. De schaal blijkt steeds groter en ook veelal moedwillig afgedekt. Het betreft voornamelijk religieuzen, maar ook wereldheren. De cultuur waarin dit plaatsvond is nog niet ontrafeld. De pijn wordt nog ten volle gevoeld en ja daar horen karikaturen bij.
    Eens schreef je ” wij zijn de tijden” naar Augustinus. Je begrijpt werkelijk niets van deze tijd. En zeker niet dat het goed is bij alle pijn en rauwheid die naar boven komt te zwijgen, en die pijn en rauwheid tijd te geven. Maar midden in die tijd van pijn en rauwheid kom jij met dit boek. Het versterkt het gevoel van een kerkelijke cultuur die haar eigen pijnlijke realiteit niet zelf durft te voelen, maar op de oude voet verder gaat en de wereld om haar heen aanklaagt:

    “het ontstellende gebrek aan feitelijke kennis over haar geschiedenis en actualiteit, de grove generalisaties, de koppige vooroordelen, de uitgekookte of ‘nagepapegaaide’ meninkjes, de kritiekloze acceptatie van ieder beeld dat in de media van de Kerk wordt geschetst.”

    En natuurlijk zul je op bovenstaande ook wel weer een antwoord hebben: wijsneus! Misschien is lezen genoeg voor jou in deze.

  4. Ik sla net “Van Klokken en klepels” dicht. Iemand die, zoals hierboven Henry, als kerkhater aan het boek begint, houdt van de Kerk als hij je boek gelezen heeft. Maar, … Henry zal je boek niet lezen, hij heeft alleen even gekeken met welk citaat hij je om de oren zou kunnen slaan en vondt dat al op de tweede pagina. Maar wat zou het juist voor Henry goed zijn als hij je boek wel zou kunnen lezen, het zou hem van veel onterechte en onnodige haat en woede kunnen verlossen, die nu z’n leven mogelijk vergalt.
    Laat ík er dit van zeggen: ons leven, het jouwe en het mijne wordt ook dagelijks moeilijk gemaakt door leugens, lasterpraatjes, overdrijvingen, soms heel ver gezochte negativiteit, en domheid over de Kerk waar we zo van houden, omdat wij weten dat onze Kerk met alle levenden, mens en dier, goeden en kwaden, vriend en vijand het beste voor heeft en iedereen gelukkig wil maken. Daarom was ik zeer blij met je uitstekende, gevatte, eigentijdse en zelfs ontroerenden boek. Geweldig te weten er niet alleen voor te staan.

    Henry verwijt jou natuurlijk ook weer “niets van deze tijd te begrijpen”, maar zoals je al zei: “iedereen die verzucht dat de Kerk toch niet van deze tijd is, brengt haar het grootst denkbare compliment.” (p.158). Ik was vandaag in de luxe gelegenheid om afwisselend te lezen in jouw boek en te kijken naar de “Algemene Beschouwingen” in de Tweede Kamer. Daar gaat het uitsluitend over geld, schulden, elkaar vliegen afvangen, elkaar schofferen en het licht in de ogen niet gunnen, en in ieder geval proberen elkaars (politieke) leven zo moeilijk mogelijk te maken en de lasten zo veel mogelijk bij “de anderen” neer te leggen. Wat is het dan toch geweldig, dat wij af en toe mogen aanschuiven in de Kerkbanken en dat we deel mogen uitmaken van een Kerk die oproept tot liefde, vrede, je vijand beminnen, waarheid, eerlijkheid en schoonheid en die ons oproept om eens te kijken waar we zelf telkens weer tekort schieten. Welke een heerlijke en grandioze wereldvreemdheid.

    Als je op je mieter krijgt, beste Anton, bedenk dan dat je in goed gezelschap bent, want zelfs Moeder Theresa heb ik op een website eens omschreven zien worden als “a lying, thieving hypocrite who raised millions of dollars by pretending that it would be used to feed the hungry, then left it in a bank to collect interest for the Catholic Church while the hungry continued to starve” (William Harwood).
    Van diezelfde Moeder Theresa zijn de woorden: “Als je in het leven overal je beste beentje voor zet, krijg je soms de wind van voren … maar blijf je beste beentje voor zetten, ondanks alles.” en “Mensen zijn onredelijk, onlogisch en egoïstisch … maar blijf van hen houden, ondanks alles.” Dank voor je mooie boek en hopelijk tot maandag.

  5. Hoi August Pieta,

    Zo jij bent eng! Wordt me een beetje duidelijk in wat voor een gevaarlijk clubje ik hier terecht gekomen ben.
    Ik ben geen hater, ook geen kerkhater, en mijn leven wordt niet vergald. Ik vind het eng als kritiek op de RK direct wordt geinterpreteerd als kerkhater.
    Het valt me op dat je wel heel verwrongen beelden hebt, zoals mbt de tweede kamer. Een verwrongen wereldbeeld noemt men dat.
    Mensen zijn onredelijk et cetera? maar blijf van hen houden, Eng als mensen zich verheffen en vervolgens van je houden? Wat een verwrongen zelfbeeld en beeld van de liefde.
    Probeer eerst eens van jezelf te houden. Of mag je dat niet van de Here God?
    De RK kan wel tegen kritiek alleen jij niet. Waar ging het ook weer om? Oh ja, een cultuur die pedofilie-praktijk toestond en afdekte. Waarbij kinderen hun jeugd is ontnomen. Die cultuur is nog niet ontmaskerd. En degene die kritiek daarop niet verdragen kan en beticht van kerkhaat, heeft zelf iets te verbergen…….

    Hartelijke groet, Henry

  6. Beste Henry,
    Je snijdt nogal wat punten aan; ik zal proberen enkele misverstanden weg te nemen:

    1 Je vindt me “eng”; die kwalificatie heb ik nog nooit eerder gehoord in mijn 55 jaar lange bestaan, dus zal het “in de praktijk” wel meevallen; jij kent me ook niet pesoonlijk, dus laten we het er voorlopig maar op houden dat je mijn opvatting “eng” vindt.
    2 Je spreekt van “een gevaarlijk clubje”; maar ik sluit niet uit dat we, enig ander thema besprekend dan het misbruik uit de vorige eeuw en de reactie daarop door de Nederlandse media, best eens gezellig een glas zouden kunnen drinken en op veel andere thema’s tot een enigszins overeenkomstige opvatting zouden kunnen blijken te komen.
    3 Wat betreft de Tweede Kamer: als je de kamerstukken van die dag zou opvragen, dan zou je kunnen vaststellen, dat zowat alles wat ik opsomde aan de orde geweest is; er is daarentegen weinig of niet gesproken over: de opvang van daklozen, gebroken gezinnen, depressieve kinderen, de droogte in Afrika, christenvervolging in Oosten of Azië, schoonheid van het gregoriaans, weldadigheid van stilte of het geluk van mensen, om maar een paar willekeurige dingen te noemen.
    4 Je vindt het “eng” als mensen het niet met je eens zijn, en toch van je houden; maar die houding is de kern van het christen-zijn: “als je alleen bemint die jou beminnen, dat doen de heidenen ook” (Matheus). Dat wil overigens niet zeggen, dat het altijd meevalt.
    5 Je denkt dat “ik niet van mezelf houdt”; ik vrees helaas, dat het tegendeel waar is: dat ik nog veel te veel van mezelf houdt.
    6 Je hebt gelijk het ging in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw inderdaag om “een cultuur die pedofilie-praktijk toestond”; NVSH en politiek beijverden zich er toen voor om pedofilie legaal te maken (zie bijvoorbeeld daarover de uitzending van Andere Tijden); de Kerk bleef zich daartegen verzetten en lag daarom als “lichaams en seksualiteit vijandig” en uiteraard ook “ouderwets en wereldvreemd” onder vuur. Ironie van het lot: nu krijgt juist die instelling die er toen zo goed als enige tegen was, de voornaamste schuld toegedicht.
    7 Het is op forums inderdaad blijbaar goed gebruik geworden, om zodra iemand een kritische kanttekening plaatst en niet alle priesters en de hele kerk als criminele organisatie wenst te brandmerken, te suggereren dat hij zelf zich ook wel schuldig gemaakt zal hebben aan misbruik: iemand is tegen de doodstraf voor een moordenaar, dus hij zal zelf ook wel een moord op z’n geweten hebben; Je moet toch zelf ook wel inzien dat die methode een beetje van dik houdt zaagt men planken is.

    Beste Henry, het clubje waar je je bevindt is niet zo gevaarlijk als je veronderstelt. Als je bij mij in de buurt een lekke band krijgt, kun je ieder moment aanbellen voor de fietspomp; en als het nodig is breng ik je ook nog thuis. Als de bruinze laarzen zouden stampen, op zoek naar Henry, dan hoop ik dat ik het lef en de kracht zal hebben om Henry veilig te laten onderduiken. Maar als je gevoel van “eng vinden” pas over zou gaan, wanneer ik precies hetzelfde zal denken als jij, dan kan ik je helaas niet van dienst zijn.

  7. Hallo meneer anoniem/August Pieta,

    Je wilt alleen je gelijk halen en stort een zee van woorden uit die laten zien dat je het niet wil begrijpen en niet bereid bent te luisteren. Je lijkt me erg vermoeiend.
    Mij betichten van kerkhater, woede en haat et cetera is iets anders dan van mening verschillen, en vervolgens van mij te houden. Je begrijpt geen snars van de Bijbel.
    En je zegt teveel van jezelf te houden: dat is hetzelfde als niet van jezelf durven te houden. Denk daar maar es over na.
    Voor de rest ga ik er niet op in, want dan wordt het oefeloos.
    Ik wens je veel geluk en je bent nooit te oud om echt eens naar jezelf te kijken.

    Groet, Henry

  8. Pingback:Van klokken en klepels | Anton de Wit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *