Hosanna in den lage

Désanne van Brederode - Door mijn schuldIn alle interviews en besprekingen rond de recente roman van Désanne van Brederode staat het te lezen: Door mijn schuld is geïnspireerd op de controversiële moordzaak op de weduwe-Wittenberg in Deventer in 1999. De ingrediënten zijn inderdaad hetzelfde: een brutale moord, een ontkennende verdachte, een mediahype waarin degene die vastzit voor de moord als onschuldig slachtoffer wordt neergezet. Ik wil de wereld van schreeuwende Telegraaf-koppen, Maurice de Hond en Peter R. de Vries echter even laten voor wat zij is, en een parallel trekken met een uiting van hogere cultuur: de roman Misdaad en straf van Fjodor Dostojevski.

De vertaling van de oorspronkelijke Russische titel als Misdaad en straf is al weer enige decennia gebruikelijk, maar het is goed om er aan te herinneren dat deze roman ook wel vertaald is als Schuld en boete. In het Duits is die vertaling, Schuld und Sühne, nog altijd courant. Het schijnt dat de Russische woorden die Dostojevski koos een beetje midden houden tussen het religieus en moreel geladen Schuld en boete en het meer neutrale en juridische Misdaad en straf.

Ergens op datzelfde spectrum moet ook het laatste woord uit de titel Door mijn schuld begrepen worden. De formulering komt natuurlijk rechtstreeks uit de katholieke liturgie — mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa — maar wie een roman verwacht over een religieus schuld- of zondebesef komt bedrogen uit. Natuurlijk, die betekenis van schuld klinkt wel steeds mee op de achtergrond. Maar als de auteur in een filmpje op de website van Querido haar boektitel toelicht, lijkt ze zelf ook te zinspelen op de meer juridische dimensie van de term.

Fjodor Dostojevski (1821-1881)De opmerkelijkste parallel tussen de twee romans is echter niet de overeenkomst in lading van het woord ‘schuld’, maar eerder het basisgegeven van het verhaal: beide boeken zijn misdaadverhalen waarbij de lezer eens niet hoeft te twijfelen of de schuldige wel echt schuldig is, of met de detective mee hoeft te puzzelen wie het precies gedaan heeft, de butler of toch de klusjesman. Al tamelijk snel in Misdaad en straf zien we Raskolnikov met een bijl onder zijn jas aankloppen bij de oude woekeraarster en haar het hoofd inslaan met de botte kant. Ook de hoofdpersoon van Door mijn schuld, Gunnar de Wit, biecht vrijwel meteen op dat hij het was die de zakenman Evert Oldenheuvel met een zware steen om het leven bracht. “Dit wordt geen whodunit”, laat Van Brederode De Wit schrijven. “Dit is een I-did-it.”

Of Van Brederode deze parallel er bewust in heeft gebracht weet ik niet, en het doet er ook niet zo toe. Als gezegd hoeven we als lezer in dit boek niet zelf voor detective te spelen, en ik besef dat het ook wat potsierlijk over kan komen als ik nu als een literaire Sherlock Holmes op voor de hand liggende of juist vergezochte dwarsverbanden binnen de letteren poog te wijzen. Maar deze speurneuzerij levert, zelfs wanneer we in ongegronde hypothesen en twijfelachtige conclusies blijven steken, denk ik wel een mooi inzicht op in de thematiek van deze roman.

Albert CamusNogmaals, we weten niet of de knipoog naar Misdaad en straf er bewust is ingebracht, maar het is toch op z’n minst interessant om te bedenken dat Van Brederode dat eerder heeft gedaan, bewust knipogen naar een klassieker uit de wereldliteratuur. Haar mooie roman Het opstaan uit 2004 knipoogde vrij duidelijk naar De val van Albert Camus. Als ik me niet vergis heeft Van Brederode dat destijds zelf ook gezegd. Heel kort gezegd gaan die beide boeken over ingrijpen of niet ingrijpen wanneer het er op aankomt; op het eerste gezicht een heel andere thematiek dus dan die van Misdaad en straf en Door mijn schuld. Maar er is wel degelijk een merkwaardige overeenkomst tussen deze vier boeken: het meer impliciete thema van morele superioriteit. De vier hoofdpersonen van deze respectievelijke boeken zijn stuk voor mannen die zich in zekere zin verheven voelen boven andere mensen. Jean-Baptiste Clamence, uit De val, is een succesvolle en egocentrische ijdeltuit die zichzelf graag feliciteert met zijn voorbeeldige gedrag. Rudolf de Wolf, uit Het opstaan, is een zwartgallige cynicus, en al even succesvol, egocentrisch en ijdel. Rodion Raskolnikov ziet zichzelf als een soort Übermensch, voor wie andere regels gelden dan voor de rest van het gepeupel. En Gunnar de Wit haalt zijn neus op voor zowel zijn intellectuele familie als zijn volkse schoonfamilie. Uiteraard brengt hun morele superioriteitsgevoel alle vier deze mensen in de problemen.

Nu was Het opstaan zeker geen hervertelling van De val; de titelkeuze doet al vermoeden dat de roman van Van Brederode het verhaal van Camus eerder spiegelde, omkeerde. Tussen Door mijn schuld en Misdaad en straf bestaat een vergelijkbaar contrast. Het vertrekpunt van de romans is gelijk — de tamelijk impulsieve moord op een rijk persoon, met een bot voorwerp op het August Strindbergachterhoofd — maar verder zijn zij haast elkaars spiegelbeeld. Raskolnikov is een nerveuze armoedzaaier die het hoog in z’n bol heeft gekregen, die zijn milieu wil ontstijgen — niet economisch, want dat lukt hem niet, maar daarom maar door een intellectueel snobisme, een soort nietzscheaans nihilisme. Hij is daarmee het prototype van de tragische, stelselmatig onbegrepen romanticus die Gunnar de Wit juist zo verfoeit; De Wit, zo merkt hij ergens op in Door mijn schuld, voelt zich juist veel te goed begrepen. Raskolnikov lijkt in feite meer op de Zweedse, zwart-romantische dichter August Strindberg, met wie de ouders van De Wit hartstochtelijk dwepen (en die ik persoonlijk nooit meer helemaal serieus kan nemen sinds ik de hilarische website Strindberg & Helium ken, maar dat terzijde).

Gunnar de Wit komt juist uit een prima milieu; zijn vader is hoogleraar Scandinavische letterkunde (vandaar die voornaam en voorliefde voor Strindberg), zijn moeder kunstdocent, en hij is zijn hele jeugd lang omringd met liefde, zorg en cultuur. Als enige van de kinderen rebelleert hij echter tegen zijn afkomst. Hij verandert zijn voornaam in Koen, gaat een vmbo-opleiding doen, trouwt met een meisje van volkse komaf. Waar Raskolnikov het plat gezegd hoog in zijn bol kreeg, krijgt Koen het eerder laag in zijn bol — met evenwel dezelfde onderhuidse woede en frustratie. Waar Raskolnikov zich driftig aan de geestelijke en materiële armoede van het vroeg-industriële Rusland wil ontworstelen, daar poogt De Wit zich van de geestelijke en materiële rijkdom van het post-industriële Europa te ontdoen.

Daarmee kun je Gunnar de Wit als de verpersoonlijking zien van een euvel dat Van Brederode reeds beschreef in haar scherpzinnige pamflet uit 2006, Modern dédain. Namelijk het euvel van een tegenwoordig zo modieus snobisme in omgekeerde richting, een postmodern snobisme dat The Beatles boven Bach verkiest, dat onbeschaamd dweept met André Hazes of Johan Cruyff, dat niets meer wil weten van een onderscheid tussen hoge en lage cultuur, en dat iedere culturele verfijning wil doodslaan in geforceerde laagdrempeligheid en leukheid. Hosanna in den lage, gezegend hij die zwetst in de naam van het volk.

In de persoon van Gunnar de Wit zien we hoe die houding verwordt tot een soort zwartgallig, zelfs moorddadig nihilisme. Het is misschien wat al te kort door de bocht om hem een icoon van de GeenStijl-generatie te noemen, het zou het reliëf van dit personage bovendien wat wegnemen, maar enige verwantschap lijkt er desalniettemin te zijn; het jongste en meest gefrustreerde kind van beschaafd-linkse ouders, dat zich volkser voordoet dan hij is, geen enkele waarde meer erkent en neerkijkt op iedere vorm van culturele en intellectuele fijnzinnigheid, en dat ondanks of dankzij dat alles uitgroeit tot een soort van volksheld.

Een ontluisterende fenomenologie van de vervlakking, zo kun je Door mijn schuld, zo niet het hele oeuvre van Désanne van Brederode, best noemen. Met fijne kwast schildert zij vormen van arrogantie en vooringenomenheid in alle kleurschakeringen. Inclusief het diepe zwart van de weigering om de blik te richten op iets dat ons verheffen kan. Dat is een schuld — in die subtiele zin van het woord, ergens tussen religieuze zonde en juridische misdaad in — die onze hele tijd te dragen heeft.

29 gedachten over “Hosanna in den lage

  1. Mooie rececensie, Anton, ik zou er bíjna weer eens een roman door gaan lezen (ware het niet dat “Climbing mount improbable” van Richard Dawkins zich inmiddels ergens tussen Groot-Brittannië en mijn brievenbus bevindt).

    Hosanna in den lage, gezegend hij die zwetst in de naam van het volk.”

    Hij’s fijn 🙂

  2. Een erg mooie recensie. Ik ga vast opzoek naar de besproken roman.

    Ik heb zelf ontzettend genoten van ‘schuld en boete’ (in de vertaling die ik las was dit de titel). Ikzelf had er eigenlijk redelijk snel een katharsisgevoel bij: zien wij allen onszelf, diep vanbinnen in ons hooghartig hart niet als Übermensch, die wel mogen wat de ander niet mag? Ik besef goed dat een opmerking als deze wel erg moraliserend kan overkomen, maar toch, onze vriend Fjodor sprak tot mijn hart.

    Verder was ik vergeten dat de moord met de botte kant van de bijl gebeurde ;-).

  3. @ allen: dank voor de reacties! 🙂

    @ Jona: Dat van die botte kant was ik ook vergeten, zag het toen ik het boek weer opensloeg om deze bespreking te maken. Hij mept een paar keer met de botte kant, tamelijk onsmakelijk. Ik deel je ervaring bij het lezen! Mooie observatie!

    @ kattekliek: Nee maar, gaat ome Richard nou zelfs vóór het lezen van een goed boek? 😉 (Nee hoor, ik mag niets zeggen, heb dat boek van Dawkins niet gelezen.)

    @ Marloes: ik dacht wel dat jij Strindberg & Helium ook grappig zou vinden. Behalve de filmpjes is ook de sectie ‘Imposters’ een bezoekje waard.

  4. Misschien wel aardig: Désanne van Brederode schreef in februari een opinie-artikel in De Volkskrant, waarin zij blijk gaf van haar gevoelens tegenover de RK Kerk.
    Ik had grote waardering voor haar opinie en herkende veel in haar gevoelens, hoewel zij op een paar punten blijk gaf van een bevooroordeelde houding (aids in Afrika, besluit om de Pius X broederschap weer toe te laten). Een brief van mij in reactie op het artikel werd niet geplaatst (maar als het goed is wel doorgestuurd naar Van Brederode).
    Link naar het artikel:
    http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article1145582.ece/Ik_geloof_in_een_dankbare_kerk

  5. Ja, dat artikel herinner ik me nog, Marcel! Ik vond het ook mooi (al had ik net als jij ook wel kritiek). Ik ben nu wel benieuwd naar jouw niet geplaatste brief… Je mag hem gerust hier in de comments plaatsen als je wil. Hier zit geen strenge redactie tussen. 😉

  6. Komt ‘ie!

    Het artikel van Désanne van Brederode over de paus en de katholieke kerk in het Betoog van 7 februari sprak me erg aan, omdat ik de gevoelens die zij beschrijft herken. Ook ik betreur sommige standpunten die door het Vaticaan worden ingenomen, terwijl ik tegelijk datgene koester wat ik als de kern van het geloof ervaar.
    Maar tevens viel me op dat zij, terwijl zij probeert genuanceerd te zijn, enkele stellingen opwerpt die dat niet bepaald zijn. Zo verwijt Van Brederode de kerk dat die een weerzinwekkende bijdrage levert aan een genocide, te weten de aidsepidemie in vooral Afrika. Dat is echter een van de mythen over die kerk, die niet door feiten worden onderbouwd.
    De officiële lijn van de kerk is, dat katholieken geen condooms mogen gebruiken en alleen binnen het huwelijk sex mogen hebben. Indien de gelovigen naar de kerk zouden luisteren, lopen ze in principe geen risico. En, als mensen de kerk negeren waar die sex buiten het huwelijk verbiedt, waarom zouden ze wel gehoorzamen als dezelfde kerk het gebruik van condooms verbiedt? Kortom, hoe je ook denkt over het gebruik van voorbehoedmiddelen en condooms (ik heb daarover een andere mening dan de officiële leer), dit is een principiële keuze van de kerk, die geen slachtoffers eist als de mensen werkelijk naar de kerk zouden luisteren. Ik respecteer dat standpunt. Verder is er uit de cijfers in Afrika géén oorzakelijk verband af te leiden tussen het aandeel katholieken en aidsslachtoffers. Eerder lijkt het tegendeel het geval te zijn; over het algemeen is in landen met veel katholieken het aantal hiv-besmettingen relatief lager.
    De hoge mate van promiscuïteit in veel Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahel is een vloek voor Afrika en hoofdoorzaak van de grote omvang van de aidsramp. De kerk verzet zich juist tegen die promiscuïteit en is op die manier een kracht tégen de verspreiding van aids. Een genuanceerde blik op de kerk zou deze aspecten moeten noemen, in plaats van de mythevorming te versterken.
    Ook kort door de bocht is de stelling dat de kerk de poorten heeft heropend voor een groepering die de holocaust glashard ontkent. De Pius X broederschap is aartsconservatief en verliest in mijn ogen de werkelijke boodschap van Christus uit het oog in haar starre en eenzijdig rituele geloofsbeleving. Maar als je de berichten volgt, kun je niet stellen dat Williamson in zijn holocaustontkenning representatief is voor zijn club. Hij is inmiddels als rector van een Argentijns Pius X-seminarie ontslagen vanwege zijn denkbeelden.
    De feiten zijn dat de excommunicatie van een groep katholieken ongedaan is gemaakt, een excommunicatie die werd veroorzaakt door de wijding van enkele bisschoppen zonder toestemming van het Vaticaan door de al lang overleden kardinaal Lefèbvre. Zij hebben vaak gevraagd om de excommunicatie op te heffen, omdat zij zich door en door rooms-katholiek voelen, en de breuk met Rome vreselijk vinden. Het Vaticaan zegt nu dat het van Pius X verwacht een “vergelijkbare bereidheid” te tonen om de eenheid te herstellen als de paus heeft gedaan door de gerechtvaardigd opgelegde straf van excommunicatie op te heffen. Intussen blijven de vier bisschoppen en hun priesters gesuspendeerd. Voor een toekomstige erkenning van de priesterbroederschap Pius X is onder meer de volledige erkenning van het Tweede Vaticaans Concilie een vereiste. Het lijkt er overigens niet erg op dat deze club van plan is dat te doen. Al met al is de ‘heropening van de poorten’ dus niet meer dan een soort omzetting van straf in een voorwaardelijke straf, waarbij de voorwaarden door de kerk worden gesteld en door Pius X geslikt zullen moeten worden.
    Dat een holocaustontkenner is toegelaten in de kerk vind ik een domme fout, maar in tegenstelling tot hetgeen velen zeggen, kan ik me heel goed voorstellen dat de paus niet op de hoogte was van dat gegeven. Hoe dan ook, heeft de kerk snel, en van hoog tot laag gereageerd op dit nieuws, en Williamson in harde bewoordingen op zijn nummer gezet. Het is zo klaar als wat dat er in de katholieke kerk geen plaats is voor holocaustontkenning.
    Een andere ongenuanceerdheid in het betoog van Desanne van Brederode vind ik de verwijzing naar Luther als het gaat om redenen die zíj zou kunnen noemen om de kerk aan te klagen wegens misdaden tegen de menselijkheid, alsof de misstanden van toen nu nog voortduren. De zaken waar Luther zich terecht tegen keerde zijn iets van lang vervlogen tijden. Voor dat soort zaken heeft paus Johannes Paulus II in 2000 een excuus uitgesproken.
    Ondanks het voorgaande sprak het artikel me zeer aan. Want Van Brederode zegt op een mooie manier welke positieve krachten het geloof kan voortbrengen, en tegelijk dat het ook in de kerk steeds weer mensenwerk is, met al het soms klungelige rondtasten dat daar bij hoort.

  7. Dat VK-artikel van haar staat niet online (helaas). Kan iemand het mij misschien mailen (indien beschikbaar, in Word-formaat)? Mijn adres is kattekliek (apenstaartje) onzekerk.nl Alvast bedankt! 🙂

  8. Net het artikel gelezen. En ik moet zeggen dat ik jullie (Antons en Marcels) positieve gevoel over dat artikel niet deel. Ja, op delen ben ik het zeker met haar eens. Maar ze begint met anderhalve kolom (1 lange, een halve korte) ongenuanceerdheden over de kerk – blindelings gelovend wat de media over onderwerpen zoals de PiusX-priesterbroederschap en condooms in Afrika zeggen (Marcel ging op dit laatste hierboven al uitgebreid in). Ze spreekt vervolgens haar oprechte geloof in de Eucharistie en de andere sacramenten uit, en vindt vervolgens dat de Kerk zich alleen dáár mee bezig zou moeten houden. En dat die niets over seks, abortus, euthanasie of wat dan ook zou mogen zeggen. Daarin de gelovigen ‘met rust laten’, zo te zeggen.

    Dat soort geloof komt voor mij wel héél dicht in de buurt van wat ze aan het einde schrijft over wat de Kerk zou vinden van moderne, vrije, bewuste gelovigen: “alsof hun geloof niet echt is, een modegril, een bevlieging, een ongefundeerd ‘fijn gevoel’ dat al bij het minste zuchtje wind kan omvallen”. Want hoe kun je beweren dat je oprecht gelovig bent en vervolgens in je levensstijl en -keuzes er alle blijk van geven dat je liever je eigen ik volgt dan God in grote en enorm belangrijke kwesties als de liefde en het leven?

    Sorry, maar ik word hier niet blij van 🙁

  9. Ik snap je kritiek heel goed, Kattekliek, en je slaat wat mij betreft de spijker op de kop. Maar het is juist die ergernis die maakt dat ik haar opvattingen over geloof ook weer uitdagend en spannend vind. Zie ook hier: http://antondewit.wordpress.com/2009/04/22/zelfverarming/

    Van Brederode lijkt te zoeken naar een zinnige manier om het geloof vorm te geven in een overwegend niet-gelovige omgeving. Dat herken ik van mezelf ook, maar het maakt haar persoonlijke overtuigingen soms wat erg persoonlijk, of zelfs op protestantse wijze subjectief, hoogst individueel. Tegelijkertijd blijft ze katholiek in opvattingen over eucharistie. Enerzijds kan ze fel uithalen naar de vrijzinnigheid die ze van huis uit heeft meegekregen, maar anderzijds landen haar overtuigingen ook maar nooit op orthodoxe bodem. Nou ja, samengevat, haar geloofsopvattingen bevatten voortdurend iets dat ik herken en iets dat me ergert, en dat maakt haar een interessante innerlijke sparringspartner op geloofszaken.

  10. ’t Is misschien nogal persoonlijk hoe je dit leest en ervaart.
    Op dat moment – begin februari dit jaar, kort nadat de storm rond Williamson was losgebarsten – was het voor mij in ieder geval een prettige ervaring om een uitgebreid artikel te kunnen lezen waarin ook heel positieve opmerkingen stonden over kerk én paus.
    Ik stoorde me natuurlijk wel aan de onterechte verwijten en reageerde daar op.
    Maar toch zie ik iemand die iemand die is gegrepen door het mysterie van de eucharistie en die open staat voor de boodschap van Christus.
    Van Brederode pleit voor een terughoudende rol van de kerk in maatschappelijke en morele kwesties. Ze lijkt daar behoorlijk ver in te gaan, bijvoorbeeld, waar zij zegt o.a. niet tegen abortus te zijn.
    Ik ben het daar niet mee eens. De kerk hoeft zichzelf geen spreekverbod op te leggen. Maar dat er gelovigen zijn die zich uitlaten over deze rol van de kerk, vind ik geen probleem, zolang dat op een respectvolle wijze gebeurt.

    Een voorbeeld dat me nu te binnen schiet: de kerk in Honduras heeft zich opgesteld achter de politieke groepering die president Zelaya heeft weggestuurd. M.i. is het legitiem om de vraag te stellen of het juist is dat de kerk zich met dergelijke zaken bemoeit. Dat is wel van een andere orde dan de vraag of abortus moet worden toegestaan, maar niettemin is het een maatschappelijke kwestie waarover de kerk zich uitlaat.
    Je schrijft over Van Brederode “…in je levensstijl en -keuzes er alle blijk van geven dat je liever je eigen ik volgt dan God in grote en enorm belangrijke kwesties als de liefde en het leven?”.
    Of dat klopt weet ik niet. Zij schrijft immers niet dat zij zelf een abortus heeft ondergaan, of dat zij zelf praktiserend homosexueel is. Ik begrijp het zo dat zij vindt dat ieder individu vrij moet zijn om daarin zijn eigen afweging te maken. Dan zou ik niet durven oordelen dat iemand liever zijn eigen ik dan God volgt.

    En soms kan een wat meer terughoudende rol van de kerk in individuele morele kwesties in mijn ogen geen kwaad. Zoals in het dramatische geval van die vrouw in Italië die al vele jaren in coma lag, en waarvan de ouders ten einde raad vroegen om de kunstmatige voeding te beëindigen. Ik vind dat de kerk zich daar niet mee had mogen bemoeien. Het standpunt over euthanasie is bekend, laat de keuzes in zo’n persoonlijke tragedie over aan de direct betrokkenen en aan de rechtsstaat.

  11. @ Marcel: ik begrijp je insteek wel. Wat mij alleen erg verbaast aan deze dame, is dat ze een Eucharistisch geloof kan combineren met ten diepste levensvijandelijke visies (of ze die nu zelf wel of niet in haar persoonlijke leven zou uitvoeren, doet er m.i. niet zoveel toe). De Kerk had groot gelijk dat ze zich bemoeit met deze dingen, ook in individuele gevallen. Het is de mens eigen om zijn geweten meer en meer op te rekken, en dingen zoals het beëindigen van het leven van die Italiaanse comapatiënte hebben dan ook nog eens een precedentwerking.

  12. In mijn ogen maakt het wel degelijk verschil of je,
    a. vind dat mensen vrij zijn om te kiezen voor abortus, en als in je eigen leven voor die keuze staat ook abortus laat plegen;
    b. vind dat mensen vrij zijn om te kiezen voor abortus, en als in je eigen leven voor die keuze staat op morele gronden dat niet wilt doen.
    Immers, in geval b. volg je (in jouw woorden) niet liever je eigen ik dan God, en in geval a. wel, op een moment dat het er echt op aan komt in je eigen leven.

    In buitengewoon tragische gevallen zoals bij die Italiaanse, past het buitenstaanders om zich terughoudend op te stellen. Vanuit de kerk zou dan hooguit een summiere en kalme reactie gegeven moeten worden. Deze situatie is immers heel anders dan de meeste euthanasiegevallen.
    Als je de lijn doortrekt dat de kerk zich ook met deze extreme situaties intensief mag bemoeien, kom je ook terecht bij de Braziliaanse aartsbisschop Sobrinho, die oordeelde dat de moeder van een verkracht negenjarig meisje en de artsen die besloten dat het meisje een abortus mocht ondergaan, moesten worden geëxcommuniceerd.
    Gelukkig (vind ik) is er vanuit officiële organen van de kerk veel meer kritiek op Sobrinho gekomen dan dat hij bijval kreeg. De invloedrijke aartsbisschop Fisichella, president van de Pauselijke Academie voor het Leven, noemt de woorden van Sobrinho onbegrijpelijk en onbarmhartig, en richt zich tot het meisje met onder meer de volgende woorden. “Het zijn andere personen die excommunicatie en onze vergiffenis verdienen, niet zij die het jou vergunden om te leven en die jou hielpen om de hoop en het vertrouwen terug te vinden.”
    Andere bisschoppen hebben in soortgelijke bewoordingen gereageerd, waaronder de Nederlandse bisschop De Korte én de Braziliaanse bisschoppenconferentie.
    Sta jij hierin achter Sobrinho’s manier van doen?
    Zo ja, dan vind ik dat erg spijtig.
    Zo nee, dan betekent dat, dat je onderschrijft dat de kerk in heel tragische gevallen wel degelijk terughoudendheid past alvorens mensen te veroordelen die een keuze maken in strijd met de algemene lijn van de kerk.

  13. Ik vind je mogelijkheid b. rechtstreeks te vergelijken met “Ik zou zelf nooit een moord plegen, maar vind het OK als anderen tot een andere keuze op dat gebied komen”. En bij het doden van een volwassen mens kan er dan nog noodweer meespelen; dat is nóóit het geval bij het doden van een ongeboren kind.

    W.b. het gebeuren met dat meisje in Brazilië, daar (b)leek later vanalles loos te zijn. Bijv dat er beweerd zou zijn dat dat meisje levensgevaar zou lopen – terwijl er door artsen later bevestigd is dat ze een zwangerschap zeer waarschijnlijk (een risico is er altijd, ook bij volwassen moeders) goed zou hebben doorlopen.

    Sta jij hierin achter Sobrinho’s manier van doen?
    Zo ja, dan vind ik dat erg spijtig.
    Zo nee, dan betekent dat, dat je onderschrijft dat de kerk in heel tragische gevallen wel degelijk terughoudendheid past alvorens mensen te veroordelen die een keuze maken in strijd met de algemene lijn van de kerk.

    Geen van beide:
    * Als de moeder doodgaat als haar kind niet wordt geaborteerd, is het één leven voor het andere (of zelfs voor beide). De kerkelijke positie hierin is dat het weliswaar heel erg te loven is als de moeder – uit eigen overtuiging en geloof – het leven van haar kind voor het hare laat gaan (bijv in het geval dat ze kanker heeft en geen chemokuur begint voordat haar kind voldragen genoeg is om geboren te worden). Echter, als ze voor zichzelf kiest, is dat geen zonde.
    * Als dit niet het geval is, is abortus in alle gevallen af te wijzen, OOK als de moeder 9 jaar is en de vader een verkrachter. Dit alles is namelijk dat kindje absoluut niet te verwijten en niemand heeft het recht een onschuldig leven te nemen, zelfs niet op zulke gronden.

    Mgr Sobrinho ging – als ik het goed heb – uit van de aanname dat de moeder niet in levensgevaar was. Mgr De Korte ging ervan uit dat zij wél in levensgevaar was. Dus is jouw keuze waar je mij voor zet, een oneigenlijke.

  14. Nog even ter aanvulling op bovenstaande. Je schreef:

    De invloedrijke aartsbisschop Fisichella, president van de Pauselijke Academie voor het Leven, noemt de woorden van Sobrinho onbegrijpelijk en onbarmhartig, en richt zich tot het meisje met onder meer de volgende woorden. “Het zijn andere personen die excommunicatie en onze vergiffenis verdienen, niet zij die het jou vergunden om te leven en die jou hielpen om de hoop en het vertrouwen terug te vinden.

    Dit geeft ondubbelzinnig aan dat Mgr Fisichella aannam dat de moeder (het meisje van negen) in levensgevaar zou komen door die zwangerschap. Dán is het logisch dat hij dit zegt. Mgr Sobrihno heeft het ongetwijfeld erg rot gebracht (bisschoppen zijn niet altijd even goed in communicatieve vaardigheden …), maar kan nooit bedoeld hebben tegen de kerkelijke leer in te gaan, namelijk dat een moeder die dood zal gaan door haar zwangerschap, een abortus mag laten plegen. Wat waarschijnlijker is, is dat hij – naar men mag aannemen door contact met artsen of andere ter zake kundigen – wist dat een meisje van negen een zwangerschap kan uitdragen (ze is bijv. ook per definitie geen prepuberaal kind geweest, aangezien ze dan niet eens zwanger had kunnen worden; blijkbaar had ze lichamelijk al de volwassenheid bereikt).

  15. @kattekliek “Ik vind je mogelijkheid b. rechtstreeks te vergelijken met “Ik zou zelf nooit een moord plegen, maar vind het OK als anderen tot een andere keuze op dat gebied komen”. En bij het doden van een volwassen mens kan er dan nog noodweer meespelen; dat is nóóit het geval bij het doden van een ongeboren kind.”

    In zoverre ben ik het met je eens dat ik ook tegen het toestaan van abortus ben. Maar mijn stelling was dat het verschil maakt of iemand ‘a’ of ‘b’ kiest. En in mijn ogen maakt het dus een groot verschil of je in je eigen leven zou kiezen voor het houden van het kind, niet vanuit een kinderwens, maar omdat je het slecht zou vinden het kind te doden, dan wel of je voor een abortus kiest. Ook al wil je in het eerste geval anderen de keuzevrijheid geven om wél voor abortus te kiezen.

    Het lijkt me dat ook de kerk vindt dat dit een belangrijk onderscheid is. Immers, katholieken die abortus laten plegen of daarbij helpen, worden geëxcommuniceerd. Katholieken die voorstander zijn van het toestaan van abortus niet.

  16. Wat betreft het Braziliaanse meisje, had ik even geput uit mijn eigen archief. Na wat googlen is mijn informatie ge-update, en zie ik dat er enige tijd na maart nog nieuwe ontwikkelingen zijn geweest.
    Die ontwikkelingen wijzen wellicht op steun vanuit de officiële organen van het Vaticaan, nml. de congregatie voor de geloofsleer, voor het handelen van Sobrinho, nadat er eerder juist steun leek te zijn voor Fisichella. In ieder geval is er in de periode na (o.a.) Fisichella’s kritische opmerkingen vanuit verschillende geledingen in de kerk hiërarchie flink wat steun voor Sobrinho gemobiliseerd, zo heb ik ontdekt.
    De brief van Fisichella van 15 maart en interessante achtergrondinformatie kun je hier (http://chiesa.espresso.repubblica.it/articolo/1337637?eng=y) lezen, en over de latere ontwikkelingen dit (http://chiesa.espresso.repubblica.it/articolo/1339160?eng=y).

    Als ik vraag of je achter Sobrinho’s handelwijze staat, zeg je “geen van beide”.
    Maar je reactie is toch een “ja”.
    Mijn reactie blijft een “nee”, ook al was het leven van het meisje niet persé in groot gevaar.

    Ik vind het werkelijk getuigen van een gebrek aan barmhartigheid door de keuze in dit geval niet door de direct betrokkenen te laten plaatsvinden.
    Er zijn omstandigheden die zo extreem zijn, en waarbij zo’n zwaarwegende tegengestelde belangen in het geding zijn, dat degenen die het echt aangaat de vrijheid moeten hebben hun eigen keuze te bepalen.
    Hier ging het om een stiefvader die het meisje meermaals had verkracht. Het ging om een kind van negen jaar. Dat zij al vruchtbaar was, doet daaraan niets af. Zowel lichamelijk als geestelijk is zo’n kind absoluut niet toe aan het uitdragen van een zwangerschap. Laat staan aan het ter wereld brengen van een kind, dat van haar stiefvader is, en het gevolg is van een afschuwelijke verkrachting.
    Dat zij al jong vruchtbaar is, wil niet zeggen dat haar lichaam even ver ontwikkeld is als dat van de gemiddelde tiener die ongewenst zwanger wordt. En tienerzwangerschappen zijn natuurlijk in verreweg de meeste gevallen het gevolg van vrijwillig hebben van sex door het meisje.

    Overigens had ik wel al eerder gelezen (in het KN) dat het Braziliaanse bisdom bij haar toelichting een verklaring van een gepensioneerd hoofdgynaecoloog had gevoegd.
    Deze stelde dat hij 4500 bevallingen heeft begeleid van hoofdzakelijk jongeren, en dat hij nooit abortus had hoeven plegen om een leven te redden. In mijn hierover geplaatste brief (10 april) schreef ik in reactie o.a.:
    “Hoeveel kinderen van negen jaar daarbij waren, wordt niet vermeld.
    Buitenstaanders zouden zich moeten hoeden mensen te veroordelen die een keuze moesten maken in de zeer extreme omstandigheden van dit geval.
    Fisichella toonde mededogen, Sobrinho zien wij slechts streng zijn vinger heffen. Het moge duidelijk zijn wie in mijn ogen meer in de geest van Christus handelt.”

    Nee, ik kan me oprecht boos maken als mensen degenen veroordelen die in dit geval tot een abortus hebben besloten.
    En ik ben er van overtuigd dat een groot, misschien wel het overgrote, deel van die mensen, als ze zelf in die omstandigheden hadden verkeerd, ook voor een abortus zou hebben gekozen.
    Probeer je maar eens echt, maar dan ook écht, in te leven in de situatie dat het jouw dochter zou zijn.
    Of dat jij zelf, als negenjarig kind, in die situatie had gezeten.

  17. Vanzelfsprekend is er een verschil tussen of je zelf iets zou doen of niet. Maar het spreekt boekdelen, dat óók bij katholieken die b. aanhangen, door de Kerk zeer rechtsstreeks wordt aangegeven dat ze ernaast zitten. Dit namelijk in de persoon van katholieke politici die ‘pro choice’-wetgeving voorstaan; zij mogen niet ter Communie (los van of ze zelf nou wél of niet tot abortus zouden overgaan in hun persoonlijke leven).

    Ik ben trouwens benieuwd wat je vond van wat ik schreef over het Braziliaanse abortusgeval en de standpunten van de div. genoemde bisschoppen in dezen.

  18. @”Maar het spreekt boekdelen, dat óók bij katholieken die b. aanhangen, door de Kerk zeer rechtsstreeks wordt aangegeven dat ze ernaast zitten.”

    Uiteraard. En daar ben ik het van harte mee eens.

    @”Dit namelijk in de persoon van katholieke politici die ‘pro choice’-wetgeving voorstaan; zij mogen niet ter Communie “”

    Hoe zit dat dan eigenlijk met “gewone” gelovigen?

    @ “Ik ben trouwens benieuwd wat je vond van wat ik schreef over het Braziliaanse abortusgeval en de standpunten van de div. genoemde bisschoppen in dezen.”

    Daar heb ik toch uitvoerig op gereageerd? 🙂

  19. Oh (over moderation): misschien omdat je er een aantal links in hebt gezet. Dat schijnt een kenmerk van spam te zijn en daarom kun je dat op ‘moderate’ zetten (omdat ik er nooit last van heb gehad tot nu toe, staat het nu op 10 links ofzo op mijn blog, maar bij Anton wsl minder). Enfin, ik wacht dat ff af, dan zie ik vanzelf wat je over Brazilië hebt gezegd 🙂

    W.b. je andere post: ‘gewone’ katholieken mogen denken/vinden dat abortus (door een ander) OK is; er is geen gedachtenpolitie. Echt jofel is het niet, maar de Communie weigeren zal niet gebeuren (kan ook niet, want een priester kan niet in iemands hoofd kijken). Politici leiden hierdoor echter (potentieel) anderen in zonde, daarom is het bij hen zo erg. Ook is het bij hen een openbare zonde.

  20. @ Marcel: Ik denk dat Kattekliek gelijk heeft, het zal er aan liggen dat WordPress dacht dat jij een spemmert bent vanwege de links in je bericht. Ik weet het anders ook niet. In ieder geval heb ik het bericht inmiddels goedgekeurd. 🙂

  21. OK, nu de inmiddels goedgekeurde reactie gelezen. Sorry, maar hier scheiden onze wegen dan toch echt. Ik kan geen enkele situatie indenken waarin gekozen zou moeten worden voor een abortus – als de zwangerschap niet onherroepelijk tot de dood van de moeder zou leiden (en mogelijk ook tot die van het kind). Dus ook niet in dit geval (wat – en daar zijn we het wel over eens – ten hemel schreiend is). Er is gewoon geen enkele manier te bedenken om het doden van een ongeboren kind goed te praten, zelfs niet in dit soort extreme omstandigheden. Zoals eerder gezegd: het doden van een volwassene kan in bepaalde situaties gerechtvaardigd zijn (noodweer); het doden van een kind absoluut nooit.

    Probeer je maar eens echt, maar dan ook écht, in te leven in de situatie dat het jouw dochter zou zijn.
    Of dat jij zelf, als negenjarig kind, in die situatie had gezeten.

    Ik ben nogal een ‘nadenker’. Ik heb in ieder geval al eerder nagedacht over wat ik zou doen met een zwangerschap bij mezelf, als die door verkrachting ontstaan zou zijn. Het antwoord: niet afbreken en het kind niet afrekenen op iets wat zijn/haar vader heeft gedaan. Ik heb geen dochter, dus kan niet met zekerheid zeggen wat ik daarbij zou voelen en denken. Maar ik kan wel met zekerheid zeggen hoe ik zou handelen: namelijk zoals de Kerk dat van mij vraagt. Dus dat kleinkind laten komen en er alles aan doen dat mijn dochter en haar baby zich door mij gesteund en geliefd zouden weten. Overigens zijn er in de latere berichtgevingen ook aanwijzingen, dat dat precies is wat de Braziliaanse grootmoeder van het geaborteede kind ook zou hebben gedaan, áls ze niet verkeerd was voorgelicht door de doktoren over de levenskansen van haar dochter … Als ik het goed heb, is op grond daarvan de excommunicatie van haarzelf ook teruggedraaid.

  22. Het is een gruwelijke keuze, uit twee kwaden.
    Want net als het verrichten van een abortus, is het een kwaad om een kind van negen jaar een zwangerschap uit te laten dragen en een kind ter wereld te laten brengen. Ik heb (o.a.) een zoontje van acht jaar. Dat is maar een jaar jonger dan dat meisje. Het is werkelijk een onverdraaglijke gedachte als ik me probeer voor te stellen dat ik een dochtertje van die leeftijd (en toevallig vroeg vruchtbaar) zou hebben, dat in verwachting was door een verkrachting, en de zwangerschap zou moeten uitdragen. Het kind heeft al teveel moeten verduren.
    Daarom zal ik ouders die dan voor een abortus kiezen zeker niet veroordelen. Ik kan me maar al te goed voorstellen dat ik dezelfde keuze zou maken.
    En toch ben ik tegen abortus…

  23. Ik ben ook heel wat eerder geneigd om een gehuwde vrouw die zwanger wordt van de derde en daar ‘ff geen zin in heeft’ en daarom abortus pleegt (zomaar een situatie die veel voorkomt) te veroordelen dan een grootmoeder in een situatie als die in Brazilië. Maar zelf een abortus laten plegen bij mezelf of mijn dochter … nee, dat kan ik echt niet!

    Enfin, ik heb er nu alles wel over gezegd; hier laat ik het dus verder bij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *