Humor en het heilige

“De duivel spotlacht. God buldert hartelijk. Ik geloof, en dat meen ik ernstig, dat God hemel en aarde, sterren en planeten, zeeën en continenten, mensen en dieren en planten, kortom al het geschapene, tot leven gelachen heeft. Niet met een minzaam of een spottend lachje, niet met een braaf mopje of een gevatte kwinkslag om de gespannen kosmische sfeer te breken, maar met een eindeloze, overvloedige, schuddebuikende bulderlach. Hij lacht nog steeds; en dat lachen horen heet genade.”

'Amazing Laughter'; beeld van Yue Minjun. Foto: Matthew Grapengieser  via Flickr.com (creative commons).
‘Amazing Laughter’; beeld van Yue Minjun. Foto: Matthew Grapengieser via Flickr.com (creative commons).

De redactie van Nieuw W!J vroeg mij of ik een gastbijdrage wilde schrijven over humor en geloof. En hoewel stukjes over humor gedoemd zijn saai en, tja, humorloos te worden, ben ik er toch met plezier op ingegaan. De diepe verwantschap tussen humor en het heilige fascineert mij al tijden – die twee dingen zijn in wezen één, daarvan raak ik steeds stelliger overtuigd. Dat inzicht druist in tegen een gangbare intuïtie die heiligheid met ernst associeert, en die twee zaken samen linea recta tegenover humor plaatst.

Toen ik bijvoorbeeld eerder schreef over de mystieke dimensies van Godfried Bomans, kreeg ik veel reacties in de trant van: “Ach, eigenlijk wilde Bomans toch vooral leuk doen, hij was toch meer een humorist dan een diepzinnige schrijver.” Het is niet zozeer de miskenning van Bomans die me aan die redenatie stoort, maar de miskenning van het fenomeen humor: alsof dat per definitie niet diepzinnig, niet levensbeschouwelijk relevant is.

Ik vind de mystiek van Bomans juist primair terug in zijn humor. En eigenlijk geldt dat voor al mijn geestelijke helden. G.K. Chesterton voorop – het proces van diens zaligverklaring is onlangs begonnen. Ook daar schreef ik onlangs nog over, in Katholiek Nieuwsblad. In dat artikel (het stond in de papieren editie, dus ik heb helaas geen linkje voor je) citeerde ik een Chesterton-kenner die – terecht! – de vrolijkheid van zijn werk aanhaalt als argument voor zijn heiligheid:

“Chestertons werk is een soort medicijn voor de ziel – of beter gezegd, een antidotum. De schrijver zelf heeft de metafoor van het antidotum nota bene gebruikt om de betekenis van heiligen voor deze wereld te beschrijven. De heilige is een teken van tegenspraak, en herstelt zo de geestelijke gezondheid van een wereld die gek geworden is.”

Van een humorist, in de beste, eerbiedwaardige betekenis van het woord, kan volgens mij hetzelfde gezegd worden.

Mijn essay over de relatie tussen humor en heiligheid, is te lezen op Nieuwwij.nl.

5 gedachten over “Humor en het heilige

  1. Ik was altijd een principieel tegenstander van humor, totdat ik je artikel op Nieuw W!J las. Ik heb mijn dwaling direct afgezworen en ga vanavond een goede grap bedenken.

    Uiteraard was ik ook erg blij met het nieuws dat het proces van zaligverklaring van Chesterton was begonnen. Ik heb je artikel in KN niet gezien (sorry), maar ik neem aan dat je ook een fles wijn hebt opengetrokken.

  2. (Citaat uit Porta Fidei Paus Benedictus XVI)
    “De diepe vreugde van het hart
    is ook de ware voorwaarde voor de humor;
    en daarom is de humor,
    vanuit een bepaald oogpunt,
    een teken,
    een barometer van het geloof.”

    (Paus Benedictus XVI)

Laat een reactie achter op Jaap Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *