Interview: Hans Achterhuis over Thomas More

Dit jaar is het 500 jaar geleden dat het meesterwerk Utopia verscheen, van staatsman, heilige en humanist Thomas More. Hoe moeten we dat klassieke boek begrijpen: als utopie van een socialist avant la lettre, of als geniale satire van een man die gegrepen was door een ander ideaal? Filosoof Hans Achterhuis zal een nieuw licht werpen op die vraag tijdens de Thomas More Lezing op 4 juni 2016 in het Academiegebouw in Utrecht. Een interview.

Hans Achterhuis
Hans Achterhuis

Utopieën hebben een slechte naam vandaag de dag. Het woord ‘utopie’ is synoniem geworden aan grootse, maar onhaalbare idealen, die uiteindelijk in de geschiedenis steeds weer tot onderdrukking en terreur hebben geleid. “Aan dat beeld heb in mijn werk ook het nodige bijgedragen”, lacht Hans Achterhuis. Hij heeft zich in zijn publicaties immers ontpopt als een scherpzinnig criticus van allerlei vormen van utopisme. Des te spannender dat uitgerekend Achterhuis dit jaar – exact vijfhonderd jaar nadat Sir Thomas More de term ‘utopie’ muntte – in de door hem verzorgde Thomas More Lezing met frisse blik bij het klassieke boek Utopia wil stilstaan.

Raadgever

Zelf was Thomas More (1478-1535) zeker geen utopisch denker, benadrukt Achterhuis. “In het boek thematiseert hij ook de vraag: moet je de samenleving veranderen via de weg van de geleidelijkheid, als ‘raadgever van de koning’, of moet je radicaal opnieuw beginnen en een compleet nieuwe samenleving opbouwen? De verteller van het verhaal kiest voor dat laatste, maar het personage Thomas More bepleit juist het eerste.”

“Nu kun je een personage niet zonder meer vereenzelvigen met de schrijver zelf, maar toch: ook in zijn eigen leven heeft More er duidelijk voor gekozen zelfs heel letterlijk ‘raadgever van de koning’ te zijn. Hij was als politicus zeer succesvol, een geweldige diplomaat, tot hij op enkele principiële punten in botsing kwam met koning Hendrik VIII. Toen gaf hij zijn geweten voorrang, wat uiteindelijk tot zijn executie zou leiden. Toch was hij zeker niet radicaal in zijn benadering.”

Satirisch geschrift

Het eiland Utopia
Het eiland Utopia

Wat we niet moeten vergeten, aldus Hans Achterhuis, is dat Utopia voor een belangrijk deel ook een satirisch geschrift is. “More was een man met humor, dat neemt me voor hem in. Zeker met zijn vrienden kon hij geweldig grappen maken. Hij en Erasmus hadden samen de grootste pret. Van Erasmus’ Lof der zotheid – opgedragen aan Thomas More – weten we wel dat het een satire is, maar Utopia wordt gek genoeg vaak ernstiger opgevat. Ik durf wel te beweren dat ook dat boek voor een deel een grap was. Zeker, het was veel meer dan dat, zoals ook de Lof der zotheid meer is, maar de humor en ironie kun je niet miskennen. Alleen al de woordspeling van de titel – het neologisme ‘utopia’ kun je lezen als ‘goede plaats’ maar ook als ‘geen plaats’, dus ‘nergens’ – laat zien dat het More niet te doen was om het voorspiegelen van een groots en ernstig ideaal.”

Toch is het werk wel vaak zo geïnterpreteerd. “Al twee jaar na het verschijnen van Utopia begonnen missionarissen in Midden-Amerika de maatschappij in te richten zoals More het beschreven had. Die namen het dus volstrekt serieus. En later zagen Marx en zijn geestverwanten het werk in alle ernst als een voorbode van het communisme. Op het Rode Plein is nog steeds een gedenkteken voor Thomas More te vinden.”

“Dat alles heeft More natuurlijk niet kunnen voorzien. Hij had waarschijnlijk hele andere bedoelingen, maar zo gaat het: teksten gaan vaak een eigen leven leiden. Precies dat maakt een boek als Utopia zo groots en belangrijk, zelfs nog 500 jaar na het verschijnen ervan.”

Morele kritiek

Over de precieze insteek van zijn lezing op 4 juni is Achterhuis nog volop aan het nadenken. Hij heeft immers vaker over Utopia geschreven en gesproken, en wil niet in herhaling vallen. De Thomas More Lezing zal een origineel werk worden, stelt hij met een brede glimlach.

Een tipje van de sluier wil hij al wel oplichten: “Ik ga Mores Utopia afzetten tegen een ander belangrijk utopisch boek, dat ongeveer een eeuw later verscheen: Het Nieuwe Atlantis van Francis Bacon. Tussen More en Bacon zijn opvallende parallellen aan te wijzen: beiden invloedrijke denkers, beiden succesvolle staatslieden, beiden in opspraak geraakt. Toch is Het Nieuwe Atlantis een heel ander soort utopie dan Utopia. Bij More draait het om harmonie en geluk, gerealiseerd door sociale instituties als de familie en de economie. Bacon is meer een individualistische verlichtingsdenker: zijn Nieuwe Atlantis is een plek waar de mensen stinkend rijk zijn en ongestoord kunnen genieten van alle vruchten van de technologie.”

H. Thomas More
H. Thomas More

“Hoewel ik zelf technologische utopieën realistischer vind dan sociale utopieën, vind ik de morele kritiek die More er op zou hebben gehad wel relevant. Vergeet niet: More was zeer gegrepen door het evangelie, De navolging van Christus van Thomas à Kempis was voor hem de belangrijkste geestelijke leidraad. Weliswaar koos hij voor een wereldse carrière, maar kloosterlijke idealen bleven voor hem belangrijk. We kennen het beroemde portret van More als kanselier, waarop hij een prachtig fluwelen gewaad draagt. Het is goed om te weten dat hij daaronder een ruwe, harige borstrok droeg. Die geest van soberheid en zelfbeheersing tekent ook Utopia, in groot contrast met Het Nieuwe Atlantis, waar vooral de rijkdom telt. Sociale betrokkenheid doet er bij Bacon niet toe, mensen zitten daar in hun eentje tevreden te wezen. Voor More zou dat onbestaanbaar zijn.”

Spiegel

“Ik zie Utopia als een beginpunt van een lange, kritische denktraditie”, besluit Achterhuis. “Het eiland dat Thomas More schetste, leek in veel opzichten op het Engeland van zijn tijd. Hij hield zijn tijdgenoten dan ook een spiegel voor. Bijvoorbeeld wanneer hij schrijft over de onteigening van de commons; over hoe mensen van hun land verjaagd worden, alleen maar ten behoeve van de economische rijkdommen. Hij formuleert dat zo mooi en scherp, dat is nog altijd zeer relevant.”

Dat is de andere kant van het utopisme – en een reden waarom Achterhuis, ondanks alle kritiek die hij heeft op het fenomeen, de utopieën ook niet af zou willen schrijven. “Utopieën hebben ook altijd die functie van morele spiegel gehad. Ze doen mensen beseffen: het kan anders, er is een rechtvaardigere samenleving mogelijk. Al zijn ze op zichzelf onhaalbaar, ze vormen een kritiek op de onrechtvaardigheid. Zo kunnen utopieën ook een positieve uitwerking hebben, en dat is begonnen met Mores Utopia.”

Dit interview verscheen eerder in More, nieuwsbrief van de Stichting Thomas More. Meer informatie over de Thomas More Lezing op 4 juni in Utrecht: www.thomasmore.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *