Intocht

Turen in een binnenschelp
van morgenstilte en
middaglicht, een heelal
van ademloze zomernacht.

De engel bloeit als sneeuw,
goudgraan van sterren beeft
in najaarswind, de schepping
wordt overal tegelijk zichzelf,

ligt starend open, wacht
van kim tot kim overmacht,
bloeit naar wereld, zegt
huiverend: ik wil mens,

doet rivieren, velden, zee,
wegen, huizen, een meer,
sneeuwbergen, nog een weg,
heuvels, boomgaarden, Nazareth,

een smalle straat, daken wit
van overstelpend zwijgend licht,
een koele kamer, een muur
van ingekeerd ogenvuur,

tegels, en zon die roerloos verschuift
over een linnen kleed, de huid
van een meisje, een gevouwen hand
die loslaat en bloemstil openvalt,

het allerbinnenste van alle bloemen,
en eindelijk ook voor U een moeder,
onder deining van winterlicht
een levend zelfbegin.

— Gabriël Smit, Intocht (uit: Variaties van liefde, Ambo, Utrecht, 1966)

Een zalig Kerstmis, lieve lezer. Ik hoop dat je onder jouw witte dak van ‘overstelpend zwijgend licht’ iets van de vreugde mag vinden én brengen van dat ‘levend zelfbegin’…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *