Kerstboomselfie – met dank aan Bonifatius

KerstboomselfieZo, sla ik handig twee trends in één klap: de selfie, of otofoto, en het fotograferen van je eigen kerstboom (de gemiddelde Feesboeker doet niets liever, zo weet ik inmiddels). Een kerstboomselfie, dus. Mijn hoofd en de kerstboom lijken ongeveer even groot, en dat is geen optisch bedrog. Onze kerstboom is niet zo groot dit jaar. Het is eigenlijk meer een kersttwijg. Van de snoer met lampjes moest ik meer dan de helft afknippen, anders was het arme boompje gewoon een gloeilamp geworden. En toen ik de piek erop zette – echt mannenwerk, niet in de laatste plaats omdat ik de langste ben thuis, hoewel dat dit jaar weinig uitmaakte want zelfs mijn dochter van anderhalf kon er moeiteloos bij… afijn, desalniettemin kweet ik mij plichtsgetrouw van mijn vaderlijke taak, en toen ik de piek erop zette, boog de kersttwijg zo vervaarlijk door dat de punt van  de piek bijna tegen de grond kapot kletste. Wij hebben ons zielige – pardon, van mijn vrouw moet ik zeggen: schattige – boompje met ijzerdraad moeten verstevigen, anders hadden we er überhaupt geen ballen in kunnen hangen. Wel een voordeel van zo’n minkukelig geval: we hoeven niet te wachten tot ergens medio januari de kerstboomophaaldienst komt, maar kunnen dat ding daags na kerst gewoon met versiering en al in de pedaalemmer knikkeren. Ik verheug me er nu al op.

Denk nu niet dat ik een hekel aan kerstbomen heb. Maar het zetten van een kerstboom is nu eenmaal een ceremonie die verloopt langs de lijnen van vele voorspelbaarheden. En één zo’n vaste waarde is in ons geval dat ik er over mopper dat we die stomme kerstboom weer gaan zetten, en dat ik blij zal zijn als ie weer de deur uit is. Ik zal niet zeggen dat mijn gemopper helemaal geveinsd is, maar je moet er ook weer niet een al te groot gewicht aan hangen (net als aan onze huidige kerstboom). Vergelijk het met de vredeswens in de H. Mis; je schudt je buurman de hand en wenst hem welgemeend de vrede van Christus toe, maar in jezelf denk je erachter aan: “en een lekke band als je straks naar huis fietst, mispunt, want je hebt de plek ingepikt waar ik normaal altijd zit.” Meen je de vredeswens dan niet? Natuurlijk wel, maar we kunnen onze eigen kleinmenselijkheid nooit helemaal uitvlakken. Zo is het ook met mij en kerstbomen: ik zeg heel vroom dat ik er een schurfthekel aan heb, maar stiekem denk ik er heel kneuterig achteraan: eigenlijk best gezellig, al die blinkende ballen en knus fonkelende lampjes.

Paganofobie

Er is weleens geopperd, door kennissen die mij toch net niet goed genoeg kennen, dat mijn rituele gemopper op kerstbomen iets met mijn geloof te maken heeft, dat ik er religieus geïnspireerde bezwaren tegen heb. Het gebruik om een kerstboom te zetten, zo luidt de algemeen heersende opvatting, stamt immers al uit voorchristelijke tijden. De denkfout is echter tweeledig. Allereerst vind ik een gebruik niet per se fout omdat het toevallig voortkomt uit een heidense traditie. Slechts een bepaald type christenen dat door een forse tik van de reformatorische molenwiek lijdt aan chronische paganofobie, én atheïsten die om onduidelijke redenen willen aantonen dat het christendom niet uit de lucht is komen vallen (duh!), maken daar een punt van. Het is nu net de pointe van het kerstfeest, feest van de incarnatie, dat God mens werd onder de mensen, met al hun gebreken, dat Hij anders gezegd aan de slag ging met wat Hij aantrof, ging roeien met de riemen die Hij had. Het christendom heeft dat goede voorbeeld altijd gevolgd. Als het zich in een nieuwe omgeving vestigde, zocht het naar aanknopingspunten in de cultuur die het aantrof, het zocht naar echo’s in bestaande verhalen en gebruiken om het eigen verhaal, de eigen gebruiken verstaanbaar te maken. Zo incarneerde het, incultureerde het, werd het werkelijk universeel. Dat is precies wat Paulus deed toen hij de Grieken wees op hun altaar voor de onbekende god en van die onbekende god de enige ware maakte. Dat is wat de monniken deden die het grillige heidenvolk in onze contreien kerstenden.

Bomenkiller

Dat brengt me bij de tweede denkfout: het idee dat het zetten van de kerstboom een oud heidens gebruik is, is een hardnekkig misverstand. Wij hebben dat ritueel niet te danken aan onze heidense voorouders, maar precies aan die monniken van elders die onze voorouders een lesje in beschaving kwamen leren. We kunnen nog preciezer zijn: we hebben de kerstboom aan de heilige Bonifatius te danken. Juist, diezelfde Bonifatius die bij Dokkum werd vermoord – de Friezen waren toen reeds een onaangenaam en weinig gastvrij volkje – omdat hij een heilige eik omhakte. Dat was de laatste keer dat hij dat kunstje flikte, maar het was niet de eerste keer. Sterker; heilige bomen omhakken was zo’n beetje zijn handelsmerk, hij deed het aan de lopende band, tot de grote ontzetting van de amechtige heidenen. Een beruchte bomenkiller was hij, het Wereld Natuur Fonds zou er het zijne van denken.

De H. Bonifatius: uitvinder van de kerstboomselfie.
De H. Bonifatius: uitvinder van de kerstboomselfie.

Tot zover kan ik me goed voorstellen dat je sympathie vooral uitgaat naar de heidenen, en in elk geval heeft dit weinig uit te staan met de slimme inculturatie waar ik zojuist over sprak. Dit is bekering met de botte bijl, letterlijk. Maar dit is niet het hele verhaal – en dan kom ik bij de oorsprong van de kerstboom. Het probleem dat Bonifatius had met de heidense afgodendienst, was niet het aanbidden van die boom an sich, maar de wijze waarop veel heidenen dat deden. Zij vonden het nodig om van tijd tot tijd een maagd te offeren aan de god die in hun boom huisde. Een werkelijk belachelijk bijgeloof, natuurlijk. Wat moet een boom in godsnaam aanvangen met een maagd? Ik kan en wil mij er niets bij voorstellen. Afijn, het werd ook Bonifatius te gortig, dus hij greep in.

Bloedoffer

Dat gebeurde ergens diep in wat nu Duitsland is. Hij was er daar getuige van hoe een jong meisje vastgeketend werd aan de plaatselijke heilige eik. Juist toen de beul de bijl ophief om het bloedoffer te plengen, sprong de heilige Gods tussenbeide. Hij pakte de bijl af, en sloeg de ketenen van het meisje los. Maar daar bleef het niet bij: vervolgens begon Bonifatius te hakken in de stam van de oude eik, die deze heidenen al eeuwen als een godheid vereerden. Het publiek was met stomheid geslagen om zijn blasfemische vermetelheid, en durfde zich zelfs niet te verroeren (er zaten goddank geen Friezen tussen). Piepend en krakend kwam hun oude afgod ten val, om eerloos op de bosgrond weg te rotten.

Nordmann

Juist achter de gevallen loofboom stond echter een jonge naaldboom, niet veel groter dan de minkukel in mijn huiskamer. En toen begon de slimme inculturatie van Bonifatius. “Zien jullie die naaldboom?”, zei hij. “Vergeleken met die eik van jullie is hij onaanzienlijk, ik weet het. Maar anders dan die eik, blijft zijn blad altijd groen, zelfs als ik hem omhak. Zo is het ook met de Christus die ik jullie verkondig. Hij werd gedood, maar leeft nog steeds.” Om zijn bewering aanschouwelijk te maken hakte hij ook het jonge boompje om en gaf die aan de dichtstbijzijnde heiden. “Zet die maar in je huis, dan zul je het zien.” (Gelukkig was het een Nordmann; want als het zo’n goedkope groene fijnspar was geweest, dan hadden die heidenen de hele winter naalden moeten opvegen in hun hut en was Bonifatius lelijk door de mand gevallen. Dan vereerden we hier misschien nog altijd eikenbomen.)

Licht

Nou ja, zo is het gebruik dus in werkelijkheid ontstaan (ik heb het hooguit een ietsje geromantiseerd omwille van de leesbaarheid; maar het is een waar verhaal). Dus anders dan veelal wordt gesuggereerd, is de kerstboom een op en top christelijk symbool, zinnebeeld van de Verrezen Christus zelfs, het licht dat voor alle heidenen straalt. Hoe kan ik daar religieuze bezwaren tegen hebben? Dat ik desalniettemin elk jaar weer mopper, of minzaam doe over onze kersttwijg, is eerder omdat de heiden in mij steeds weer went aan de duisternis om zich heen, en daardoor steeds weer moet knipperen als het licht van Kerst weer ontstoken wordt. Laat het licht maar stralen, in alle heidense huiskamers.

Adventsboom

De enige verbetering die ik aan het gebruik zou willen voorstellen, is dat we niet één, maar vier strengen met lampjes in de boom hangen, zodat we op elke zondag van de advent meer lichtjes zien branden. Op kerstavond, na de nachtmis, kan dan de ster bovenop de boom ontstoken worden. Ik weet het, volgend jaar hebben we een grotere boom nodig. Ik zal dan beslist weer een kerstboomselfie maken. Ik verheug me er nu al op.

OPROEP: Doe als de H. Bonifatius, maak je eigen kerstboomselfie – of kerstbomotofoto – en deel die hier op Facebook! 😉

2 gedachten over “Kerstboomselfie – met dank aan Bonifatius

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *