Kluitjesjournalistiek

Het lijkt mij schromelijk overdreven om te zeggen dat de media ons halve waarheden voorschotelen. Media tonen ons hooguit een tiende van de waarheid, en in veel gevallen zelfs maar een fractie daarvan. Dat is ook logisch, en onvermijdelijk bovendien. Hoe kan het anders? Alle honderden kerncentrales die iedere dag opnieuw nalaten te ontploffen zijn geen nieuws; de ene kerncentrale in twintig jaar die wél ontploft is nieuws.

Ka-booom!Het probleem ontstaat pas wanneer wij op basis daarvan concluderen dat kerncentrales de gewoonte hebben te ontploffen. En het zou al helemaal problematisch zijn wanneer we media vervolgens verwijten een verkeerd beeld te schetsen van de explosiviteit van kerncentrales. Ik bedoel te zeggen: het is ook onze eigen verantwoordelijkheid als nieuwsconsumenten om de waarde en waarachtigheid van mediaberichten te wegen. Om te snappen dat een journaalitem van dertig seconden of een krantenbericht van driehonderd woorden onmogelijk de volledige werkelijkheid recht kunnen doen. En om bovendien te snappen dat nieuwsberichten bijna per definitie over afwijkingen van de normale situatie gaan, en juist niet de normale situatie zélf pretenderen te zijn.

Het probleem is natuurlijk wel dat dergelijke waarheden makkelijk te vergeten zijn. En dat de manier waarop media hun nieuws garen en presenteren ook bijdraagt aan onze vergeetachtigheid. Het zou makkelijker zijn om te onthouden dat elk medium maar één vierkante centimeter van een kubieke kilometer grote waarheid kan tonen, wanneer verschillende media ook verschillende vierkante centimeters toonden. Op basis daarvan kun je je dan al puzzelend nog een redelijk compleet beeld vormen van een bepaalde situatie. Dat is echter onmogelijk wanneer alle media dezelfde vierkante centimeter tonen. Journalisten hebben de neiging om pas in beweging te komen wanneer ze dat in een kluitje kunnen doen; iets is pas nieuws als collega’s het ook nieuws vinden – dergelijk journalistiek kuddegedrag is de motor van elke hype.

Ja, en dan moet je je afvragen of het nog wel mogelijk is om in ieder een notie te krijgen van een volledig beeld – volledigheid, nogmaals, is dan niet dat je werkelijk álle aspecten van een kwestie hebt gezien, maar dat je tenminste voldoende aspecten hebt gezien om te weten wat er ongeveer speelt. Ik heb van veel actuele kwesties het idee dat ik geen benul heb van wat er werkelijk speelt. Neem nu Syrië. We lezen veel over het geweld daar, maar snap ik er echt iets van? De laatste tijd lees ik volop berichten over jonge Nederlandse en Belgische moslims die als zelfverklaard jihadstrijder naar Syrië trekken. Wat moet ik daar van maken? Wat leert mij dat over het conflict?

Onlangs was ik op een conferentie van jezuïeten in Krakau, Polen, en daar ontmoette ik de jonge Syrische jezuïet Tony Homsy. Ik sprak vrij uitgebreid met hem over de situatie in zijn thuisland, en schreef op basis van dat openhartige gesprek dit artikel voor Ignis Webmagazine. Ik vond het verhelderend en verfrissend dat hij de verhalen over die Westerse jihadstrijders letterlijk een lachertje vond. Tony benoemde precies de zorg die ik hiervoor beschreef:

“Het probleem van veel Westerse media is dat ze zich blindstaren op één aspect van het probleem in Syrië. Nu richt men de camera’s massaal op de rol van jihadisten in het conflict. Maar we hebben wel belangrijkere zorgen aan het hoofd.”

Hij vertelde verder onder meer over het goede werk dat in Syrië door tal van individuen en organisaties gedaan wordt. Hij was bijvoorbeeld vol lof over een Nederlandse jezuïet, die in het bijna totaal verwoeste Homs woont en daar ondanks de ellende stug blijft om de mensen ter plaatse bij te staan in hun nood. Over zo iemand die in alle bescheidenheid werkelijk iets positiefs bijdraagt hoor je zelden in de kranten en journaals; het handjevol verwende jochies met romantische illusies over de jihad vinden we blijkbaar interessanter. Dat oude en bekende Chinese spreekwoord – dat één boom die valt meer lawaai maakt dan een heel bos dat groeit – beschrijft helaas een al te actuele mediawet.

1 gedachte over “Kluitjesjournalistiek

  1. Gerard Reve stelde dit verschijnsel ook al aan de orde in zijn gedicht ROEPING, op hem zo kenmerkende wijze:

    Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
    verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
    en eten voert,
    zal nooit haar naam vermeld zien.
    Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
    vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
    ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
    Toch goed dat er een God is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *