Kosmische harmonie

We schrijven een jaar of vijfhonderd voor het begin van onze jaartelling. In het oude Griekenland leggen enkele knappe koppen de basis voor de moderne wetenschap. Midden in de nacht turen zij naar de hemel om de standen en de banen van de sterren en planeten te bestuderen. Op het monotone gezoem van de mediterrane cicaden na heerst er doodse, nachtelijke stilte. Die sterren en planeten daar in onmetelijke verten laten zich al helemaal niet horen, slechts – met moeite – zien. Juist daarom is de woordkeuze van die eerste wetenschappers zo fascinerend. Ze beschrijven de banen van de sterren en planeten in termen van harmonie, symfonie, samenklank. Muzikale metaforen voor dingen die geen geluid maken, althans, geen geluid dat wij kunnen horen.

Muziek en de kosmische ordening; steeds weer worden ze met elkaar in verband gebracht. In het antieke Griekenland van Pythagoras, Aristoteles en Plato, maar ook in de christelijke middeleeuwen en zelfs nog sporadisch in de moderne tijd. Filosoof en scheikundige André Klukhuhn schreef er onlangs een mooi boek over, Ongehoorde symfonie. Deels filosofische studie, deel historisch overzicht van de geschiedenis van de klassieke muziek.

Ik had het genoegen Klukhuhn te interviewen over zijn boeiende boekwerk, voor Filosofie Magazine.

Nog zoiets fascinerends, wat in het interview ook uitgebreid ter sprake kwam. Tegenwoordig wordt muziek niet vaak meer gebruikt om de natuur te verklaren, maar is het veeleer andersom – wetenschappers proberen de muziek te verklaren als natuurlijk fenomeen. Maar het gekke is dat dat maar zeer gedeeltelijk lukt. De muziek laat zich niet zo gemakkelijk vangen, en de kosmische harmonie laat zich niet wegredeneren. Klukhuhn daarover:

“Veel van de bestaande theorieën benaderen het probleem verkeerd. Er wordt veel gebakkeleid over wat de kunst überhaupt en de muziek in het bijzonder in godsnaam heeft bijgedragen aan ons bestaan. Wat was het evolutionaire nut? Kreeg wie het mooist kon fluiten soms de mooiste vrouw? Maar als je er zo over denkt kom je altijd op een punt dat je moet concluderen: muziek is nutteloos, het is maar een bijproduct van de evolutie.”

“Ik vind echter dat je een verhaal zo nooit kunt beginnen. Je moet beginnen bij de feitelijke constatering dat muziek veel betekent in ons leven, en daar moet je dan een verklaring voor zoeken. Wij zijn de enige soort met muziek. Wij zijn ook de enige soort met bewustzijn. Dus daar heeft het mee te maken, vermoed ik. Precies doordat wij ons bewust zijn van de wereld om ons heen, plaatsen wij onszelf erbuiten, we objectiveren de wereld, willen er grip op krijgen. Zo vervreemden we ons van de wereld waar we zelf bij horen. De troost voor de pijn die dat met zich meebrengt, dat is kunst. De kunstenaar doet verslag van hoe het is om te bestaan, van de pijn die door ons bewustzijn wordt veroorzaakt. Dat is mijn definitie van kunst.”

Het interview met André Klukhuhn is in z’n geheel te lezen in Filosofie Magazine nr. 6, 2012.

4 gedachten over “Kosmische harmonie

  1. Anton de Wit, U bent ’n formidabel schrijver met ’n onafhankelijke geest + met zwaar filosofische inslag, waarin de kwinkslag als knock out niet ontbreekt. Aan dit alles is in deze tijd zwaar behoefte.

    Anton de Wit, ik kan ’n persoonlijk advies niet laten: U bent waarschijnlijk in de kracht van Uw nog jonge leven; bewaar ál Uw artikelen.

  2. Anton de Wit, U bent ’n meesterlijk en onafhankelijk schrijver met filosofische inslag + met ’n klinkende kwinkslag als knock out.

    Anton de Wit, ik kan het volgende advies aan U niet laten; U bent waarschijnlijk in de kracht van Uw nog jonge leven: bewaar ál Uw artikelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *