Kruisje

’t Eerste dat m’n moeder mij vragen
leerde, in lang vervlogen dagen
– toen mijn stem en leven
ongebroken waren, ongegriefd –
was: “Vader, alstublieft,
Wilt u mij een kruisje geven?”

‘k Heb dat kruisje dan gekregen,
met een vriendelijk tikje tegen
mijn wang, telkens weer…
Ach, de goede dag komt nader
dat ik u weerzie, moeder, vader,
aan het gastmaal van de Heer

Maar dat kruisje, ’t is geschreven,
’t blijft hier op mijn voorhoofd kleven,
geste van voorbij het graf:
Al slaat men mij de schedel stuk
brengt mij onder zwaarder juk,
men neemt mij nooit het kruisje af.

– Vrij naar Guido Gezelle

Laatst had ik het met iemand over de laaglandse eigenaardigheid om ieder decennium de officiële spelling te veranderen. Deze poging om de taal bij de tijd te houden, resulteert er de facto slechts in dat auteurs uit het recente verleden ons al snel gedateerd in de oren klinken. De meeste ons omringende talen hebben geen last van dergelijke grilligheden, waardoor hun cultuurschatten uitermate toegankelijk blijven voor het nageslacht. Wij moeten ons daarentegen steeds door een zelfgecreëerde stoflaag heen poetsen alvorens we iets van goud of koper kunnen zien blinken.

Dat is een tijdrovende, ergerniswekkende bezigheid – en we zijn geneigd die ergernis te projecteren op de auteur die we lezen. Dat merkte ik zelf althans toen ik door de verzamelde gedichten van Guido Gezelle aan het bladeren was. Een groot en belangrijk dichter, maar ontoegankelijk – niet eens zozeer omdat hij Vlaming is (ik groeide op nabij de Belgische grens, dus daar weet ik redelijk raad mee), maar vooral omdat hij een negentiende-eeuwer is. De archaïsche frasen komen je al snel de neus uit; de pompeuze natuurlyriek, de al te zoete vroomheid.

Toch blinkt er iets onder de stoflaag. De originele versie van het bovenstaande gedicht (‘Voorhang’ van de dichtbundel Rijmsnoer om en om het jaar) liet mij maar niet los. Hoe gedateerd het ook mag klinken, Gezelle beschrijft hier een geste met een tijdloze kwaliteit. Uit mijn eigen jeugd herinner ik mij ook nog goed, hoe ik in de jaren vóór mijn Eerste Communie van de pastoor een kruisje op het voorhoofd kreeg. Natuurlijk wist ik toen nog niet goed wat het betekende, maar het voelde wel als iets belangrijks. Een soort zacht en onzichtbaar schild, vriendelijk maar stevig – ja, het is een vaderlijk gebaar. Ik geef mijn eigen kinderen ook iedere dag een kruisje op het voorhoofd, voor het slapen gaan. Nog altijd voelt het als iets belangrijks; het is een intieme geste die verwant is aan de aai over de bol, aan de kus op de wang, maar ook aan het gebed.

Toen ik het gedicht van Gezelle aan het afstoffen was, begon ik het als vanzelf te hertalen. Ik zocht naar toegankelijkere woorden, minder sentimenteel. Gek genoeg vond ik die niet; het gedicht werd er alleen maar sentimenteler op, volgens mij. De eerste strofe klinkt cryptischer, te cryptisch. De tweede strofe klinkt vromer, te vroom. De derde strofe klinkt pompeuzer, te pompeus. Nee, ik vrees dat het er niet minder ergerniswekkend op geworden is.

Maar het gebaar dat het beschrijft, daar blijf ik bij, is niet aan spellingswijzigingen onderhevig.

4 gedachten over “Kruisje

  1. Je hebt er een mooie, eigentijdse draai aan weten te geven, zonder dat de ziel van het gedicht verdwenen is 🙂

    Zelf ben ik Guido Gezelle ook aan het ‘herkauwen’, maar dan op een andere wijze. Ik ben de laatste maanden bezig met één van zijn dichtbundels, “Vlaemsche dichtoefeningen”, in te spreken als audioboek voor http://www.librivox.org
    Wat jij zegt:

    De archaïsche frasen komen je al snel de neus uit; de pompeuze natuurlyriek, de al te zoete vroomheid.

    .. is helemaal waar! En toch (of misschien juist daarom?) hééft het ook iets! Ik vind het leuk om ermee bezig te zijn – niet te veel achter elkaar, maar steeds één of twee gedichten. Wanneer het af is, kan ik me ook niet voorstellen dat luisteraars meer dan enkele gedichten achtereen willen horen. Gezelle moet je in kleine hapjes tot je nemen, dan dringt het des te beter tot je door wat hij zegt 🙂

  2. Dankjewel, waarde kattekliek, voor de aardige woorden.
    Ik moet ook bekennen dat het door jouw voordrachten op LibriVox kwam, dat ik mijn bundel van Gezelle weer eens onder het stof vandaan haalde (en dan bedoel ik dat letterlijk). Ik geef je helemaal gelijk: je moet niet te veel tegelijk tot je nemen, maar het archaïsche heeft ook iets!

  3. Ik moet ook bekennen dat het door jouw voordrachten op LibriVox kwam, dat ik mijn bundel van Gezelle weer eens onder het stof vandaan haalde

    Dat dacht ik al; het was iets té toevallig. Maar mooi toch! 🙂

  4. Trouwens nog een algemene gedachte hierover:

    De meeste ons omringende talen hebben geen last van dergelijke grilligheden, waardoor hun cultuurschatten uitermate toegankelijk blijven voor het nageslacht. Wij moeten ons daarentegen steeds door een zelfgecreëerde stoflaag heen poetsen alvorens we iets van goud of koper kunnen zien blinken

    Nu ik zo actief ben met het inspreken van auteursrechtenvrije boeken (en hoofdstukken ervan in groepsprojecten) valt het me op dat – inderdaad – bijv. het Engels van 1 of 1½ eeuw geleden een stuk minder archaïsch klinkt dan het Nederlands uit diezelfde tijd. De spelling van het Engels is sindsdien nauwelijks veranderd; de betekenis van afzonderlijke woorden soms wel (dat kan wel eens hilarische dingen opleveren, bijv. omdat ‘intercourse’ toentertijd gewoon ‘omgang, interactie’ betekende :))

    Voor Librivox mogen normaliter alleen dingen ingesproken worden, die vóór 1923 zijn gepubliceerd. In het Nederlands kom je dus per definitie bij oude spelling uit, en nog iets verder terug (midden 19e eeuw en ouder) ook bij nogal andere zinsbouw en ‘steun’woorden (zoals bijv. ‘deszelfs’ i.p.v. ‘ervan’). Nederlandstalige boeken spreek ik zoveel mogelijk met moderne uitspraak in, zodat de 21e-eeuwse lezer niet valt over allerlei oude uitgangen enz. En dan zeker bij non-fictie – waar het meer om de inhoud van de tekst als om de taalkundige authenticiteit gaat. Maar bij gedichten kan dat natuurlijk niet; die probeer ik zoveel mogelijk te houden zoals de dichter ze zelf uitgesproken zou hebben (voor zover ik de uitspraak van die tijd ken).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *