Lectuur tegen de verkiezingsmoeheid

Eén van de meest hardnekkige misverstanden over kranten, is dat die het belangrijkste nieuws voorop zetten. Wie het tegendeel bewezen wil zien, moet voor de grap vandaag eens een willekeurige krant openslaan. Waar gaat het over op de voorpagina? Juist, over de aanstaande verkiezingen. Waar gaat het over op de eerste zeven pagina’s ná die voorpagina? Juist, nog meer over de verkiezingen. Pas als je verder bladert, soms helemaal tot de allerlaatste pagina’s, wordt je geduld beloond met wat boeiendere en belangrijkere zaken – zoals een mooi portretinterview met een persoon die niet op de kieslijst van om het even welke partij staat, of een bespreking van een fraaie roman, of een recept voor wilde eend in cranberry-truffelsaus.

Ik bedoel dit allerminst ironisch. Die zaken zijn écht belangrijker dan de stoere praatjes van een pompeuze polderpoliticus over de Grieken of de moslims of de eurocraten of welke gelegenheidsboeman ook. “Ik zal ze eens een lesje leren” – we kennen dergelijke grootpraters allemaal van onze kindertijd; eenmaal buiten de veilige omheining van het schoolplein weten ze niet hoe snel ze naar mama moeten fietsen. Wij noemden zulke luidruchtige braakballen vroeger ‘opscheppers’ of ‘praatjesmakers’ en haalden er verder de schouders over op. Het verbijstert mij dat kranten en journaals deze mensen alle ruimte van de wereld geven, en doen alsof hun opvattingen er echt toe doen. Eveneens verbijstert het mij dat non-nieuws als peilingen en verkiezingsdebatten en in winkelstraten flyerende lijsttrekkers over zo veel kolommen uitgesmeerd wordt. Eén van de meest hardnekkige misverstanden over politiek, is dat die verschrikkelijk belangrijk is.

Het grote voordeel aan kranten: je hóeft al dat oninteressante nieuws niet te lezen. Je kunt ook, zoals ik de laatste weken doe, het nieuwskatern naar de andere kant van de ontbijttafel slingeren en direct het veel gewichtigere katern met achtergrondartikelen, recensies, de puzzel en de kookrubriek openslaan. Nu ben je ook in dat achtergrondkatern niet gegarandeerd verkiezingenvrij; want ook daar tref je columnisten en cartoonisten die menen dat ze iets van Roemer of Rutte moeten vinden. Maar in het uiterste geval van verkiezingsmoeheid kun je altijd nog naar een boek grijpen. Het liefst een dikke pil om bij weg te dromen, een epos dat het politieke gekrakeel in ons laaglandje in het juiste perspectief plaatst.

Tussen alle stemadviezen door wil ik je – zo maar, zonder politiek of ander belang – een leesadvies geven. Gooi die saaie krant terzijde en neem de roman Westerlingen van Arjaan van Nimwegen ter hand. Dat boek verscheen eerder dit jaar bij uitgeverij Wereldbibliotheek; en zelfs in de belangrijkere katernen heb ik er helaas nauwelijks iets over gelezen (nog een aanwijzing dat het complete journaille van het padje af is door de verkiezingsgekte). En dat terwijl alleen al het vertrekpunt van de roman volmaakt spectaculair is: een Hollands handelskonvooi lijdt schipbreuk, en de overlevenden spoelen aan op een eiland dat tot hun eigen verbazing niet primitief, maar juist zeer beschaafd – té beschaafd – is. Het jaar is 1781, niet toevallig het jaar dat Immanuel Kants Kritik der reinen Vernunft verscheen. De bestuurders van het eiland regeren hun volk met niets dan die zuivere rede; van tradities en conventies wil men niet weten, mythen en verhalen zijn er verdacht, de praktischen Vernunft (waar Kant toch ook over schreef) bestaat op dit eiland officieel niet. Kortom: het rationalistische ideaal van de Verlichting is op dit eiland tot in het absurde doorgevoerd. De consequenties hiervan zal ik niet in detail navertellen – lees het boek maar gewoon – maar het zal je niet verbazen dat er onder het mom van de redelijkheid een grimmig en onredelijk bewind wordt gevoerd.

Avontuurlijke verhalen over eilanden ver weg en/of lang geleden fungeren natuurlijk niet zelden als lachspiegel voor mensen hier en nu. Denk aan Gulliver’s Travels van Jonathan Swift (die toevallig in mijn vorige bericht al aan de orde kwam), of aan Utopia van Thomas More. Westerlingen staat in die eerbiedwaardige traditie van maatschappelijke satires. Wie écht iets wil begrijpen van het verkiezingscircus dat nu gaande is, moet dit boek lezen. Alle laaglandse archetypen zitten erin: de principiële dominee, de opportunistische handelaar, de populist en de scepticus en de technocraat – zonder dat het platte karikaturen worden, of al te opzichtige actuele knipogen. De meest opzichtige – maar toch ook erg geestige – knipoog in dit boek, is een rookgebod in openbare gelegenheden; pijproken geldt op dit eiland als heilzaam, en wie daarom niet wil roken in een café, moet maar buiten gaan staan. Meestal is de auteur subtieler in zijn verwijzingen en kritieken, maar dat de roman een genadeloze karakterschets van onze eigen bedilzucht en schijntolerantie is, is evident. Ik vond het  kortom een prachtig en diepzinnig boek, perfecte lectuur tegen de verkiezingsmoeheid. Daarbij is het heerlijk dik, dus als je het nu begint te lezen, hoef je tot en met 12 september zeker geen krant meer open te slaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *