Leerdicht van het Abstracte Kind

‘t Abstracte Kind ging op avontuur
Toen hij in ’t Dagblad las
Hoe vrees’lijk koud en vrees’lijk duur
Zijn Mama’s eitje was

“Ik moet haar vinden, kort en goed,
Dat lijkt mij toch zo fijn
Een Mama die zó veel moeite doet
Moet wel heel bijzonder zijn!”

Op veld en wegen onverhard
Liep het Abstracte Kind
Met slechts de wensdroom in zijn hart
Dat hij zijn Mama vindt

Hij ploegde voort door sneeuw en zand
Door landen bar en ver
Maar hoe hij zocht in stad en land
Geen Mama vond hij er

En in een droevig, duister dal
Viel hij van moeheid om
Maar na het ploffen van zijn val
Hoorde hij zachtjes: “Kom!”

’t Was een Vrouwtje oud en grijs
Blauwgrijs wel als een muis
Behalve oud was zij ook wijs
Zij nam hem mee naar huis

Daar sliep hij wel drie dagen lang
In ‘n bed zo zacht als gras
Toen hij ontwaakte zag hij bang
Dat hij veranderd was

“Schrik maar niet!”, zei toen de Vrouw
Die waakte aan zijn bed
“In een Echt Kind verand’r ik jou
Ziezo, nu ben je het.”

“Bent U mijn Mama?”, vroeg het Kind
“Nee, dat ben ik niet.”
“Wilt U het zeggen, als U d’r vindt,
Als U mijn Mama ziet?”

En het Niet Langer Abstracte Kind
Vertelde van zijn avontuur
Van de regen en de wind
Van de eitjes koud en duur

En het Vrouwtje lachte lief en zacht
Met in haar oog een traan
En toen zij hem naar buiten bracht
Zei ze: “Je moet gaan.”

“Je moet haar vinden, houd dus moed,
Al doet het nu nog pijn
Een Mama die zó veel moeite doet
Moet wel heel bijzonder zijn!”

En het Kind, weer vol van moed,
Ging terstond op pad
En zijn reis ging vlot en goed
Toen kwam hij in een stad.

Daar zag hij wat hij eerst niet zag
Mensen – Echt, als hij
Maar vroeg ‘ie of ‘ie iets vragen mag
Dan liepen ze ‘m voorbij

Ongestoord, hij hield zich stoer,
Liep hij langs een gebouw
En bovenop een glazen vloer
Zag hij plots een Vrouw

Die Vrouw had net zo’n stoere blik
Als de dapp’re jongeman
“Mevrouw, U kijkt toch net als ik,
Bent U mijn Mama dan?”

Geschrokken keek de Vrouw hem aan
Niet stoer meer, maar gemeen
Ze bleef daar plots’ling stokstijf staan
Zij veranderde in steen

Een standbeeld werd ze, hard en koud,
Ze sneerde zonder tact:
“Je Mama? Ha! Je hebt ’t fout
Mijn Kind, dat is Abstract!”

“Mama”, huilde toen het Kind,
“Ik ben het – ik ben Echt!”
“Nee”, riep zij, door angst verblind,
“Geen Kind – jij bent een Recht!”

En hoe hij smeekte, ’t hielp toch niet
Zijn Mama bleef van steen
Totdat het Kind de stad verliet
En stierf, koud en alleen.

EINDE

1 gedachte over “Leerdicht van het Abstracte Kind

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *