Leonard en ik

I remember you well. Leonard kwam voor het eerst naast mij zitten in een bruin café in ‘s-Hertogenbosch, onder de schaduw van de Sint-Janskathedraal. Het was eind 2001, en ik was mij daar aan het bedrinken, gewoon, vanwege de pijn van het jonge-twintiger-zijn, de warboel in de wereld, de warboel in mijn hoofd. De gebruikelijke dichterlijkheden. Leonard had net een nieuw album uit, Ten New Songs, en wilde dat graag aan mij laten horen.

Behendig hupte hij op de barkruk naast mij, als een man die dat vaker had gedaan. Hij begon zachtjes te brommen, maar een centimeter of tien van mijn oor verwijderd. Eerst probeerde ik hem te negeren, weinig op m’n gemak met de situatie. Maar dat lukte steeds slechter, toen de woorden tot me door begonnen te dringen.

I fought against the bottle,
But I had to do it drunk
Took my diamond to the pawnshop
But that don’t make it junk.

I know that I’m forgiven,
But I don’t know how I know
I don’t trust my inner feelings
Inner feelings come and go.

Dat was natuurlijk precies het soort dingen dat ik in die fase van mijn leven graag hoorde. “Wie is die man?”, vroeg ik aan de barvrouw, en ik knikte naar opzij.

“Ken je hem niet?”, zei ze met bruin doorrookte stem. “Dat is Leonard Cohen.” Ik kocht een drankje voor hem, dronk het mijne op, en verliet zwijgend de bar. Leonard tikte enkel even tegen zijn hoed, maar zong rustig door voor de andere stamgasten.

Maar zijn stem liet me niet meer los. Sindsdien ben ik hem op gaan zoeken. De volgende keer dat ik hem zag, was hij ineens dik dertig jaar jonger. Een knappe man, met een donker dromerige blik.

I was handsome, I was strong
I knew the words of every song
Did my singing please you? No,
The words you sang were wrong.

Hij heeft me veel geleerd, Leonard de leraar. Het is wat potsierlijk en onbescheiden om daar al te pompeus over te doen, nu het niet geheel onverwachte bericht van zijn overlijden mij bereikte. In de melancholie van zo’n moment ben je al snel geneigd het belang van die lessen te overdrijven. Hij was niet mijn enige leraar, niet de enige vriend die ooit op een barkruk naast me is gaan zitten. Er waren jaren dat ik hem weinig zag, weinig aan hem dacht. Toch kwam hij altijd weer terug. En zong hij, plots weer die knappe jonge man, heel Songs of Love and Hate voor me. Soms wel twee keer achter elkaar, als ik het hem aardig vroeg. Hij heeft me zo door menig duister uurtje heen geholpen.

Hij leerde me glimlachen in zulke duistere uurtjes. Hij moedigde me aan om afscheid te nemen van de luizige quasi-dichter die ik was, die zwelgende twintiger die probeerde te klinken als Charles Manson. Hij leerde me inzien hoe het licht toch steeds door de kieren van onze gebroken werkelijkheid binnendringt, of we het willen of niet. Bij het licht van de maan toonde hij me het adres van de Zusters van Barmhartigheid. En hij leerde me een ruwe zeebonk genaamd Jezus kennen, slechts zichtbaar voor hen die bezig waren te verdrinken. Het is niet overdreven om te zeggen dat ik mede dankzij hem weer vaker de kathedraal durfde betreden, in plaats van enkel het café daar tegenover.

Nu is hij zelf het café uitgelopen, met slechts een tikje tegen z’n hoed. So long, Leonard.

Print Friendly
0

Wat denk jij ervan?

Loading Facebook Comments ...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>