Mannen in minirokjes

Bij het zien van de foto’s van mannen in rokjes, die protesteren tegen seksueel geweld, betrap ik mezelf op een zeker wantrouwen. “Mannen handen thuis!” Ja, hè hè. Natuurlijk, ik sympathiseer met het protest, hoe kan ik anders? Maar wat is het protest waard? Wat is mijn sympathie waard?

Protest tegen seksueel geweld tegen vrouwen, afgelopen weekend in Amsterdam.
Protest tegen seksueel geweld tegen vrouwen, afgelopen weekend in Amsterdam.

Het is een beetje makkelijk scoren, dat rokjesprotest. Ludiek en ongevaarlijk. Wie voelt zich erdoor aangesproken? De aanrandende meute in Keulen? Vast niet. Andere mannen, die normaal gesproken fluiten en sissen en in het voorbijgaan een plagend tikje op een vreemde vrouwenbil durven te geven? Denken die nu plots: “Ze hebben gelijk, dat kan eigenlijk niet door de beugel”? Nee. Niemand vindt zijn eigen gedrag seksueel grensoverschrijdend. Het zijn steeds andere mannen die zoiets doen, wat ik doe is onschuldig, een flirt, een grapje. Als de vrouw in kwestie er aanstoot aan neemt, begreep ze me verkeerd, stelt ze zich aan, overdrijft ze. Hebben die mannen die nu zo potsierlijk hun vrouwvriendelijkheid lopen te etaleren in hun minirokjes zoiets nooit meegemaakt?

Viespeuk

Ik was 15, zij ook. We hadden al een maand of wat verkering en ik vond dat het wel eens voorbij het ‘honk’ van het zoenen mocht gaan. Toen we alleen waren liet ik mijn hand onder haar trui glijden. Ze duwde die hand beledigd weg. “Ik ben daar nog niet aan toe.” Als ik het me juist herinner, en mijn herinneringen niet in eigen voordeel verbloemd heb, drong ik niet verder aan. Hoe dan ook schaamde ik me kapot. Voelde me een viespeuk. Ik was over haar grens gegaan. Niet veel later ging het uit. Bij een volgend vriendinnetje respecteerde ik de grens bij voorbaat met grote galantheid. Zij ging er al snel met een ander vandoor, een jongen die minder scrupuleus was. Ik was te vriendelijk geweest, een saaie sukkel. Blies een roemloze aftocht in de ‘friend zone’.

Mijn punt is: in dit spanningsveld wordt de mannelijke seksualiteit gevormd. Ja, we moeten leren ons te gedragen, nee is nee, maar tegelijkertijd: wie nooit een grens over gaat komt nooit ergens. We moeten ook leren flirten, leren aandringen, actie ondernemen, op precies de juiste manier, op precies het juiste moment… Op het juiste moment een heer, op het juiste moment een bruut. We moeten leren complexe, vaak tegenstrijdige signalen te verstaan. Bij wie is dat ooit vlekkeloos verlopen? Zonder zichzelf of de ander te kwetsen? Tussen de volmaakte edelmoedigheid en de plompverloren aanranding zit een immens grijs gebied waar we allemaal maar wat aanmodderen.

Voor vrouwen geldt toch hetzelfde. Ook hun seksualiteit wordt in dit complexe spanningsveld gevormd, van tegenstrijdige verwachtingen, van grenzen bewaken en verleggen. Zij speelt het spel mee van aantrekken en afstoten, van ja en nee en misschien. Haar reputatie staat daarbij op het spel; gij zult geen slet zijn, maar ook geen vestaalse maagd – het is ook nooit goed.

Geweld

Met gemengde gevoelens las ik de column van filosofe Simone van Saarloos in Vrij Nederland. Zij vloekt en tiert daarin op mannen, op de samenleving die volgens haar door en door misogyn is. Het zit haar hoog: “Ik heb er weleens aan gedacht om me bij voorbaat aan te geven, want er komt een dag dat een man doet wat velen al deden (grijpen, roepen, tasten) en dat hij toevallig alle jaren van verontwaardiging over zich heen krijgt.” Seksueel geweld, zo citeert Van Saarloos met instemming de Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit, heeft geen ras of religie, maar wel een geslacht.

Dat is een belangrijk punt in reactie op de gebeurtenissen in Keulen, die door velen vooral werden aangegrepen om een bepaalde bevolkingsgroep te criminaliseren. (“Ik ben je onze niet” is dan ook een briljante conclusie van Van Saarloos.) Maar om in plaats daarvan dan maar de halve wereldbevolking te criminaliseren, lijkt me op z’n zachtst gezegd ook problematisch.

‘Dirty little secret’

Ja, wij mannen zijn in veruit de meeste gevallen de daders van seksueel geweld. Dat overstijgt culturele of etnische grenzen, om de simpele reden dat het in de natuur zit ingebakken, in de fysieke architectuur van de seksualiteit zelf: wij zijn steeds de binnendringende partij, vergeef me de platte bewoording. Seks – ook de keurige variant met volledige en ondubbelzinnige instemming van de beide partijen – heeft daardoor altijd een moment van agressie, een element van verovering, hoezeer wij dat ook wensen te verbloemen door vleierijen of eufemismen of goede manieren. Niet alleen omdat de man dat wil, maar ook omdat de vrouw dat wil – dat is het ‘dirty little secret’ van het hele spel. Waarmee absoluut niet gezegd is dat de verkrachter zich kan verdedigen met de platitude “ze vroeg erom, diep van binnen wilde ze het zelf” – want dan heeft hij de subtiliteit van het spel verkeerd begrepen, de complexe spelregels niet gerespecteerd, vals gespeeld.

Desalniettemin: dat is het spel. Het is meestal een mooi spel, een leuk spel, soms helaas ook niet, soms wordt het intimiderend, angstig, gewelddadig, maar hoe dan ook is het nooit een vrijblijvend spel, voor geen van beide geslachten. De gebeurtenissen in Keulen in de nieuwjaarsnacht hebben een belangrijke discussie op gang gebracht over de spelregels. Maar het zal niet helpen om te zeggen: dit kan wel, dat kan niet. Het helpt er ook niet aan te doen alsof mannen de eeuwige daders zijn in de klucht van de menselijke seksualiteit, en vrouwen de eeuwige slachtoffers.

Voorbeelden

En nee, ook ludieke protesten en moraliserende uitspraken – “mannen handen thuis!” – helpen niet. In het licht van het spel zijn ze zelfs betekenisloos, want aan het einde van de rit is het toch de bedoeling dat de man zijn handen níet thuis houdt. De vraag is hoe de weg daar naartoe op een behoorlijke wijze kan verlopen. Dat moeten we leren, niet alleen door te horen wat allemaal niet kan en mag, maar vooral door voorbeelden te zien van hoe het wel moet.

Daar zit in onze hedendaagse cultuur het grote probleem. De middeleeuwse liefdesliteratuur is voor ons een onontwarbare kluwen van hoofse subtiliteiten geworden, die we tegenwoordig geneigd zijn overdreven preuts of juist pervers of misschien allebei te vinden – maar misschien moeten we dat genre wel precies in dit licht begrijpen: als een poging om dit spel te cultiveren, op een hoger plan te tillen, en zo een deugdelijk seksueel karakter te vormen. Hetzelfde geldt voor de Victoriaanse gentleman, later zo verguisd als toonbeeld van institutioneel seksisme, verholen misogynie en pathologisch samengeknepen billen.

Losbol

Dergelijke voorbeelden zijn afgeschreven, achterhaald en ongeëmancipeerd verklaard. Maar wat rest ons dan? Bruten en slapjanussen en niets daartussen? Wat zijn onze culturele voorbeelden? Kijk eens goed naar onze literatuur, onze films, televisieseries, games, enzovoort. De sympathie gaat zo vaak uit naar de macho, de alfa, de ongebonden losbol, die simpelweg pakt wat en wie hij wil. James Bond was altijd al een vrouwenveroveraar, en opvallend is dat hij daarbij door de jaren heen ook steeds minder een gentleman is geworden. En zo er nog ridders te vinden zijn, zijn zij zelden nog hoofs of subtiel. Ons beeld van seksualiteit is platter dan ooit. Zo bezien was ‘Keulen’ een toonbeeld van geslaagde integratie.

We hebben nood aan deugdelijke voorbeelden, ja aan echte mannen – zonder ironische clichés als bier en baarden en barbecues; dergelijke meligheden dragen nu net bij aan het probleem. Waar zijn de iconen van onze tijd? De ridders? De gentlemen? De mannen die ik mijn zoon voor ogen kan stellen – kijk jongen, zó gaat een man met een vrouw om? Hoe nuttig en nodig zijn protest ook zijn mag, de man die ludiek een minirok draagt kan het voorbeeld uiteindelijk immers ook niet zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *