Maria en de Zeven Dwergen

‘Sneeuwwitje en de zeven dwergen’ is een sprookje uit een luthers land, opgetekend door calvinistische schrijvers. Toch staat het stijf van de katholieke noties. Hoe kan dat?

Zowel in het oosters als in het westers christendom wordt 15 augustus gevierd als de dag dat Maria gestorven en in de hemel opgenomen zou zijn. In de westerse kerken ligt de nadruk op dat laatste; in de kerken van het oosten meer op het eerste, haar overlijden – koimèsis heet het in het Grieks, ‘inslaping’. Weliswaar staat er niets over in de Bijbel (een reden waarom protestanten er niets van willen weten), maar de verhalen erover hebben wel degelijk oude papieren. Op Ignis Webmagazine heeft pater Dries van den Akker daar onlangs uitgebreid over geschreven (hier en hier), het is werkelijk fascinerende lectuur.

Beeldrijm

Omdat ik als redacteur van Ignis onder meer ook zorg voor passende beelden bij de artikelen, kwam ik iets opmerkelijks op het spoor. De zoekresultaten voor afbeeldingen van Maria’s ontslapen, leverde talloze varianten van dit beeld op:

Dormitio Mariae

We zien Maria liggen op haar sterfbed. Om haar heen staan de treurende apostelen – volgens de legenden werden zij van alle uithoeken van de wereld over de wolken aangevoerd om aanwezig te zijn bij dit gebeuren. In het midden verschijnt Jezus Christus zelf die zijn moeder naar de hemel zal dragen – een markant detail is dat Hij zijn moeder op de arm draagt zoals Maria de jonge Christus ook op talloze iconen en beelden op de arm draagt; een saillante omkering van rollen.

Maar tussen al dit soort afbeeldingen verscheen bij de zoekresultaten ook deze afbeelding:

SneeuwwitjeDe gelijkenis is treffend. De zeven dwergen als de apostelen verzameld rond de baar, Sneeuwwitje als Maria… We weten hoe dit sprookje verder gaat: de prins zal verschijnen, zoals Christus op de icoon hierboven, en haar doen ontwaken uit de dood. In de Disney-versie met een kus, maar in het origineel van de gebroeders Grimm was daar geen sprake van. De prins wil haar meevoeren naar zijn kasteel – zinnebeeld van de hemelvaart! – want, zo zegt hij:

“Ik wil haar eren en hoog achten als het liefste wat ik heb.”

Als de dragers van de kist dan struikelen over een boomstronk, schiet de appel in haar keel los (meer over de symboliek daarvan verderop) en ontwaakt Sneeuwwitje.

Een Mariaal sprookje?

Dat er in sprookjes vaak uitgesproken Mariale figuren optreden wist ik al wel: denk aan de blauwe fee in Collodi’s Pinokkio, of aan de elf Galadriel in Tolkiens fantastische universum. Maar goed, het eerste voorbeeld stamt uit een door en door katholiek land en het tweede voorbeeld is van een door en door katholieke auteur. Het intrigerende is echter dat de gebroeders Grimm hun sprookjes verzamelden uit de folklore van een overwegend protestants (meer bepaald: lutheraans) land, en zelf nota bene een steil calvinistische achtergrond hebben. Toch niet wat je noemt een kweekgrond voor Mariadevotie.

Beeld ik mij de parallel met Maria’s tenhemelopneming (een leerstuk waar de meeste protestanten immers niets mee kunnen) maar in? Is het hineininterpretierung, theologie van de koude grond? Het zou kunnen, en ik zal ook zeker niet beweren dat de gebroeders Grimm zich bewust waren van deze betekenislaag. Maar ik vind de overeenkomsten toch te treffend om mij zonder slaag of stoot gewonnen te geven. Bear with me, en kijk nog even iets nauwkeuriger met mij mee naar de symboliek van het verhaal.

Christelijke motieven

Om te beginnen bij enkele duidelijke allegorische lagen, algemeen-christelijke symbolen waar de auteurs zich wél bewust van zijn geweest. Het verhaal begint in de winter, met de kinderwens van de koningin: een duidelijke verwijzing naar de advent, het christelijke uitzien naar de geboorte van Christus, dat al vele eeuwen in de decembermaand gevierd wordt. De koningin prikt zich in de vinger, en een druppel bloed valt in de sneeuw op de ebbenhouten vensterbank.

“En toen ze ’t rood zo mooi zag afsteken in de witte sneeuw, zei ze in zichzelf: ‘Had ik nu een kindje, zo wit als sneeuw, zo rood als bloed, en zo zwart als dit ebbenhout.’ Heel gauw na die dag kreeg ze een dochtertje. En het was zo wit als sneeuw, en zo rood als bloed, en haar haar zo zwart als ebbenhout; en daarom werd ze Sneeuwwitje genoemd.”

De kleurensymboliek is heel primair en voor de hand liggend. Wit staat voor puurheid en maagdelijkheid, voor hoogfeesten als Kerstmis en Pasen. Rood voor vuur, bloed en de Heilige Geest, Pinksteren. Zwart voor dood, angst, Goede Vrijdag.

Over Goede Vrijdag gesproken: een duidelijke verwijzing naar Christus’ kruisdood vinden we ook in het sprookje, wanneer de jager op last van de boze stiefmoeder sneeuwwitje in het bos achterlaat, maar dan medelijden krijgt en haar niet doodt. In plaats daarvan doodt hij een hert en neemt diens organen mee om als bewijs aan de stiefmoeder te laten zien. Het hert – in oude verhalen wel vaker een Christussymbool – wordt zo dus het ‘lam Gods’, dat sterft om een ander te redden.

Tot zover niets nieuws onder de zon, niets ook dat voor een protestantse lezer aanstootgevend is. Ook het motief van dood en wederopstanding tegen het einde van het verhaal is algemeen-christelijk en weinig opmerkelijk. Het verhaal is door de oogharen bezien van begin tot einde een hervertelling van het grote verhaal van het christendom, dat begint bij de aankondiging van de geboorte van de Verlosser en eindigt bij diens dood en verrijzenis. Dat zien we bij vele sprookjes uit onze streken.

Koninklijk bloed

Dat Sneeuwwitje in haar puurheid en eenvoud een Maria-achtige figuur is, zal ook nog niet eens zo controversieel zijn. Ook protestanten kennen Maria immers uit de evangelies als de “dienstmaagd des Heren”. Het meningsverschil met katholieken gaat over wat de precieze rol is van Maria in de heilsgeschiedenis. In de protestantse lezing is die vrij beperkt: Maria is de aardse moeder van Jezus, en daarmee zeker een belangrijk en bijzonder mens, maar toch: een gewoon mens, niet iemand die onze bijzondere eerbied verdient. De katholieke traditie heeft haar echter een veel grotere rol toebedeeld: tegelijk “dochter van God de Vader”, “moeder van God de Zoon” en “bruid van God de Geest”, is zij voor ons de lens waardoor wij het mysterie van de Drie-ene God bezien, de brug tussen ons eenvoudige stervelingen en de hoogverheven God; onze “voorspreekster” heet zij daarom, en “de eerste van de gelovigen”.

Welke van de twee visies vinden we terug in het sprookje van Grimm? Dat is toch onmiskenbaar de katholieke. Er wordt nogal wat nadruk gelegd op haar koninklijke afkomst – in de taal van sprookjes steevast geassocieerd met goddelijkheid, denk bijvoorbeeld maar aan de Arthur-legenden. De dwergen schrijven op haar glazen grafkist niet alleen haar naam in gouden letters, maar “ook dat ze de dochter van een koning was”. “Koningin des hemels” is één van de vele eretitels die Maria bij katholieken draagt. De prins – zoon van de koning, Christus – doet haar ontwaken, en voert haar mee naar zijn paleis – de hemel.

De onbevlekte Sneeuwwitje

In de tijd dat de gebroeders Grimm het sprookje optekenden, was Maria’s tenhemelopneming weliswaar een oud katholiek (volks)geloof, maar het was nog geen officieel kerkelijk leerstuk (dat werd het pas in 1950) dat tot veel theologische twisten zal hebben geleid. Anders was dat met een ander Mariaal leerstuk, in 1854 tot dogma verheven: Maria’s onbevlekte ontvangenis, ofwel het idee dat Maria als draagster van Jezus zelf ook vrij van zonde geweest was, wat haar dus ook doet delen in de voorgenoemde ‘koninklijkheid’.

Sneeuwwitje

Ook daarvan vinden we onmiskenbare sporen in het sprookje. In haar ‘sneeuwwit’ zijn natuurlijk, maar vervolgens ook op het moment dat zij door de jager in het bos wordt achtergelaten. Vertwijfeld doolt ze daar rond.

“[Sneeuwwitje] liep over scherpe stenen en door dorens, wilde dieren liepen haar voorbij, alleen, ze deden haar geen kwaad.”

Scherpe stenen, dorens, zelfs wilde dieren deren haar niet. Zij wordt niet, als Roodkapje of de zeven geitjes, door de wolf van de zonde verslonden.

Sneeuwwitje

En dan, nog duidelijker, het beslissende moment: de boze stiefmoeder probeert haar voor een derde maal te misleiden en doden (nadat een strak aangetrokken ceintuur en een vergiftigde kam de klus niet konden klaren), nu met een giftige appel. De Bijbelse verwijzing ligt er dik bovenop: ogenblikkelijk denken we terug aan de verleiding van Eva door de slang in het paradijs, zoals beschreven in Genesis. Eva at van de vrucht, en bracht daarmee zonde en dood in de wereld. Maria wordt ook de “nieuwe Eva” genoemd, die door haar deemoedige “Uw wil geschiede” de weg opende naar de verlossing van zonde en dood. Je kunt zeggen: Sneeuwwitje trapte er net als Eva in en stierf dus – zij is dus níet vrij van zonden. Maar welbeschouwd zegt het sprookje iets anders: de appel bleef steken in haar keel, had geen vat op haar, en zij werd er door de prins, Christus, van verlost en tot nieuw leven gewekt. Zij deelt in het lot van de onbevlekte Moeder Gods, niet in dat van Eva.

Zeven dwergen/slapers/apostelen

Dan wil ik nog even stilstaan bij de betekenis van de dwergen in het verhaal. Ik koppelde ze puur op basis van het beeld dat ik vond aan de apostelen, maar dat waren er twaalf en er waren zeven dwergen. In getallensymboliek ben ik maar matig geïnteresseerd, maar ik moet hier even opmerken dat ook zeven natuurlijk een getal is met een symbolische significantie: in de Bijbel is het het getal van de heelheid, van het alles, de voltooiing, ook van de veelheid. Als Jezus het heeft over “zevenmaal zeventig” bedoelt hij ook zoveel als “een heleboel”, zelfs “oneindig”. Dan zijn de zeven dwergen niet per se de eerste twaalf leerlingen, maar álle leerlingen van Jezus, de apostelen tot op de dag van vandaag.

Overigens: dat de afbeelding van Sneeuwwitje in mijn zoekresultaten te zien was, kwam omdat de link met het sterfbed van Maria ook op een Italiaans blog gelegd werd. Daar ging het echter niet zozeer over Sneeuwwitje als Maria. De auteur daarvan legt een verband tussen de zeven dwergen en de zogenoemde ‘zevenslapers van Efeze’: een legende over zeven martelaren uit de derde eeuw na Christus, die door het heidense stadsbestuur van Efeze in grotten werden ingemetseld vanwege hun christelijke geloof. Toen zij tweehonderd jaar laten werden opgegraven in de inmiddels christelijk geworden stad, bleek het dat zij niet dood waren, maar vredig lagen te slapen. De associatie met Maria ligt in de stad: Efeze (een havenstad in het tegenwoordige Turkije) zou volgens weer andere legendes de stad zijn waar Maria haar laatste levensjaren heeft doorgebracht en ook gestorven is.

Ik vind deze duiding van de dwergen als zevenslapers intrigerend, maar toch wel erg gezocht. Ook Goethe verwees ooit naar de zevenslapers, zo zegt de auteur, dus wellicht kenden de Grimm-broers de legende ook. Goed mogelijk. Maar veel onwaarschijnlijker is dat zij de legenden van Maria in Efeze kenden. Die zijn gebaseerd op visioenen van de zalige Anne Catherine Emmerich, een bedlegerige augustijner zuster. Weliswaar leefde zij ook in Duitsland en rond dezelfde tijd als de gebroeders Grimm, maar haar visioenen werden pas decennia ná de sprookjes van Grimm gepubliceerd (die ook nog eens op oudere volksvertellingen werden gebaseerd), en de Efeze-bedevaarten kwamen pas tegen het einde van de negentiende eeuw op gang.

Een van de zeven dwergen

Maar bovenal vind ik de duiding te beperkt. Laten we de symboliek wat opentrekken: de dwerg stelt in vele sprookjes, en zeker in dit sprookje, de letterlijk en figuurlijk “kleine man” voor; de gewone mens, de arbeider die dagelijks zwoegt en geen bijzondere grootsheid heeft. Van de dwergen in dit sprookje wordt verteld dat zij mijnwerkers zijn, die zoeken naar erts en goud; in de taal van sprookjes kan dat ofwel duiden op hebzucht, ofwel op een zoektocht naar veredeling, transcendentie, ja naar God. Deze dwergen zijn alleszins goedmoedig, dus we mogen aannemen dat het hen om het laatste gaat. Zij zijn dus inderdaad apostelen, leerlingen, gewone goedwillende gelovigen – die in Maria hun “voorspreekster” herkennen.

Tot slot

Bedoeld of – waarschijnlijker – onbedoeld is Sneeuwwitje zo bezien een uitermate katholiek sprookje. Hoe kan dat, in een luthers land, en een calvinistisch schrijversduo? Ik wil een wilde gedachte voorstellen, een stoutmoedige hypothese, wellicht nog gezochter dan die van de zevenslapers van Efeze – maar ook nog intrigerender. De gebroeders Grimm verzonnen de sprookjes niet zelf, ze tekenden slechts als antropologen avant la lettre de volksvertellingen op die hen ten ore kwamen. Zou Sneeuwwitje dan geen verholen katholieke kritiek kunnen zijn, vervat in ironische volkswijsheid, op een protestantse omgang met de Heilige Maagd?

De boze stiefmoeder in de Disney-versie. Interessant detail is de sluiting van dit doosje: in de iconografie wordt Maria vaak voorgesteld met een met zwaarden doorboord hart.
De boze stiefmoeder in de Disney-versie. Interessant detail is de sluiting van dit doosje: in de iconografie wordt Maria vaak voorgesteld met een met zwaarden doorboord hart.

De boze stiefmoeder is dan het dominante Duitse protestantisme… Ga maar na: als we het voorgenoemde beeld volgen van God als koning, is zijn bruid ook de Kerk. De oorspronkelijke koningin, dat is dan de katholieke kerk, stierf en haar plek werd ogenblikkelijk ingenomen door de stiefmoeder, de protestantse kerk. Die was ziekelijk jaloers op de beeldschone dochter, Maria, en wilde haar uit de weg ruimen. Eerst door haar in te willen snoeren in een ceintuur van verstikkende theologie, dan door haar beeltenis te willen wijzigen met een giftige kam, en tenslotte door haar smetteloosheid op de proef te stellen met de appel van Eva: alle drie de pogingen faalden uiteindelijk. Het waren de dwergen, de gewone gelovigen, die haar onderdak gaven ondanks het gewijzigde bewind, die haar met gevaar voor eigen leven bleven koesteren; de volksdevotie heeft altijd vooruitgelopen op de officiële theologie. Die vierde Maria’s tenhemelopneming allang voordat het een kerkelijk leerstuk werd.

Als mijn wilde theorie waar is, zijn de calvinistische gebroeders-Grimm lelijk bij de neus genomen. Het is te mooi om niet waar te zijn.

2 gedachten over “Maria en de Zeven Dwergen

  1. Och heden. Er is een hostie blijven steken in de keel van Anton, waardoor hij alles weer eens door een raar rooms brilletje ziet. Iedereen voelt wel ongeveer aan dat Sneeuwwitje een moralistisch verhaaltje is dat de vloer aanveegt met destructieve krachten als ijdelheid, afgunst en zelfzucht. En er zit ook nog een laag in die staat voor het volwassen worden: ‘initiatie’ heet dat. Met katholieke fabeltjes over Onze Lieve Vrouw heeft het helemaal niets te maken. Sprookjes moet je niet verklaren maar gewoon met rust laten en voor zichzelf laten spreken.

  2. Boeiend verhaal en gedachtegang. Sprookjes kunnen eenonderliggende religieuze achtergrond bevatten. Vooral omdat in die periode het Godsbesef nog vol op aanwezig was.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *