Mijn geloof is zo ingewikkeld niet

Bij een goed glas wijn is het makkelijk bomen opzetten. Over het leven, de liefde, het geloof – de dingen die ertoe doen. Want, zo dichtte reeds Jan van Boendaele in de vroege veertiende eeuw, in zijn fraaie Sproke up den wijn:

Die goeden wijn verlicht den zin,
Subtijlheid brinct hi ter herte in
Den ondersceedeghen van goeden zeden
Hijs conforteerlic smeinschen leden,
Ende maect elken wel ghemoet,
Die anders es van zinne goet
Up dat hine neemt bi ondersceede,
Dies laet ons al sonder beide
Den wijn drincken met blijden moede
Ende Gode dancken van allen goede

Ik geniet van de groeiende ‘subtijlheid’ in zulke gesprekken bij een glas wijn, maar besef dat die ook een keerzijde heeft. ’t Wordt al snel ingewikkeld, eindeloos gelaagd, onnavolgbaar, als je niet oppast zelfs zwaar op de hand. De volgende dag denk je: waar deden we ook al weer precies zo moeilijk over? Een soortgelijke ervaring had ik, toen ik het goede-gesprek-bij-een-goed-glas-wijn terugkeek dat ik met Andries Knevel voerde.

Anton bij AndriesHet was echt een goede wijn, en ik vond het ook echt een goed gesprek. Het duurde in werkelijkheid uiteraard veel langer dan de EO uitzenden kon, er is begrijpelijkerwijs fors in geknipt. Zo hebben we ook nog uitgebreid stilgestaan bij al-te-sentimentele Jezus-beelden, de symbolische significantie van de verschillende pigmentsoorten in mijn Johannes de Doper-icoon, en de theologische Werdegang van de polyfone koormuziek van de late Renaissance en de vroege Barok. Het kwam daarbij nog bijna tot een vuistgevecht toen ik Bach een onuitstaanbare pingelaar noemde. Toen we in een zeer gedetailleerde discussie verzandden over de botsende ecclesiologieën van de katholieke, respectievelijk de protestantse kerken, is de tv-ploeg maar naar huis gegaan. In het holst van de nacht hebben we zelf de poort van die Naardense wijnkelder maar achter ons dichtgetrokken, en zijn we gebroederlijk naar onze auto’s gestrompeld, Andries en ik.

De EO heeft er desalniettemin een mooie, alleszins samenhangende uitzending van weten te maken. Ik druk me makkelijker en liever uit in de speelse tekentaal van het geschreven woord, maar ik was (en dat komt niet vaak voor) redelijk tevreden met hoe ik voor de camera uit mijn woorden kwam. Maar die ‘subtijlheid’, hè… Als ik er zo over vertel, klinkt mijn geloof als iets ingewikkelds, een veeleisende intellectuele exercitie, een voortdurende innerlijke worsteling. Niet voor niets stelde Andries Knevel tegen het einde van het gesprek de indringende vraag: “Is dit een geloof dat overdraagbaar is?” Met andere woorden: is het niet te moeilijk, te intellectualistisch, te tobberig om de gemiddelde mens aan te spreken?

Maar nee, zo ingewikkeld is mijn geloof eigenlijk helemaal niet. Behalve een afbeelding (m’n icoon van Johannes de Doper) en een geluidsfragment (het Miserere van Gregorio Allegri), had ik ook nog een tekstfragment meegenomen dat mij na aan het hart ligt. Wie goed keek, zag het boek reeds voor mij op tafel liggen. Nee, het bespreken daarvan is er niet uitgeknipt, we zijn er niet eens aan toegekomen – zo gaat dat bij goede gesprekken bij een goed glas wijn. Het boek was een band uit het verzameld werk van Anton van Duinkerken, en ik wilde een fragment voorlezen uit zijn prachtige gedicht De wuivende. Dat vat de eenvoud van zijn en mijn geloof heel treffend samen. Het fragment gaat zo:

Wie God wil begrijpen die heeft niet genoeg
aan ons vorsende mensenverstand.
Hij zie naar het dansen van sterren en golven
en ’t wuiven der dierbaarste hand.

Al wat ik geloof en belijd vat ik samen
in deze, mijn opperste wet:
Mijn ziel zij een wuivende groet aan mijn God
want ik heb geen volmaakter gebed.

Mijn ziel zij een riet aan de stroom der genade
en een wuivende golfslag, die spoelt
langs de zoelheid der kust, en een graanveld in zon,
dat de tocht van de zomerwind voelt.

Mijn ziel zij gelijk aan de ziel van de vrouw
die mij toezond uw godlijke groet
Want zij is de wuivende, die Gij mij gaaft
en ik dank U, het leven is goed.

“Gode dancken van allen goede.” Mijn geloof lijkt op de liefde, is liefde. Ook die kan peilloos complex lijken in de diepte van het goede gesprek. Maar is in werkelijkheid doodeenvoudig in de armen van je geliefde. Daar snapt iedereen het.

4 gedachten over “Mijn geloof is zo ingewikkeld niet

  1. Leuk interview, en ik kan mij goed voorstellen hoe opgelucht een mens is als hij het op televisie niet grondig heeft verknalt. Ik hoor als echte vrouw natuurlijk tussen de regels door hoe geschrokken je ook wel eens geweest moet zijn van haperingen en zoeken naar woorden die in de veiligheid van je eigen huis wel kwamen maar in het plotselinge gezelschap van niet altijd goedgezinde vreemden, nou ja, wat ik al zei… haperden.

    Maar in de huidige tijd moeten ook mannen in de spiegel kijken of hun haar goed zit, hun ruige natuurlijkheid wordt niet altijd meer gewaardeerd. En Anton, dapper dat jij in de spiegel kijkt naar je zelf, en dat het er goed uitziet heb je te ongetwijfeld te danken aan je inspanningen uit het verleden. Je kraamt namelijk best een hoop zin uit, en wetende dat je in een situatie zat waarin je werd uitgelokt door een protestant, concludeer ik dat dat in eerste instantie te wijten is aan de goede wijn. Ik heb trouwens niets tegen protestanten hoor, zonder hen had ik nog steeds niet geweten dat geloof iets is dat je groepsgewijs kunt uitdragen.

    Rianne, (schrijf ik terwijl ik word afgeleid door een steppende fietser die zijn hond uitlaat, en een wandelende honduitlater die zijn hond kort aangelijnd houdt – waarom?), Rianne, kijk jij ook weleens in de spiegel en wat zie je dan…. een kalend hoofd? Ik heb even je blogje zitten lezen van 25 oktober ’14 over kardinaal Eijk waarbij ik in een ontaard gebrul ontaardde dat mijn autistische zoon deed toesnellen. Ik wilde de lieverd niet opzadelen met mijn emoties en wijs op de zin waarin jij kardinaal Eijk vergelijkt met een, jawel, autist die niet beschikt over een empathisch vermogen (en een robot in de zin daarvoor). Faalfaaldikkekikkefaal – zijn zijn woorden daarvoor en mijn gevoelens zitten daar niet ver naast – hij heeft inmiddels al gereageerd op jou eigen site.

    Eigendunk – wij zijn op het moment Job aan het lezen. Zijn vrienden vonden ook dat hij teveel eigendunk had. Maar, hij bleef bij zichzelf en zijn geloof. Dat zag God ook – op het eind van het boek Job. Als je het geloof gevonden hebt, moet je daarvoor staan. En ach, relschoppers zullen er altijd zijn, dat hebben we weer gezien in Rome.

    Ik wens iedereen een hele goede vastentijd, of veertigdagentijd.

    Rianne, behalve dat je een man afkraakt die nu eindelijk eens in de spiegel kijkt, nadat ze dat eeuwenlang niet hebben gedaan als ik mijn voor-vrouwen mag geloven, beledig je ook mijn zoon. Dat mag, we leven in een vrij land, maar plaats ook eens een fatsoenlijke foto van jezelf,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *