Rekenwonders

Als jolige pubers schoven wij aan in de met stoelen en tafels gevulde gymzaal van Regionale Scholengemeenschap De Kweekvijver in Benedenzolde. Voor mij was het al een jaar of vijftien geleden dat ik ‘voor het echie’ eindexamen deed, voor sommigen onder ons nog veel langer, en voor een niet onaanzienlijk deel was het de eerste keer. Samen met een groepje collega-journalisten was ik door het Ministerie van Onderwijs uitgenodigd om mee te doen aan het centraal schriftelijk eindexamen Wiskunde B voor Havo. “Wiskunde!”, riep een collega van een landelijke krant. “Waarom nu uitgerekend wiskunde? Ze weten toch dat wij niet bepaald rekenwonders zijn? We zijn toch niet voor niets journalist geworden?” Gelach onder de collega’s. De surveillant maande tot stilte, we gingen beginnen.

Al bij vraag 1 bleek de jolige opmerking van de collega toch wel een kern van waarheid te bevatten. Zenuwachtig wipte ik op mijn stoel bij het lezen van de vraag:

Een televisiezender houdt voor een bepaalde uitzending een enquête onder 700 personen. De voorgelegde vraag luidt: “Moet Regel X afgeschaft worden?” 565 personen vinden de kwestie het reageren niet waard. Van de 135 respondenten die wel reageren geven nog eens 28 mensen aan de kwestie niet interessant te vinden. 53 personen antwoorden dat Regel X niet afgeschaft moet worden. 54 personen antwoorden dat Regel X wel afgeschaft moet worden. Wat is de logische conclusie uit het onderzoek?

Ik las de vraag minstens tien keer voor ik een idee kreeg wat er überhaupt stond. Een televisiezender… verdorie, dacht ik, dat is praktisch mijn eigen vakgebied, dat moet toch een kolfje naar mijn hand zijn! Ik keek zo onopvallend mogelijk naast me, waar de eindredactrice van een actualiteitenprogramma van een ooit-protestants-christelijke omroep driftig zat te gummen op haar kladpapier voor de berekeningen. Gelukkig, zelfs zij heeft er moeite mee, concludeerde ik. Ik knaagde op mijn pen en staarde naar het plafond in de vergeefse hoop dat die peinzende pose mij een millimeter dichter bij de oplossing van het raadsel bracht.

Na enige minuten zo gezeten te hebben merkte ik dat mijn gedachten er alleen maar verder van afgedwaald waren. Ik las verder. Tot mijn opluchting was  het een multiplechoicevraag. We konden kiezen uit de volgende antwoorden:

A. Het televisieprogramma in kwestie kan beter een ander onderwerp kiezen, want de afschaffing van Regel X is een non-issue: 84,7 % van de respondenten haalt er de schouders over op.

B. Een overweldigende meerderheid (92,3%) is niet voor afschaffing van Regel X.

C. Maar liefst 40% van alle mensen is wel voor afschaffing van Regel X.

Nu begon ik ook driftig te schrijven op mijn kladpapiertje. Vijfhonderdenvijfenzestig erbij achtentwintig maakt, eh… vijfhonderdendrieënnegentig… als ik dat dan deel door zevenhonderd… en dan keer honderd, juist… Zo rekende ik en krabbelde ik en gumde ik, met het zweet op mijn voorhoofd. Ik vergat de tijd helemaal, want plots ging de zoemer en zei de surveillant bars: “Pennen neer!” Ik kon nog net mijn antwoord op vraag 1 aankruisen, maar voor de rest bleef mijn papier pijnlijk leeg.

De stemming was een stuk minder jolig toen mijn collega’s en ik napraatten bij het fietsenhok op het schoolplein. Ik bleek niet de enige te zijn die vraag 1 moeilijk vond. Sterker: bijna niemand was veel verder gekomen dan die eerste vraag. We waren hopeloos door de mand gevallen. Rekenwonders, nou en of. “Ik twijfelde tussen A en B”, legde ik uit. “Volgens mij zijn die allebei waar, maar kun je B op basis van de cijfers ook weer niet met zekerheid concluderen. Dus ik heb maar A gekozen.” Tot mijn verbazing begonnen mijn collega’s nu eensgezind te lachen. “Nee joh, gek! Het was antwoord C! Ik heb er lang aan gerekend, maar ik ben er honderd procent zeker van.” Ik gaf me niet licht gewonnen. “Wat? 54 van de 700 mensen, dat kun je toch onmogelijk ‘40% van alle mensen’ noemen?”

De eindredactrice die ik  had zien gummen besliste toen het gesprek in mijn nadeel. “Het was inderdaad C”, zei zij stellig. “Niet dat ik nou zo’n kei ben in wiskunde, maar voor mij was die vraag toch een eitje. De beschreven casus komt namelijk van mijn eigen programma. En dat 40% tegen Regel X is, hebben we toen met een heleboel handig rekenende journalisten onomstotelijk vastgesteld.”

Zelfs de vele collega’s die ook C hadden ingevuld begonnen te mopperen. Voorkennis! Oneerlijk! De eindredactrice reageerde als de vermoorde onschuld: “Maar jullie hadden dat ook kunnen weten, hoor! Waarschijnlijk hebben jullie dat nieuws namelijk allemaal braaf overgeschreven, het heeft immers in alle kranten gestaan…”

Gerelateerde artikelen:

12 gedachten over “Rekenwonders

  1. “565 personen vinden de kwestie het reageren niet waard”, schrijft u. U vergeet daarbij te vermelden dat ze daartoe dringend opgeroepen zijn via allerlei katholieke kanalen, om vooral niet mee te werken. Dat maakt het op zijn zachtst gezegd bijzonder om dat nu als argument te gebruiken.

    1. Dat is waar. Maar het lijkt me sterk dat mensen met een stellige mening over het celibaat zich door zo’n oproep laten weerhouden te reageren, zij willen immers graag hun zegje doen. Ik chargeer het natuurlijk wanneer ik zeg dat 565 mensen de kwestie “het reageren niet waard” vinden, maar ik denk wel dat een overgrote meerderheid de discussie moe is, zeker omdat die zo hardnekkig en ongenuanceerd gevoerd wordt in het kader van de misbruikschandalen.

    2. Priesters die zich zo gehoorzaam opstellen jegens “katholieke kanalen”, zijn vast ook wel gehoorzaam als de Kerk hen oproept tot celibaat. 😉

      Hoe dan ook, of de oorzaak nu “sabotage” via “katholieke kanalen” is, of luiheid of wat dan ook: de uitslag van deze peiling wordt er niet representatiever op.

  2. Het lijkt mij juist logisch dat priesters zich laten beinvloeden door zo’n oproep niet mee te doen. Jammer dat mensen/sites/organisaties vanuit de katholieke kerk het nodig vonden om op te roepen het onderzoek te saboteren. Die sterke hierarchie werkt blijkbaar nog altijd. En ik heb nog eens op de site gekeken van het programma en daar zeggen ze heel duidelijk dat het om een indicatie gaat, daar valt weinig tegen in te brengen lijkt me, dusseh: don’t shoot the….

    1. Mijn indruk is dat de meeste priesters prima zelfstandig kunnen beslissen of ze ergens al dan niet aan mee moeten doen. De oproep niet mee te doen lijkt me volmaakt redelijk – want dit soort loze onderzoekjes dragen werkelijk niets bij aan de discussie, vertekenen en vervormen die eerder – dus ik zie niet wat de hierarchie van de kerk hier mee te maken heeft. En op de site zeggen ze dat het een indicatie is… ja, maar mijn punt is dat het een verre van betrouwbare indicatie is, en daarbij vind ik het kwalijk dat veel media klakkeloos overpennen dat “40% van de priesters het celibaat wil afschaffen”, een conclusie die je op basis van deze cijfers simpelweg niet kan trekken.

    2. @Ruud, U zegt: “Het lijkt mij juist logisch dat priesters zich laten beinvloeden door zo’n oproep niet mee te doen. Jammer dat mensen/sites/organisaties vanuit de katholieke kerk het nodig vonden om op te roepen het onderzoek te saboteren.” ++++ Dan hebben die priesters die wél mee deden aan de enquete zich dus ook laten beïnvloeden door de NCRV? Jammer dat mensen/sites/organsaties via allerlei onderzoeken het nodig vinden om de Katholieke Kerk te saboteren.

  3. Oh, u bent tegen onderzoek. Dat verklaart uw denigerende stukje over het onderzoek in plaats van het echte probleem bespreekbaar te maken. Want dat verband tussen het celibaat en kindermisbruik wordt natuurlijk niet voor niets gelegd. Maar houd vooral de vuile was binnen, dat helpt.

    1. Ik ben allerminst tegen – gedegen wetenschappelijk – onderzoek. Wel heb ik iets tegen slecht opgezette journalistieke enquêtes waarvan de uitkomsten op dubieuze wijze worden uitgelegd. En het verband tussen celibaat en misbruik wordt inderdaad niet voor niets gelegd: het misbruik is de stok om het door velen zo gehate celibaat mee te slaan. Maar er is geen enkel onderzoek dat een verband tussen die twee laat zien. Dus misbruik bespreekbaar maken, heel goed. Het celibaat ter discussie stellen, ga je gang. Maar het zijn twee aparte discussies.

    2. @Ruud, er is inderdaad een verband tussen celibaat en kindermisbruik. Maar helaas voor u: in gunstige zin. De weinige onderzoeken in Duitsland en Amerika tonen aan dat celibatair levenden minder misbruik plegen dan niet celibatair levenden. Dus als u werkelijk begaan zou zijn met misbruikte kinderen, dan zou u juist moeten pleiten voor meer celibatair levenden. Maar zo erg vindt u vermoedelijk dat kindermisbruik nou ook weer niet, vermoed ik.

  4. Dit soort sample sizes zijn in onderzoek normaal. De ham vraag is hoe goed de enquete hier is uitgevoerd – dit bepaald de betrouwbaarheid. Om maar vanwege de gekleurde enquete of publicatie te roepen dat het allemaal helemaal niets zegt vind ik te makkelijk.
    Bij een goed uitgevoerd onderzoek kun je met deze sample size een zeer accuraat beeld opbouwen van hoe priesters over het celibaat denken. Ik zou dan ook willen kijken naar een mogelijk verband tussen mening en geboorteplaats, provincie, priesteropleiding en leeftijd.

  5. Pingback:Theo Koster in ‘Altijd wat’ | Dominicaans Nederland

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *