Smedes versus Smedes

Taede Smedes, God en Darwin“Wow, jij windt er geen doekjes om!”, verzucht Taede Smedes tegen zijn interviewer, zijnde: zichzelf. Smedes stelt zichzelf inderdaad nogal kritische vragen in zijn boek God én Darwin. Geloof kan niet om evolutie heen. Bij dit vermakelijke interview met zichzelf, tegen het einde van het ook voor de rest zeer lezenswaardige boek, kreeg Smedes mij voor het eerst echt op het puntje van m’n stoel.

De grote verdienste van Smedes’ boek, is dat hij glashelder de hele huidige discussie tussen geloof en evolutie analyseert en in een nuchter perspectief plaatst, wars van creationistische en atheïstische achterhoedeveldslagen. Wie zich vandaag de dag nog wil mengen in dit loopgravendebat, moet eerst Smedes lezen voor hij zijn mond opentrekt, vind ik.

So far so good, ik heb eerder (enigszins halfhartig, ik geef het toe) bezworen me niet meer in dit loopgravendebat te willen begeven. Vandaar dat het voor mij pas echt spannend werd in het al genoemde interview met zichzelf… Want goed, creationisme, Intelligent Design en atheïsme mogen achterhaalde posities zijn — maar, om het een beetje plechtig te zeggen, wat vermag ik dan nog te geloven? Wat gelooft Smedes nog? Ik was erg benieuwd naar het antwoord op die vraag, en gelukkig was zijn zichzelf interviewende alter ego zo brutaal om het aan hem te vragen. Een citaat:

Maar dat betekent niet dat je niet in God gelooft?

Nee, dat betekent het niet. Het woordje God is de naam die ik geef aan het mysterie achter en verborgen in onze waarneembare werkelijkheid. Het woordje God is, zoals de filosoof Karl Jaspers het noemt, een chiffre, een geheimteken (…). (Smedes, God én Darwin, p. 120.)

Oké, prima, God als ultiem mysterie, daar kan ik me goed in vinden. Maar wat voor zinnigs kunnen we vervolgens nog zeggen over God? Smedes verwerpt wat hij het ‘filosofisch theïsme’ noemt — als ik het goed begrepen heb verstaat hij daar de moderne theologie onder die God probeert te behoeden voor de veronderstelde vernielzucht van de natuurwetenschappen. Uiteindelijk is dat “een hopeloze zaak”, meent Smedes. En de meeste theologen moeten ook al niets meer weten van dit filosofisch theïsme. De term ‘post-theïsme’ lijkt Smedes hier op de lippen te liggen, en op zijn weblog wordt die term ook expliciet gebezigd. Zoals Smedes daar uitlegt:

Ik gebruik de term “post-theïstisch”, maar ik had het ook “pre-theïstisch” kunnen noemen. Het theïsme is namelijk een uitvinding van de Verlichtingsfilosofie. Het is het resultaat van een poging om het spreken over God te systematiseren door middel van categorieën uit de achttiende-eeuwse filosofie.

Goed, dat typisch achttiende-eeuwse theïsme is passé, dat lijkt me helder. De 18e eeuw ligt dan ook weer drie eeuwen achter ons. We zijn nu goddank weer een stukje verder. Maar waarom zouden we onze nieuwe positie daarom ‘post-theïsme’ noemen? De medische wetenschap van nu (om maar een zijstraat te noemen) is ook wezenlijk verder dan die van de 18e eeuw, maar we spreken ook niet van ‘post-medisch’.

Geef het beestje maar een naam, kun je denken. Maar ik zie toch echt weinig heil in dat voorvoegsel ‘post-‘. Het is me te nietszeggend, te krampachtig, te laf zelfs. Met als meest weerzinwekkende exponent de term ‘post-christelijk’ die de laatste jaren ook in zwang raakte onder intellectuelen die zich diep schaamden voor de laatste restjes christelijk geloof die zij nog bezaten. Ik vind de positie van (onder meer) Smedes te waardevol om het met het onwoord ‘post-‘ te besmeuren.

Waar het mij om gaat is dit. Wij zoeken naar een manier om God ter sprake te brengen. Steeds opnieuw. Op geleerde en op gelovige manier, via de rede en via de verbeelding, door te spreken en te zwijgen. In de 18e eeuw deed men dat zus, Taede Smedes en andere theologen en godsdienstfilosofen doen het nu zo. Het is een proces van trial and error, van voortschrijdend inzicht en van veranderende contexten. Maar ik ken nu eenmaal geen beter woord voor dat voortdurende ter sprake brengen van God dan ‘theïsme’. (Wie een suggestie heeft mag het zeggen!)

Ik vind het theïsme van Smedes razend interessant, maar God én Darwin liet mij ook een beetje verweesd achter daar op het puntje van mijn stoel. Want wat kunnen we nog over God zeggen? Hoe kunnen we God nog zinnig ter sprake brengen? Alleen maar door te zeggen wat God niet is? Ook dat vraagt de interviewer Taede Smedes aan de geïnterviewde Taede Smedes, die daarop tamelijk geïrriteerd en kortaf reageert:

Terug naar de negatieve theologie?

Misschien. Ik wil hier nog verder over nadenken. Ik zal hier in mijn volgende boek op ingaan. Volgende vraag graag.

Ik hoop dat Smedes zich niet door Smedes laat afwimpelen, maar dat Smedes Smedes als een zuigerige interviewer blijft lastigvallen met deze vraag, totdat dat volgende boek er daadwerkelijk komt. Ik kijk er alvast naar uit.

9 gedachten over “Smedes versus Smedes

  1. Ik ben een christelijke theïst. Het 18de eeuwse theïsme is niet dood en ook staan de verworven inzchten van het scholasticisme nog steeds overeind. Ik verbaas me over de suggestie dat het filosofische theïsme een doodlopende weg is. Dat lijkt me niet. Maar ik bedoel er misschien ook iets anders mee. Ben je bekend met het werk van theïstische filosofen als Plantinga en Craig? Zwaargewichten zijn het die de God van de Bijbel weer op de kaart hebben gezet. Het interessante is dat: als het filosofisch beargumenteerd kan worden dat een persoonlijke God bestaat en bepaalde attributen bezit dan is dat een inzicht dat min of meer onaantastbaar is voor de ‘aanvallen’ vanuit de wetenschap.

  2. Craig ken ik wel, Platinga niet. Ikzelf zou het filosofische theïsme in elk geval ook niet al te makkelijk afschrijven, maar goed… Heb je Smedes al gelezen? Lijkt me dan erg interessant voor jou… Ben benieuwd wat je ervan vindt.

  3. Sorry het moet Plantinga zijn. Verder heb je Swinburne, J.P. Moreland, Altertorff en anderen. Smedes wil ik best wel een keer lezen, ja. Ik heb al eens moord en brand geschreeuwd op mijn blog over een uitlating van hem een paar maanden geleden. Interessante figuur. Van dat lezen komt voorlopig niets. Ben bezig op te ruimen om dan met gezin en al naar de USA af te reizen voor een MA in Christian Thought. Ook leuk.

  4. Met je kritiek op zijn term ‘post-theïsme’ ben ik het eens. Maar uiteindelijk ben je denk ik nog wel iets positiever dan ik over de inhoud van zijn boek. Op de achterkant staat: ‘Vernieuwende visie op het debat rond evolutie en geloof’, maar precies dat vond ik het uiteindelijk niet. Tot het interview met zichzelf is boek is niet meer dan een schets hoe het debat de laatste tijd gevoerd is (wat voor de meesten wel bekend is) en wat de posities precies inhouden (hetgeen over het algemeen volgens mij ook wel bekend is).

    Dus ik hoopte eindelijk geboeid te worden door het ‘interview met zichzelf’, waar hij vervolgens vooral erg veel woorden (en aanhalingstekens in de lucht, citaten uit he hoofd en uitstapjes naar zijn rijkgevulde boekenkast) etc.)nodig heeft om aan te geven wat allemaal niet deugt, maar rijkelijk in het vage blijft als het gaat om wat er dan wel soelaas biedt.

    Ik vond het daarom een vrij teleurstellend boek. In eerste instantie was ik hoopvol dat er eindelijk eens vanuit christelijke (of ‘post-theïtstische’ zo Smedes wil) hoek afgerekend zou worden met ID en creationisme. Maar die ene stap extra kan hij niet zetten. Welk beeld van Geloof en evolutie is volgens Smedes wel nog steeds integer? Waarom God én Darwin? Als het alleen om de ‘troostende kracht van de Bijbel’ of ‘God als ultiem mysterie’ gaat, dan lijkt Smedes me eerder een agnost met een hang naar het mystieke of een diep religieuze ongelovige zoals eerder in een recensie over het boek is geopperd.

    Zowel de titel als de achterkant vond ik dus misleidend. De ondertitel blijft uiteindelijk wel overeind: ‘Geloof kan niet om evolutie heen’.

  5. Wat me opvalt bij veel van deze discussies, of het nu gaat om het ter sprake brengen van God, Werkelijkheid, etc., is dat velen wel spreken over de ontdekking, het ter sprake brengen van die Werkelijkheid, maar weinig woorden vuil maken aan de vraag of die (diepere, grotere, whatever) werkelijkheid een aanspraak op onszelf doet. Niet zozeer wat heb ik aan deze ontdekking (troost, steun, hoop, liefde etc.), maar wat heeft “de Ontdekte” aan mij? De ontdekking van de Werkelijke Aanspraak vraagt volgens vele (christelijke) mystici om méér dan het ter sprake brengen, het appèl van de Werkelijke Aanspraak vraagt om een antwoord; “met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand en met oog voor de naaste” merkt de evangelist Lukas op. 10:27. Kort en goed, hoe gaan we om met de vraag naar ons antwoord op die Werkelijkheid?

  6. Ik ga dit boek morgen kopen, kom het steeds weer tegen op filosofische-theologische sites. T Smedes is ook redelijk actief op sommige fora. Persoonlijk , zonder hem goed te kennen, zou ik hem ook bij de atheisten club indelen, want er blijft mijns inziens erg weinig over om in te geloven bij hem. Maar blijkbaar vind hij die stap niet prettig.

    @ yossman geen tijd? onzin. Je kan altijd wel een half uurtje een boek lezen af en toe, en anders neem je het mee in het vliegtuig…. Het is maar een dun boekje.

  7. @ Maarten. O, is het boek dun? Ik verwachtte van Smedes een dikke pil. Dat verandert de zaak. Maar… toch heb ik het even veel en veel te druk op dit moment ivm vetrek naar USA. Maar dit beloof ik: ik hou ‘m op m’n lijstje 😉

  8. De claim van Smedes dat het theisme een 18e eeuwse uitvinding zou zijn, is strijdig met het Onze Vader (1e eeuw), het Credo van Nicea (4e eeuw) en het Kyrie Eleison (9e eeuw). Teruggaan naar een “oer-pre-theisme” is derhalve vrijzinnig protestants wensdenken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *