Snipper #10: Een vreemd stilzwijgen

We lazen het in de vorige snipper al: het geloof in meerdere goden ging niet vooraf aan het geloof in één God, zoals de gangbare lezing van de geschiedenis van godsdiensten luidt. Volgens Chesterton is het precies andersom: eerst was er monotheïsme, toen polytheïsme. In deze passage werkt hij die stelling verder uit.

Er zijn op andere plekken aardig wat bewijzen voor een dergelijke verandering te vinden. Het is bijvoorbeeld geïmpliceerd in het feit dat zelfs polytheïsme vaak de combinatie schijnt te zijn van verschillende monotheïsmen. Een god zal slechts een kleine plaats verdienen op de Olympus wanneer hij aarde en hemel en sterren bezat terwijl hij in zijn eigen kleine vallei woonde. Zoals zovele kleine naties opgaan in een groot rijk, geeft hij zijn lokale alomvattendheid op, louter om alomvattende beperkingen te verwerven. De naam van Pan suggereert dat hij een bosgod werd waar hij eerst een god van de hele wereld was. De naam van Jupiter is in feite een heidense vertaling van de woorden ‘Onze Vader die in de hemel zijt’. En wat voor de Grote Vader geldt, die gesymboliseerd wordt door de hemel, geldt ook voor de Grote Moeder die we nog steeds Moeder Aarde noemen. Demeter en Ceres en Cybele lijken vaak bijna in staat te zijn om alle goddelijke taken op zich te nemen, zodat mensen geen andere goden meer nodig heeft. Het is tamelijk waarschijnlijk dat vele mensen inderdaad geen andere goden had dan een van deze, die zij aanbaden als de schepper van allen.

In sommige van de grootste en dichtstbevolkte regionen van de wereld, zoals China, lijkt het alsof het simpele idee van de Grote Vader nooit echt gecompliceerd is door rivaliserende cultussen, al is het wellicht zelf opgehouden een cultus te zijn. De meest betrouwbare deskundigen denken dat hoewel confucianisme in zekere zin een vorm van agnosticisme is, het ook niet in tegenspraak is met het oude theïsme, precies omdat het zelf een tamelijk vage vorm van theïsme is geworden. Het is een theïsme waarin God ‘de hemel’ wordt genoemd, een beetje zoals beleefde mensen hun vloek inslikken. Maar de hemel is nog altijd boven ons, zelfs wanneer zij ons ver boven de pet gaat. Het doet sterk denken aan een eenvoudige waarheid die zich ver teruggetrokken heeft, zonder daardoor minder waar te worden. En deze formulering kan zelfs geldig zijn voor de heidense mythologieën van het westen. Daarin vinden we absoluut sporen van deze notie van een zich terugtrekkende hogere macht, in al die mysterieuze en fantasierijke mythen over de scheiding van hemel en aarde. In honderd varianten wordt ons verteld dat de hemel en de aarde ooit minnaars waren, of ooit één geheel vormden, totdat een opstandig figuur, meestal een ongehoorzaam kind, ze uit elkaar dreef. En de wereld werd gebouwd op een afgrond, op een scheiding, op een breuk. Een van de walgelijkste varianten kwam van de Grieken, in hun mythe van Uranus en Saturnus. Een van de meest charmante versies was die van een stam van Afrikaanse wilden, die zeiden dat een peperplant steeds groter en groter groeide en uiteindelijk de hemel als een deksel optilde; een prachtige primitieve visie op de dageraad voor sommige van onze schilders die van de tropische schemering houden. Over mythen, en de uiterst mythische verklaringen van mythen die de modernen te bieden hebben, zal ik elders spreken, want ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat mythologie zich meestal op een ander, meer oppervlakkig niveau bevindt. Maar in deze oeroude verbeeldingen van het in tweeën delen van de wereld schuilt zeker iets van de ultieme ideeën. Om te begrijpen wat het betekent, kun je veel beter op je rug in een weiland gaan liggen en simpelweg naar de hemel kijken, dan alle bibliotheken lezen van zelfs de meest geleerde en waardevolle folklore. Dan zul je begrijpen wat het betekent als gezegd wordt dat de hemel dichterbij ons zou moeten zijn, of dat de hemel misschien ooit dichterbij was dan nu, dat zij niet louter vreemd en vreeswekkend is, maar in zekere zin van ons afgesneden en afgezonderd. De curieuze gedachte zal je besluipen dat de mythemaker misschien toch geen koekenbakker of dorpsgek was die dacht dat hij de wolken als een taart kon aansnijden, maar dat er meer kwaliteiten in hem schuilden dan gewoonlijk aan holbewoners wordt toegeschreven. Het zou wel eens mogelijk kunnen zijn dat Thomas Wood toch niet als een holbewoner sprak toen hij zei dat, met het verstrijken van de tijd, de boomtoppen hem zeiden dat hij verder van de hemel verwijderd was dan toen hij een kind was[1]. Hoe dan ook: de legende van de heer van de hemelen Uranus die onttroond werd door de geest van de tijd Saturnus zou iets betekenen voor de auteur van dat gedicht. En het zou, onder andere, de verbanning van het vroegste vaderschap betekenen. Het idee van God schuilt in de notie dat er goden voor de goden waren. Er schuilt een idee van grotere eenvoud in alle zinspelingen op die veel oudere orde. Deze suggestie wordt ondersteund door het verspreidingsproces in vroegere tijden. Goden en halfgoden en helden plantten zich voor onze ogen voort als konijnen en suggereren daarmee dat de familie één stamvader heeft. De mythologie wordt steeds complexer en precies die complexiteit suggereert dat het in het begin veel eenvoudiger was. Dus zelfs vanuit een buitenperspectief, het perspectief dat wij wetenschappelijk plachten te noemen, is het zeer aannemelijk te maken dat de mens begon met monotheïsme en zich ontwikkelde naar, of verviel in, polytheïsme. Maar het is me meer om een binnen- dan om een buitenperspectief te doen; en zoals ik al gezegd heb is dit binnenperspectief een waarheid die haast niet te beschrijven is. We moeten over iets spreken waarvan het punt nu net was dat mensen er niet over spraken. We moeten het niet slechts vertalen uit een vreemde taal, maar uit een vreemd stilzwijgen.

[1] Thomas Hood (1799-1845) was een Britse komiek en dichter. Chesterton zinspeelt hier op de laatste strofe van een beroemd gedicht van hem, getiteld ‘I remember, I remember‘:

I remember, I remember
The fir-trees dark and high;
I used to think their slender tops
Were close against the sky:
It was a childish ignorance,
But now ‘tis little joy
To know I’m farther off from Heaven
Than when I was a boy

Uit: G.K. Chesterton, The Everlasting Man, deel 1, hoofdstuk 4. Vertaling & noten: moi. Waarom? Daarom!

2 gedachten over “Snipper #10: Een vreemd stilzwijgen

  1. Pingback:Snipper #11: De monotheïstische monosyllabe « Geloof jij het?

  2. Pingback:Snipper #11: De monotheïstische monosyllabe « Geloof jij het?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *