Snipper #15: De kikker die de zee opslokte

Oude mythen zijn vaak vreemd, ongepolijst en onbeholpen. Je moet je moderne esthetische en wetenschappelijke bril afzetten om ze op waarde te schatten, zo betoogt G.K. Chesterton in het onderstaande fragment uit De eeuwige mens (direct aansluitend op dit fragment).

KikkerWetenschappers begrijpen zelden, zoals een kunstenaar dat wel begrijpt, dat één tak van de schoonheid de lelijkheid is. Ze staan zelden de legitieme vrijheid van het groteske toe. En ze zullen een primitieve mythe simpelweg afdoen als grof en onhandig en een teken van degeneratie, omdat die niet de schoonheid bezit van Mercurius, de heraut, juist neergekomen op een heuvel die de hemel kust[1] – terwijl zo’n mythe alle schoonheid bezit van de Soepschildpad en de Gekke Hoedenmaker[2]. De mens die voortdurend eist dat de poëzie poëtisch is, bewijst onomstotelijk dat hij zelf prozaïsch is. Soms schuilt de eigenheid juist in het onderwerp of de stijl van de fabel. De Australische aboriginals, die beschouwd worden als de meest ongepolijste wilden, hebben een verhaal over een reusachtige kikker die de zee en alle wateren van de wereld heeft ingeslikt, en die dat enkel uit zou spugen wanneer men hem aan het lachen maakte. Alle dieren haalden hun capriolen voor hem uit en, net als koningin Victoria, was hij not amused[3]. Uiteindelijk zou hij bezwijken voor een aal die moeizaam balanceerde op het puntje van zijn staart, ongetwijfeld met een wanhopige en pijnlijke uitdrukking op het gezicht. Deze fabel is een onuitputtelijke bron voor sprookjesliteratuur. Er schuilt een diepe wijsheid in dat visioen van de droge wereld voor de zalige zondvloed van gelach. Er schuilt verbeeldingskracht in het beeld van die monsterlijke berg die uitbarst als een vulkaan van water. Er schuilt een bron van oneindig vermaak in de gedachte aan die wijd opengesperde ogen terwijl de pelikaan of de pinguïn hun kunsten vertonen. Hoe dan ook: de kikker lachte, maar de antropoloog blijft doodserieus.

Bovendien, zelfs waar de fabels als kunstwerken minderwaardig zijn, kunnen ze nog niet goed door de wetenschap beoordeeld worden – en al helemaal niet als wetenschap. Sommige mythen zijn zo grillig en onbeholpen als vroege kindertekeningen. Maar het kind probeert te tekenen. Het is onjuist om die tekening te beoordelen alsof het een diagram is, of bedoeld was als diagram. De geleerde kan geen wetenschappelijke hypothese opstellen over de primitieve mens, omdat de primitieve mens geen wetenschappelijke hypothese opstelt over de wereld. Hij zegt iets heel anders; iets dat je de prietpraat van de goden kunt noemen. Je kunt stellen, als je wilt, dat het geloofd wordt voordat er tijd is om het te onderzoeken. Juister is het te zeggen dat het geaccepteerd wordt voordat er tijd is om het te geloven.

[1] Een frase uit de 3e akte van Hamlet van Shakespeare.
[2] Personages uit Alice in Wonderland van Lewis Carroll.
[3] Koningin Victoria van Engeland (1809-1901), naar wie de ‘Victoriaanse tijd’ is genoemd, zei naar verluidt ooit tijdens een diner tegen een gast die een grap maakte: “We are not amused.”

Uit: G.K. Chesterton, The Everlasting Man, deel 1, hoofdstuk 5. Vertaling & noten: moi. Waarom? Daarom!

3 gedachten over “Snipper #15: De kikker die de zee opslokte

  1. Pingback:Snipper #16: De kracht der verbeelding « Geloof jij het?

  2. Pingback:Snipper #21: Beschaving en bijgeloof « Geloof jij het?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *