Soefi’s, salafisten en andere simplismen

Twitteraars lijken in tenminste dit opzicht op IS-terroristen: ze zijn koppensnellers. Het is me vaker opgevallen: je deelt een artikel, en velen staan direct klaar om met een bot mes de kop eraf te snijden en die triomfantelijk in de lucht te houden. Het corpus van de tekst stort levenloos en ongelezen ter aarde. Dat lot ondervond ook mijn recent verschenen interview met de Vlaamse theoloog Jonas Slaats in het maandblad Volzin: op sociale media werd het gedeeld onder de kop ‘Islamofobie is racisme van nu’, en prompt begonnen verscheidene opgewonden kwetteraars zich druk te maken over die kop – onzin, kwetter kwetter, de islam is een geloof, geen ras, kwetterdekwet! Hadden ze het artikel maar gewoon gelezen, dan hadden ze gezien dat Slaats een interessante denker is die (ongeacht of je het met hem eens bent) boeiende observaties over de islam doet.

Volzin nr. 2, 2016(Degenen die hun oordeel wat al te snel klaar hadden kunnen zich – dat moet gezegd – beroepen op het feit dat het interview maar gedeeltelijk online te lezen is. Maar goed: ook dat korte fragment verheldert al iets, en daarbij kun je via de site van Volzin een gratis proefnummer aanvragen; het is heus de moeite waard. Nee, eigenlijk vind ik dit dus geen excuus. Je bent gewoon een luie, zelfgenoegzame schreeuwlelijk als je je oordeel al klaar hebt op basis van een kop.)

Vooroordelen

Hoe je het ook wendt of keert: de islam is het brandpunt van vele verhitte debatten, en die debatten lijden nogal eens aan generalisaties, vooroordelen en gebrekkige feitenkennis. Zelf was hij daar overigens ook niet vrij van, vertelde Slaats me. Toen hij in Istanbul kwam te wonen, ging zijn belangstelling al snel uit naar het soefisme, de mystieke traditie binnen de islam.

“Ik ontdekte tot mijn verbazing dat dat veel belangrijker is in de alledaagse islam dan wij in het westen denken. Een vooroordeel waar ik zelf ook last van had, is dat soefisme een mooi, maar tamelijk marginaal verschijnsel is in de islamitische wereld. Toen ik in Turkije woonde zag ik wel dat de grote soefi-dichter Roemi in elke huiskamer en op elke straathoek te vinden was, maar gek genoeg drong het toen nog niet tot me door dat ons westerse beeld niet klopt. Hetzelfde geldt voor heiligenverering. Een van de eerste dingen die je in elke les over de islam leert, is dat de mainstream islam per definitie het vereren van heiligen afwijst. Maar de hele islamitische wereld staat nu net stijf van de heiligenverering. Mausolea voor grote figuren, bedevaarten die massa’s mensen op de been brengen, extatische rituelen. Van Marokko tot Pakistan, je kunt er niet naast kijken. En toch kijken we er structureel naast.”

Boedelscheiding

Vanochtend stond in de Volkskrant toevallig ook een interessant artikel van Olaf Tempelman over het soefisme, onder de kop ‘Zit het beste tegengif tegen het Salafisme in de islam zelf?’ Nu niet meteen gaan koppensnellen hè, het gehele artikel is beslist het lezen waard. De vraag in de kop wordt niet onomwonden positief beantwoord door de geciteerde deskundigen. Het is op z’n minst problematisch, zo blijkt ook uit het artikel, om het soefisme zonder meer als strategische bondgenoot tegen het salafisme te beschouwen. Maar ik wil er ook een meer fundamentele bedenking van Jonas Slaats tegenover plaatsen:

“Het hele begrip ‘soefisme’ is een modern, westers bedenksel. ‘Soefi’ is een eretitel voor iemand die een hoog geestelijk niveau heeft bereikt, een heilige. Stel je nu eens voor dat we zouden zeggen: het christendom is regelzuchtig, dogmatisch, problematisch. Maar gelukkig bestaan er in het christendom ook heiligen. Die zijn aaibaarder, want zij spreken over liefde en godservaringen en mystiek. Vervolgens gaan we dat consequent aanduiden als ‘heiligenisme’, als aparte stroming. Iedereen die iets weet over christendom, weet dat dat onzin is, een oneigenlijke boedelscheiding. In de islam is dat precies zo.”

De oneigenlijke boedelscheiding waar Slaats van spreekt is een typisch modern-westers denkkader, waarbij ‘religie’ lijnrecht tegenover ‘spiritualiteit’ wordt geplaatst: de eerste is dogmatisch, institutioneel, collectief, gevaarlijk; het tweede is vrij, ongebonden, individueel, ongevaarlijk. Ook het Volkskrant-artikel bevat evidente sporen van dat simplistische frame. Het is dan ook een aantrekkelijk raamwerk voor wie de dingen graag in zwart-wit en in ten hoogste 140 tekens beziet. Maar het probleem is: het rammelt en tocht aan alle kanten, om niet te zeggen: er klopt geen hout van.

Derwisjen
Het populaire beeld van soefisme: draaiende derwisjen. Foto: Schorle/WikiCommons (creative commons)

Schaduwzijden

Om ter illustratie even bij het soefisme te blijven: dat is heus niet enkel aaibaar en ondogmatisch, vertelde Slaats me, en de draaiende derwisjen zijn er slechts de brave, toeristische variant van. Het is niet los te denken van de islam in al z’n sociale, culturele en zelfs ook ‘wettische’ facetten.

“Populaire soefidichters, waarvan wij allemaal de liefdespoëzie prijzen, verwijzen zonder uitzondering óók naar de sharia. De grote Roemi was behalve mysticus ook rechtsgeleerde. Niemand die dat vreemd vond, maar de moderne westerling snapt het niet.”

Een al te rooskleurig beeld van de islamitische mystieke traditie is dan ook onrealistisch – er kleven evenzeer schaduwzijden aan: van sektarische goeroeverering tot politiek misbruik. Op de dag van het interview werd dat punt geïllustreerd op een symposium van het Ruusbroecgenootschap waar behalve Slaats onder meer ook de Leidse literatuurwetenschapper Ali Seyed Gohrab sprak – die overigens ook in het Volkskrant-artikel aan het woord komt, maar daar wat minder uitgesproken overkomt. In de toespraak die ik bijwoonde (ik verwees daar onlangs in een heel ander kader ook naar in mijn column in Katholiek Nieuwsblad) beschreef hij op ontnuchterende wijze hoe de Iraanse ayatollah Khomeini in de jaren ’80 de soefi-poëzie gebruikte als propagandamiddel om zijn soldaten de martelaarsdood in te sturen tegen aartsvijand Irak.

Amalgaam

Ik breng dit alles niet naar voren om dat deel van de islam dat we wat onbeholpen onder de noemer ‘soefisme’ scharen in diskrediet te brengen, integendeel. Ik wil enkel maar zeggen: religie blijkt telkens weer te complex om in simplistische schema’s te vatten, van lieve, vredelievende mystici versus boze, dogmatische fundamentalisten. Culturele, sociale, politieke en spirituele elementen blijken steeds op een wonderlijke wijze onlosmakelijk met elkaar verbonden te zijn, in een amalgaam van paradoxen, met tal van (mogelijke) constructieve en destructieve uitwerkingen. Ons gepraat over het bevorderen van het soefisme en het verbieden van het salafisme is daarom betekenisloos en werkelijkheidsvreemd. Het zegt vooral iets over onze eigen oriëntaalse fantasieën – over mysterieuze wijsgeren enerzijds en barbaarse baardmannen anderzijds. Ja,  islamofobie is zo bezien inderdaad een vorm van racisme. Kom er maar in, koppensnellers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *