Even iets rechtzetten. Afgelopen zomer, nadat ik net de Harry Potter-finale Deathly Hallows pt. 2 in een mega-3D-bioscoop had gezien, kon ik hier op mijn blog mijn teleurstelling maar moeilijk verbergen. Hoe overweldigend ook, de film was een anticlimax, zo oordeelde ik tamelijk stellig, en ik verbaasde me er over dat die hele 3D-hype films vaak zo ontstellend plat maakt. Welnu, ik wil – deels – op mijn schreden terugkeren. Inmiddels heb ik de film ook op dvd (tja, je bent een liefhebber of je bent het niet), en heb ik er in alle rust in mijn allerminst overweldigende huiskamer naar kunnen kijken, tweedimensionaal en uit piëteit met de buren zonder al te indrukwekkend dolby-surround-geluid… En ik vond de film nog steeds niet bijster goed, maar hij was in die omstandigheden toch stukken beter te pruimen, dus het is veilig te concluderen dat het allemaal aan die vermaledijde 3D-technologie ligt.
Ik weet het, ik weet het: sommige films moet je gewoon kijken zonder er al te veel achter te zoeken. Alle succesvolle filmgenres (actiefilms, romantische komedies, tranentrekkers) drijven op clichés en herhaling, je moet niet al te veel originaliteit of diepzinnigheid verwachten, maar gewoon je verstand op nul zetten en kijken. Of niet natuurlijk; voor dergelijke genres geldt: love it or leave it.
Niet lullig bedoeld, hoor – of nou ja: eigenlijk toch wel – maar de mooiste, ontroerendste en indrukwekkendste scène van de nieuwe Narnia-film, The Voyage of the Dawn Treader, is zonder twijfel de aftiteling. Na twee uur duizelingwekkende computeranimaties – uiteraard in 3D, want 3D is het nieuwe en onwrikbare Hollywood-dogma – is het ronduit een verademing om bij de credits getrakteerd te worden op een onmiskenbaar eerbetoon aan de in 2008 overleden illustratrice Pauline Baynes. Zij was letterlijk en figuurlijk beeldbepalend voor de kinderboekenreeks van C.S. Lewis. Zij maakte er, in de originele uitgave althans, de tekeningen bij: eenvoudig maar speels, klassiek, en in zalig 2D.
Nu we toch in de C.S. Lewis-stemming zijn, kan ik gelijk wel even het volgende liedje delen. Ik kende deze Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Brooke Fraser niet — ze schijnt uit de gospelwereld te komen, en daar ben ik niet zo in thuis. Maar heel toevallig ontdekte ik het onderstaande liedje met de opmerkelijke titel C.S. Lewis Song. Ik las ergens dat zij het geschreven nadat zij het prachtige boek Mere Christianity had gelezen. Klasse. En het liedje is ook gewoon mooi, vind ik. Oordeel zelf:
Toen onze oudste geboren werd, inmiddels al weer ruim drieënhalf jaar geleden, begonnen wij meteen met hem voorlezen. Letterlijk op dag één begonnen wij in de Kronieken van Narnia van C.S. Lewis, in deel één, Het neefje van de tovenaar. Mijn zoon begreep er destijds nog wel niets van, maar dat maakte niets uit. Het was zo’n fijn avondritueel, en hij genoot er zichtbaar van. Liggend in mijn armen luisterde hij gebiologeerd naar mijn stem, keek naar mijn lippen. En wij, zijn ouders, genoten van het mooie rustige moment met z’n drieën en natuurlijk van die prachtige Narnia-boeken.
“C. S. Lewis heeft zijn tijd gehad. (…) In zijn boeken ging het vooral om vragen waar christenen zelf mee zitten. Waarom is er lijden? Wat is schoonheid? Belangrijke vragen, dat zeker. Maar niet de vragen van deze tijd. Die gaan dieper. Mensen willen antwoorden op de vraag of God bestaat, en wat het ware geloof is.”
Aldus de Amerikaanse filosoof en theoloog William Lane Craig, in het Reformatorisch Dagblad. Interessant artikel. Slimme kerel, die Craig. Maar ik kan het toch niet geheel eens zijn met bovenstaande opmerking. Niet eens zozeer omdat hij zegt dat C.S. Lewis zijn tijd heeft gehad. (Zou best waar kunnen zijn, hoe veel ik ook van het werk van Lewis hou.) En ook niet omdat het onwaar is dat mensen tegenwoordig met andere vragen zitten. (Dat lijkt me een juiste analyse.) Nee, waar ik me stellig tegen verzet, is de opvatting dat die hedendaagse vragen dieper zijn, zoals Craig beweert. De vraag of God bestaat en wat ware religie is – het lijken me bij uitstek tamelijk oppervlakkige vragen. Sterker nog, het zijn eigenlijk maar amper religieuze vragen te noemen.
“Een jonge journalist en schrijver die zonder complexen opkomt voor de rijkdom van het
katholieke geloof, ook in deze voor de kerk
beroerde tijden. Hij doet dat met een ongewone
taalvaardigheid, speels, sprankelend en ‘geestig’
in de twee betekenissen.” - Tertio