In mijn column in de mooie kersteditie van het Katholiek Nieuwsblad, sloeg ik minister Marja van Bijsterveldt nogal ongenadig om de oren met kardinaal John Henry Newman. Dat kun je een beetje zielig vinden – zij het voor kardinaal Newman omdat ik de arme man 120 jaar na zijn dood zo bruusk misbruik, dan wel voor minister Van Bijsterveldt omdat ik zo’n zwaargewicht gebruik om haar mee om de oren te slaan – maar ik vind dat onze Minister van Onderwijs het toch echt wel verdiend heeft.
Iedereen kent vast het verhaal van het schip ‘de Gulden Spieghel’. Ik weet dat het echt gebeurd is, en dat het niet eens zo lang geleden was – maar hoe ik dat weet, dat weet ik niet. De Gulden Spieghel was een kloeke driemaster, naar historisch voorbeeld gebouwd, maar afgewerkt met de modernste technologieën op het gebied van navigatie. Om haar maritieme superioriteit te tonen, zou de Gulden Spieghel de hele wereld rondvaren. Een team van 13 uiterst kundige en ervaren zeelui zou die klus gaan klaren. Een uitzinnige menigte en de huilende vrouwen van de zeelui zwaaiden het schip uit in Den Helder, op een koude februariochtend.
De anekdote die father Robert Barron aan het einde van deze fantastische toespraak deelt, illustreert een pijnlijke waarheid. In een tijd die toch al lijdt aan oversimplificatie, versimpelen wij het fenomeen religie om er vat op te krijgen. En dan heb ik het niet alleen over de atheïst die eindeloos cliché’s herkauwt, of de populist die een godsdienst louter van zijn lelijkste kant wil bekijken. Nee, ook – misschien zelfs: juist – de lieden die steeds maar weer op de grote waarde van religie wijzen, versimpelen het fenomeen. De journalist of schrijver die braaf de culturele verdiensten van religies beziet. De moderne godsdienstleraar met zijn slappe relativistische praatjes. De religiewetenschapper met zijn dorre academische gemeenplaatsen. De politicus met zijn wollig geklets over religie als sociaal bindmiddel. Juist in hun eindeloze nuances vervangen ze feitelijk slechts de ene karikatuur voor de andere, en maken ze een eendimensionaal gedrocht van de godsdienst. Kant-en-klaar en tandeloos, een magnetronmaaltijd in hapklare brokken, op de hurken uitgelegd aan een voor debiel gehouden volkje.
En dat terwijl onze traditie inderdaad zo rijk en veelzijdig is, peilloos diep en eindeloos uitgestrekt als de oceaan. Die oceaan wordt met een paar simpele blauwe golflijntjes in de fantasieloze prentenboekjes van de agogen afgebeeld. Dumb, dumb, we’re dumbing it down… Dit aanstekelijke Moloko-deuntje zeurt me onwillekeurig door de kop. En het antwoord op die gruwelijke simplificaties zit expliciet in het liedje, en impliciet in het betoog van father Barron: Be proud to be profound.
Ik heb mijn democratische plicht netjes vervuld. Ben opgewekt naar het stembureau gekuierd. Heb zonder al te veel te zweven over de lijst het vakje roodgekleurd dat ik in gedachte had. Heerlijk, met potlood… democratie heeft haar eigen haar materiële sacraliteit, haar eigen semi-liturgische gebruiken, die je niet door computers vervangen moet. Opgewekt heb ik de vriendelijke vrijwilligers een goede middag gewenst, en ben ik weer naar buiten gelopen. Geen moment heb ik de illusie gehad dat mijn stem er toe doet en toch vond ik het belangrijk, nee, vanzelfsprekend om te gaan stemmen… democratie heeft ook haar eigen heilige paradoxen, haar vriendelijkheid en hardvochtigheid, waarin wij tegelijk alles en niets betekenen. En nu is het negen uur en sluiten de stemlokalen. En ik kan me geen moment druk maken om de uitslag. Ik glimlach vriendelijk als ik mensen druk hoor discussiëren over wie met wie, en hoe…. Ik zit niet aan de buis gekluisterd, de resultaten benieuwen me niet eens. De opgeklopte opwinding bezie ik geamuseerd. Alsof we per morgen in een ander land leven. Ach, natuurlijk, dat doen we ook. Heilige democratie. Als wij zeggen dat iets ons heilig is, dan bedoelen we meestal: dat we het heel, heel erg belangrijk vinden. Maar die zegswijze berust op een verkeerd begrip van heiligheid. Heiligheid heeft niets met belangrijkheid te maken. Eerder met vanzelfsprekendheid. Of beter nog: heilig is dat, wat we ook een beetje onbelangrijk durven te vinden.
Er bestaan mensen die vinden dat zoiets serieus als een verkiezingsdebat niet op een vluchtig medium als Twitter en Hyves thuishoort. Ik kan me best iets voorstellen bij die mening. Maar ik deel haar niet. O nee. Ik zal het je sterker vertellen: ik vind dat zoiets vluchtigs als een verkiezingsdebat niet in een serieus medium als een krant thuishoort…
Dat het niet makkelijk zou zijn, zo niet een welhaast onmogelijke opgave, wist ik. Desalniettemin had ik er alle vertrouwen in. Daarom vind ik het erg jammer dat de ChristenUnie het niet heeft gered in mijn stad. Nul zetels, nop. Ik weet dat het niet geheel mijn schuld is, ik weet dat niemand het mij kwalijk neemt, maar ik trek er toch mijn conclusies uit. Na een grondige zelfreflectie tot diep in de nacht heb ik besloten mijn verantwoordelijkheid te nemen en terug te treden als ChristenUnie-stemmer.
Noem het toeval of synchroniciteit — of noem het gewoon bij z’n naam: teken van een dwaze tijd –, maar de merkwaardige veiligheidsincidenten stapelen zich in korte tijd op in de krantenkolommen. Een boze moslimfundamentalist die slecht op had gelet bij scheikunde, maar die toch de beveiliging van Schiphol te slim af was geweest. Weer een andere boze moslimfundamentalist die met een bijl in het huis van de Deense cartoonist Kurt Westergaard binnendrong. Een Britse journalist die erin slaagde met een injectienaald het vliegtuig in te komen. Een verwarde vrouw die de Vaticaanse veiligheidsmensen te snel af was en de paus deed struikelen. Spaanse hackers die inbraken op een dure EU-website en er een foto van Mister Bean op plaatsten. Een paar lieden die doodleuk aan tafel aanschoven bij Barack Obama zonder dat ze uitgenodigd waren. En dan nu een journaliste die zomaar kon infiltreren bij de PVV… Welkom in het infiltratietijdperk.
“Een jonge journalist en schrijver die zonder complexen opkomt voor de rijkdom van het
katholieke geloof, ook in deze voor de kerk
beroerde tijden. Hij doet dat met een ongewone
taalvaardigheid, speels, sprankelend en ‘geestig’
in de twee betekenissen.” - Tertio